Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VRAGENRUBRIEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VRAGENRUBRIEK

5 minuten leestijd

De volkstelling

Het gaat over de tekst uit 2 Samuel 24:1. Daar lezen wij dat de Heere David aanporde tot de volkstelling. Hiermee zondigde David echter. Hoe moeten we dit opvatten? Hoe is het mogelijk dat de Heere deze godvrezende koning aanzet tot zonde?

Ziehier een nieuwe vraag voor onze vragenrubriek. Het gaat over de bekende volkstelling, door David gehouden, waarvan we trouwens ook lezen in 1 Kronieken 21. In Kronieken wordt zelfs gezegd dat satan opstond tegen Israel en David aanporde om het volk te tellen.

Dat laatste is voor ons besef duidelijker. We kunnen het ons voorstellen dat koning David door de duivel werd verleid om tot de volkstelling over te gaan. Dat David op die verleiding inging, was dan weer zijn eigen verantwoordelijkheid en schuld.

Maar in 2 Samuel wordt de naam van de duivel geeneens genoemd! Daar wordt duidelijk gezegd dat het God Zelf was Die David aanporde om tot de volkstelling over te gaan, al komt er de bepaling bij dat het alles gebeurde omdat de Heere vertoornd was op Zijn volk. Al met al roept dit de nodige vragen op. Laten we uitgaan van het gegeven dat God vertoornd was op Israel. Het was weer eens zo ver! Waarom de Heere vertoornd op het volk was, kunnen we niet met zekerheid zeggen, maar het volk - de mens - kennende, had het volk het er weer eens naar gemaakt. Gods toorn is altijd billijk ontstoken, met recht en naar recht. Laten we nooit denken dat er onrechtvaardigheid is bij God.

Maar we moeten evenmin denken dat de Heere aanzet tot zondigen! Dat doet alleen de duivel. God verzoekt niet tot het kwaad, zegt de apostel Jacobus in hoofdstuk 1 van zijn brief. Niemand die verleid wordt, moet denken dat God hem verleidt. De gedachte alleen al is godslasterlijk. Satan is de grote verleider!

De Heere, Die boven alles en iedereen staat, en alle dingen doet overeenkomstig Zijn heilige raad, heeft de duivel echter wel toegelaten om David op te porren het volk te gaan tellen. Er gebeurt zoveel onder Gods toelating. Maar toelating is nog geen toestemming! En de Heere, Die ondanks het woeden van de hel, Zijn eigen raad uitvoert, heeft de volkstelling toegelaten, niet tegengehouden om tegelijkertijd Zijn toorn uit te oefenen over een schuldig volk.

De begeerte om het volk te tellen kwam bij David op uit trots en hoogmoed. En hoogmoed komt altijd voor de val. In de afstraffing van Davids hoogmoed heeft de Heere Zijn toorn over het volk uitgericht.

Denk dus niet dat de vele duizenden die stierven niets gedaan hadden en gestraft werden vanwege de zonde van een ander, in dit geval koning David! Als David in de schuld komt, is hij voor eigen waarneming echter wel de enige schuldenaar. Dat is een typisch kenmerk van schuldbesef: je kijkt dan niet naar de ander maar je bent zelf de schuldige!

Toen Davids geweten ging spreken na de volkstelling en zijn schuld voelde heeft hij die voor de Heere beleden. Als de profeet Gad hem daarop bezoekt en hem voor de keuze stelt welke straf er komen moet, betekent dat niet dat de Heere David niet vergeven zou hebben. Het betekent ook niet dat de Heere wel vergeven had, maar toch nog even wilde laten voelen hoe slecht David was. Dat is allemaal veel te menselijk geredeneerd. Maar God achtte de tijd gekomen om het volk te laten boeten voor hun zonde, wat dat dan ook geweest moge zijn. En dan komt de straf, die tevens een afstraffing is van Davids hoogmoed.

Het is te begrijpen dat David niet weet te kiezen. Het is mooi te lezen dat David zich in Gods armen werpt. Als David één ding weet, is het wel dit, dat zijn God beide rechtvaardig en barmhartig is. Hij geeft zich aan Hem over, al vraagt hij wel om niet in de handen der mensen te hoeven vallen. Hij heeft niet alleen God leren kennen, maar ook de mens! Vandaar zijn smeken of hij in de hand des Heeren zal mogen vallen.

En dan komt de pest die aan 70.000 mensen het leven kost. Een rechtvaardige straf voor het volk en een knak voor Davids trots. Als de verderfengel zijn hand over Jeruzalem uitstrekt is het genoeg. De Heere laat hem niet toe verder te gaan. Als David dan op de dorsvloer van Arauna de engel ontmoet, belijdt hij nogmaals schuld en smeekt hij voor zijn volk als een echte herder. Dan brengt David een groot brandoffer.

Satan zal voor zijn verderfelijk werk zijn eeuwige straf niet ontlopen. David heeft het verbeurde leven mogen behouden. En dat geldt voor al Gods kinderen, hoewel ze in geen enkel opzicht beter zijn dan wie dan ook. Er is een Ander Die voor hen de dood is ingegaan en de rechtvaardige toorn van God over de zonde voor hen heeft gedragen en weggedragen. En David heeft niet alleen de last van zijn zonde ervaren in zijn leven, maar ook het wonder van Gods vergevende zondaarsliefde. En in diepe verwondering mocht hij dan weer naar zijn harp grijpen en ontroerd zingen:

Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven,
Die van de straf voor eeuwig is ontheven.
Wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,
Voor ’t heilig oog des Heeren is bedekt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

VRAGENRUBRIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken