Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk buiten het paradijs. Jakobus 4: 1-3

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerk buiten het paradijs. Jakobus 4: 1-3

9 minuten leestijd

Wij zijn kerk buiten het paradijs. Een bekende uitspraak. Ze wordt nogal eens gebruikt. De aanduiding of de uitleg ervan is niet altijd gelijk. Het wonder ontbreekt wel eens. Want het is een wonder van de Heere dat er uit het gevallen menselijk geslacht gemeenten ontstaan. Het is ook een wonder dat gemeenten blijven voortbestaan en dat er levende lidmaten mogen zijn. Het is ook een wonder dat er geroepen dienaren en geschonken ambtsdragers zijn. Soms kan een lange tijd het beeld van gemeenten niet rooskleurig zijn en dan is het een dubbel wonder dat zij nog bestaan. Zo was het in de tijd van Jakobus. Het gemeentelijke leven ging door. Diensten werden gehouden. Aan samenkomsten ontbrak het niet. Maar hoe was het onderlinge leven. Er waren trieste situaties. Dit waren omstandigheden die aan Jakobus niet voorbijgingen. Als herder van de gemeente kon hij zich hier niet bij neerleggen of zich tevreden stellen met de gedachte dat het van voorbijgaande aard zou zijn. Jakobus meende ook niet dat het een bagatel was. De omstandigheden leken op een oorlogssituatie. Met overtuiging schrijft hij. Welk een schrille tegenstelling is er met wat er staat aan het einde van hoofdstuk 3. Het hoofdstuk eindigt met vrede. De vrucht der rechtvaardigheid wordt in vrede gezaaid voor hen die vrede stichten (vs. 18). Dit woord staat niet los van wat Jezus in de bergrede beleden heeft. Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden (Matth. 5:9). Vrede en nu oorlog. Welk een contrast! Is de situatie in de gemeente zo ineens veranderd of verergerd? Er is een kwaad, zelfs een zonde die opeens duidelijk merkbaar is. Werd in hoofdstuk 3 gewezen op het misbruik van de tong, nu gaat het om heftige woorden die doen denken aan veldslagen. Wat kan er voor komen, wat kan er zijn in gemeenten. Laten we vandaag de oren en ogen niet sluiten. Wat in alle hevigheid in de wereld wordt bemerkt gaat de gemeente niet voorbij. En staan bijzonder de predikanten op de bres, zij behoren te zeggen: mijn broeders en zusters, het behoort alzo onder ons niet te zijn. Het zwijgen is zonde. De scherpe verhoudingen kunnen verder gaan dan gemeenten. Het komt voor dat er op elke meerdere vergadering een appel is. Terecht of onterecht. Soms zijn er meer dan één. Het kan zo triest zijn. Zo ook in de dagen van Jakobus. Jakobus heeft het over krijgen en vechterijen. Oorlogen en veldslagen. Op beide situaties wijst de grondtekst. Beide woorden doen denken aan conflicten en botsingen tussen volkeren. In oorlogstermen wordt de onderlinge twist getekend. Voor zover we na kunnen gaan, gaat het niet om leergeschillen. De strijd moet gelegen hebben op het terrein van hebzucht en eerzucht. Gaat het om leergeschillen dan kan de woordenstrijd zeer fel zijn en het persoonlijk leven van de ander kan diep geraakt worden. Een Jehu’s ijver kan gehouden worden voor een ijver voor de leer die naar de godzaligheid is. Wat een blindheid kan er zijn. Scheuringen kunnen het gevolg zijn en wat er op volgt. Iemand zei eens: van een kerkscheuring kun je een hartinfarct krijgen. Jakobus 4 vers 1 wijst ons niet op theologische kwesties, maar op materiële situaties. Afgunst en hebzucht kunnen diep ingrijpen. In de Bijbel komen we voorbeelden tegen. Al is het niet letterlijk, maar figuurlijk kunnen er oorlogssituaties voor komen.

De bron van de strijd
Nu laat Jakobus het niet bij de vraagstelling waar wat aanwezig is vandaan komt. Hij wijst op de bron. Komen zij niet hiervan namelijk uit uw wellusten die in uw leden strijd voeren (vs. 1b). De bron van wat is, zegt Jakobus, ligt niet in omstandigheden of lotgevallen, wat zeker het geval kan zijn, maar ligt in de mens zelf. Alles wat is komt van binnen uit. Hierin ligt een les. De kernoorzaak moet opgezocht worden. Wanneer dat niet gebeurt dan zijn er oeverloze besprekingen. Het kan een doolhof worden waar men niet gemakkelijk uit komt. Het laat gevolgen zien. Ronduit zegt Jakobus, en hij gaat het bewijzen, uw hart is de bron van alles. Alle lusten komen eruit voort. De wellusten voeren strijd in uw leden. Er dient onder verstaan te worden: uw hartstochten voeren oorlog door middel van uw leden. De wellusten maken zich meester van alle lichaamsdelen en breken zo van binnen uit naar buiten. In de strijd maken zij gebruik van de tong, de mond en de hand. Ook nu gebeurt er wat. Er wordt wat gehoord. Er wordt wat geschreven in kerkelijke kringen, ook nu. Soms met opluchting gepaard: zie zo, dat heb ik gezegd, geschreven of gemaild. Zelfs anoniem. Wat is er toch veel te bidden en te vragen. Vanzelf niet een enkele keer, maar steeds. Altijd zijn er dreigende gevaren en het hart is onrein en de driften zijn veel. Jakobus zegt hoe droevig de situatie in de gemeenten was geworden.

Het jagen naar
Gij begeert en hebt niet. Gij benijdt en ijvert naar dingen en kunt ze niet verkrijgen. Gij vecht en voert krijg, doch gij hebt niet (vs. 4). Steeds is er maar dat begeren. Wat men ziet of een ander heeft wil men bezitten. Er is toch steeds het jagen naar meer of iets anders. Is dat ook niet een kwaal die er vandaag is? Men wil dit of dat. Iedere keer wat nieuws. In gesprekken moet je niet achter blijven. Je moet mee kunnen spreken over wat je hebt of over waar je geweest bent. Welk een kado’s worden gegeven op kinderverjaardagen en wat wordt er niet gepresenteerd. Zeker, het mag. Maar er zijn grenzen aan. Wordt er nog iets gegeven voor op de spaarbank? Dat mag toch geen verleden tijd zijn? Ook dient tevredenheid gekweekt te worden. Er dient gezegd te worden wat tevredenheid doet en werkt. Als er gezongen wordt ‘wees tevreden met uw lot’ dan is het laatste geen noodlot. Het is een beschikking door de Heere. Dat geldt ook van ons hebben en houden. Bij de opmerking: gij begeert en ontvangt niet, vermeldt Calvijn: het gaat over het onverzadigbare van het begeren. Hij voegt er aan toe: al werd een hele wereld gegeven, men zou begeren dat een nieuwe wereld werd geschapen. Daarom schrijft Jakobus: gij hebt niet. Het komt bij jullie niet tot verzadiging of tot bevrediging van jullie behoeften. Jullie houding en gedrag zijn daarbij betrokken. Het is maar vechten en krijg voeren (vs. 2). Met haatgevoelens is men vervuld. De houding tegenover de ander die heeft, wat men zelf niet kan verkrijgen, vervult het leven met wrevelige gedachten en gevoelens. Het resultaat daarvan is merkbaar. Die gezindheid, die houding is niet naar de wil van de Heere. Gelijk we van Asaf lezen. Hij was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede, Psalm 73:3. Nu kan er gebeden worden, maar er wordt niets ontvangen. Bidden en allerlei gevoelens en zelfs daden kunnen niet samengaan. Persoonlijk of gemeenschappelijk kan dit aan de orde zijn. Het bidden laat geen verhoring zien. Jakobus schrijft zelfs: Gij bidt en gij ontvangt niet omdat gij kwalijk bidt (vs. 3). Er werd dus gebeden in de gemeenten. In de huizen. Maar de situatie bleef zoals die was of verergerde. Tijdens een pastoraal bezoek wordt soms de opmerking gemaakt: Ik bid, maar waar ik naar uit zie, wat ik nodig heb, wordt niet ontvangen en wat er in de Bijbel staat houdt me bezig. Gij bidt en ontvangt niet omdat gij kwalijk bidt. Dominee, hoe moet het? Na het aandachtig luisteren moet de pastor het Schriftgegeven voorlezen en wijzen op het verband en zo waarom de waarschuwende woorden gesproken zijn. De wijze waarop het geschiedt dient niet corrigerend, maar onderwijzend te zijn. Heel de tekst door. Wat Jakobus schrijft dient meegenomen te worden. Het kwalijk bidden laat een gevolg zien. Ge ontvangt niet opdat men het gevraagde niet in eigen wellusten, in genotzucht, zou doorbrengen. Een zuivere handleiding hebben we in de kanttekening van de Statenvertaling. Daar staat: het kwalijk bidden en het onverhoord zijn houdt verband met dat ge met het verlangde uw kwade begeerlijkheden zoudt mogen voldoen en voeden. De gebeden zijn hebzuchtige gebeden. Het zijn ik-gerichte gebeden en die worden niet verhoord. Wel de gebeden die gericht zijn op de vervulling van de tijdelijke en geestelijke nooddruft. In Zijn wijsheid bepaalt de Heere de tijd en wijze maar het laat niet tevergeefs op zich wachten. Woorden tot bemoediging, tot aanhouden heeft hij gegeven aan nietsbezittende mensen. Zelfs aan onwaardigen. Psalm 81:12 staat als een rots. Onwankelbaar en zeker de eeuwen door. Welk een troostvolle, sterkende woorden kunnen gesproken worden tijdens het pastoraat. De pastor zelf zal de vrucht niet ontgaan. In Spreuken staat: de zegenende ziel zal vetgemaakt worden (11:25). Welk een kanttekening wordt gegeven. De ziel der zegening dat is die met weldoen een zegen voor anderen is. Onder vetgemaakt worden moet verstaan worden: dat is hij zal zeer gezegend worden en gans welvaren. Hieronder valt het contact, het spreken van elke ambtsdrager, maar zeker van een predikant. Hij heeft als eerste het contact met zijn gemeenteleden. Het pastorale contact kan zo sterkend zijn. Sterkend in het geloof in de drie-enige God. Vastgelegd in het onfeilbare Woord. Voor het persoonlijk en het ambtelijk geloof. Dit houdt verband met het feit dat bijzonder een predikant soms bemerkt dat men kerk is buiten het paradijs. Maar troostvol is: Hij Die geleden heeft buiten de legerplaats, vergeet en verlaat niet. Hij is de getrouwe Koning- Ambtsdrager die Zijn nietige, niets kunnende, niets bezittende ambtsdragers steeds geeft wat nodig is, niet om te heersen, maar om te dienen. Dienen wordt de lust van het leven. Gedreven door de liefde van de Priester Jezus Christus. Zo kan het ook in de kerk goed zijn. En dat buiten het paradijs! Hallelujah, lof zij de Heere.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kerk buiten het paradijs. Jakobus 4: 1-3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 2011

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken