Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PAULUS’ LAATSTE AANSPORINGTOT STANDVASTIGHEID

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PAULUS’ LAATSTE AANSPORINGTOT STANDVASTIGHEID

10 minuten leestijd

2 Tim. 4: 3 en 4

Welk een verschil is er tussen Paulus en Timotheüs. De dagen van Paulus zijn geteld. Hij weet het. Vandaar zijn schrijven aan Timotheüs dat de tijd van zijn ontbinding aanstaande is (vers 6). Timotheüs zal nog verder het leven ingaan. Hij zal zijn taak moeten voortzetten. De ambtelijke dienst neemt geen einde. Nu is Paulus niet los van zijn tijd. En dat bijzonder voor Timotheüs en heel de kerk des Heeren.

De tijdgeest

Aan de tijd en zo aan de tijdgeest mag Timotheüs niet voorbijgaan. Er mag ook niet gemakkelijk over gedacht worden. De tijd die komt is zeer gevaarlijk. Aangrijpend. Moedbenemend. Maar ook troostvol. Er is wetenschap bij de Heere. Wat Hij weet, houdt Hij niet voor Zichzelf. De Heere spreekt ervan. Wijst erop. Roept ertoe op om er bij te leven. Te bidden voor wat komt en komen zal. Om getrouw te zijn en gelovig door te gaan met het Woord en de verkondiging van het Woord. Op dat Woord van de Heere en de getrouwe verkondiging daarvan zal men zieh moeten richten. In de houding dient dit gezien en bemerkt te worden. Vandaar dat de alwetende Heere Paulus Timotheüs laat schrijven: Er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen (vs. 3a). De woorden “er zal een tijd zijn”, doen ons denken aan wat er staat in hoofdstuk 3 vers 1. In de laatste dagen ontstaan er zware tijden. Waarin dat blijkt wordt door Paulus duidelijk aangegeven in de verzen 2-9. Met overtuiging schreef Paulus het woord: weet dit. Twijfel er niet aan. Leef er bij. Bij die laatste dagen, die de eindtijd aangeven, behoort de gezonde leer Paulus heeft het reeds gehad over de gezonde leer. We kunnen het lezen in 1 Tim. 1:10.

Gezonde leer

Nu is de gezonde leer het gepredikte evangelie, de apostolische verkondiging. De leer, die naar de godzaligheid is en waarbij de godzaligheid, de godsvrucht betrokken is. Gezonde leer is de zuivere, ware verkondiging voor hart en leven. Het is de leer die de toets van Gods Woord kan doorstaan. Waarvan gezegd kan worden: zo zegt de Heere. Die leer nu schrijft Paulus is gezond. Gezondmakend hart en leven. Beide, hart en leven, worden door het Woord des Heeren en de Geest des Heeren gezuiverd van de dood, het bederf der zonde en het ongeloof Nu zegt Paulus dat de tijd komt dat men die leer niet zal verdragen. Een treffend verschijnsel. Nu dient onthouden te worden, dat Paulus niet het oog heeft op mensen buiten de kerk, tot welke categorie zij ook mogen behoren. Hij denkt wel aan hen Hij heeft op de weg die achter ligt veel tot hen en met hen gesproken. Zelfs gebeden. Ook denkt hij niet aan jongeren of ouderen die het af laten weten. Die loslaten waarbij zij opgevoed zijn. Die nu zeggen: ik doe er niet meer aan. Of: voor mij hoeft het niet meer. Zeker, aan hen ging Paulus niet voorbij. De uitverkiezing was voor hem en zijn werk een troostgrond, maar geen rustgrond in die zin: die zalig moeten worden, die komen er wel. Die geest bezielde Paulus nimmer. Daar mag vandaag wel aan gedacht worden. Want waar Paulus op wijst is hoogst actueel. Paulus heeft het over mensen die godsdienstig zijn. Niet kerkloos. Maar personen die de gezonde leer niet kunnen verdragen. Niet dulden.

