Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Dordtsche Synode en het Supra-lapsarisme - pagina 35

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Dordtsche Synode en het Supra-lapsarisme - pagina 35

Rede gehouden bij de overdracht van het rectoraat aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland op 17 september 1937

2 minuten leestijd

53 iets anders, of wij over geroepenen of over uitverkorenen spreken? Zoo is het ook heel wat anders, of wij spreken over „menschen" of over „uitverkorenen" waarmede God Zijn genadeverbond heeft opgericht (gemaakt). Het eerste is veel breeder dan het laatste. Is het nu niet opmerkenswaardig en wijst het alles ons niet heen naar het standpunt onzer Dordtsche Vaderen, als zij, die het leerstuk der praedestinatie zoo sterk en zoo duidelijk hebben gestipuleerd, met geen woord reppen over „uitverkorenen" als het raakt de directe vraag, met wie God dit verbond heeft opgericht? Een leer van het verbond der genade alleen met uitverkorenen opgericht kan niet, gelet op onze Canones, voor de vierschaar van onze gereformeerde confessie gehandhaafd worden. Zulk een supra-verbondsbeschouwing leidt tot mysticisme, omdat alle grond in God en Zijn verbond ondergaat voor de mystieke vraag „ben ik wel een uitverkorene". Niet dat die vraag gesteld wordt is verkeerd, maar het uitgangspunt is verkeerd en juist dit moet leiden tot een voor het zieleleven verdonkerde gestalte. Het supra is te begripmatig, staat te ver buiten het heiligdom der Schrift, en metamorphoseert de souvereiniteitsgedachte tot een soort gereformeerd fatalisme. Deze hardheid blijve verre van onze gereformeerde erve. Ds. Gispen schreef van dit soort fatalisme: „Mijn eenige troost is in dit geval, dat ik noodzakelijk trotseer en grootmoedig mijn verdoemenis onderga, zonder ooit de inconsequentie te begaan van te roepen: „gena, o God, gena." Ja daar is een geloof, dat slechts een begrip, een kenfunctie is, maar daar is ook een geloof, dat in tranen wordt geboren, dat opkomt uit een worsteling der ziel naar God om God. Hier wordt Gods eeuwige Raad de krachtbron, die ons den beker der verkwikking reikt in de smartengangen van dit soms zoo donker leven, en wij leeren aanbiddend stamelen: Doe met mij, wat Gij wilt Ik heb geen woord te spreken 't Zij Gij mijn pijnen stilt 't Zij Gij mijn hart wilt breken. Ik leg mij zwijgend neer, Doe, wat Gij goeddunkt Heer. Dat is het Hallelujah geweest onzer vaderen als zij bij het knetteren van den houtmijt of bij het beklimmen van het moordschavot wisten, dat geen haar van ons hoofd valt zonder den wil des hemelschen Vaders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1937

Brochures (TUA) | 39 Pagina's

De Dordtsche Synode en het Supra-lapsarisme - pagina 35

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1937

Brochures (TUA) | 39 Pagina's

PDF Bekijken