Boek in beeld…
Vroeg mondig, laat volwassen, de hoge eisen van de keuzevrijheid, door Christien Brinkgreve, 203 blz., paperback; uitgeverij Augustus - 2009; prijs € 12,50.
Het boek van Christien Brinkgreve schetst de ontwikkelingen in de opvoeding van de laatste jaren. Het biedt een goede analyse en trekt soms duidelijke conclusies. Voor oplossingen kunnen we beter ergens anders te rade gaan. We geven iets van het boek weer en proberen oplossingen te vinden.
In het voorwoord geeft de schrijfster een samenvatting van het boek.
De wereld wordt steeds kinderlijker: ouders hurken en kinderen reiken niet meer naar de volwassenheid. De heersende idealen van keuzevrijheid en zelfbepaling stellen hoge eisen aan het zelfsturend vermogen van kinderen en jongeren, maar mensen ontwikkelen dat niet op eigen houtje: daar zijn anderen voor nodig.
Pubers moeten we geen taken geven die een mate van zelfcontrole vereisen die ze op dat moment gewoon nog niet hebben.
Over de kindertijd bestaan heel verschillende visies: Kinderen hebben het nog nooit zo goed gehad, tegenover: ze zijn er nog nooit zo bekaaid vanaf gekomen: weinig ouderlijke tijd en aandacht. In plaats van ge- en verbieden is er nu een onderhandelingscultuur, die de grenzen rekbaar maakt en ouders meer beducht en omzichtiger om niet de sympathie en de welwillendheid van de kinderen te verliezen. De overtuiging dat het belang van het kind niet gediend is met een strakke en strikte opvoeding maar met praten, inleving en overleg maakt het huiselijk leven er niet eenvoudiger op. Er treedt ook verzakelijking op: kinderen zijn een kostbare investering geworden, waar weinig mee mis mag gaan. Kinderen nemen via internet meer dan vroeger deel aan het volwassen leven. Ze worden niet meer beschermd voor informatie en beelden die voor volwassenen bestemd zijn (of ook schadelijk zijn).
De scheidslijn tussen kindertijd en volwassenheid is niet scherp meer.
Jongeren worden aan de hand van brieven ook aan het woord gelaten in dit boek. Een gevoel van vervreemding komt in veel brieven terug. De wens erbij te horen levert spanning op met de wens jezelf te zijn. Ze willen graag vrij zijn en zeggen: ‘Doe alsjeblieft wat je zelf het beste lijkt.
Je moet vooral niet meegaan met de massa, maar toch proberen jongeren hun gedrag voortdurend af te stemmen op anderen.
Wat hun leven soms extra moeilijk maakt, is de scheiding van hun ouders. Die laat geen kind onberoerd.
Het betekent ook verlies van geborgenheid. Kinderen worden bij scheiding nogal eens opgezadeld met verantwoordelijkheden van volwassenen. Ze vallen als het ware uit de beschermde kinderwereld. Een andere factor hierbij is het werk van jongeren, vaak een bijbaantje. De school geeft niet langer een scherpe scheidslijn aan tussen kindertijd en volwassenheid, zoals het een tijdlang gegolden heeft. De grenzen zijn vloeiender geworden. Ook ouders volgen onderwijs, ook jongeren werken en hebben hiermee een voet in de volwassen wereld gezet. Geld hebben ze nodig bijvoorbeeld voor een mobieltje om contact te houden met vriendengroepen. Het horen bij de groep is van vitaal belang in het leven van jongeren. Ouders staan buiten deze netwerken en kunnen zich buitengesloten voelen. Ze hebben minder kinderen, maar richten dan ook daar de volle aandacht op. Ze willen betrokken zijn bij hun kinderen en worden daarmee ook bezorgder. Met wie de kinderen in contact komen via internet, weten ze vaak niet. Kinderen gaan hun eigen gang: ze hebben eigen kamers met eigen apparaten en eigen bezigheden, buiten het zicht van hun ouders.
Ze kunnen zelf ook last hebben van de zuigkracht van internet, waaraan ze geen weerstand kunnen bieden.
Een jongen gaf aan dat hij liever een rem van buitenaf had, omdat de rem vanbinnen zo moeilijk op te brengen is. Het verdwijnen van de beheersing vanbuiten doet een sterk beroep op de beheersing vanbinnen, die lang niet iedereen kan opbrengen. Duidelijk is wel dat ouders hun kennisoverwicht op dit gebied verloren hebben.
De grenzen tussen volwassenen en kinderen zijn op dit terrein opgeheven, de posities vaak verwisseld.
Een belangrijke conclusie is dat de zelfontplooiing en zelfbepaling die allemaal behoren bij individualisering, een ‘zelf’ veronderstellen dat weet wat het wil en het vermogen heeft zichzelf te sturen. Dat dus ook zijn grenzen kent. Het kost jaren om een eigen koers te ontwikkelen, maar volwassenen van nu doen alsof kinderen deze kunst al jong en als vanzelf verstaan. Eigen keuze en eigen verantwoordelijkheid kunnen ook een beklemmende last zijn die doet terugverlangen naar duidelijke regels en beperkingen die door anderen zijn opgelegd. Een keuze maken waarvan je de gevolgen niet overziet, is moeilijk. De grotere vrijheid die de jeugd heeft, vraagt meer zelfkennis en zelfbeheersing dan menigeen lief is of aankan. Allerlei grenzen zijn weggevallen of vervaagd. Ouders hebben zelf meer moeite met grenzen stellen. Zelf zijn ze misschien als kind kort gehouden, ze willen nu voor hun kinderen openheid, individuele aandacht en dingen bespreken. Alles moet leuk zijn, dat maakt ouders angstvallig en omzichtig om regels te stellen en deze ook na te leven. Het is echter veel gevraagd dat kinderen zo veel mogelijk zelf de grenzen moeten ontdekken. De verhoudingen tussen jongeren en ouders leveren niet zo veel conflicten op. Ouders zijn meer een soort vrienden geworden, mensen met wie je dingen bespreekt en bij wie je te rade gaat. Er is inmiddels wel een reactie op deze ontwikkeling.
Het onbehagen als gevolg van een teveel aan repressie waarover Freud schreef, heeft plaats gemaakt voor een onbehagen over een gebrek aan beteugeling. Dat onbehagen wordt steeds vaker verwoord: gewaarschuwd wordt voor de gevaren van het teveel, het gebrek aan maat en grenzen, aan duidelijke regels en sancties. Er is behoefte aan moreel gezag. De schrijfster vindt dat dit ook nadelen heeft. Dwang kan de privacy van mensen aantasten of de orde van de rechtsstaat. De reactie waarbij men terug wil naar een veilig en overzichtelijk gewaand vroeger en er heimwee is naar het vroegere gezinsleven, vergeet de bekrompenheid en de benauwenis waarover moderne schrijvers hebben geschreven.
Toch zijn er aanwijzingen voor een zekere hang naar dwang, een verlangen naar bepaling van buiten. Dat geeft houvast. We moeten die hang naar dwang wel serieus nemen, zegt de auteur, want het idee dat jongeren voldoende zijn toegerust om zichzelf adequaat te kunnen sturen, berust op een misverstand. Beter gezegd: op een verkeerd vormgegeven ideaal van vrijheid en ontplooiing.
Jongeren willen gidsen in een onoverzichtelijke tijd waarin je makkelijk kunt verdrinken in de overvloed van keuzes en kansen. Die overvloed en de dwang om zelf te kiezen zijn alleen maar groter geworden. Dat vraagt om houvast van buiten, omdat ontwikkelingen van binnen nog in volle gang zijn. Je moet sterk in je schoenen staan om te kunnen varen op jezelf als kompas, stelt de auteur.
Conclusie
Het is fijn dat in een wetenschappelijke studie de gevaren van te veel vrijheid en zelfbepaling van jongeren worden gesignaleerd. Jammer dat tegelijk de traditionele gezinnen (zoals daarvan een karikatuur is gemaakt door moderne schrijvers) bestempeld worden als benauwd en bekrompen. Zulke gezinnen zullen er zijn geweest en zijn er nog, maar het gaat niet aan om gezinnen die zich willen houden aan de Bijbel, zo neer te zetten. De les van de historie wordt op deze manier niet geleerd.
Augustinus Van aangezicht tot aangezicht, 676 blz. paperback, uitgeverij Damon, 2010. Preken over teksten uit het evangelie volgens Mattheüs, prijs € 40,-.
Dit boek bevat zestig preken over het evangelie naar de beschrijving van Mattheüs. Augustinus heeft een sterke begeerte gehad zielen te winnen voor Christus. De Heere liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf is de samenvatting van de Wet. Het één hoort bij het ander. Onze naaste liefhebben als onszelf betekent dat we onszelf moeten liefhebben. Dat laatste lijkt gemakkelijk maar wie de ongerechtigheid liefheeft, zoals een mens van nature doet, haat zijn ziel of doet zijn ziel geweld aan. We zullen dus eerst God moeten liefhebben en dan pas kunnen we onze naaste liefhebben. Als je die liefhebt, breng je die graag in contact met degene van wie je houdt. Mensen die dwepen met een beroemde wagenmenner proberen anderen mee te slepen naar het theater. U komt er teleurgesteld vandaan. Daar zouden christenen ook niet moeten komen.
Maar wie God liefheeft, probeert zijn naaste tot God te brengen. Augustinus gaat in het wijzen op de eis dit te doen, heel ver. Trek hem mee, desnoods met geweld, zegt hij. Hij zal wel gedacht hebben aan de woorden: Grijpt ze uit het vuur. Natuurlijk wist Augustinus wel dat dit een werk van Gods Geest is. Hij zegt dit op andere plaatsen ook wel. Toch wijst hij mensen op hun verantwoordelijkheid. Wij zouden daarbij het eenzijdige werk Gods wellicht sterker uit laten komen. Augustinus wist dat hij en andere gelovigen wel als een instrument in Gods handen gebruikt konden worden. Als hij spreekt over “Laat uw licht schijnen voor de mensen opdat ze uw goede werken mogen zien en uw Vader in de hemel verheerlijkt worde” zegt hij duidelijk dat degenen die zelf gezien willen worden door hun goede werken hun loon weg hebben. Maar als we willen dat onze werken gezien worden opdat de Vader Die in de hemel is verheerlijkt wordt, zijn het werken die Hij heeft gegeven aan zondaars die Hij heeft gerechtvaardigd. Dus geen loon naar werken maar uit genade!
Het doet weldadig aan in een tijd van veel Schriftkritiek dat Augustinus boog voor het gezag van Gods Woord. Hij voerde het woord over het Woord, een sterfelijk woord over een onsterfelijk Woord, een vergankelijk woord over het eeuwige Woord. Hij probeert dicht bij de Schrift te blijven en waarschuwt in dit verband tegen twee uitersten: ongerechtvaardigd optimisme en wanhoop. Wanhoop doet zeggen: Maak er maar het beste van in dit leven, straks wacht toch de eeuwige straf en optimisme werkt een houding in de hand dat het allemaal wel mee zal vallen. Het is beide verkeerd en gevaarlijk. Augustinus heeft ingezien hoe een mens van nature als in een beeld wandelt, dus verward raakt in strikken. Eén daarvan is het zich schatten op de aarde verzamelen. Alle argumenten om dat te rechtvaardigen, weerlegt hij. We worden dan geleid door een slechte raadgever en raken verstrikt. We vergaderen ons schatten en weten niet wie ze naar zich nemen zal. Vergader u een schat in de hemel waar geen dief bij kan en de mot hem niet verteert. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Al hoeven we het niet altijd met Augustinus eens te zijn, duidelijk is wel dat er veel van hem te leren is. Dat hebben Luther en Calvijn ook ingezien. Aanbevolen!
Zuinigheid met vlijt – Over calvinistische (on)deugden, 136 blz. paperback, 2009, prijs € 12,90, uitgeverij Boekencentrum.
Deze bundel bevat een aantal artikelen van diverse auteurs, eerder gepubliceerd in Trouw, over deugden.
Verwerkingsvragen en een bijdrage over de betekenis voor opvoeding maken het boekje geschikt voor gespreksgroepen.
Terecht heeft Lea Dasberg gezegd dat het niet deugt om kinderen een zak met deugden uit het hoofd te laten leren. Deugden leer je uit verhalen van mensen die je voorgaan op de levensweg, zegt Trijnie Bouw.
Het leven van de Heere Jezus is een voorbeeld van goed leven. Het is ter navolging. We zullen dan toch goed moeten beseffen dat de Heere Jezus niet slechts een Voorbeeld is, maar dat Zijn leven een leven als Borg voor de Zijnen is geweest. We zullen het nooit kunnen navolgen. De auteur erkent ook de werking van het kwaad, de zonde en de zwakte.
Maar protestanten moeten toch met overtuiging de oefening in deugdzaam leven aangaan, zegt ze. Hier en ook in andere bijdragen ontbreekt het besef dat de mens van zichzelf onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad is, te veel. Dat mensen het hemels Koninkrijk mogen binnengaan, is natuurlijk niet te danken aan het feit dat ze eten hebben gegeven aan de hongerigen en drinken aan dorstigen, zoals Jan Jans zegt, maar is genade alleen.
Toch is dit boekje ook wel leerzaam.
Is spaarzaamheid goed? Niet als je het alleen voor jezelf doet. Calvijn staat matigheid voor, maar vindt het genieten van dingen die mooi zijn of het leven veraangenamen - tot op zekere hoogte - niet verkeerd.
Hij wijst er wel op dat we er niet in op mogen gaan. Bezittende als niet bezittende. Zo zijn we slechts rentmeester van de schepping en mogen we de aarde niet uitputten. De auteur had naar aanleiding van het boekje van Calvijn over christelijk leven wellicht iets meer over de zelfverloochening kunnen zeggen. Behalve spaarzaamheid komen ook deugden als vrijgevigheid, toewijding, stiptheid, eerlijkheid, bescheidenheid en nuchterheid aan de orde. Interessant is de opmerking van Pieter Vos.
‘Als we de deugd van toewijding opnieuw aanprijzen, zullen we haar los moeten maken van de op beheersing gerichte rationaliteit, die zowel in de moderne wetenschap als in de moderne bedrijfsvoering grote invloed heeft en bevorderd wordt door regelgeving vanuit de overheid.’
Aanbevolen voor kritisch gebruik.
Ethiek onderweg door G. de Kruijf, 145 blz. gebonden, prijs € 15,- uitgeverij Meinema, 2e druk 2008.
Ethiek houdt in denken over goed en kwaad. De auteur, hoogleraar aan de Protestants Christelijke Universiteit, heeft in 8 adviezen enkele terreinen van het leven (thema’s): seksualiteit, politiek en economie aan de orde gesteld. Hij doet dat zo kernachtig mogelijk. De Bijbel gebruikt hij als bron. Hij laat zich daardoor inspireren maar vindt tegelijk dat de vertellende vorm van de Bijbel het moeilijk maakt daaraan geboden en normen te ontlenen. Hij schrijft niet aan de hand van de Tien Geboden, vermijdt ook het woord “geboden” – hij kiest voor het woord “adviezen” - en gaat uit van de eschatologie, het komende Rijk van God, waarin een nieuwe hemel en aarde zullen zijn. Hij betrekt dat veel meer op de kosmos dan op het individuele. Kardinaal punt is zijn idee over het Schriftgezag. Hij aanvaardt de Bijbel kennelijk niet zo als de Belijdenis dat zegt: “alle deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en canoniek om ons geloof naar dezelve te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen.” Dat blijkt bijvoorbeeld als hij schrijft over het begin en einde van het leven en nog duidelijker als hij het heeft over homoseksualiteit. Het leven is volgens hem niet in zichzelf heilig, dus het is ook betrekkelijk. De beschermwaardigheid van het leven is wel uitgangspunt maar niet absoluut. Natuurlijk moet er wel respect voor het leven zijn, maar soms kunnen andere belangen zwaarder wegen. Hij lijkt daarmee de deur naar euthanasie en abortus toch zeker op een kier open te zetten. Een vorm van seksualiteit die in de Bijbel beslist afgewezen wordt, acht hij wel aanvaardbaar. Een mens mag zijn wie hij is, zegt men tegenwoordig.
Hij mag dan blijkbaar ook zo leven, bedoelt men. De auteur is wel zo eerlijk om te erkennen dat homoseksualiteit er in de Bijbel niet best afkomt.
Zo gebruikt hij wel Bijbelse noties als naastenliefde, respect, verantwoordelijkheid maar hij vult ze in op een manier die niet altijd recht doet aan de Bijbel. De zondag vieren, niet opgaan in je werk, strijden voor gerechtigheid zijn allemaal te herleiden tot de Bijbel, maar de uitwerking biedt naast waardevolle opmerkingen ook stof tot tegenspraak. Het verschil tussen de zondag en andere dagen wil hij graag behouden. Vermijd het werk zoveel mogelijk, mijd ook de winkels en hoop op een ontmoeting met God, adviseert hij, maar tegelijk is het ook tijd voor sport en kunst en je persoonlijk netwerk. Van een dag die de Heere is geheiligd (afgezonderd) is zo eigenlijk geen sprake meer. Kortom, al bevat het boekje diverse boeiende citaten en gedachten toch is er ook veel dat afwijkt van het profetisch Woord dat zeer vast is. We doen goed daarop acht te geven.
Niet aanbevolen.
L. Vogelaar
De Heilige Oorlog door John Bunyan, naverteld door M.J. Ruissen; ill. Rino Visser; uitg. De Ramshoorn – Goes; geb., 164 pag.; Prijs € 25,- (in combinatie met ‘De Christenreis’ en de ‘Christinnereis’).
Het boek is geschreven tijdens de gevangenschap van John Bunyan in 1682. Zelf is Bunyan soldaat geweest in het leger van koning Karel.
Hij heeft de vreselijke strijd van nabij meegemaakt. Toen hij in de gevangenis zat, moest hij aan deze oorlog terugdenken en dacht: ‘Van nature is elk mens in oorlog met God.’ Hij moest belijden dat hij ook een vijand van God was geweest, maar de Heere is hem te sterk geworden en hij heeft door genade de wapens van vijandschap in leren leveren. De Heere is in zijn hart komen wonen, Die regeert als Koning in mijn leven. Maar vanaf dat ogenblik is er een andere strijd in zijn ziel gekomen. Hij heeft een heilige oorlog leren kennen, waarin satan, Diabolus, en de zonde mijn grootste vijanden waren.
Het is onmogelijk die oorlog tegen de doodsvijanden in eigen kracht te winnen.
De Heilige Oorlog is een beschrijving van die strijd om stad Mensziel. Ruisen heeft het boek sterk vereenvoudigd. zodat ook jongeren het boek kunnen lezen. Hij heeft bij elk hoofdstuk eenvoudige vragen en gespreksvragen toegevoegd. Bij de gespreksvragen staan de verwijsteksten, waaraan deze zijn ontleend.
Bunyan heeft in zijn voorwoord geschreven dat er talloze boeken bestaan waarin gebeurtenissen beschreven worden die niet op waarheid berusten. Ze zijn zo onwerkelijk dat ze nooit plaats vonden en ook nooit plaats zullen vinden. Maar, zegt hij, ik heb wel wat anders te doen dan u met onzinnige praat bezig te houden. Menigeen zal met vreugde en smart beamen dat dit boek op waarheid berust.
Het boek begint met de beschrijving van stad Mensziel in zijn heerlijke staat, waarna al spoedig Diabolus voor de poorten van de stad verschijnt. Diabolus vertoont zich in de gedaante van een slang en weet de mensen van de stad te verleiden tot het eten van de verboden vrucht. Nu is Diabolus in de stad mensziel koning geworden.
Zo wordt verhaald wat Diabolus doet om Mensziel ongelukkig te maken. Maar El Schaddaï trekt met zijn leger op om stad Mensziel te bevrijden. Een hevige strijd vol, maar Immanuël weet de stad te veroveren.
Nu volgt de strijd van Mensziel tegen de zonde. Toch verlaat Mensziel haar eerste liefde en opnieuw probeert Diabolus de stad te heroveren.
Dat lukt hem bijna, maar de Oppergeheimschrijver stelt een dringend verzoekschrift op om Immanuël te smeken om terug te keren in de stad. Immanuël keert terug en alle Diabolisten worden uit de stad verjaagd of gedood. Het lijkt erop dat Mensziel voorgoed verlost is, maar toch zijn er nog Twijfelaars de stad binnengeglipt. Zij zoeken diabolusmannen die zich in de stad verstopt hebben. De Heilige Oorlog duurt voort, totdat ook de laatste diabolisten verdwenen zijn.
Tenslotte houdt Immanuël een toespraak tot de inwoners van Mensziel. Hij waarschuwt dat er nog steeds diabulusmannen binnen de muren van de stad wonen om u wakker te houden. Als al die vijanden uitgeroeid waren, zou u van zorgeloosheid in slaap vallen. Waak daarom!
Bid en strijd! In eigen kracht komt u de zonde niet te boven. Verwacht alle hulp van Mij! Leer klein en hulpeloos te zijn in eigen oog!
Ik draag u eeuwig op Mijn hart! Bedenk, geliefde stad, hoe getrouw Mijn liefde is. Houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neme. Waak, totdat Ik kom.
R.F. Kraaijeveld
’t is herfst; door Jolanda Dijkmeijer en Nelleke Scherpbier; ill. Marijke Duffhauss; uitg. De Banier; geb., 61 pag.; vanaf 4 jaar; prijs € 12,90.
Lianne loopt met wapperende armen door de kamer om de wind na te spelen. Daarbij breekt ze moeders mooiste vaas. Moeder vindt het heel erg. Lianne en haar broer Luuk willen een nieuwe vaas kopen, maar ze hebben geen geld.
Oom Wiebe bedenkt een plan. Ze gaan van alles maken om een herfstmarkt te houden. Oom Wiebe zal ook pompoensoep koken. Als Lianne en Luuk pompoenen in voortuinen zien liggen, nemen ze die mee.
Dat levert boze buren op, maar oom Wiebe zorgt, dat iedereen zijn eigen pompoenen weer terugkrijgt.
Op zaterdag houden ze herfstmarkt en verkopen soep en geknutselde herfstspullen. Oom Wiebe heeft intussen al een nieuwe vaas gekocht, precies zoals de gebroken vaas. Zowel Lianne en Luuk als oom Wiebe hebben een leuke week gehad.
Een gezellig herfstboek. Het verhaal wordt afgewisseld met liedjes, gedichtjes, knutselideetjes en recepten. Dit is het tweede deel van een serie over seizoenen.
Van harte aanbevolen, ook als ideeënboek voor in de kleuterklas.
Tim wil niet naar de dokter, door Linda Bikker; ill. Linda Bikker; uitg. De Banier; geb., 31 pag.; vanaf 3 jaar; AVI M3; prijs € 8,95.
Tim is gevallen met zijn fiets. Hij heeft een gat in zijn hoofd, maar hij wil niet naar de dokter. Hij is bang, dat hij dan een prik krijgt. Hij vraagt iedereen om raad, ook de huisdieren. Iedereen vindt, dat hij naar de dokter moet gaan. Tes denkt, dat de dokter de wond wel kan plakken.
Dan hoeft hij geen prik. Hij gaat met zijn moeder naar de dokter, die de wond plakt. Daarna gaat moeder met hem naar de winkel om flessen prik te kopen. Thuis krijgt hij een glas prik.
Een leuk geschreven en kleurig boekje. Leuk om voor te lezen, maar door de eenvoudige korte zinnen kan het ook al gauw zelf gelezen worden.
Aanbevolen.
Een nieuw huis voor mirt, door Berthe Verheij; ill. Roel Ottow; uitg. De Banier; geb, 30 pag.; vanaf 6 jaar; AVI M3; prijs € 7,95.
Het huis van Mirt staat te koop. Mirt gaat verhuizen, maar dat vindt ze niet leuk. Ze gaan in het nieuwe huis kijken, maar alles is er kaal en grijs.
Gelukkig zijn er ook fijne dingen en van lieverlee went ze aan het idee.
Alles wat ze moeilijk vindt, vertelt ze aan haar pop Biem. Als ze verhuizen en het nieuwe huis is ingericht, is ze er toch blij mee. ‘Het voelt raar, maar ik vind het toch leuk om in dit huis te zijn!’
Achterin het boek staan tips om over te praten. Er zijn tips over sociaalemotionele verwerking, zoals: hoe zou jij je voelen, als je hoorde, dat je ging verhuizen? Maar er kan ook gepraat worden over ‘De mens gaat naar zijn eeuwig huis.’ Wat wordt daar mee bedoeld? Zo kan dit boekje aanleiding zijn voor een gesprek over wezenlijke zaken.
Mirt vraagt aan moeder, of de Heere ook mee gaat naar het nieuwe huis. Het antwoord van moeder: ‘Waar jij bent, is Hij ook.’, komt wat opervlakkig over. Maar daarna bidt ze: ‘Heere, wilt U bij Mirt zijn? Ook in het nieuwe huis?’
De tips om verder te praten maken het boekje waardevol. Van harte aanbevolen.
Mirt mag geen melk, door Berthe Verheij; ill. Roel Ottow; uitg. De Banier; geb., 30 pag.; vanaf 6 jaar; AVI M3; prijs € 7,95.
Suus is jarig en trakteert op soesjes, maar Mirt mag geen soesje, want ze kan niet tegen melk. Ze krijgt snoep, maar ze wil liever net als de andere kinderen een soesje. Moeder maakt thuis soesjes met sojavla. Op het feestje van Suus krijgen ze ijs met slagroom toe en Mirt zegt niets en eet het op. Ze krijgt buikpijn en moet thuis overgeven. Moeder praat met Mirt over de oorzaak van ziekte en pijn: de zonde. Iedereen heeft wel iets. Ook de juf praat er in de klas over. Als er weer op soesjes getrakteerd wordt zegt Mirt: ‘Ik hoef niet.’
Ze kiest snoep uit haar doos.
Achterin het boek staan tips voor sociaal-emotionele, godsdienstige en creatieve verwerking. Het geeft de mogelijkheid, om verder te praten over bijv. allergie. Ook voor op school is dat erg geschikt, want in bijna elke groep zit wel iemand, die ergens allergisch voor is. Van harte aanbevolen.
De geheime brief voor de koning; door J. Kranendonk-Gijssen; uitg. De Banier; geb., 141 pag.; vanaf 10 jaar; AVI E6; prijs € 9,90.
Dit boek vertelt het levensverhaal van Guido de Brès. Voor zjn geboorte bad moeder De Brès, of dit kind een vurig spreker in dienst van de kerk mocht worden, een vechter voor de zuivere leer. Haar gebed werd verhoord, al was het anders dan zij bedoelde, want ze was toen nog overtuigd Katholiek. Op achttienjarige leeftijd komt Guido tot geloof door het lezen van de Bijbel. Hij preekt in geheime samenkomsten en er volgt een tijd van vervolging en vluchten. Hij stelt de Geloofsbelijdenis op, die samen met een brief voor koning Filips II over de muur van het kasteel in Doornik gegooid wordt.
Na veel omzwerven komt Guido in de gevangenis en tenslotte wordt hij ter dood veroordeeld.
Een mooi boek over een belangrijk stukje kerkgeschiedenis. Dit jaar is het 450 jaar geleden, dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis opgesteld is en door dit boek kan dat onder de aandacht van kinderen gebracht worden. Achterin het boek staat een lijst van personen, die in het boek voorkomen en een lijst van moeilijke woorden. Van harte aanbevolen.
Kleine Samuël, door Jolanda en Noreen Dijkmeijer; ill. Willeke Brouwer; uitg. De Banier; kartonboek, 17 pag.; vanaf 2 jaar; prijs € 7,90.
Dit boekje is het eerste deel in de serie ‘Verhalen voor jou’, een serie Bijbelverhalen voor peuters. In eenvoudige taal wordt het verhaal van de geboorte en roeping van Samuël verteld. De prachtige kleurenillustraties ondersteunen de tekst. Ze geven een goed beeld van de Bijbelse tijd en kunnen aanleiding zijn tot een gesprek. Ik kan me voorstellen, dat een peuter bij het zien van het vuur op het altaar vraagt: wat is dat voor vuur? Zo kunnen ouders vertellen over het offer. Een mooi boekje om kinderen al jong vertrouwd te maken met verhalen uit de Bijbel. Van harte aanbevolen.
Dag worm, door Linda Bikker; ill. van de schrijfster; uitg. De Banier; geb., 24 pag.; vanaf 3 jaar; prijs € 12,90.
Jort graaft in de tuin en vindt een worm. Hij speelt er mee: hij zet hem in een bootje, in een treintje en op de schommel. Moeder vindt dat niet goed en als Jort de worm weer terug wil brengen, is hij hem kwijt. Als later zijn broek in de wasmachine zit, ziet hij de worm door het deurtje rond draaien. Moeder laat de wasmachine stoppen en de worm mag weer in de tuin. Op de prachtige kleurige illustraties is te zien, hoe een vogel steeds hetzelfde met een worm doet als Jort. Een mooi prentenboek, dat niet alleen uitnodigt tot voorlezen, maar ook tot bekijken en vertellen. Zo stimuleert het de taalontwikkeling van de peuter en kleuter. Van harte aanbevolen.
Silas en harm in het zwarte woud, door Jeanette Donkersteeg; ill. van Anita Engelen; uitg. De Banier; geb., 56 pag.; vanaf 4 jaar; prijs € 9,95.
Silas gaat graag bij de gans van de buurman kijken, die zit de broeden.
Als de gans even van het nest af is, pakt hij een ei in zijn hand. Hij voelt het ei wiebelen. Dan komt de gans terug en blaast tegen Silas. Van schrik rent Silas weg met het ei in zijn handen. Even later komt er een kuiken uit het ei. Het gansje wil bij Silas blijven. Silas noemt hem Harm. Als ze op vakantie gaan naar Het Zwarte Woud, gaat Harm mee. Met elkaar belevan ze allerlei avonturen.
Een leuk voorleesboek met 25 verhalen. De verhalen hebben eerder in Terdege Junior gestaan. Bij elk verhaal staat een serie gekleurde tekeningen. Er staat ook een zoekopdracht bij. Soms is die wel erg moeilijk en is het voorwerp onduidelijk.
Achterin staan de oplossingen.
Op heel natuurlijke wijze blijkt de Christelijke levenssfeer binnen het gezin van Silas en zijn zusjes. Van harte aanbevolen.
A. Korver
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2011
Criterium | 40 Pagina's