Bekijk het origineel

EEN DRINGENDE AANSPORING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EEN DRINGENDE AANSPORING

10 minuten leestijd

2 Tim. 2:16-18

Duivel

Welk een scherpe naam geeft de Heere Jezus de duivel. Hij noemt hem een mensenmoorder van den beginne. Een massamoordenaar. Joh. 8:44. Dit is hij de eeuwen door. Van het paradijs tot het einde van de wereld. Die macht bezit hij, want hij is de overste van de wereld. Dit weet hij en daarom laat hij zijn kracht zien. Het bewijs daarvan zien wij tijdens de verzoeking van de Heere Jezus in de woestijn. Nu is de duivel erop uit om de mens in het eeuwig verderf te storten. Zijn mooie woorden kunnen aanlokkelijk overkomen. Als waarheid zelfs. Maar hij is een leugenaar. Vanaf het begin, zegt Jezus. Uit liefde waarschuwt de Heere Jezus voor hem. Ook Paulus wijst op hem en zegt: de duivel doet zich voor als een engel des lichts. De duivel of te wel de satan kent God de Heere en Zijn woord. Het religieuze leven is hem niet onbekend en hoe de tijdgeest waait en waartoe. Hij werkt met schijnschone motieven. Leer en levensgedachte zelfs overtuiging wil hij verduisteren en waar mogelijk is veranderen. Niet afschrijven. Hierin zien we zijn taktiek. En daarin is de duivel hoogst gevaarlijk. Paulus zijn de werkingen, de listen van de duivel niet onbekend. Hij doorziet de duivel in zijn werk. Het werk nu van de duivel wordt gedaan door zijn dienstknechten. In de wereld, maar ook in de kerk. In de gemeenten. Attentheid is geboden


Dit blad is een uitgave van de stichting
Bewaar het Pand te Meerkerk.
Verschijnt eens in de veertien dagen

COMMISSIE VAN REDAKTIE:
Ds. P. den Butter en Ds. A. van
Heteren, Ds. K. Hoefnagel en
Ds. J.M.J. Kieviet

ADRES VAN DE REDAKTIE:
Kopij voor het volgende nummer
van “Bewaar het Pand” zenden
naar:
Ds. A. van Heteren, Vlaak 10,
8321 RV Urk, tel 0527-688978

ADMINISTRATE:
P.J. Boers, Bergstoep 46C,
2959 AC Streefkerk.
Telefoon: 0184-669116
Fax: 084-2220131.
Email: pand@solcon.nl
Girorek. 70.43.50 t.n.v. Stichting
Bewaar het Pand te Streefkerk.
Abonnementsprijs € 10,- per jaar.
Abonnementsprijs voor de Vere-nigde
Staten en Canada 8 dollar per jaar.
Advertenties € 0,39 per mm met een
kolombreedte van 6 cm.
Bij kontrakt korting.

ISSN nummer: 0166 - 4646


Attentheid

Vandaar dat Paulus met overtuiging schrijft aan Timotheus: stel u tegen het ongoddelijk roepen, want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen (vs 6a). Paulus doorziet de dwaalleraars. Hij kwalificeert hun leer. Is dit overdreven? Overtrokken? Beslist niet! De sprekers zijn kletsers. Zwetsers. Zo noemt hij ze. En gave om te spreken ontbreekt hen niet. Zeggenskracht is hun eigen. Laat over hun houding of spreken niet gemakkelijk gedacht worden. Het kan zo zijn. Zulke personen zegt men zijn er een poosje. Elk getij heeft weertij. Laten we onthouden dat dwalingen geen einde nemen. Ze kunnen zich wijzigen. Verdwijnen doen ze niet. De grote auteur blijft werken. Hij gaat door met verleiden. Verblindend. Verdraaiend. Hoe de Heilige Schrift gelezen kan worden. Op zeer listige en sluwe wijze leidt hij tot de overtuiging van tijdgebondenheid van Schriftgedeelten of teksten. De gedachte gaat leven dat de Heilige Geest in theologische ethische zaken meer zicht en aanvaardbaarheid geeft dan wat vermeld staat in de Bijbel. De Bijbel heeft zeker waarde. Maar het is niet alleen of slechts ten dele het Woord van God. Het enig gezaghebbende woord voor alle tijden en omstandigheden is te sterk of zelfs overdreven. Het accent valt ook voor ieder persoonlijk op vrijheid. We zijn vrije mensen. Christus heeft ons vrijgemaakt. De leus is vrijheid, blijheid en goed zijn voor je naaste. Liefde en trouw zijn twee modewoorden. Maar laten we het woord van Paulus niet overslaan. Zeer scherp zegt hij van de dwaalleraars dat zij in meerdere goddeloosheid zullen toenemen (vs. 16b). Wat hij eraan toevoegt is aangrijpend: hun woord zal voorteten als de kanker (vs. 17a). Het woord van de dwaalleraars werkt als de handelswijze van een sluipmoordenaar. Als een kankergezwel dat om zich heen grijpt en zich uitzaait. Zo nu werkt hun spreken of schrijven. Het is als een ziekte die alle organen aantast. De dwaalleer is levensgevaarlijk. Levensverwoestend. Welk een vergelijking maakt Paulus. Gaat hij hierin niet te ver? Moet dit zo? Die vragen kunnen naar boven komen. Vandaag zijn ze er. Men hoort of leest ervan. We dienen te onthouden dat wat we lezen in 2 Tim. 2: 17 in de Bijbel staat. In Gods onfeilbaar Woord. Door de Heilige Geest gedreven heeft Paulus deze woorden geschreven. Ook ten voorbeeld voor ons. Natuurlijk niet om loze kreten te laten horen. Ongemotiveerd, ongegrond spreken is tegen de Schrift, al gebruikt men de Schrift. Elke waarschuwing, elke tekening van de werkelijkheid dient niet slechts om te signaleren, maar bijzonder om te blijven bij de waarheid van God en het belijden van Zijn onfeilbaar Woord.

Namen

In zijn schrijven noemt Paulus twee personen: Hymeneus en Filetus (vs.17b). De vraag kan gesteld worden waarom Paulus hun namen noemt. Is dat wel terecht? Worden zij niet openlijk aan de schandpaal geplaatst? Tot die conclusie mogen we niet komen. Paulus handelt naar Matth. 18. Wanneer vermaningen niet leiden tot inkeer, tot bekering, dan moet naam en toenaam genoemd worden. Calvijn zegt: als mensen ketterijen leren die voort vreten als de kanker dan moeten die mensen ontmaskerd worden. In de vorige brief lezen we dat Paulus Hymeneus en Alexander aan de duivel heeft overgegeven. Hij heeft hen buiten de gemeente gezet (1 Tim. 1:20). Ondanksdedaad van Paulus ging Hymeneus door en Filetus had zich bij hem gevoegd. Vandaar zijn naam. Van beiden kan gezegd worden dat zij een synthese wilden brengen tussen de Griekse cultuur en het christelijke geloof. Naar de Griekse gedachte en zelfs overtuiging was er een tegenstelling tussen het lichaam en de ziel. Het lichaam was ondergeschikt aan de ziel. Het lichaam werd gezien als een gevangenis voor de ziel. De ziel kon zich niet ontplooien. Bij de dood verdwijnt het lichaam. Na de dood begint voor de ziel het echte leven. Die gedachtegang leidde tot de verachting van het lichaam. Maar dat niet alleen. Het christelijke geloof dat beleden werd, dat haaks stond op de heidense cultuur gedachte, verwekte haat. Want de wederopstanding der doden is een troostvol, rijk getuigenis van de Heere. Ik leef en gij zult leven! De Grieken zagen de wederopstanding van net lichaam als een degradatie van de ziel. We weten hoe de reactie was op de Areopagus toen Paulus sprak over de wederopstanding (Hand. 17). Twee heersende gedachten, de Griekse en het christelijk belijden, stonden scherp tegenover elkaar. In de samenleving moet je zo niet met elkaar omgaan. Vandaar dat de duivel gewerkt heeft aan een compromis. Hymeneus en Filetus hebben door de duivelse ingeving een synthese gevonden tussen de Griekse cultuur en het christelijke geloof. Ze leerden dat de opstanding heel anders gezien moet worden. In het leven van een christen heeft zich de opstanding al voltrokken. Bij gelovigen is de grote vernieuwing ingetreden. Ze mogen zichzelf zien als mensen die staan in het nieuwe leven. Geen zonde, geen strijd, geen angst voor de dood. Men behoeft voor niets meer te vrezen. De vlag kan in top. En nu geen zondaar meer! De gevolgen van deze leer bleven niet uit. De ontkenning van de opstanding leidde tot zedenbederf. Tot losbandigheid. In het unieke hoofdstuk 1 Cor. 15 waarschuwt Paulus voor personen die de wederopstanding der doden loochenden. Ze zijn niet onschuldig. Hun leer is verderfelijk. Ze ondermijnen de christelijke levenswandel en ze bederven goede zeden ( 1 Cor. 15:32 en 33). Wanneer we nu denken aan onze tijd dan vertonen zich de dwaalleraars op een andere wijze. Rechtvaardiging en heiliging worden uit elkaar gerukt. Het eerste of het tweede wordt alleen benadrukt of vanuit gegaan. Beide zijn echter voluit Bijbels en behoren bij elkaar. Wei onderscheiden, maar ze mogen niet van elkaar gescheiden worden. Ze zijn van en door de dne-enige God, Vader, Zoon en Heilige geest. Vandaar dat het ware geestelijk leven wordt gezien in een Schriftuurlijk, Schriftgebonden leven. Het is ook het kenmerk van dit leven en ieder die het kent wil Schriftuurlijk geleid worden. Maar er is nog meer.

De Bijbel en de moderne cultuur

Het geloof in de Bijbel en het geloof in de moderne cultuur behoeven niet meer, zo zegt men, op gespannen voet met elkaar te staan. Die tijd hebben we gehad. We moeten niet meer tegenover elkaar gaan staan, maar naast elkaar. Theologen zoeken naar een boodschap die enerzijds nog een relatie heeft met de Bijbel en die anderzijds ook voor de moderne mens acceptabel is. We zien dit op theologisch en ethisch gebied. Naast het huwelijk kunnen alternatieve levensvormen aanvaard worden. Samenleven in liefde en trouw moet aanvaard worden. Want waar staat het uitdrukkelijk dat je getrouwd moet zijn? De Bijbelse uitspraken over homoseksualiteit leiden bij nader onderzoek tot een andere conclusie dan voorheen gegolden heeft. Er moet, zo zegt men, ruimte zijn voor elke levensverhouding als er maar sprake is van liefde en trouw. De bezinning op homofilie en alles wat daarmee verband houdt binnen de kerken laat een lange weg zien. Onze kerken hebben een studiecommissie benoemd die pas over drie jaar rapport moet uitbrengen op de synode. Is daar zoveel tijd voor nodig? De synode van 1986 heeft zich met het vraagstuk al bezig gehouden en kwam tot een uitspraak. Waarom nu zolang wachten? Waar houdt dit verband mee? Allerlei gedachten komen naar boven. De opmars van evangelischen en de invloed in reformatorische kringen is merkbaar. In prediking, liturgie en levensovertuiging. Het “nu geen zondaar meer!” vindt weerklank. Rechtvaardiging en heiliging smelten ineen. Wat Christus gedaan heeft roept om de daad van de mens. Je moet jezelf waarmaken. De kennis van de zonde en verdieping van die kennis komt niet meer aan de orde. Dat behoeft niet meer. Wie wijst op Romeinen 7 krijgt als antwoord dat Paulus het daar over zijn eertijds heeft. De gedachte aan overdoop gaat wortel schieten. De menselijke handeling spreekt van geestelijke volwassenheid. Het werk, het soevereine werk van de Heilige Geest, Die als Eerste begint in het leven van een mens, wordt opzijgeschoven. De noodzaak daarvan wordt ondergesneeuwd door allerlei menselijke daden. Wanneer het gaat over het belijden van de kerk dan wordt de catechismus uitgerafeld of als onbegrijpelijk gezien en daarom in de dienst slechts af en toe bruikbaar. Bij kri- tiek zegt men: er wordt gewerkt binnen het raam van Schrift en belijdenis. Laat niemand door deze uitspraak betoverd worden. Er dient gesproken en gehandeld te worden voluit naar Schrift en belijdenis Het “er staat geschreven” dient te domineren. Wie zich daartoe wil inzetten krijgt namen die ontleend zijn aan de tijdgeest. Willen wij in de postchristelijke tijd een Schriftgetrouwe, een belijdenisgetrouwe zijn? Dan hebben we het niet gemakkelijk Er is negering, soms blamering, maar door de Koning vertroosting. Hij sterkt door Zijn Woord wat tevens een daad is: Ik ben met u al de dagen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 2008

Bewaar het pand | 12 Pagina's

EEN DRINGENDE AANSPORING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 2008

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken