Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Fontein Jakobs en de Springader Israëls

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Fontein Jakobs en de Springader Israëls

4 minuten leestijd

Jezus antwoordde en zeide tot haar: Een ieder die van dit water drinkt, zal wederom dorsten; maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid niet dorsten, maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven." (Joh. 4 : 13-14.)

In de woorden die Christus sprak tot de Samaritaanse vrouw vinden we:

Een treffende vergelijking. Een machtig onderscheid. Een duurzame bevrediging.

In de weken die achter ons liggen zijn we bepaald geworden bij de heilige tempelstroom die van onder de dorpel des huizes vloeit in de richting van de dode zee.

Naar het meetsnoer des Engels worden die wateren steeds dieper en brengen leven en vruchtbaarheid in de landpale des doods.

Onder levende wateren verstaan we de levende en bevindelijke kennis die gewerkt wordt door de bediening van Woord en Geest.

Dit is immers het eeuwige leven, dat ze U kennen, de Enige en Waarachtige God en Jezus Christus die Gij gezonden hebt.

De Heere heeft beloofd, dat de aarde vol zal zijn van de kennis des. Heeren, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken.

Op het loofhuttenfeest te Jeruzalem, heeft Christus op de dag der waterplenging met grote stem geroepen: „Die dorst heeft kome tot Mij en drinke."

Hij is de Springader Israëls.

Hij heeft het levende water van de bediening van Zijn Geest zo duur verworven.

Wij hebben de Springader van het levende Woord door onze bondsbreuk verlaten, en zitten neer bij de gebroken bakken van onze afgoden.

Wij gaan elke dag met ons watervat naar de vergiftige bronnen van deze wereld, zonder ooit bevredigd te worden.

De geschiedenis van de Samaritaanse vrouw is bijzonder leerzaam.

Daaruit zien we, dat de Heere eerst de behoefte wekt naar levend water en daarna de behoeftige ook vervult.

De Samaritaanse is een beruchte, wulpse, publieke vrouw, die door ieder wordt geschuwd.

's Morgens en 's avonds gaan de vrouwen van Sichar n-iar dc Jakobsbron om water te putten.

De Samaritaanse ontwijkt die vrouwen en gaat 's middags om twaalf uur.

De Heere moest door Samaria.

Het uurtje van deze ontmoeting is bij God bepaald. Die vrouw heeft alleen maar stoffelijke behoeften. Van levend water heeft ze nooit gehoord.

Ook het water uit die Jakobsbron is een zegen. Vader Jakob heeft er al uit gedronken en zijn kinderen en zijn vee.

Toch is er een machtig onderscheid. Het water uit de Jakobsbron verkwikt wel voor een korte tijd, maar het levende water geeft duurzame bevrediging.

In een weg van ontdekking, voor de vrouw heel pijnlijk, wordt de behoefte aan levend water geboren.

Eerst moet het deksel van haar hart worden opgelicht en haar schuldig verleden geopenbaard.

Dan openbaart Christus Zich in dit eenvoudige: „Ik ben het, die met U spreek."

Ik ben de ware Messias, de Springader Israëls. Dan verlaat die vrouw haar watervat en wordt in de straten van Sichar een predikster van de ware Messias.

De onder de as smeulende Messias-verwachting laait op en velen spoeden zich naar de Jakobsbron en mogen drinken van het water des levens om niet.

Dat water geeft duurzame bevrediging.

Wanneer de heilige Pinksterstroom voor onze matte ziel wordt geopend, dan wordt onze ziel als een gewaterde hof.

Dan laten we ons watervat in de steek en mogen er iets van verstaan, wat de dichter zingt:

„Een volle beek van wellust maakt, Hier elk in liefde dronken."

Zeker de tijden zijn donker en de kerkakker is dor, maar de Heere gaat door.

Er is ook nu een overblijfsel naar de verkiezing der genade, dat getuigen mag, dat de Heere nooit is een dorre woestijn, noch een land van uiterste donkerheid. Jonge mensen, de voorsmaak van de zonde is wel zoet, maar de nasmaak is gal-bitter.

Zonder een droppeltje verkoeling was de rijke man in de hel.

We leven vlak bij de bron.

Wekke de Heere door Zijn Geest behoefte aan dat levende water, opdat we geen vreemdelingen zouden zijn of blijven van de heimweekreet van Ps. 42 : 1. En de Geest en de Bruid zegge kom! en die het hoort zegge: om, en die dorst heeft kome en die wil neme het water des levens om niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1949

Daniel | 8 Pagina's

De Fontein Jakobs en de Springader Israëls

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1949

Daniel | 8 Pagina's

PDF Bekijken