Bekijk het origineel

Nieuw schoolhoofd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nieuw schoolhoofd

6 minuten leestijd

VEENENDAAL

Met ingang van l augustus a.s. is benoemd tot hoofd van de nieuw te stichten basisschool ui-gaande v a n de Geref. Gemeent^ in Nederland te Veenendaal de heer/C. Reyngoudt. Hij heeft veertien jaar zijn krachten gegeven aan het onderwfijS, op de Ned. Hervormde Rehobothscticol in Waddinxveen. De heer Reyngpudt is 43 jaar en--lid van de Geref. gemeente in Nederland.

Hij wijst erop, dat in de Franse tekst van de Grondwet v& n 1815 in artikel '191 gespro-** ken wordt van "coamunions religieuses" . Bat is te meer opvallend, omdat de uitdrukking "godsdienstige gezindheid", die meermalen in de Grondwet van 1815 voorkomt, doorgaans in de Franse tekst aet "culte" wordt weergegeven.

Veenhof citeert nog een uitspraak van ds Raad van State, die eveneens de indruk wekt dat de officiële instanties destijds bij het begrip "godsdienstige gezindheid" toch wel degelijk aan een kerkgenootschap dachten De Baad van State omschreef de "godsdienstige gezindheid" als "een onderlinge verent niging, waarin uiterlijke godsdienstige plechtigheden en gebeden plaats hebben".

Belangrijk is nog deze opmerking van Veenhof; "Daarbij houde men in het oog, dat naar de opvatting van de gouvernementele en kerkelijke instanties zo'n kerkgenootschap veranderingen in zijn reglementen, organisaties en zelfs in zijn geestelijke grondslag kon aanbrengen zonder dat het zijn identiteit verliest. Het waa immers een "protestants beginsel" dat een kerkelijke gemeenschap - -in tegenstelling tot de rooma katholieke opvatting volgens walke de kerk in leer en regering overanderlijk ie - zulke wijzigingen zonder dat ze in wezen veranderde kon aanbrengen".

mer Juniua, en misschien ook in enigermate bij Calvijn. Bij een nadere precisering van deze onderscheiding komen onmiddellijk de problemen. Wat is fundamenteel en wat ia niet-fundaaenteel? Tegen welk onderdeel van de belijdenis mag men bezwaar hebben en tegen welk onderdeel niet? .

Zelf h& d Groen bezwaren tegen een gedeelte van de Dcrdtae Leerregels, met name waar gesproken wordt over de verwerping als reeds van eeuwigheid besloten in Gods Kaad. Later schijnt hij daar overigens wel van teruggekomen te zijn. Evenwel rekende hij zichzelf ondanks deze bezwaren voluit tot de gereformeerde gezindte. Blijkbaar gold het hier voor hem een randkwestie, die niet de kern van het gereformeerde belijden raakte.Anderen zullen hier geheel anders over denken.

Sr is een oude zegswijze? ecclesia reformata quia reforaanda. Be kerk, die gereformeerd ia, omdat zij nog gereformeerd moet worden.Mijns inzienokunnen we alleen als we deze regel in het oog houden, de vraag "wat is gereforiaeerd? " beantwoorden.

(wordt vervolgd)

rooms-katholieke, d& r« aan een oud-gereformeerde. Ook "binnen eenzelfde kerk kunnen zich dergelijke verschillen voordoen. Do band aan dezelfde belijdenis blijkt in de praktijk overheerst te worden door verschil" len in interpretatie.

Op een enkel punt ie een belijdenisgeschrift soms door een van de kerken gewijzigd. So^3 deed een sjnode een nadere leeruitspraak over een in geding zijnde zaak. Ook is er een toenemend verschil in waardering van de belijdenis en handhaving daarvan.

Biedt de formele overeenkomst (de gessenschappelijke band aan de drie formulieren van enigheid) oen bruikbare basis? Voor Groen lag het nogal eenvoudig, Misschien kon dat toen nog in zijn tijd.Voor hem was het willen staan op de bodem van do klassieke gereformeerde belijdenis en het onbekrompen en ondubbelzinnig leven willen van uit die belijdenis reeds voldoende o: a iemand als lid van de gereformeerde gezindte te bestempelen.

We merken echter op, dat er reeds toen mensen waren, die daar bepaald anders overdachten. 1 We noemen slechts de naam van W. W, Saitt ("Waar openbaart zich de gereformeerde kerk in Nederland"), Van den Oever en Ledeboer.

En daar zitten we midden in de moeilijkheden.

Eigenlijk greep Groen terug op de oude onderscheiding tussen fundamentele en nietfundamentele geloofsartikelen, die we in de zestiende eeuw al vinden bij de kerkhervor-

op te vijzen, dat sij bahoorden tot de goreformeerde gezindheid, die krachtens de grondwet recht had op bescherming, in plaats van vervolging,

Wij kunnen hier in dit verband, gevoeglijk laten rusten de vraag, of Groen staatsrechtelijk bezien gelijk had in zijn interpretatie van het woord "gezindheid" in de Grondwet van 1615. Of hiermee alleen ean kerkgenootschap, dan wel een gezindte, dia zich over moer dan één kerk kan vertakkon, zoals Groen op het oog had, bedoeld ie, dat is een kwestie, die geleerden in het staatsrecht maar moeten bespraken. 1)

Hoofdzaak voor nu is de vraag, of Groen gelijk had, dat Ge gereformeerde gezindto niet kerkelijk begrensd is on dus eon eenheid vormt, ooi: sis deze kerkelijk ontbreekt m.a.w.: dat do geestelijke verbondcnheid zwaarder weeft, dan do kerkelijke vorbrokenhoid. Beantwoorden wij deze vraag bevostigond, dan is de volgende vraag van gewicht bestaat die nog? en dan: waarin bestaat dan die gemeenschappelijke geestelijke signatuur?

In de degen van Groen van Prinsterer was het antwoord nog betrekkelijk eenvoudig. Hij had in zijn tijd alleen met hervormden en afgescheidenen te naken. Maar thans zijn er naar liefst dertien kerkverbanden en verbandjes, die de drie formulieren van enigheid als vertolking van hun belijdenis zien afgezien dan nog van de vrije gemeenten.

In geestelijk klimaat is men ver uit elkaar gegroeid. Iemand van de gereformeerde kerk ken kan zich nader verwant gevoelen aan een

dedigd, vel bestreed hij het overheidsoptreden tegen de afgoiicheidenen - -in zijn verdediging baseerde Groen zich aet alle kracht _ op dat woord "gezindheden" in de grondwet»

Hij schreef; n De afgescheidenen zijn geen nieuwe aecte; sij zijn leden der gereformeerde gezindheid. Als zodanig hebben zij, aet de leden van het hervormd kerkgenootschap, aanspraak op die gelijke bescherming welke aan alla bestaande gezindheden toegezegd is."

Het woord "gezindheid" in de grondwet mag niet word»n vereenzelvigd met M Kerkgenootschap", redeneerde Groen. De gezindheid wordt bepaald door de gemeenschappelijke belijdenis. Riet de organisatie, niet de uiterlijke vormen beslissen over het al of niet behoren tot de gereformeerde gezindte. "Neen, waar het galó< 5f is, d££r is de gezindheid"• Sn dat geloof, die de belijdenis der vaderen, de oude drie formulieren van enigheid, hadden hervormden en afgescheidenen gemeen. Daarom waren de afgescheidenen "afvallig welligt van het Kerk genootschap, maar voorzeker getrouwe leden van de Gezindheid, van de Kerk".

Groen wilde dus de eenheid van de oude gereformeerde kerk vasthouden, ondanks de 'breuk rasst het synodaal genootschap. Krachtons hun gezindheid en geestelijke verbondenheid aan de belijdenis bleef hij de afgescheidenen tot de gereformeerde kerk rekenen* Zij waren immers afgescheiden om gereformeerd te blijven.

Zo kon Groen het onrecht bestrijden, dat de overheid de afgescheidenen aandeed. Door er


NOOT

1). Het klinkt vermetel, maar ik heb de indruk, dat Groens interpretatie van het begrip "godsdienstige gezindheid", zoals het in artikel 191 voorkomt, toch niet juist ge weest is. Juist onder het uitwerken van deze lezing kreeg ik een interessant artikel onder ogen van prof. C«Veenhof in het weekblad Opbouw ( 5mei 19721 pag. 46).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1971

Criterium | 53 Pagina's

Nieuw schoolhoofd

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1971

Criterium | 53 Pagina's

PDF Bekijken