Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meditatie

6 minuten leestijd

’Zalig zijn de doden, die in de Heere sterven." *) Openbaring 14:1

(...) Wat een groot onderscheid tussen het sterven van Gods volk en dat van de goddelozen. Schrikkelijk zal het zijn om buiten Gods gunst en gemeenschap God te moeten ontmoeten. O. jong en oud, hier sta ik dan nog als een gans schuldig en onbekwaam mens voor uw aangezicht. Ik ben in de avond van mijn leven, maar het wordt mij nog vergund om u de volle rijkdom van Gods genade te prediken. Verder dan uw oor kan ik het niet brengen, maar ik wens u toe dat God Drieënig u eens te sterk moge worden en dat Hij genade aan uw ziel kwam te verheerlijken, aleer het voor eeuwig te laat zal zijn. De tijden die wij beleven, zijn vol van allerlei gruwelen en we beleven dagen van diepe zorgeloosheid, bandeloosheid en goddeloosheid. Van vermaningen wil men niet meer weten en als men met een bestraffende roede komt, dan is er zo vaak het antwoord: 'Jullie zijn zwartkijkers, houdt de hemel maar voor uzelf en geeft ons de aarde, als we het maar goed hebben in dit leven!' Geen eerbied voor Gods dag. Zijn Woord. Zijn volk en de middelen der genade. Brood en spelen, daar wordt naar gevraagd!

Wat staat ons nog te wachten, mensen. Mijn hart krimpt ineen als ik er aan denk. Wat zal er met ons land. met onze jonge mannen, vrouwen en kinderen en ouden van dagen nog gebeuren? God is met Zijn oordelen over gans de wereld. Europa en ons diep gezonken vaderland. De jeugd wordt met geweld van de leer der zuivere waarheid afgetrokken! De Heere moge Zich nog ontfermen en Hij kome nog mannen te verwekken, met gaven en genade om Zijn Woord getrouwelijk uit te dragen. O. dat er ook in deze plaats nog eens een in het hart gegrepen mocht worden om Zijn Woord te spreken, want de oogst is groot en de arbeiders zo weinig. Een landman gaat wel eens naar zijn akker om te zien of het gestrooide zaad gaat ontkiemen. En u moest eens weten tot wat troost en bemoediging het is, als Gods knechten mogen horen dat het gestrooide zaad des evangelies door de kracht des Geestes nederwaarts wortelen mag schieten om straks opwaarts Gode verheerlijkende vruchten te dragen.

O, mijne toehoorders, jong en oud, wat zijn de uitwendige voorrechten, die wij genieten, toch groot. Staat u er wel eens bij stil. wat het toch zal zijn onder

zoveel weldaden, zegeningen en roepstemmen verloren te zullen gaan. Daar zult u God de schuld niet van kunnen geven!

En ten slotte, volk des Heeren, de Heere mocht de naprediker zijn in uw harten om met blijdschap te reizen in de hoopvolle verwachting straks uw kroon te mogen nederleggen aan de voeten van het Lam. Eenmaal zullen we, u en ik. van onze post worden afgelost. Gods volk kan sterven en mag sterven en dan zult ge Hem in volmaaktheid mogen aanschouwen. Die u gekocht heeft met de prijs van Zijn bloed. De Heere geve u vrijmoedigheid om met al uw noden naar ziel en lichaam bij Hem om vervulling te vragen. De Heere zal Zijn volk nooit beschaamd laten staan, maar zal uit eeuwige liefde Zich over u ontfermen. Zalig, ja zalig zijn de doden, die in de Heere sterven, ja zegt de Geest, opdat ze rusten van hun arbeid en de werken van liefde tot God zullen u volgen. O. Gods volk ziet elkander hier niet voor het laatst, maar zij zullen in de hemel - gezamenlijk-over de wondere wegen, die God met hen gehouden heeft, de Heere eeuwig loven en prijzen, en dat volmaakt! Wat zal dat zijn volk, als ge uw kroon zult mogen nederwerpen aan de voeten van het Lam, en om Hem eeuwig te mogen dienen. O. geen oor heeft het gehoord en het is in geen mensenhart opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem vrezen!

Maar, driewerf rampzalig zal het zijn om met een Belsazar, Nero en Nebukadnezar voor eeuwig te komen op die plaats, waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. Dan zullen alle onze goede voornemens e onze belijdenis tekort schieten. Daar geldt alleen de blanke borggerechtigheid van de Zone Gods.

De hemel dekt ons nu nog en de aarde draagt ons nog. Het is Gods grote lankmoedigheid en verdraagzaamheid. De Heere stelt het oordeel nog uit, maar Hij zal het niet afstellen en dat terwille van de uitverkorenen. Er liggen er nog onder het zegel der Goddelijke verkiezing. Maar als de laatste zal zijn toegebracht, dan zullen de hemel en aarde voorbijgaan. 'De elementen - zegt Jacobus-zullen brandende vergaan.'

Als u thuis komt, dan moet u de kanttekenaar van onze godvruchtige vaderen er maar eens over nazien. God wil niet dat er een verloren zou gaan. Dat slaat nu niet op alle mensen, er is hier een Goddelijke separatie. Jacobus spreekt hier in de brief tot de levende kerk en zie. van die levendgemaakte kerk wil God. en dat krachtens Zijn Goddelijke verkiezing, geen klauw achterlaten. Anders zou God geen God meer blijven. De hemel en de aarde worden door de kracht Gods bewaard tot de jongste dag. Welk een dag van grote verschrikking voor de wereld, maar wat een blijde dag voor Gods uitverkoren volk. Dan zullen ze ontvangen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid zal wonen. Dan zullen ze de zon niet meer van node hebben, want het Lam zal ze tot een licht zijn en God knechten, die er veel gerechtvaardigd hebben, zullen blinken aan het firmament. O, arme wereld, waar zult u zich dan bergen? De dood wenkt ieder uur en het leven is een

damp! Er is slechts één schrede tussen u en het graf, veel korter dan de uitgang van dit kerkgebouw is.

Vaders en moeders, staat ge er wel eens bij stil, als uw jonge kinderen liggen te slapen. 'Slechts één schrede.' Draagt u ze wel eens op aan de troon der genade. of laat u ze opgroeien voor het genot van de wereld. Eenmaal zal h tegen u getuigen in die dag, die grote dag der dagen, als u met uw kinderen zult staan voor de Rechter van hemel en aarde! Want ook ten aanzien van de opvoeding van uw kinderen zult u rekenschap moeten afleggen.

*) Ds. J.Fraanje. Nagelaten geschriften, uit 'Een Goddelijke waarborg voor de zaligheid van Zijn volk", Utrecht, 1952.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 1995

Criterium | 50 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 1995

Criterium | 50 Pagina's

PDF Bekijken