Bekijk het origineel

VRAGENRUBRIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VRAGENRUBRIEK

5 minuten leestijd

Een familieprobleem.

In een zekere familie doet zich het volgende probleem voor: een getrouwde vrouw heeft haar man verlaten en is een relatie met een andere man aangegaan. Haar kerkenraad heeft haar daarom onder censuur geplaatst. Zij heeft de relatie met de tweede man verbroken, maar weigert om terug te gaan naar haar wettige man. De vraag is nu hoe haar familie op deze dingen moet reageren.

Dit is een vraag van een heel andere orde dan de vragen van de laatste tijd. Maar dat geeft niet, we zullen ook op dergelijke problemen proberen in te gaan. Ik hoop dat de vraagsteller zich herkent in deze vraag en, wat belangrijker is, geholpen zal zijn door het antwoord. En met de vraagsteller anderen ook.

Om tot een juist antwoord te komen is eigenlijk meer kennis van de achtergrond van deze situatie nodig. Namen, personen, achtergronden, meer gedetailleerde gegevens heb ik niet. Daarbij komt nog de vraag of er geen professionele, maatschappelijke hulpverlening moet plaats vinden! Toch vind ik deze vraag geschikt voor ons blad om te beantwoorden. We kunnen er immers echt wel iets van zeggen dat van belang is.

Dat de kerkenraad deze vrouw onder censuur heeft geplaatst, is bedoeld om de vrouw te waarschuwen en terug te manen naar de weg die de Heere welbehagelijk is. Censuur is immers bedoeld om terug te trekken naar de Heere en Zijn Woord. Het is de verantwoordelijkheid van de ambtsdrager dat de betreffende persoon dat ook als zodanig zal ervaren. Iemand onder de tucht wordt de toegang tot Gods huis niet ontzegd. Laat dat duidelijk zijn! Er is niemand gerechtigd om wie dan ook de toegang tot Gods huis te ontzeggen. Als de man of vrouw die onder censuur staat zelf de kerk verlaat, is dat zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Het is tevens verkeerd, want bij het afleggen van geloofsbelijdenis werd beloofd dat we ons aan de tucht zouden onderwerpen. Maar de deuren van Gods huis blijven open. Ook al hebben we géén openbare zonde begaan, dan zijn we óók onwaardig om een plaatsje onder Gods Woord te mogen innemen. Laten we dat goed bedenken

Welnu, als dit dan de handelwijze van de kerk is, dan moet die van de familie zich naar mijn inzicht in dezelfde lijn bevinden. Dat betekent twee dingen. Ten eerste dat we ons familielid de deur niet mogen weigeren. We zijn immers niet beter dan hem of haar? Ik denk nog met afschuw aan die Vader’ die geen enkel contact met zijn zoon meer wilde, nadat die had bekend gemaakt homo te zijn. Zelfs het verzoek van de zoon, toen die doodziek op zijn sterfbed lag, om een ontmoeting met zijn vader, werd kort en krachtig afgewezen! Dat is stenen werpen, terwijl je zelf ook verwerpelijk bent! Wat is een dosis zelfkennis toch een grote en onmisbare zegen!

Maar het tweede is, dat we, net als de kerk, ons wel van het verkeerde gedrág van ons familielid moeten distanciëren. In die zin dat we hem of haar op het verkeerde en onbijbelse gedrag moeten wijzen. Maar dan ook weer op een liefdevolle wijze. De ander moet weten dat hij bij u welkom is, al weet hij ook heel goed uw mening.

Als de ander weet hoe u erover denkt, hoeft dat niet te pas en te onpas herhaald te worden. Laat integendeel de ander eens aan het woord. Probeer teluisteren naar het verhaal. Stel u liefdevol op. Een veroordelende houding zal het hart van de ander ook hard maken, terwijl de liefde het hardste hart verbreken kan.

Bovendien zal de liefde tot de ander die een verkeerde weg ging u op de knieën brengen om voor hem God te vragen. Als we de ander slechts veroordelen, staat hoogmoed ons in de weg en zullen we voor die ander niet gaan bidden. Dan hebben we hetzelfde over ons als de farizeër in de tempel die ook niet bad om de bekering van die tollenaar, maar God dankte dat hij niet zo slecht was als die tollenaar!

Wat hebben we de Geest van Christus toch nodig om enerzijds de zonde te veroordelen, allereerst die van ons zelf en dan vervolgens die van een ander, maar om anderzijds ook de zondaar niet te verwerpen. Laat ons niet in Gods stoel gaan zitten! De Heere Jezus verachtte de Samaritaanse vrouw ook niet. Hij zei haar zelfs het levende water toe! Maar Hij stapte niet over haar zondig leven heen. Haar zonde werd nauwkeurig bij de naam genoemd. In die weg werd het haar tot schuld. En o, op dat plekje te mogen komen! Dat mogen we de betreffende persoon en onszelf wel toewensen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

VRAGENRUBRIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken