Bekijk het origineel

HET LEVEN VAN JEZUS CHRISTUS (2 slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HET LEVEN VAN JEZUS CHRISTUS (2 slot)

10 minuten leestijd

Het burgerlijk leven

Christus was onderdanig aan Jozef en Maria. Dat is de eerste burgerlijke deugd die van Christus wordt vermeld in de Bijbel. We lezen immers in Lukas 2:51 ‘Hij ging met hen af en kwam te Nazareth, en was hun onderdanig.’ Op hun verzoek ging hij mee naar huis. Dat is een navolgenswaardig voorbeeld voor kinderen. Christus was beleefd en gezeggelijk, hij morde niet, maar was altijd gehoorzaam. De tweede burgerlijke deugd die van Christus genoemd wordt is het eerlijke beroep van timmeren. In Markus 6:3 werd Christus de timmerman genoemd. De Joden ergerden zich aan Hem omdat hij een timmerman was, niet had gestudeerd en toch preekte. Uit het voorbeeld van Christus blijkt dat luiheid en leegheid de Heere een gruwel is. De derde burgerlijke plicht was Zijn vriendelijke omgang met de mensen. De vijanden zagen met nijdigheid aan dat velen Hem aanhingen. Christus genas en vertroostte ellendigen en zieken zonder aanzien der persoons. Christus was bewogen met hen die het moeilijk hadden. Christus twistte niet en riep niet op de straten. De vierde burgerlijke deugd was De voorzichtigheid van Christus. Dat heeft de Heere ook ons geboden. Want we lezen in Matth. 10:16 ‘Zijt dan voorzichtig gelijk de slangen.’ Zo was Christus bijvoorbeeld voorzichtig in Zijn woorden. Zijn vijanden loerden op Hem om Hem in Zijn woorden te vangen, maar zij kwamen altijd beschaamd uit. De vijfde burgerlijke deugd van Christus was Zijn gehoorzaamheid aan de overheid. Hij stelde Zich niet alleen onder de wet van God, maar ook onder de wetten van de overheid, voor zover die niet streden met Gods wet. Christus betaalde tol en schatting. Hij eerde de overheid. Hij gebruikte geen scheldwoorden tegen Pilatus, maar erkende dat hij zijn macht van God had. De zesde burgerlijke deugd was Zijn milddadigheid aan de armen. Ook die deugd dient nagevolgd te worden. In al de genoemde burgerlijke plichten volgde de Heere Gods Woord. Christus zocht geen eer van mensen of voordeel. Hij wilde aanstoot en ergernis voorkomen. Christus toonde dat het christendom niet strijdt met een goede burgerlijke overheid. Ook deed Christus deze dingen om de mensen tot een hogere trap van godzaligheid aanleiding te geven.

Gehoorzaamheid

Christus gehoorzaamde niet alleen aan Jozef en Maria en aan de overheid, maar ook aan Zijn Vader. Het was Zijn spijze te doen de wil van Zijn Vader. Er is in de gehoorzaamheid van Christus iets dat wij niet kunnen navolgen. Dat is Zijn volmaaktheid in Zijn gehoorzaamheid Ook als het gaat over Zijn gehoorzaamheid als Middelaar dan kunnen we dat niet nadoen. Christus was immers plaatsvervangend gehoorzaam. We dienen Christus wel na te volgen in het nemen van Gods Woord tot richtsnoer. Christus gehoorzaamde al Gods geboden. Christus was gewillig en bereid om te gehoorzamen. Christus was in het openbaar gehoorzaam. De gehoorzaamheid van Christus bleef en Hij was daarin standvastig. Mensen dienen de gehoorzaamheid van Christus aan de wet van God na te volgen. Mensen dienen alles te verlaten en de Heere te volgen. Christus zocht in Zijn gehoorzamen de eer van God. Een leven naar Gods geboden door mensen maakt dat anderen de goede werken zien en God verheerlijken. Wie God gehoorzaamt, wekt anderen daartoe op om dit ook te doen. Er mag met Mozes gezien worden op de vergelding des loons. We dienen net als Christus een goed kerkganger te zijn. In Gods huis wordt onderwijs gegeven. Jezus had een gewillig hart om te lijden, ja zelfs om te sterven. Hij was gehoorzaam tot de dood des kruises. Hij was volkomen bereid de lijdensbeker te drinken. Zo dient er ook bij Gods kinderen gewilligheid te zijn om te lijden om der wille van de overtuiging naar Gods Woord. Christus heeft gebeden: “Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.” Zo dient ook het gebed van Gods kinderen te zijn.

Liefde

Gehoorzaamheid is een teken van liefde. Reeds als kind was Jezus in de dingen van Zijn Vader. Vanuit de liefde tot Zijn Vader reinigde Hij de tempel. In het openbaar toonde Hij dat Hij God liefhad. De liefde van Christus was oprecht en hartelijk. Mond en hart waren met elkaar in overeenstemming. De liefde van Christus had grote uitwerking: Hij volbracht immers het werk dat God hem gegeven had. De liefde bleef zelfs tijdens de Godverlatenheid, toen Hij niets van de liefde van de Vader voelde. De liefde van Christus was standvastig tot het einde toe. Christus sprak immers: “Vader, in Uwe handen beveel Ik Mijn Geest.” De liefde van Gods kinderen dient altijd te blijven. Christus heeft in het algemeen liefde betoond aan de mensen, zelfs aan Zijn vijanden. Hij heeft allerlei mensen goed gedaan. Grote menigten heeft Hij gespijzigd. Hij genas zelfs het oor van Malchus. Christus heeft Zijn vijanden vermaand ten goede, hen geleerd en onderwezen, hen gewaarschuwd tegen hun verderf. Maar bijzonder heeft de Heere de Zijnen liefgehad. Hij heeft hen liefgehad zonder aanzien van staat, jaren en omstandigheden. Hij heeft Zichzelf uit liefde gegeven tot een rantsoen voor hen allen. Jezus heeft de Zijnen met de daad en door Zijn werken liefgehad. In het openbaar heeft Hij Zijn liefde betoond, bijvoorbeeld ten aanzien van Lazarus. Christus gaf lichaam en ziel voor de Zijnen tot in de dood over. Niemand heeft groter liefde dan dat hij zijn leven zet voor zijn vrienden. Maar Christus zette Zijn leven voor vijanden om hen tot vrienden te maken. De Heere had de Zijnen oprecht en hartelijk lief. Zijn liefde was standvastig en onveranderlijk. In Zijn liefde verdroeg Hij veel in de Zijnen. Hij bestrafte hen uit liefde en verstootte hen niet om hun zwakheden. Jezus was heel makkelijk te verzoenen als Hij door de Zijnen beledigd was. Hij bood hen opnieuw Zijn liefde en vrede aan toen Hij sprak: ‘Vrede zij u, Mijn vrede geef Ik u.’

De liefde van Christus was naar het gebod van God. De liefde tot de naaste is de vervulling van de wet. Christus zegt van Zijn liefde in Joh. 15:9 ‘Gelijkerwijs de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad.’ Gods Woord roept op elkander lief te hebben.

Lijdzaamheid

In het lijden van Christus is veel wat mensen niet kunnen navolgen. Christus heeft immers de toorn van God gedragen en wel zo gedragen dat Hij die te boven is gekomen. Hij is een vervloeking voor Zijn Kerk geworden en heeft geleden tot een rantsoen voor de zonden der Zijnen. De voorzeggingen van de Schrift deden Christus gewillig lijden. Er was volkomen onderwerping aan de wil van Zijn Vader. Christus wilde Zijn Vader volkomen gehoorzaam zijn. De lijdzaamheid die Christus toonde is wel tot voorbeeld. De Heere vraagt Zijn voetstappen te drukken Christus heeft veel gedacht aan Zijn lijden en sterven en er vaak over gesproken. Dat is een voorbeeld voor Zijn volgelingen. Het lijden en de verdrukking is geen vreemde zaak en het is goed daar mee te rekenen en zich daar op voor te bereiden. Gods kinderen hebben van zichzelf alleen opstandigheid. De lijdzaamheid die er mag zijn is vrucht van de werking van de Heilige Geest. De Heere was bereid alles te lijden wat Hem zou overkomen, tot de kruisdood toe. Dat is een voorbeeld voor Gods kinderen om na te volgen. Paulus was bereid om niet alleen te Jeruzalem te lijden, maar ook om gedood te worden. De Heere heeft gebeden in de hof. Zo dienen Gods kinderen te bidden om lijdzaamheid en kracht in het lijden.

Sterven

Christus was niet alleen tot voorbeeld in Zijn leven, maar ook in Zijn sterven. Sommige dingen aangaande het sterven van Christus kunnen niet nagevolgd worden. Hij was heilig en stierf heilig. Christus stierf als Middelaar. Hij stierf door Eigen kracht. De omstandigheden van Zijn sterven hoeven wij ook niet na te volgen, tenzij dat de Heere daartoe zou roepen. We behoeven het martelaarschap niet te zoeken. Christus dacht tevoren vaak aan Zijn sterven. Dat is ook onze plicht. Gods Woord zegt: Leer ons alzo onze dagen tellen dat wij een wijs hart bekomen. Christus stierf bereidwillig toen Zijn ure was gekomen. Zo dient er bij Zijn volgelingen gewilligheid te zijn om te sterven wanneer de tijd daarvoor is aangebroken. Paulus begeerde om ontbonden te zijn en met Christus te zijn. De Heere stierf lijdzaam, wat tot voorbeeld strekt. Christus beval Zijn ziel in de handen van Zijn Vader. Het is genade te mogen beleven: ‘Wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.’ Een goed middel om zich voor te bereiden op het sterven is het gaan in het klaaghuis. De dood is voor Gods kinderen de weg tot hun zalige en eeuwige vreugde in de hemel.

Leven

Christus heeft Zijn vijanden en de vijanden van Zijn Kerk overwonnen. Zijn lichaam rustte in het graf, Hij stond op ten derden dage en is ten hemel gevaren. Zo rust het lichaam van Gods kinderen eveneens in het graf. De ziel van Gods kinderen gaat op het moment van sterven in in de eeuwige rust. Zoals Christus in de hemel is, zullen ook de Zijnen in de hemel zijn. Gods kinderen zullen wat het lichaam betreft delen in de heerlijke opstanding. Gods kinderen zullen boven alle ellende en zonde verheven zijn. We eindigen met de slotwoorden van het boekje van Ridderus die we aantreffen op blz. 123: ‘Veilig is Christus leven. Hij is boven alle gevaar en verandering. De dood heerst niet meer over Hem, Rom. 6. Hij sterft niet meer. Hij is het leven Zelf. Deze heiligheid is ook ons beloofd Als wij in de hemel zijn, dan zal er geen dood meer zijn, Openb. 17:4, Openb. 2:11 ‘Die overwint zal van de tweede dood niet beschadigd worden.’ De erfenis in de hemel is onverderfelijk, onbevlekt en onverwelkelijk, 1 Petr. 1:4. De draak is uit de hemel geworpen, Openb. 12 en kan ons daar niet bestrijden. Eeuwig is het hemelse leven van Christus. Zoals Hij door David zag en sprak van die eeuwige lieflijkheden in Ps. 16:11, zo spreekt Hij van Zichzelf in Openb. 1:18 ‘Ziet Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen.’ Dit eeuwige leven in de hemel staat ons ook met Christus te wachten, 1 Thess. 4:17: ‘Wij zullen altijd met de Heere zijn’ en Openb. 3:12 ‘Die overwint’, zegt de Heere, ‘Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijn Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan’ en Matth. 25:46: ‘De rechtvaardigen zullen gaan in het eeuwige leven.’ Amen.”

N.a.v F. Ridderus, Het leven van Jezus Christus, 123 blz., paperback,6,95, Uitgave De Schatkamer, Rumpt, ISBN 90-5741-122-9.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

HET LEVEN VAN JEZUS CHRISTUS (2 slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken