Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Aan de rivier Ahava - pagina 7

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aan de rivier Ahava - pagina 7

Bede- en boetedag-predikatie over Ezra 8: 21-23 uitgesproken op onzen biddag 14 Maart 1934

2 minuten leestijd

Ps. 25 : 4. Lezen: Ezra 8 : 21—36. Ps. 35 : 6. Ps. 118 : 3 en 8. Ps. 145 : 6. Ps. 107 : 4.

*

Toen riep ik aldaar een vasten uit aan de rivier Ahava, opdat wij ons verootmoedigden voor het aangezicht onzes Gods, om van Hem te verzoeken eenen rechten weg, voor ons en voor onze kinderkens, en voor al onze have. Want ik schaamde mij van den Koning een heir en ruiters te begeeren, om ons te helpen van den vijand op den weg; omdat wij tot den Koning hadden gesproken, zeggende: De hand onzes Gods is ten goede over allen, die Hem zoeken, maar Zijne sterkte en Zijn toorn over allen, die Hem verlaten. Alzoo vastten wij, en verzochten zulks van onzen God, en Hij liet Zich van ons verbidden. Ezra 8

:21—23.

Het is een opmerkelijk getuigenis, mijne geliefden, 't welk de schrijver der Kronieken ons geeft van de kinderen van Issaschar. In 1 Kron. 12 : 32 toch lezen wij: „En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israël doen moest; hunne hoofden waren tweehonderd, en al hunne broeders pasten op hun woord." Hier wordt dus geleerd dat zij in staatkundige zaken wijs, en met een vlug en tevens vast oordeel begaafd waren en dit wel ten allen tijde en onder de dikwerf moeilijkste omstandigheden. Zoo zelfs dat de Geest er van getuigt, dat de broeders hunne wijsheid vertrouwden en pasten op hun mond, zooals er letterlijk staat. Schoon zegt hierover de kantteekening van onzen Statenbijbel: „dat is, verstandige en ervaren mannen, die goeden raad konden geven, op welken tijd men allerbest wat zou mogen of kunnen doen of laten, hetzij in den krijg en maatschappij of ook in de landbouwerij." Gezegend een volk, gezegend een land waar zulke kinderen van Issaschar wonen, bovenal wanneer die kennis geheiligd mag zijn door de kinderlijke vreeze Gods. Ook wij allen moeten den tijd, waarin wij leven leeren verstaan. Het is in zoo menigvuldig opzicht beschouwd een bange tijd. Er wordt veel geklaagd te pas of te onpas. Er wordt weinig gehoord, 't geen juist zoo 5

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 maart 1934

Brochures (TUA) | 20 Pagina's

Aan de rivier Ahava - pagina 7

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 maart 1934

Brochures (TUA) | 20 Pagina's

PDF Bekijken