Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De regeling van ons Kerkelijk leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De regeling van ons Kerkelijk leven

3 minuten leestijd

(20)

De art. 56—60 der D.K.O. handelen over het Sacrament van de Heilige Doop. Allereerst stellen we de vraag: Welke kinderen moeten gedoopt worden? Art. 56 geeft hierop het antwoord: „Het verbond Gods zal aan de kinderen der Christenen met de Doop verzegeld worden." Deze "bepaling is zeer ruim. In het begin der 17e eeuw begon het verval en men „doopte alles wat in het doophuis gebracht werd." In 1553 gaf Calvijn de raad , dat alleen kinderen van leden der kerk gedoopt werden. Deze regel volgt men ook in de Geref. Gemeenten. Alleen kinderen, wier ouders lid zijn van de kerk, worden gedoopt.

Vroeger kwam het te vondeling leggen van kinderen nogal vaak voor. Al spoedig kwam dan ook de vraag: ogen zulke kinderen, die door christen-ouders zijn aangenomen, gedoopt worden? Daar is heel wat over te doen geweest. Voetius, Brakel e.a. maakten daarin onderscheid. In een land, waar in 't algemeen christenen woonden, mochten vondelingen worden gedoopt. Doch in een land, waar in 't algemeen heidenen woonden, mocht het niet. Op de synode te Dordrecht kwam de vraag: ogen heidenkinderen door christelijke families aangenomen, onder belofte, dat ze in de christelijke religie opgevoed zullen worden, gedoopt worden? De meningen hierover waren zeer verschillend. Sommigen zeiden: a, want Abraham besneed ook de heidenkinderen, n.1. de kinderen van zijn slaven. (Gen. 17 : 12—13).

De meerderheid van de synode echter was er beslist tegen. Zulke heidenkinderen staan buiten het verbond. Zij zijn onrein (1 Cor. 7 : 14). Abraham heeft wel zyn slaven, de ingeborenen in zijn huis en de voor geld gekochten besneden, maar niet, voor hij ze eerst in de leer des geloofs had onderricht.

De synode besloot dan ook: „dat ze, hoewel zij hetzij door opneming in christelijke gezinnen, hetzij door adoptie daarin waren ingelijfd, niet gedoopt mochten worden, eer ze tot diè jaren gekomen waren, dat ze naar hun bevattingsvermogen in de eerste beginselen der christelijke religie kunnen onderwezen worden en onderwezen zijn."

De eigenlijke Bedienaar van de Doop is Christus zelf, doch de uitoefening der bediening heeft Hij opgedragen aan Zijn discipelen (Joh. 4:2), later aan de apostelen (Matth. 28 : 19). Dat beginsel is door onze vaderen direct gevat en op het convent te Wezel (1568) dan ook uitgesproken, dat alleen wettig geordende Dienaren des Woords bevoegd zijn de Sacramenten te bedienen. „Het zal niemand, alhoewel hij een Doctor, Ouderling of Diakenen is, geoorloofd zijn de dienst des Woords of der Sacramenten te betreden, zonder wettelijk daartoe beroepen te zijn" (Syn. v. Middelburg, 1581, art. 3).

Tijdens de hervorming kwam men voor de vraag te staan of personen, die uit de Roomse kerk kwamen en met de hervorming meegingen, weer gedoopt moesten worden. De synode van Embden (1571) sprak als haar oordeel uit, dat „wanneer de doop in de Roomse kerk door een wettig geordend priester, in de wettige vorm (met water) en in de naam van de Drieënige God had plaats gehad, hij dan niet mocht herhaald worden".

De doop der Luthersen werd erkend, indien hij door een wettig geordend predikant was geschied. Doch de doop der Socinianen werd niet erkend, omdat" zij de Drieëenheid Gods loochenen.

De Doop moet plaats hebben „zo haast als men de bediening deszelven hebben kan." Dus zo spoedig mogelijk. In onze kringen wacht men daarmee wel eens wat te lang, zodat de doop pas geschiedt, als het kind al enkele maanden oud is;

't Slot van art. 56 bepaalt, dat de Doop moet geschieden in een openbare samenkomst van de gemeente, omdat de Sacramenten behoren bij de dienst des Woords.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 24 October 1947

Daniel | 8 Pagina's

De regeling van ons Kerkelijk leven

Bekijk de hele uitgave van Friday 24 October 1947

Daniel | 8 Pagina's

PDF Bekijken