Bekijk het origineel

DE BEKERING -2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE BEKERING -2

8 minuten leestijd

De bekering bestaat uit twee delen: vernedering vanwege de zonden en een afkeren van de zonden naar God toe. Berouw zonder afkering van de zonden en terugkeer tot God is geen bekering. Ware vernedering en terugkeer zijn altijd verbonden met elkaar. In dit artikel willen we wat weergeven aangaande het eerste deel van de bekering: vernedering Boston noemt vijf kenmerken van vernedering: Een besef van zonden, droefheid, schaamte, walging van zichzelf en belijdenis. Laten we onszelf aan deze vijf kenmerken toetsen.

Een besef van zonden

In de waarachtige bekering vernedert de Heere de zondaar. Het blinde zielsoog wordt geopend voor de ziekte waarmee het hart is aangetast. In de bekering gaat het oog open voor de zonde van de gevallen natuur, voor de verdorvenheid van de zondaar. In het hart leeft de haat tegen het goede en de neiging tot het kwade. De gevallen mens is blind, opstandig en vleselijk. God opent de ogen voor de zonden waar de zondaar in leeft. Het hart is een giftige bron waaruit stromen gif voortvloeien. Uit het zondige hart komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand (Markus 7:21-22). Zonden die vele jaren geleden begaan zijn staan helderder voor de geest dan op de dag dat zij begaan zijn. Waar vroeger geen zonde in werd gezien, wordt nu als zonde gezien. Het oog gaat open voor de afgoderij van het alles-zelf-willen-doen. De Heere toont de uitgestrektheid en de veelheid van de zonden. De zondaar is één brok ongerechtigheid: van het hoofd af tot de voetzool toe is er niets geheels aan de zondaar te vinden. De gruwelijkheid van de zonden wordt gezien. Het kwaad van de zonde wordt opgemerkt. De zonde geeft kwade vruchten in het eigen leven. De zonden zijn ook kwaad omdat ze ingaan tegen de heilige wet van God en de heilige natuur van God. De zonden zijn ook oorzaak van het lijden van Christus. Ware zondekennis is persoonlijke beleving en blijvend. Zondekennis zonder er gebukt onder te gaan, is de ware zondekennis niet. Een huichelaar vernedert zich vanwege het gevaar van de zonde, een ware boetvaardige vernedert zich vanwege de gruwelijkheid van de zonde. Een slaaf is bang voor de zweep, maar een kind heeft verdriet van de overtreding tegen een liefdevol vader. We lezen op blz. 64 “Velen lijken heel nederig onder de roede van God en de vrees voor Zijn toorn, terwijl ze nooit aangeraakt werden met Zijn liefde. Zij worden wel ter aarde geworpen onder het besef van het kwaad dat hun zonden hen aandoet, maar het besef dat hun zonden God onteren is ver bij hen te zoeken.” Zonder zondekennis is er geen vernedering en zonder vernedering kan er geen bekering zijn. Zonder bekering is er geen ontkomen aan de toorn van God.

Droefheid

In de waarachtige bekering komt er een droefheid over de zonde als zonde. Het gaat niet alleen over de schuld van de zonde, maar ook over de gruwelijkheid van het kwade. De boetvaardige treurt in zijn hart omdat hij God beledigd heeft, Zijn beeld geschonden, de wet van God overtreden heeft en speer en spijkers geleverd heeft om de Zaligmaker te doorboren. Het is een inwendige en werkelijke droefheid, geen gemaakte droefheid om indruk te maken op de mensen, het is een droefheid diep in het hart. Het is een levende droefheid die de mens aanzet tot werken aan het behoud van de ziel vanuit de liefde die is uitgestort in het hart.

Het is een blijvende droefheid. Bij sommige mensen is de droefheid snel voorbij. Omdat de zonde blijft, blijft ook de droefheid over de zonde.

Het is een allesomvattende droefheid over alle zonden.

Het is een diepe droefheid. Hierbij valt te denken aan Petrus die bitter weende. Deze droefheid kan omschreven worden als het scheuren van het hart. Het is zoals beschreven in Hand. 2:37 “toen zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart.”

De ware droefheid is een droefheid die het hart reinigt. Droefheid over de zonden en afkeren van de zonden horen bij elkaar.

Er is geen droefheid als het hart nog onverbroken is. Het is nodig verbroken te worden vanwege de zonden. Onverbrokenen van hart zullen verpletterd worden met een ijzeren scepter.

Boston schrijft erover dat maar weinigen de echte droefheid hebben (blz. 73). Velen schamen zich alleen voor de buitenwacht vanwege de zonden. Als Gods kinderen meer zouden treuren over de zonden zouden zij meer vertroost worden door het Evangelie: “Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden” (Matth. 5:4).

Schaamte

In ware vernedering is een er heilige schaamte voor de Heere vanwege de zonden. De herinnering aan de zonden doet het schaamrood op de kaken komen. Voor de zondeval was er geen schaamte. Soms wordt er schaamteloos gezondigd. Verandert dit niet, dan is er geen enkele hoop.

Er zijn vier oorzaken tot schaamte: naaktheid. Door de zonde is de mens van zijn heerlijkheid ontdaan. De tweede oorzaak is vervuiling en bezoedeling. De zonde bezoedelt en ontsiert de mens. De derde oorzaak is teleurstelling over gerezen verwachtingen. De zondaar dacht gelukkig te worden in de zonde, maar dat is totaal anders. Het laatste is de ontdekking van iemands schande. Als God de zonde blootlegt, schaamt de zondaar zich.

Wie schaamteloos zondigt, is onbekeerd. De boetvaardige ziel daarentegen heeft hartelijk berouw over de zonde. We lezen op blz. 78 “De boetvaardige ziel is een eerlijke ziel en hij krijgt hartelijk berouw over de zonden. Zo iemand zal immers beschaamd zijn voor God over de zonden die voor de wereld verborgen zijn. Velen kunnen bedroefd zijn voor God vanwege hun zonden, vanwege de vreselijke gevolgen ervan die zij vrezen, terwijl zij toch niet beschaamd zijn voor Hem, omdat zij het kwaad niet zien dat in de zonden zit. Maar men wordt als een kind, als men van harte beschaamd is voor de Heere vanwege verborgen zonden.”

Walging van zichzelf

De echte vernedering gaat gepaard met een gruwen en afschuw van zichzelf. In Ezech. 36:21 staat “Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van uzelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.” De boetvaardige heeft lage en beschamende gedachten over zichzelf. Er wordt veel vuilheid in zichzelf gezien. Asaf nam zichzelf waar als een beest. Er is walging vanwege eigen vuilheid en een innerlijke afkeer van zichzelf. Er valt te denken aan de tollenaar die de ogen niet durfde opheffen naar de hemel en op zijn borst sloeg en van verre stond. Op de borst slaan betekent dat van binnen een vuile bron van ongerechtigheden zit. De boetvaardige ziet dat hij geheel onrein is, zijn gehele natuur is verdorven. Het verderf is in alles doorgedrongen. Daarom moet hij zichzelf wel verafschuwen. Zijn beste werken zijn als kledingstukken die door de motten zijn aangetast. De zonde ziet eruit als een geopende, stinkende wond.

Eigenwaan gaat niet samen met bekering. Tollenaren en hoeren die zich door genade bekeren gaan mensen vervuld met eigenwaan voor. Zelfonderzoek is noodzakelijk opdat het kome voor het eerst of al meer tot verfoeien van zichzelf en bekering.

Belijdenis

Echte vernedering gaat gepaard met een boetvaardige belijdenis van zonde. Duidelijk wordt dit getekend in Psalm 32. De zonde die eerst zoet was, is bitter geworden. Verborgen zonden dienen in het verborgen voor God beleden te worden. Een openbare zonde dient in het openbaar beleden te worden. Schuldbelijdenis gaat gepaard met droefheid en schaamte.

De belijdenis van zonden bestaat uit zelfbeschuldiging en zelfveroordeling. De boetvaardige zondaar keurt zijn overtredingen af en hij veroordeelt zichzelf. Het wordt beleden dat het rechtvaardig zou zijn als Gods eeuwige toorn zou komen.

Wie zijn zonden verbergt en bedekt kent de bekering niet. Wie zijn zonde niet inziet en niet belijdt kan zich er ook niet van bekeren. De zonde wordt als zoet voedsel onder de tong gehouden en niet beleden en ook niet verlaten. Er is dan juist een vasthouden aan de zonden.

We besluiten voor dit keer met een citaat van blz. 88 en 89 “Zorg ervoor dat u oprecht, volkomen en ongedwongen bent in het belijden van uw zonden. We staan in de schuld bij een rechtvaardige God en we kunnen onze schuld niet betalen. Laten we onze schuld belijden om een vervolg te voorkomen. Slechts wanneer wij onze schuld belijden stelt dat ons in staat om te kunnen bidden om vergeving van de schuld. Als we een gepast besef en een gepaste droefheid vanwege onze zonden zouden hebben, zou dit, als een overstromende vloed, alle dingen overwinnen die ons nu belemmeren in het belijden van onze zonden.”

N.a.v. Berouw, Thomas Boston, gebonden, 312 blz.,21,90, Uitgeverij De Banier, Utrecht, ISBN 978-90336-0725-7.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

DE BEKERING -2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken