Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ambtelijke praktijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ambtelijke praktijk

7 minuten leestijd

HERDERLIJKE ZORG Titus 1:1

Toen het tijdens een college ging over het pastoraat, werd door prof. L.H. van der Meiden heel sterk benadrukt dat een predikant zijn gemeente moet kennen. Daar moet hij zich op toeleggen. Het is nodig voor de juiste bearbeiding van de gemeente. Daar nu was Paulus ook van overtuigd. Hij was niet als vaste predikant verbonden aan een gemeente, maar als missionair dienaar nam hij grondige kennis van de gemeente. Het wel en het wee ging hem ter harte. Uit zijn brieven blijkt dit overduidelijk. Hoe hij aan de kennis of situatie kwam. Inlichtingen ontving hij van zijn trouwe, kundige medewerkers. Hij stuurde ook personen naar een bepaalde plaats. Soms heel sterk de juiste man op de juiste plaats. Zeker, er moet in de eerste plaats in gezien worden de leiding, de besturing van de Heere, maar de persoonlijke handeling mag niet uitgesloten worden. In dit verband moeten we denken aan de daad van Paulus ten aanzien van Titus. Naar de wil van Paulus moet Titus gaan werken op het eiland Kreta, een eiland ten zuiden van Griekenland. Liggend in de Middellandse Zee. In de Bijbel komt de naam maar een enkele keer voor. We weten wat Paulus tijdens het noodweer op zee zei: O mannen, men behoorde mij wel gehoor gegeven te hebben en van Kreta niet afgevaren te zijn en deze hinder en deze schande verhoed te hebben (Hand. 27:21). Kreta was in die tijd een overwinteringsplaats. Bijzonder is opvallend dat in Handelingen 2 in de lijst van aanwezigen te Jeruzalem ook Kretenzen worden genoemd. Op het eiland woonden joden. Zeker zijn onder hen oprechte gelovigen in Jezus Christus gekomen. De Heilige Geest werkt universeel. Zeker zal bij terugkeer een christelijk station of gemeente ontstaan zijn. Na zijn eerste gevangenschap te Rome is Paulus via Kreta naar Griekenland en Klein- Azië gereisd. Na kennisneming van de situatie op Kreta kwam Paulus tot de overtuiging dat er kerkenwerk gedaan moest worden. Er diende een geordend kerkelijk leven te komen met toerusting tegen de dwaalleer en de dwaalgeesten. Er is werk aan de winkel. Paulus acht daarvoor Titus geschikt. Hij moet aan de slag. Een geweldige taak. Maar wat doet de herder Paulus? Hij schrijft aan Titus een brief.

Een echte pastorale, bemoedigende en stimulerende brief. Voor ons valt veel te leren uit de verhouding tussen Paulus en Titus. ‘Ik heb het zo druk’ is een modewoord geworden. Een dekmantel. Het getuigt van weinig geestelijke verbondenheid. Paulus was veel op reis. Er waren zorgen en moeiten. Hij zegt zelfs: dagelijks overvalt me de zorg van al de gemeenten ( 2 Kor. 11:28). Maar het denken aan en het meeleven met personen en gemeenten bleef. In dit verband moet ook de brief aan Titus gelezen worden. Hij is niet voor hem alleen. Typisch schrijft Calvijn: de geschreven brief moet niet alleen in het slaapvertrek door Titus gelezen worden, maar ook in het openbaar. Zich verdiepen in de brief is ook onze taak.

Opschrift

Wat opvalt is dat het opschrift van de brief ongeveer gelijk is aan het begin van andere brieven. Nu schrijft Paulus dat hij een dienstknecht van God en een apostel van Jezus Christus is(vs. 1a). Die aanduiding was niet bedoeld om de aandacht op zichzelf te vestigen. Paulus was wars van profileren of etaleren. Op de school van de Heilige Geest had hij dat afgeleerd. Maar ook aangeleerd: die roemt, roeme in de Heere alleen. Met nadruk beleed hij: door de genade Gods ben ik die ik ben. In deze brief wil hij benadrukken, dat hij door Goddelijke verkiezing een dienstknecht van de Heere is geworden. Een slaaf. In zijn dienst mag en wil hij staan. In kerk en wereld. Tevens beleed Paulus dat zijn werk hem opgedragen is. Hij heeft te doen wat zijn Zender eist. Aan zijn bekendmaking wordt toegevoegd: een apostel van Jezus Christus. Paulus weet het en daarom mag hij het belijden dat hij een gezondene, een uitgezondene door Jezus Christus is. Een gezant van Hem. Wat de Heere Jezus tot Zijn discipelen sprak, geldt ook van Paulus. Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren en Ik heb u gesteld dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en dat uw vrucht blijve (Joh. 15:6). In het leven van Paulus stond de wil des Heeren centraal. Het geroepen zijn door de Heere tot het ambt. Die roeping des Heeren is er nog. Na die roeping plaatst men zich in de geordende weg. Bij toelating gaat men studeren. Waar de Goddelijke roeping is, is ook een staan naar bekwaammaking. Een hechte band aan Schrift en belijdenis. Met het gebed tot verdieping en verrijking van geestelijk onderwijs. Een levende relatie met God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest en hun werk. Wat Paulus verder schrijft mag de aandacht niet ontgaan. Hij heeft het over een prediking naar het geloof der uitverkorenen. In de kanttekening staat terecht: Paulus predikte dezelfde leer die de uitverkorenen Gods van alle tijden geloofd hebben, dat zijn de gekenden des Heeren, de eeuwen door. Naar wie de Heere had omgezien. In wier leven de Heere gekomen was. De gekenden in het Oude Testament en de gekenden uit de tijd van Paulus. Allen, zoals hij zelf zegt, die een even dierbaar geloof hadden verkregen. Uit zijn groeten blijkt ook aan wie hij zich verbonden wist. Hij was een vriend en metgezel van allen die de Heere ootmoedig vrezen en leven naar Zijn goddelijk bevel. Dat is ook één van de levenskenmerken van de ware ambtsdrager. Het was Paulus niet te doen om te spreken naar de mond, maar zoals in Jesaja staat, naar het hart van Jeruzalem. Calvijn schrijft: Paulus geeft te kennen dat hij geen leer brengt die niet overeenkomt met het geloof van Abraham en van alle vaderen. Zo is het noodzakelijk, schrijft Calvijn, wanneer iemand heden ten dage gehouden wil worden voor een opvolger van Paulus, dat hij bewijst dat hij een dienaar is van dezelfde leer. Het woord missionair is ‘in’. We mogen het niet opzij schuiven, maar laat voor alles werkelijkheid zijn wat in het bevestigingsformulier staat. Er worden geen geringe zaken geëist van een dienaar van het Woord. Tot de taak van de dienaar des Woords behoort: Onderwijzen, vertroosten en bestraffen naar eens iegelijks behoefte. De bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus prediken. Wederleggen alle dwalingen en ketterijen die zich tegen deze zuivere leer strijden. Een predikant is zomaar niet met het dienstwerk klaar. Het houdt wat in dienaar van het Goddelijke Woord te zijn. Er is gezegd en terecht: niet de overeenstemming met het laatste nieuws op theologisch gebied, maar de overeenstemming met het geloof der uitverkorenen Gods mag de eer van het ambt zijn. Dan is niet primair wat aanlokkelijk is, wat de mens trekt, maar wat nodig is voor leven en sterven, voor het leven in de vreze des Heeren. Een bekwaam puriteins theoloog heeft eens gezegd: houdt nooit een leerrede waarin deze drie waarheden niet voorkomen. Verderf door de val. Gerechtigheid door Christus. Wedergeboorte door de Heilige Geest. Gode zij dank is er de Heilige Geest. Zeker, de Schrift wijst op meer. Maar genoemde zaken mogen niet ontbreken. Deze zaken dienen ook niet slechts genoemd te worden, maar Bijbels uitgewerkt te worden. Tot lering en tot zegen van de gemeente.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2009

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Ambtelijke praktijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2009

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken