Bekijk het origineel

Een biddende Borg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een biddende Borg

“En ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid” Johannes 14:16

5 minuten leestijd

U en ik, wij allen hebben nodig de werking van Gods Geest in onze harten. Hij wordt ons deel in de weg van het gebed; in de weg van de werkzaamheden met Christus beloftewoord. Zonder gebed gaat het niet. Maar de zaligheid van al Gods kinderen ligt vast in de Handen van een Ander. Van de Heere Jezus Christus, Die de Zaligmaker van zondaren is. In bovengenoemde tekst gaat het over het gebed van Christus. ‘Ik zal de Vader bidden’. O nee, dat sluit ons bidden niet uit, maar in. Immers bidden de discipelen ook. De begeerte is gewekt. Maar de grond der vervulling van de belofte van de Heilige Geest ligt in de voorbede van Christus. Ik zal bidden. Ik, de Borg. Ik, de Middelaar. Ik zal bidden met Mijn doorboorde handen. Zo moet het. Er is geen andere weg, want de gave van de Geest is diep verzondigd en verbeurd. Gelukkig de mens die hier iets van mag verstaan. Wij hebben Christus nodig. Wij hebben Hem nodig als Voorbidder. Zalig die tot Hem uit mag gaan! Dan gaan we bidden om Zijn bidden. Ons gebed is dan om Zijn gebed. Ik leer bidden VOOR mij. Hebreeën 7 zegt: ‘Maar Deze, omdat Hij in eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk Priesterschap. Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden’. Zonder Hem, Kerk des Heeren, kunt gij niets doen. Christus’ werk is zo volkomen dat Hij u kan verzekeren: ‘En de Vader zal u een andere Trooster geven’. Een andere. Want Christus Zelf is ook Trooster. Lamech, de vader van Noach heeft reeds profetisch van de Christus gezongen: ‘Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de Heere vervloekt heeft!’ Christus is de Troost voor een vloekwaardige zondaar. Waar het ene wordt beleefd (onze vloekwaardigheid) komt het andere (Zijn Troost) tot zijn recht. Heel de Persoon en al het werk van de Borg en Middelaar is een ontzaglijke heerlijke troost voor al Gods bedroefde kinderen. De Heilige Geest vertroost ook. En Hij troost op dezelfde wijze als de Zoon. Hij ontdekt en overtuigt enerzijds. Iets van ons goddeloze bestaan wordt ingeleefd. Maar de kwaal blootgelegd hebbend, vertroost Diezelfde Geest met het werk en de Persoon van Christus. Hij heelt gebrokenen van harte, en Hij verbindt z’ in hunne smarte, die in hun zonden en ellenden, tot Hem zich ter genezing wenden! Hier is een woord voor ongetroosten, voor bedroefden van geest. De Vader zal u geven. De Vader, Die ook Zijn Geliefden Zoon gaf, geeft ook de Geest van Zijn Zoon. De Geest komt voort uit de schatkamer van Gods hart als een wonder van Zijn welbehagen. Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Heere over degenen die Hem vrezen. Die Geest blijft bij u in der eeuwigheid! Hemel en aarde mogen vergaan (en hij zal komen). De Geest blijft! Ook deze genadegift is onberouwelijk. Dat Hij blijft in het hart waar Hij woning maakt, wil niet zeggen dat het voor het kind des Heeren nu altijd alleen maar licht en vrolijkheid is. O nee, er zijn vele dagen van duisternis. Dagen van vrees en twijfel. Van ongeloof en zondelust. We weten van David dat de Geest van God op hem rustte van de dag van zijn zalving af voortaan. Maar David kent ook zijn vrees wel nog eens door Sauls hand om te zullen komen en het doel nimmer te bereiken. Maar met name door de kracht van het verdorven vlees wordt de Geest door ons tegengestaan. Als het vlees zijn triomfen viert, wordt de Geest Gods bedroefd en wijkt Hij met Zijn vertroostingen, liefelijke nabijheid en vrede. Maar toch blijft David een kind van God. Toch laat de Geest het in hem begonnen werk niet varen. Waaruit blijkt dat? Wel in die dagen van duisternis en zonde voelt David zich ondertussen diep en diep ongelukkig. Hij tiert niet meer. Zijn ziel is een grote schreeuw naar God dat het anders ware met hem. Dat is het bewijs dat de Geest niet van hem geweken is. Hij blijft bij David. Maar waarom dan? Omdat David dan toch uiteindelijk zo’n aardige man is toch nog zo’n lief kind van God? Neen; de grond ligt in Christus werk. Ik zal de Vader bidden, niet alleen opdat gij die Trooster zult mogen ontvangen, maar ook opdat Hij bij u blijve. Petrus, Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude! Wat een wonder, wat een onuitsprekelijke zaligheid voor de Kerk. O ja, ze plukken echt wel de vrucht van hun natuurlijke, vijandige daden, maar dat moet dienen om van de zonden steeds meer af te sterven en om de zonde steeds meer te haten en te vlieden. Maar al Gods kinderen zullen eeuwig plukken de vruchten van Christus werk. Hun zonden mogen de hemel uit het hart houden, maar Christus werk houdt hen vast. Zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid. Dat wordt voor al Gods kinderen een onuitsprekelijk wonder van Gods goedertierenheid. Ze gaan al meer en meer bidden om die Heilige Geest:
Verwerp mij van Uw aangezicht toch niet;
ai, laat van mij Uw Heil’gen Geest niet scheiden.
Die kan alleen op ‘t rechte spoor mij leiden.
Bestier mijn gang, daar Gij mijn zwakheid ziet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Een biddende Borg

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 2010

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken