Bekijk het origineel

FRIEDRICH WILHELM SCHWARTZ EEN DUITSE PREDIKER IN NEDERLAND

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

FRIEDRICH WILHELM SCHWARTZ EEN DUITSE PREDIKER IN NEDERLAND

26 minuten leestijd

Inleiding

Wie de geschiedenis van de Apostolische Kerken in Nederland wil beschrijven moet over een grote speurzin beschikken. In de dertien decennia dat er in ons land sprake is van deze beweging, heeft zich immers een zo groot aantal scheuringen en afsplitsingen voorgedaan, dat het moeilijk is een juist overzicht te krijgen. 1 Die geschiedenis vangt eigenlijk aan in het jaar 1863 toen Friedrich Wilhelm Schwarz zich vanuit Hamburg in Amsterdam vestigde. Over hem gaat het in deze studie. Dat verhaal kan echter pas geschreven worden als we iets meer weten van de organisatie van de Apostolische Kerken. We beperken ons in deze inleiding tot het belangrijkste aspect, nl. de betekenis van de ambten. Men gaat hierbij uit van Efeziërs 2:20 en 4:11 - 16. Essentieel is het ambt van Apostel: ij bereidt de gemeente voor op de komst van Christus. Dan is er de Profeet: ij openbaart, interpreteert en wijst kandidaten aan voor het bekleden van ambten. De Evangelist is de prediker van het evangelie. De Herder is belast met persoonlijke zielzorg terwijl de Diaken de materiële belangen van de gemeente behartigt. Een speciale plaats is voorbehouden aan de Stamapostel. Hij is het zichtbare hoofd van de gemeente en in alle zaken de hoogste autoriteit! Het (opnieuw) instellen van deze ambten was en is cruciaal: o kan het leven der gelovigen vernieuwd en de wederkomst van Christus bespoedigd worden.

De betekenis van 'de Duitse Apostel' Friedrich Wilhelm Schwartz (1815-1895) voor de ontwikkeling van de zgn. Apostolische Kerken in Nederland is nog nauwelijks onderzocht. In nog sterkere mate geldt dit voor de onmiskenbare invloed die Schwarz heeft uitgeoefend op Evangelicale kerken en groepen. In deze studie komt vooral het eerste aspect aan de orde, hoewel ook aandacht wordt besteed aan de betekenis van Schwarz 2 voor bijv. de persoon en het

werk van ds Jan de Liefde (1814-1869). In diens leven was het jaar 1863 - toen kwam Schwarz uit Duitsland naar Nederland - van grote betekenis: zijn Vrije Evangelische Gemeente te Amsterdam 3 die sedert het midden van de jaren vijftig een grote bloei kende was door diverse oorzaken in financiële problemen geraakt. De Liefde trad daarom af als voorganger en in het jaar 1862 moest het kerkgebouw, waar hij sedert 1853 preekte, verkocht worden. Niet lang daarna liet de stedelijke overheid van Amsterdam het pand slopen. In diezelfde tijd oefenden Engelse uitgevers, voor wie De Liefde geregeld publikaties verzorgde, druk op hem uit om naar Londen te verhuizen. In deze periode van onzekerheid maakte hij kennis met Schwarz die, zoals vermeld, in 1863 naar Nederland kwam. De twee hadden diverse ontmoetingen met elkaar en voerden vele gesprekken. Het resultaat daarvan was dat Schwarz gedurende drie maanden in de gemeente van De Liefde voorging. Dat gebeurde in de kapel Nazareth in de Barndesteeg, waar De Liefde een nieuw onderkomen had gevonden. 4

Katholiek-Apostolisch

Friedrich Wilhelm Schwarz werd op 11 april 1815 te Sardschau, in de buurt van Dantzig, uit eenvoudige boerenouders geboren. Als jongeman leerde hij voor kleermaker en verhuisde naar Berlijn. Daar wilde hij gaan studeren voor zendeling, destijds een hoogst begeerlijk ideaal voor christelijke jongemannen. In Berlijn echter kwam hij in contact met de Katholiek-Apostolische Gemeente. Hoe en wanneer hij tot deze gemeente is toegetreden is niet bekend. Dat moet echter kort na het ontstaan van deze gemeente zijn geweest. Zijn broer Eduard ging hem hierin voor. Nadat Friedrich Wilhelm zelf lid was geworden, zag hij af van het plan om de zending in te gaan. De plaats van oorsprong van de Katholiek-Apostolische Gemeente van Berlijn waar Schwarz lid van werd, ligt in de omgeving van Londen.

Daar vond nl. in de jaren 1826-1830 op het landgoed Albury, van de bankier Henry Drummond, een twintigtal conferenties van vooraanstaande - uit verschillende kerken afkomstige - leken en geestelijken plaats. 3 Tijdens deze

conferenties gebeurde in Londen maar ook in Schotland een aantal wonderbaarlijke genezingen, waarin het werk van de Heilige Geest werd gezien. Deze genezingen werden door een delegatie van de Albury-conferenties onderzocht en geverifieerd. Hierna volgden in Londen gebedsbijeenkomsten waarin gebeden werd voor een herleving van de Heilige Geest en het herstel van de kerk zoals die 'door Jezus en zijn apostelen werd opgericht'. Een prominente deelnemer aan de Albury-conferenties was de bekende Schots-Presbyteriaanse predikant Eduard Irving (1792-1834), voordien medewerker van de Schotse predikant Thomas Chalmers; de laatste stichtte in 1843 de Vrije Schotse Kerk. Irving preekte aanvankelijk in de kleine Caledonische Kapel te Londen. Daar werd de toeloop door zijn charisma en zijn opvallende preektrant zo groot dat besloten werd een nieuwe, grotere kerk te bouwen op Regent Square. 6 Op sommige zondagen kwamen er wel bijna tweeduizend toeschouwers samen. In het jaar 1832 kwam Irving in conflict met de kerkleiding omdat hij toeliet dat er in zijn kerk geprofeteerd werd. Het toestaan van dit profeteren was echter niet zonder slag of stoot gegaan. Lange tijd heeft Irving met zichzelf moeten worstelen, voordat hij dit verschijnsel accepteerde. Daarnaast was hij al in opspraak gekomen door eenige publikaties waarin hij de twee-naturen-leer beschreef en verdedigde. 7 Nadat de kerk voor hem gesloten was vormde hij in 1833 met medestanders een zelfstandige gemeente. Het profeteren vond overigens niet alleen in de kerk van Irving plaats; in meerdere kerken was dat het geval. De ambtsdragers van die kerken werden eveneens buitengesloten. Tijdens een van de genoemde gebedsbijeenkomsten te Londen kwam via een profetie het woord 'Convey the Holy Ghost, for art thou not an Apostle? ' tot John Bate Cardale, een destijds bekend jurist." Zo werd deze de eerste apostel binnen de beweging die later zou uitgroeien tot de Katholiek-Apostolische Gemeente. Er zouden nog elf roepingen volgen. Enige tijd later was dat die van Henry Drummond, de reeds genoemde eigenaar van het landgoed Albury en als derde volgde Henry King. Toen het twaalftal compleet was trokken zij zich terug op het landgoed Albury waar men een jaar doorbracht met bijbelstu-

die en bezinning. Later werd n.a.v. die studies het 'Testimonium' opgesteld.' Alle apostelen ontvingen een werkgebied dat, analoog aan de geschiedenis van Israël, een 'stam' werd genoemd (Deut. 32:8). Voor onze geschiedenis is het van belang te vermelden dat Henry King, later King-Church genoemd, de stam Isachar kreeg: ederland, België en Denemarken, terwijl aan Thomas Carlyle de stam 'Simeon' d.w.z. Noord-Duitsland werd toegewezen. King-Church is, in gezelschap van twee evangelisten, tweemaal in Nederland geweest. Hij bezocht hier o.a. Isaac da Costa die over dat bezoek in een brief aan De Clercq van 28 april 1838 als volgt schreef: Zoo even waren die beide Engelse heren hier. Ik kan niet zeggen dat hunne conterfeitsels mij bijzonder aantrokken. Wat dunkt u van deze menschen? Ik ben tegen die Irvingsche richting in de practijk toch altijd wat huiverig. De weg is eng...' De beide bezoeken van King-Church aan Nederland bleven zonder tastbaar resultaat. Pas veel later, in 1864, zou het de uit Duitsland afkomstige Max von Pochhammer 10 wel lukken een gemeente te vestigen. Deze eerste gemeente, die van Den Haag, werd gesticht met hulp van Isaac Capadose, een zoon van de bekende Reveilman Abraham. Isaac werd later apostelhelper en verhuisde met zijn gezin naar Albury.

De apostel Thomas Carlyle had in zijn werkgebied meer succes, vooral nadat in 1847 de bekende theoloog H.W.J. Thiersch was toegetreden. Hoewel de Katholiek-Apostolische Gemeente oecumenisch wilde werken werd ze, door tegenstand van alle zijden, gedwongen een eigen organisatie op te bouwen. De naam 'Katholiek' moet beslist niet opgevat worden als verwant aan de kerk van Rome, maar meer in de zin van 'algemeen'. Ondanks dat ontwikkelde de Katholiek-Apostolische gemeente een rijke liturgie met symboliek die veel verwantschap met de Anglicaanse en Rooms-Katholieke liturgie vertoonde."

Friedrich Wilhelm Schwarz werd dus lid van de Berlijnse gemeente waar hij

in 1850 het priesterambt ontving, daartoe beroepen door de apostel Carlyle. Hij diende te Berlijn onder de Opziener Rothe. Eind november 1858 kreeg Schwarz de opdracht om de gemeente te Hamburg, die eveneens onder de leiding van Rothe stond, als voorganger te dienen. In deze stad diende op dat moment priester Preuss. Schwarz ontving kort daarop uit de handen van apostel Woodhouse, in 1860 het Opzienersambt.

Onder de bezielende leiding van Schwarz groeide de gemeente Hamburg flink. In tegenstelling tot de situatie in Engeland, waar zowel de kerkleiding als de leden uit de gegoede of de adellijke stand kwamen, bestond de Katholiek-Apostolische gemeente in Duitsland uit 'kleine luyden': handwerkers en middenstanders. Dat zou mede van invloed zijn op de ontwikkelingen in latere jaren.

Met het verstrijken der tijd overleed in Engeland de één na de andere apostel. Binnen de Katholiek-Apostolische gemeente ontbrandde de vraag of de opengevallen plaatsen opnieuw bezet moesten worden. Reeds vijf apostelen waren overleden, onder wie in 1855 Thomas Carlyle. Zijn werkgebied werd overgenomen door apostel Francis Woodhouse. Tijdens een profetenconferentie op 30 mei 1860 in het religieuze centrum Albury werden door een profetie van Heinrich Geyer, de profeet van de gemeente Berlijn, twee nieuwe apostelen geroepen, Charles Boehm en William Caird. De Engelse apostelen weigerden deze profetie te aanvaarden. Ze waren de mening toegedaan dat de Heer nog tijdens hun levensperiode op aarde zou komen 'om zijn bruidsschat thuis te halen'. Wel werden beiden geroepen en in het co-adjutorenambt (apostelhelper) geplaatst. Op de terugweg van Albury naar Berlijn logeerde Geyer bij Schwarz in Hamburg. Schwarz was teleurgesteld over de houding van de Engelse apostelen maar legde zich er bij neer, evenals Geyer.

In oktober 1862 was Geyer met apostel Woodhouse in Koenigberg waar overnacht werd bij de priester Rososchacky. Terwijl Woodhouse zich al te ruste had begeven en Geyer en Rososchacky met elkaar in gesprek waren, riep Geyer Rososchacky tot apostel voor Noord-Duitsland. Azui het einde van hetzelfde jaar werd door Geyer een prediking te Berlijn gehouden waarin hij onder meer zei dat de Heer niet zou wederkomen voordat de mens der zonde, de zoon des verderfs, openbaar zou komen (2 Thess. 2:4). Tot dan toe werd door de Engelse apostelen altijd geleerd dat de Heer zou wederkomen voordat de anti-christ in de openbaarheid zou treden. Deze 'ketterij' kwam Geyer op excommunicatie te staan.

Ondertussen was Schwarz er ed door Geyer van op de hoogte gebracht dat hij

Rososchacky tot apostel geroepen had. Schwarz vroeg beiden naar Hamburg te komen. Tijdens de godsdienstoefening op 4 januari 1863 legde Schwarz zijn ambt onder de Engelse apostelen neer en verklaarde de nieuwe apostel te zullen volgen. De hele gemeente, op vijf personen na, volgde hem. In zijn hoedanigheid als apostel bevestigde Rososchacky daarop alle dienaren in hun oorspronkelijke ambt. Natuurlijk was de Katholiek-Apostolische gemeente in rep en roer. Rososchacky werd zodanig onder druk gezet dat hij zijn ambt als apostel neerlegde en zich weer bij de gemeente voegde. Schwarz werd naar Berlijn ontboden om daar, samen met Geyer verantwoording af te leggen. Geëist werd onder meer dat hij zou verklaren dat de roeping van Rososchacky tot apostel het 'werk van de duivel' was geweest. Het was niet Schwarz' intentie om als separatist op te treden maar hij weigerde toch Rososchacky's roeping, waarin hij het werk van de Heilige Geest zag, te verklaren tot duivelswerk. Kort en bondig verklaarde apostel Woodhouse Schwarz vervolgens voor afgezet en geëxcommuniceerd.

Toen Schwarz terug was in Hamburg, besloot de gemeente zolang zonder apostel te blijven totdat de Heer, 'door werking van zijn geest', daar zou ingrijpen. Dat gebeurde tijdens de godsdienstoefening van 12 april 1863. Daar werd door een profetie van een diaken en 'medebetuigingen' vanuit de gemeente de priester Preuss als apostel geroepen. Nu ontstond een merkwaardige situatie. De priester die aanvankelijk werkte onder de leiding van opziener Schwarz werd nu diens 'voorganger'. Met de roeping van Preuss kwam echter definitief een breuk met de Katholiek-Apostolische gemeente en zo ontstond het kerkgenootschap dat weldra bekendheid kreeg als Hersteld Apostolische Zendingskerk.

De Hersteld Apostolische Zendingskerk

Op 27 mei 1863, de tweede Pinksterdag, werd door een profetie van Geyer de voormalige voorganger van Hamburg, F.W. Schwarz, geroepen als apostel. Door meerdere profetieën werden hem op 8 september 1863 Nederland, België en Engeland als werkgebied aangewezen. Op zondag 27 september arriveerde Schwarz in Amsterdam en nu zijn we weer bij het ogenblik waarop deze geschiedschrijving begint. Al voordat Schwarz naar Amsterdam vertrok, werd hier al gewerkt door drie evangelisten die zich al veel eerder in Amsterdam gevestigd hadden. Dat waren Hübner, Ahlin en Meyersam. Bij hun evangelisatietochten waren ze in contact gekomen met een schildersbaas, Anton Kroonenburg. Alle vier waren aanwezig om apostel Schwarz te ontvangen. Kroonenburg woonde midden in de Jordaan waar ook de evangelisten logeerden. Schwarz

werd ondergebracht bij een bevriende familie totdat zijn vrouw met het huisraad uit Hamburg arriveerde. Het gezin Schwarz verhuisde daarna naar de Noorderstraat waar, in de grootste kamer, ook kerkdiensten werden gehouden. Kort daarna werd een zaaltje gevonden op de Oudezijds Voorburgwal waar apostel Schwarz op zondagavond kerkdiensten hield; zijn preken werden vertaald door een verder niet bekende jongeman.

Al op 7 november 1863 werd de aanval op Friedrich Schwarz geopend door een naam-en landgenoot. De bekende predikant Carl Schwarz (1817-1870) plaatste een advertentie in de 'Amsterdamsche Courant' waarin hij wees op de mogelijke naamsverwarring en benadrukte dat hij de stichting van de Apostolische Zendingskerk ten stelligste afkeurde. 12 Zelfs tot in Nederlands-Indië kruisten de beide Schwarzen de degens maar dat valt buiten het bestek van dit verhaal. De aanvallen op Schwarz en de Apostolische Zending zouden - al in 1863 - nog een bizarre kant krijgen. Het tijdschrift De Heraut nam op 13 november 1863 een brief op van de uit Duitsland afkomstige Hervormde predikant van Amsterdam A.H.W. Brandt (1811-1889). Deze schuwde het niet daarbij de hulp in te roepen van de hoogleraar H.W.J. Thiersch (1817-1885), het vooraanstaande lid van de Katholiek-Apostolische gemeente in Duitsland, om Schwarz verdacht te maken. De redactie van De Heraut schreef als commentaar daarop dat zij het niet eens was met wat Friedrich Schwarz leerde, maar evenmin met de 'Irvingianen'. Hoe het contact tussen de Vrij-Evangelischen en de Hersteld Apostolische Zendingskerk tot stand gekomen is, is niet precies bekend. Mogelijk heeft de voormalige evangelist van Jan de Liefde, F.W. Menkhoff, daarbij een rol gespeeld. In ieder geval mocht apostel Schwarz, zoals reeds vermeld, enige tijd preken in de kapel Nazareth in de Barndesteeg. In de geschiedschrijving uit die tijd is te lezen: 'er werden zelfs enige zielen uit deze groep, dat wil zeggen vaste bezoekers van de kapel Nazareth, verzegeld', d.w.z. aangenomen als leden van de 'Apostolische Zending'. Op mei 1864 werd de eerste verzegelinghandeling door apostel Schwarz verricht.

Het waren drie mannen die dat verbondsteken ontvingen: E.W. Ansingh, J. Witmond en A. Hardenberg. Enige bronnen melden dat nog een vierde persoon deze zgn. heilige Verzegeling ontving, eveneens een evangelist uit 'de stal' van ds. De Liefde, nl. een zekere Munch. Deze werd later overigens sociaal-democraat en atheïst. Ansingh was apotheker en een bekend man binnen de Amsterdamse samenleving. De dochter van Ansingh, Lizzy, was een

der 'Amsterdamsche Joffers' die les had gehad van haar tante Therese Schwartz. 13 Nu nog draagt een grote apotheek in Amsterdam de naam van Ansingh. De anderen waren oorspronkelijk evangelisten van de Vrije Evangelische Gemeente van ds. De Liefde. Witmond was voorganger van de gemeente te Amsterdam, Hardenberg werkte in Stadskanaal. 14

Herhaaldelijk moest apostel Schwartz 13 hetzij door tegenwerking, maar meestal uit financiële nood, met zijn gemeente verhuizen. De hiervoor beschreven verzegeling vond plaats in een zaal in de Haarlemmerhouttuinen. Om deze zaal geschikt te metken voor godsdienstige bijeenkomsten moest er het een en ander worden opgeknapt. Geld werd hiervoor geschonken door C.R. Fontein, de zwager van ... ds. Jan de Liefde en een broeder Toepoel uit Haarlem bij wie De Liefde vaak gelogeerd had als hij in Haarlem vertoefde. Deze eerste gemeente bestond uit 41 zielen en de wekelijkse inkomsten lagen tussen de ƒ 10, 00 en ƒ 14, 00.

Lang zijn Witmond en Hardenberg niet bij de Apostolische Zending gebleven. Ansingh bereikte nog wel de status van Profeet maar ook hij werd later door Apostel Schwartz geroyeerd. Nog enkele malen moest in die periode verhuisd worden. Na de Haarlemmerhouttuinen volgden achtereenvolgens de Lauriergracht, de Warmoesstraat, de Kromboogsloot 22 (in datzelfde gebouw huist heden de Armeense Apostolische Gemeente) en uiteindelijk werd een onderkomen gevonden in een voormalig chichorei-pakhuis op het Prinseneiland. Jarenlang stond de Apostolische kerk in Amsterdam daarom ook bekend onder de naam 'Chichorei-kerkje'. In 1892 werd een ander gebouw op het Prinseneiland betrokken, dat in gebruik bleef tot 1927.

Van alles werd er ondernomen om het leven van Schwartz en zijn gezin onmogelijk te maken. Meerdere malen werd hun huisdeur bevuild zoals hij in zijn 'mémoires' beschrijft. Een bijzondere manier om te trachten Apostel Schwartz weg te krijgen was een poging tot omkoping. De afzender is niet

bekend, maar op een zeker ogenblik ontving Schwartz een enveloppe met ƒ 1000, 00, een kolossaal bedrag in die tijd - heden minstens het 13-voudige waard - zeker voor de straatarme prediker. Bij het geld was een briefje gevoegd dat hij het mocht behouden indien hij verklaarde geen apostel te zijn. Schwartz retourneerde het geld met de korte notitie 'dat hij zijn Heer en Heiland niet wenschte te verloochenen voor een handvol brood'.

Stammend uit de Katholiek-Apostolische gemeente behield Schwartz aanvankelijk de uitgebreide liturgie daarvan, hoewel deze, door geldgebrek, al veel soberder was geworden. Toen echter in 1865 Menkhoff de verzegeling ontving en daarbij als evangelist de opdracht kreeg naar Bielefeld te gaan (deze behield dus hetzelfde ambt dat hij reeds bij ds. De Liefde had) om daar een gemeente te stichten, wist hij de apostel ervan te overtuigen dat de nuchtere 'calvinistische Nederlanders' niet gediend waren van de 'roomsche afgodendienst'. Langzaam veranderde de eredienst en werden de liturgische gewaden afgeschaft. De moedergemeente te Hamburg handhaafde veel langer de Katholiekapostolische gebruiken dan Schwartz, zij het dat zij, aanvankelijk schoorvoetend, de voorgestelde versoberingen volgde. De gemeente te Bielefeld, door Menkhoff gesticht, groeide ondanks vele tegenwerkingen. Enkele malen was Schwartz in Bielefeld en omgeving om daar de verzegelingshandeling te verrichten. Zo werd het apostolische werk van de 'nieuwe ordening' vanuit Duitsland naar Nederland gebracht en vervolgens weer naar Duitsland. Overigens werden ook vanuit de moedergemeente Hamburg gemeenten gesticht in verscheidene Duitse steden.

Was het begin in Nederland bescheiden en bleef dat vooreerst beperkt tot de hoofdstad, plotseling kwam daar verandering in. Te Enkhuizen bestond een afdeling van de 'Vereeniging ter verbreiding der Waarheid'. Lang zullen we bij deze vereniging niet stilstaan. In meerdere boeken over het 'Réveil' is daarover te lezen. Een van de predikers van deze vereniging was Lankamp, een voormalige evangelist van Da Costa, over wie Wümkes in zijn boek over het Baptisme in Nederland met enige laatdunkenheid schrijft. 16 In 1860 kocht deze vereniging een gebouw in de Westerstraat te Enkhuizen en hield daar kerkdiensten (in dit gebouw bevindt zich heden het documentatiecentrum van het Apostolisch Genootschap). Toen Lankamp op ziekenbezoek bij zijn ouders in Amsterdam was, hoorde hij diverse verhalen over Schwartz en zijn gemeente.

In Enkhuizen vertelde hij daarover en men besloot Lankamp en Leppink (een onderwijzer) poolshoogte te laten nemen. Hoewel ze achterin het kerkje hadden plaats genomen in de hoop niet op te vallen, werd men door een profetie op het tweetal opmerkzaam. Diep onder de indruk nodigden ze apostel Schwartz uit om in Enkhuizen te komen prediken. Verschillende malen was Schwartz daar en uiteindelijk kon hij er in het voorjaar van 1869 omstreeks 160 personen verzegelen. De voorganger van deze eerste apostolische gemeente buiten Amsterdam werd Lankamp. Deze werd in 1878 opgevolgd door J. Kofman.

Te Wolvega (Friesland), werd, na onenigheid met de plaatselijke 'vaderlandse' kerk, in 1887 de Vrije Hervormde Gemeente opgericht. Voorganger van deze gemeente was L.B. Hoekstra en één der ouderlingen, een zekere F.WJ. Posthuma. De oorzaken zijn niet meer na te gaan maar enige tijd later vinden we Hoekstra in Hoorn terug. De daar bestaande 'Vereniging tot Evangelisatie' wordt dan eveneens Vrije Hervormde Gemeente genoemd. Uiteraard bestonden er sterke banden tussen de Vrije Hervormde Gemeente te Wolvega en Hoorn. Beide gemeenten gingen later in z'n geheel over naar de Hersteld Apostolische Zendingsgemeente. Vanuit Enkhuizen verhuisde een zekere broeder De Boer naar Den Helder waar hij werk gevonden had op de Rijkswerf. Van apostel Schwartz ontving hij voor zijn vertrek het ambt van Diaken - Evangelist en de opdracht in Den Helder een gemeente te stichten, hetgeen hem gelukte. 17

In het voormalige Nederlands-Indië maakte de matroos Horsman kennis met het apostolische werk. Terug in Nederland werd Horsman in februari 1878 verzegeld. Hij ontving bij zijn vertrek naar IJmuiden, waar hij tot lichtwachter was benoemd, het Diaken-Evangelistenambt met de opdracht een gemeente te stichten. Op 25 december 1878 kon apostel Schwartz daar 'de eerste ziel verzegelen'. Vanuit IJmuiden werd zendingsarbeid in Haarlem bedreven, waardoor daar op 5 november 1879 een gemeente gesticht kon worden.

Hierboven werd al vermeld dat het apostolische werk ook in Nederlands-Indië tot ontwikkeling was gekomen. In 1879 kwam de voormalige vice-president van

het Hooggerechtshof te Batavia, F.L. Anthing, 18 naar Nederland om steun te zoeken voor zijn evangelisatie-werk onder de inlanders. Op Java bestonden al gemeenten die door evangelisten, die Anthing uit eigen middelen betaalde, opgericht waren. Zo was Anthing aanwezig op de vergadering van 17 december 1877 van de Nederlandsche Zendingsvereeniging. 19 Anthing was via Engeland naar Nederland gekomen. In Londen was hij ook in diverse kerken geweest onder welke de Katholiek-Apostolische gemeente. 'Daar opeens hoorde ik: 'In Duitschland en in Nederland is een ware Apostolische kerk', en zonder verder in Engeland te onderzoeken, scheepte ik mij in naar Nederland, stoomde IJmuiden binnen en kwam te Amsterdam. Mijn eerste werk was het predikbeurtenblad op te zoeken en vond daar melding van eene Apostolische Zending'. 20 Zo kwam ook Anthing in de Apostolische Zendingsgemeente en werd, na vele malen met Schwartz gesproken te hebben, op 12 oktober 1879 verzegeld. In december van datzelfde jaar ontving hij het apostelambt voor Indië. Het wonderlijke was dat Anthing, die naar Europa gekomen was voor geldelijke hulp, weer terug ging naar Java als Apostel, niet met materiële hulp, maar alleen met de geestelijke ondersteuning die apostel Schwartz hem bieden kon.

Helaas heeft Anthing op Java slechts kort kunnen arbeiden. In november 1883 kwam hij door een verkeersongeval om het leven. Al spoedig trachtte de Gereformeerde Zending invloed te verwerven op de 'Anthingse' gemeenten die alle tot de Apostolische Zending waren overgegaan. In een brief van 17 april 1885 aan de zendeling Van der Linden protesteerde Antinghs echtgenote tegen deze handelwijze. Apostel Schwartz deed hetzelfde ten huize van Höveker. 21

Het algehele verloop van het apostolische werk op Java zullen we verder laten rusten. Hier wordt slechts vermeld dat in 1899 de inlander Sadrach, ex-leerling en evangelist van Anthing, met vele honderden christenen, overging naar de Apostolische Zendinggemeente. Door de Gereformeerde Zending werden zij

daarop, geringschattend, als Sadrach-Christenen aangeduid. 22 Zo werd het apostolische werk nogmaals vanuit Nederland 'geëxporteerd'. Maar niet alleen naar Duitsland en Indië. De al eerder genoemde Luitsen B. Hoekstra werd in 1897 geroepen als apostel voor de Verenigde Staten. In 1900 werd Sietse Faber apostel voor Argentinië. Zowel Hoekstra als Faber hebben niet veel kunnen verrichten in de landen waar ze heen werden gezonden. Na hen kwamen anderen met meer resultaat.

Ook voor Schwartz zelf is het niet altijd gemakkelijk geweest. Diverse medewerkers moest hij wegens wangedrag uit het ambt ontzetten. 23 Dat trof onder anderen de reeds genoemde Lankamp, die door Schwartz naar Utrecht was gezonden om daar een gemeente te stichten. Wegens zijn kwalijke levenswandel kon hij in Utrecht niet gehandhaafd worden. Ernstiger was het echter gesteld met de houding van de profeten die meenden telkens de apostel te kunnen voorschrijven hoe te handelen. Dat was een overblijfsel uit de Katholiek-Apostolische periode waarmee ook de Engelse apostelen grote problemen hadden. Had Schwartz al eerder in zijn 'testament' geschreven over de vier paarden voor een gespan die elk hun eigen weg zochten, in een brief van 16 juni 1895 aan de Duitse Apostel Krebs schreef hij: '... In mijn boek of Testament staat te lezen: wanneer de Apostel sterft, alsdan mag de helper niets meer doen, anders vervallen wij in het doen der Oude Ordening met haar co-adjutoren. De naburige Apostel neemt de plaats in des verstorvenen; hij verzegelt, ordent de geroepenen wanneer zij geroepen zijn; hij vraagt den Heer door Zijn profeet welke broeder hem als Apostel in de plaats van de verstorvenen dienen zal; hij zondert de nieuwgeroepenen af. Nu, oude vriend, gij zijt de daartoe aangewezen man...'

Op 6 december 1895, 's morgens om half elf, overleed de man die het vuur van het apostolische werk in Nederland had ontstoken. De aangifte van overlijden werd een dag later gedaan door Leendert Benard en Johan Wilgenhof. De apostel Krebs en de Stam-Opziener Niehaus leidden de rouwdienst. Het stoffelijke overschot van Schwartz werd ter aarde besteld op de begraafplaats Westerveld. 's Avonds deelde men in een vergadering, waarbij alle voorgangers

aanwezig waren, mede dat de apostel Krebs - naar de wens van de overledene - het werk in Nederland gedurende het jaar van rouw verder zou leiden.

Besluit

Aan het begin van dit artikel werd reeds geschetst dat wat in Nederland op de noemer Apostolisch' kan worden gebracht in diverse richtingen is uiteengegaan. De apostel Schwartz, die zoals wij zagen het werk van ds. Jan de Liefde beïnvloedde, zal niet bevroed hebben dat de grootste van deze richtingen Het Apostolisch Genootschap - in sommige ogen - zo modern is geworden dat het tegen het Humanisme lijkt aan te leunen. Internationaal gezien worden de opvattingen van Schwartz hedentendage het zuiverst verwoord in de Nieuw-Apostolische Kerk-, daar is de band met de buitenlandse gemeenten gebleven, daar worden ook de verschillende sacramenten die tijdens het leven van Schwartz 24 werden ingevoerd, zoals het verzegelen van ontslapenen (1870) en de viering van het Heilig Avondmaal voor ontslapenen (1881), nog steeds gehandhaafd.


1. Tang, M.J., Het apostolische werk in Nederland tegen de achtergrond van zijn ontstaan in Engeland en Duitsland, (Diss. Utrecht), 's-Gravenhage 1982. Hierin ook een beschrijving van de zendingsactiviteiten in Nederland die aan de periode Schwarz voorafgingen, 43-45.

2. Oorspronkelijk werd de naam in het Duits geschreven, Schwaiz, later in Nederland werd dit Schwartz.

3. Wat tegenwoordig bekend is als de Vrije Evangelische Gemeente is de voortzetting van het werk van Ds. H.W. Witteveen (1815-1884).

4. Gegevens uit: Verkruisen, N.J., Eenige herinneringen bij het herdenken, dat wijlen de weleerw. heer F. W. Schwartz op het pinksterfeest den 26sten Mei 1863 te Hamburg door de Heer geroepen werd tot Apostel voor Nederland, ... [s.1.] 1913.

5. De verslagen van deze conferenties en de conclusies verschenen in boekvorm: Drummond, Henry, Dialogues on Prophecy, 3 delen, Londen 1827-1829.

6. Uitvoerig werd onderling over Irving's chiliasme gecorrespondeerd door W. de Clercq, I. da Costa en H.J. Koenen. Da Costa vertaalde publikaties van Irving.

7. The Orthodox and Catholic Doctrine of our Lord's Human Nature, Londen, 1830 en Christ's Holmess in the Flesh, Londen, 1831.

8. Deze gebeurtenis vond plaats op 31 oktober 1832.

9. De volledige Nederlandse titel van dit geschrift, dat verspreid werd onder vorsten en vooraanstaande geestelijken, luidt: Aan de Patriarchen, Aartsbisschoppen, Bisschoppen en andere Hoofdbestuurders in de kerk van Christus over de gehele aarde en aan de Keizers, Koningen, souvereine vorsten en opperhoofden der natiën van de gedoopten, [s.1.], 1837.

10. Abraham Kuyper, die de Katholiek-Apostolische gemeente zeer vijandig gezind was, schreef ergens: 'hij pochte en hammerte zolang totdat hij een gemeente bij elkaar had'.

11. De Nederlandse uitgave van het boek De Liturgie en andere eerediensten der Kerk, Den Haag 1866, telt niet minder dan 641 blz. Dr. H.J. Gunning J.Hz. schreef: 'Zelden zal men zulk een groot aantal gezalfde, wonderschone gebeden aantreffen als in dit kerkboek.' (Herinneringen uit mijn leven, 2e dr. blz. 53).

12. Deze Schwarz was te Amsterdam sedert 1849 de 'zendeling onder de Joden' vanwege de al eerder genoemde Vrije Schotse Kerk van Chalmers.

13. In een interview met het Vrije Volk van 18 november 1958 vertelt Lizzy: 'Als kind lag ik in het atelier van 'tante Trees' al te tekenen. Altijd engelen. Waarom? We waren lidmaten van de Hersteld Apostolische Kerk, we waren daar ook gedoopt. Ik had daar veel mee op. Nu ben ik er niet meer bij, helaas.' Over haar vader: 'Meer nog dan apotheker was hij profeet. Profeet van de Apostolische kerk, waar hij door de leden van die geloofsgemeenschap op handen werd gedragen.'

14. In zijn boek, J. de Liefde in zijn werken en leven geschetst, (Nijkerk 1917) schrijft S. Coolsma: 'De Liefde heeft uitnemende evangelisten afgeleverd. Als ik ze even onderling mag vergelijken, dan zou ik zeggen: Holleman was de degelijkste, Menkhoff de gemoedelijkste, Witmond de fijnste, Hardenberg de bekwaamste en Gerdes de aangenaamste spreker' (blz. 187).

15. Vanaf nu gebruiken we de Nederlandse benaming van Schwartz.

16. Zie o.m. Stemmen voor Waarheid & Vrede XVI (1868) en G.A. Wumkes, De opkomst en vestiging van het Baptisme in Nederland, Sneek 1912.

17. Gegevens o.m. ontleend aan, 'Van licht tot Licht'. Ontstaan en ontwikkeling der Hersteld Apostolische Zendingsgemeente in de eenheid der Apostelen in Nederland en Koloniën, [s.1.] 1930.

18. Anthing, F.L., Mededeelingen omtrent de evangelisatie in het westelijk deel van Java, Amsterdam 1881.

19. Zie de Notulen van deze vereniging van 4 december 1876-24 november 1879, aanwezig in het Hendrik Kraemer Instituut te Oegstgeest.

20. Uit het verslag van Anthing Zoeken naar waarheid, of hoe eene gerechtigheden Gods kan vinden, door Amithai = Waar (= mr. L.F. Anthing) Arnhem 1924. Het vermelde in 'Van Licht tot Licht' is niet juist. (Zie noot 17.)

21. Brieven eveneens aanwezig in het Hendrik Kraemer Instituut.

22. Zie hierover o.a.: L. Adriaanse: Sadrach's Kring, Leiden 1900 en L'Affaire Sadrach par C. Guillot, Paris 1981.

23. Vijf jaren in de gemeente der 'Apostolische Zending' door een voormalig diaken dier gemeente, Amsterdam 1869. Smit, Ysbrand, Valsche Apostelen en valsche profeten, of oude grieven en nieuwe bewijzen tegen de Apostel Schwartz en zijne verzegelde aanhangers, Amsterdam 1869.

24. Veel van de geciteerde literatuur, evenals veel van de literatuur uit de katholiek-apostolische periode en de hieronder aangehaalde titels over of door Schwarz, is aanwezig in de bibliotheek van de Nieuw-Apostolische Kerk die, na aanmelding, voor een iedere geïnteresseerde toegankelijk is.Enkele titels van of betreffende Friedrich Wilhelm Schwartz: Apostolisch zangkoor 'Engedi'. Programma der zangstukken t.g.v. het 50-jarig huwelijksfeest van den Hoogeerwaarden Heer F.W. Schwartz, Apostel des Heeren voor den stam Juda, en diens echtgenote; De genade, vrede en licht ... Eene voorlichting van E W. Schwartz, Amsterdam 1884, 24 blz, ; Das Testament von Apostel Schwartz27.5.1863-6.12.1895, 22 blz.; 100geloofsartikelen van Apostel Schwartz, 1972, 30 blz.; Een concept van den Apostel Schwartz (stam Juda), 23 blz.; Verkruisen, N.J, Eenige herinneringen bij het herdenken, dat wijlen de weleerw. Heer F. W. Schwartz op het pinksterfeest den 26sten Mei 1863 te Hamburg, door den Heer geroepen werd tot Apostel voor Nederland, waarna Ap. Schwartz den 8sten September door Ap. Pruys en de Hamburger Gemeente werd afgezonderd, en den 24sten September 1863 te Amsterdam aankwam ... [s.1], 1913; Meijder, M, Het venster op F. W. Schwartz, Baarn 1988; Zie voor de omvang en de geografische spreiding van de Apostolische Kerken in Nederland: Knippenberg, H., De Religieuze Kaart van Nederland, Assen 1992, 143-151.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995

DNK | 99 Pagina's

FRIEDRICH WILHELM SCHWARTZ EEN DUITSE PREDIKER IN NEDERLAND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995

DNK | 99 Pagina's

PDF Bekijken