Hun houding

De prediking die zij horen is te. Vul nu maar in. Laten we wat Paulus schrijft maar vertalen naar vandaag. Want we zitten midden in die tijd. Met een prediking van voor 1940 of na 1950 kunnen verschwenden niet meer uit de weg. Men zoekt eigentijdse prediking. Een prediking waar je wat aan hebt. Waar je wat mee kan doen. Elementen als onderwijzend, onderzoekend, het zieh kunnen bedriegen, behoren tot het gepasseerde station. Ze vormen een belemmering voor geestelijke bloei vandaag. Nu wil dat niet zeggen dat er met taal en stijl geen rekening moet gehouden worden. Er dient duidelijk, kernachtig gesproken te worden. Waar jongeren in het luisteren moeite mee hebben, moet overdacht worden en waar nodig is moet er correctie of aanvulling zijn. Men is dienaar van heel de gemeente. Echter de inhoud van de prediking, van de leerstof, moet onveranderd zijn. Vandaar ook het Paulinisch vermaan: predik het Woord (2 Tim. 4:2a). Voluit het Woord. Alleen het Woord. Nu is het erg dat er zijn die het onder de gehoorde prediking, de gezonde leer, niet kunnen uithouden en iet anders begeren. Paulus schrijft: men zal kittelachtig van gehoor zijn (2 Tim. 4:3b). Dat wil zeggen dat men graag iets wil horen dat het oor streelt. Men verlangt geen onderwijs uit het Woord. Geen tucht, noch minder bestraffing. Alleen maar streling van het gevoel. Of wat het denken bevredigt. Of naar eigen denken is. De diensten zijn ook te saai. De preken maken je niet blij. God vindt ons toch zo waardevol. Hij is vol liefde ten opzichte van ons. Daar moeten we bij leven. Dat geeft blijdschap. Die blijdschap neemt toe wanneer je denkt aan wat Christus Jezus naar de wil van God voor je heeft gedaan. Zo gaan we op naar Jeruzalem. Met een jubeltak in de handen Het lied stimuleert dit ook. Voor het aanvullende lied moeten we dankbaar zijn, want de Psalmen brengen ons niet op de juiste toonhoogte. De liederen verhogen de diensten. Welk een sfeer is er zo in de diensten. Wat heeft men in en aan ouderwetse erediensten? Starheid, saaiheid. Laat die mentaliteit niet bij ons overwaaien. Zeker mag er geen geest van zelfvoldaanheid zijn. Zelfs in geen enkel opzicht. Maar voor opzij drukken moeten we niet bang zijn. Het goud in de Psalmen blinkt en laten we dit in de gemeentezang laten horen. Welk een rijkdom bevatten de Psalmen. Zij zijn onovertrefbaar. Het Bijbelse lied en een goede begeleiding doen veel. Wie het weet belijdt van harte: hoe lieflijk hoe vol heilgenot, o Heer der legerscharen God, zijn mij Uw huis en tempelzangen (Psalm 84). Nu zegt Paulus in 2 Tim. 4 dat er een tijd komt dat men leraars zoekt naar eigen smaak en dat aantal leraars zal niet gering zijn. Men komt van de één tot de ander. Het oor wil alleen maar horen tot bevrediging. Men heeft zijn eigen groep.

Ons land

Nu kan men in ons land overal terecht. Reformatorisch, evangelisch en oecumenisch. Van rechtzinnigheid tot vrijzinnigheid. Te kust en te keur. Overal heeft men de Bijbel in de hand en spreekt men uit de Bijbel. Maar het is zeer verschillend. Er zijn twee uitersten. Een starre opstelling of een verwarrende opstelling. Enerzijds het optrekken van eigen kerkmuren. Anderzijds het neerhalen van die muren. Want welke betekenis hebben die vandaag nog? De overstap wordt ook gemakkelijk gemaakt. De overdoop raakt ook in. Men redeneert als volgt. Mijn doop was de keus van mijn ouders. Ik werd gedoopt. Maar ik was het mij niet bewust. Mijn kinderdoop betekent niets voor mij en zo doet die doop mij niets. Maar nu de overdoop. Wat heb ik daar niet van gehoord en gezien. Wat kan het overdopen doen in je leven. Het geeft levensverrijking. Levensverzekering. Levensvreugde. Nu dreigt het gevaar dat de overdoop een eigen plaats dreigt te krijgen in de kerk. Zelfs onder ambtsdragers. Hoe noodzakelijk is te blijven bij wat Paulus schrijft over de gezonde leer. De leer van Jezus Christus de Heere. De leer van de profeten en de apostelen. De leer van Gods Verbond en Woorden. Vertolkt de eeuwen door. Vanaf de reformatie. Vastgelegd in de drie formulieren van Enigheid. Die spreken van het belijden van de kerk. Ze zijn van gisteren, maar ook voor vandaag. De belijdenisgeschriften moeten legitiem blijven. Ze dienen steeds te leven in de kerken. In de harten, met daarbij Hebr. 13:7. Gedenkt uwer voorgangeren die u het Woord Gods gesproken hebben en volgt hun geloof na aanschouwende de uitkomst hunner wandeling. Timotheüs nu moest in getrouwheid gaan in het spoor van de vaderen. Een spoor getrokken door de profeten en de apostelen. Zonder bevreesd te zijn als het Woord wordt tegengesproken of zelfs afgewezen. Ook niet zwijgen wanneer het komt tot enige afzwakking van een stukje leer of leven. Hij moet zieh nimmer laten verleiden tot het bevredigen van mensen of tot het mee willen teilen. Tijden veranderen en daarom wij met hen. In zijn testament, zijn laatste brief, heeft Paulus met nadruk gezegd: benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt, 2 Tim. 2:15. Wanneer dat praktijk is, dan staat het woord “aangepast” niet in het woordenboek. Wel de woorden duidelijkheid en verduidelijking. In dit verband is bestudering van het boek Handelingen dringend nodig. Daar vinden we genoemde trefwoorden in de praktijk. Handelingen 26 moet maar veel gelezen worden. Waar en hoe heeft Paulus gesproken. Ook wat de inhoud betreff. Paulus is nog niet ten einde met de aanduiding van de kornende werkelijkheid: en zij zullen hun gehoor van de waarheid afwenden en zullen zieh keren tot fabelen (vs. 4).

Fabels: Niet te scherp

Daar zouden we aan kunnen denken. Moest Paulus dat wel zeggen. Ik heb anders verwacht. Een gedachte die vandaag leeft. Spreekt tot ons zachte dingen. Dat wordt hier en daar gehoord. Nu is Paulus geen heldhaftig persoon. Wel iemand die liefheeft en het eeuwig welzijn op het oog heeft. Het eeuwig behoud. In dat licht nu is de liefde scherp Vandaar dat Paulus er geen doekjes om windt. Van het betrouwbare, zaligmakende Woord keert men zieh af tot wat geen enkel nut heeft noch minder iets oplevert. Men hoort en leest van fabels. Mythen. Van Dale zegt in zijn woordenboek: een mythe is een ongegrond verhaal. Als juist aanvaarde, maar ongefundeerde voorstelling. Waar Paulus op doelt weten we niet precies. Maar hij maakt korte metten met aan wat bekend is van de zogenaamde ware leraars. Ze laten hun woorden strelend horen. Mensen worden ermee zoet gehouden. In slaap gewiegd. Veilig gerustgesteld voor de eeuwigheid. Is het vandaag anders? Die ijver, die inzet, is niet van de lucht. Prikkelende woorden en meeslepende muziek doen het. Daar heb je wat aan. Het wordt erin gestampt of ingedragen: God houdt van je! Jezus is voor je gestorven. Gelooft het! Gelooft het! Doe je het, dan is alles in orde. Zo gaat men slapend, niet “inslapend” naar de eeuwigheid. Willen we reformatorisch calvinistisch zijn, dan hebben we bijzonder vandaag een heletaak. Eerlijk, oprecht, vol liefde, naar het Woord van de Heere met mensen omgaan. En zelf steeds staan onder de tucht van Gods Woord. Met het gebed: Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord en laat geen ongerechtigheid over mij heersen. Psalm 119:133.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 2008

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PAULUS’ LAATSTE AANSPORINGTOT STANDVASTIGHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 2008

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken