Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en kerk - pagina 21

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en kerk - pagina 21

3 minuten leestijd

alle dingen. God heeft Hem om Zijn gehoorzaamheid een naam gegeven boven allen naam 1 ) . In diezelfde tweeërlei verhouding staat Hij ook tot de kerk als instituut. Eenerzijds is Hij haar organisch H o o f d en giet Hij in haar de hemelsche gaven door Zijn Geest en W o o r d rechtstreeks uit. Anderzijds is Hij haar koning, en regeert Hij en leidt Hij haar door het ambt 2 ) . Toen de kerk als cultusgemeenschap in het begin der geschiedenis ontstond, heeft ze wel geleefd bij de charismata, die Christus als haar organisch H o o f d in haar uitstortte. Evenzoo leefde de kerk aan het begin van het N . T . grootendeels bij die charismata. Evenzeer echter als in het O. T . domineert spoedig in het N . T . de vaste ambtelijke ordening, gelijk die door Christus en de apostelen werd ingesteld. Het opkomen van die ambtelijke ordening geschiedde dan naar een tendenz, die van het begin af in die gemeenschap inlag, omdat Christus ook haar koning is 3 ) . Zelfs is het domineeren van de ambtelijke werkzaamheid in de ï) Ef. 1 : 22, Fil. 2 : 8, 9. -) Hiertegen had Dr. Ph. J. Hoedemaker zijn bezwaren. In zijn „De kerk en het moderne staatsrecht"' protesteert hij eerst tegen de z.i. verkeerde vereenzelviging van de kerk met het koninkrijk Gods, waarbij bij dan Rome, Luther, de dooperschen en de doleerenden op één hoop werpt. T o t dezen gedachtengang kon hij alleen komen, doordat hij het onderscheid tusschen de Kerk als organisme en de kerk als instituut uit het oog verloor. Om zijn streng uit elkander houden van koninkrijk Gods en kerk wil hij eigenlijk ook niet weten van een koning-zijn van Christus over Zijn kerk. Hij geeft nog wel toe, dat Christus koning over Zijn gemeente is, maar Zijn koning-zijn gaat toch op in Zijn organischHoofd-zijn. (bldz. 66). Z o o komt de geheele macht van het ambt in de kerk wankel te staan. Inderdaad is Christus het H o o f d der Zijnen, als aller vertegenwoordiger, profeet, priester en koning, opdat Hij aan allen die ambten zou terugschenken. Bovendien is Hij echter ,,uit het volk verhoogd", om ook o v e r Zijn volk koning te zijn. Hoe zouden anders de ambtsdragers Zijn gezanten, Zijn gedelegeerden (2 Cor. 5 :20) zijn? M e t dat koningschap van Christus staat dan het ambt in de kerk in verband. D a t ambt vloeit niet voort uit het drieërlei ambt van Christus als den tweeden Adam (zooals ik ook foutief in mijn De Rechten des V e r b o n d s gezegd heb). Uit dat laatste vloeit wel voort het ambt der geloovigen. Daarvan moet echter onderscheiden worden het kerkelijk ambt, dat met die bijzondere verhooging van den Christus in verband staat. Dan vervalt ook alle gevaar, dat men aan het ambt in de kerk eenig sacraal-sacerdotaal karakter zou toekennen. :1 ) V o o r t d u r e n d is er geweest de spanning tusschen gave (het montanisme) en het ambt (de katholieke kerk). Als derde kwam 19

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 april 1935

Brochures (TUA) | 27 Pagina's

Kerk en kerk - pagina 21

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 april 1935

Brochures (TUA) | 27 Pagina's

PDF Bekijken