Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

Willem IV.

Deze was een heel andere figuur als zijn vader. Zijn regering is dan ook ver van voordelig geweest voor de graafschappen.

Hij was een man van strijd en avontuur, roemzuchtig, driftig; die daarom van de franse koning de schone(!) bijnaam kreeg van „le fou furieux".

Hij koos in de oorlog tussen Frankrijk en Engeland, hoewel hij frans leenman was, toch de zijde van Engeland.

Deswege verbond hij zich met Artevelde en zijn Vlamingen, ook bondgenoten van Engeland. Gevolg: een grote nederlaag der Fransen.

Hij was een avontuurlijk heer. In 1343 trok hij — als matroos verkleed — naar het Heilige Land en bezocht er het H. Graf.

Op zijn terugreis ging hij strijden tegen de heidense Wanden en Lithauwers (in 0.\ Bruisen). Het volgende jaar ging hij weer naar Pruisen, maakte er tevens een plezierreisje van door het bezoeken van diverse kas-', telen, zodat hij met een nadelig saldo thuis kwam.

Het jaar 1345 bracht een strijd met Utrecht en tevens zijn dood.

In Utrecht regeerde toen bs. Jan van Arkel. Deze was door bemiddeling van de graaf bisschop geworden en zat dus feitelijk onder de plak.

Geen wonder dat Arkel zich trachtte te bevrijden van Hollands invloed. Daartoe wilde hij allereerst de financiën van het Sticht saneren en ging daarom wonen te Grenople, teneinde de kosten van een hofhouding uit te sparen.

Zijn plaatsvervanger was zijn broer Robert.

Tijdens de afwezigheid van de graaf beledigden de Utrechtenaren de graaf. En daar deze nog al gauw op zijn tenen getrapt was, liet hij 't niet onder zich zitten.

Onverwachts naderde Willem met een groot leger en Talrijke belegeringswerktuigen de stad. Maar de Utrechtenaren gaven geen krimp. Zes weken duurde het beleg en de graaf werd zelfs gewond. De bisschop snelde toe, ook 's graden oom Jan" van Beaumont en zij wissen de stad te bewegen, genade te vragen. Dit geschiedde; maar de voorwaarden waren hard. O.m. moesten „400 burgers, paar aan paar in linnen klederen, ongegord, blootshoofds en barrevoets, hem voor zijn tent genade komen smeken." (Groen).

Dit geschied zijnde, stond een uitgestelde tocht tegen de afvallige Friezen van Oost en Westergo op het programma. Eerst had hij nog met hen onderhandeld, maar tevergeefs. Zelfs Stavoren viel af.

De rampspoedige tocht begon op 26 September in Enkhuizen, 's Graven oom, J. van Beaumont, landde met een deel van het leger jyi de buurt van Stavoren,

maar moest met hevige verliezen terug; ternauwernood ontsnapte hij aan de dood.

Willem zelf landde bij Warns. Van alle kanten kwamen de Friezen opdagen en richtten onder de 500 mannen (meest ridders) een hevige slachting aan. Ook de graaf moest terug en werd gedood; de een zegt getroffen door een bijlslag, de ander door een pijlschot.

Het tragische was, dat hij sneuvelde juist op-de oude dingplaats, waar zijn voorvaderen gewoon waren recht te spreken in Friesland.

Beaumont had de treurige taak 's graven vrouw en ook zijn nicht, keizerin Margaretha, op de hoogte te stellen van het verscheiden van de ongelukkige vorst.

Margaretha van Henegouwen.

De overleden graaf had geen kinderen en het liet zich aanzien, dat botsingen over de successie niet zouden uitblijven; alles tot grote schade van deze gewesten.

De grote vraag was: Wie moet nu opvolgen? Erfgenamen waren: le.• Jan van Beaumont; 2e. Margaretha; 3e. Eduard III, 'getrouwd met 's graven zuster.

De laatste maakte aanspraak op een deel der erfenis, n.1. Zeeland en trachtte daarom Beaumont voor • dat karretje te spannen. Zeeland lag toch buitengewoon gunstig, wegens zijn (Eds.) betrekkingen met Vlaanderen.

Keizer Lodewijk besliste uiteindelijk, in dezen gesteund door Beaumont, die tijdelijk de leiding der graafschappen op zich genomen had.

Henegouwen gaf, niet zoveel hoofdbrekens. Het was een spille leen en dus droeg hij dit graafschap op aan zijn vrouw Margaretha, oudste zuster van de overleden 4 graaf.

Maar ook Holland, Zeeland en Friesland droeg h\j haar op. Wel waren Holland en Zeeland oorspronkelijk Lotharingse lenen geweest, waarin ook vrouwen mochten opvolgen; op dit tijdstip echter waren het zwaardlenen.

De opdracht geschiedde in Jan. 1346. Waarschijnlijk is daarop in Febr. 'n landsvergadering te Geertruidenberg gehouden, waar Holland en Zeeland met de regeling accoord gingen.

In Maart bezocht de nieuwe landsvrouwe nu Henegouwen en in April ging het naar Holland en Zeeland. Inderdaad moet het haar smartelijk aangedaan hebben. Eenmaal had zij deze landen verlaten in vrede en grote bloei^ en nu!

Allereerst stonden daar 2 groepen adellijke geslachten tegenover elkaar: de Ark els, Egmonds, Heemskerks en Wateringen contra de Duivenvoordes, Polanens, Brederodes en Boeckhorsten. De oorzaak van deze tweespalt was, de begunstiging van Duivenvoorde c.s. boven de anderen.

Voorts was daar de dreiging van Engeland. Maar deze wist Margaretha af te wenden door middel van onderhandelingen. Ook werd zij bij het herstel der orde geholpen door de koning van Frankrijk, die er natuurlijk zeer bij geïnteresseerd was, dat Engeland hier niet te veel invloed kreeg.

Verder waren er in veel steden partijen, die geen vrouw aan het hoofd begeerden. Ook in dezen herstelde zij enigszins de orde: bevestigde n.1. de oude privilegiën en schonk er enige nieuwe bij; alles met toestemming van haar man en met medewerking van Beaumont.

Maar haar gemaal wilde, dat zij terugkeerde naar Duitsland. De keizer had n.1. .een plan met onze landen. Hij wilde deze voor zijn geslacht winnen en daartoe aan een zijner zonen de heerschappij opdragen.

Maar welke zoon zou dat zijn? De keizer wist zijn oudste, n.1. Lodewijk, te bewegen afstand van zijn rechten te doen en wees zijn tweede zoon, Willem, als eventueel opvolger van zijn moeder aan.

Alvorens naar Duitsland terug te keren riep Margaretha nogmaals de edelen en de steden in Geertruidenberg samen en wist deze te bewegen, haar zoon als stadhouder te benoemen. Dit geschied zijnde, nam Willem onder de titel van „Verbeider" het bestuur over de graafschappen in handen (1346).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1948

Daniel | 15 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1948

Daniel | 15 Pagina's

PDF Bekijken