Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ds L. G. C. Ledeboer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds L. G. C. Ledeboer

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

(ii.)

Zo was dus de aloude Dordtse Kerkenordening op zij gezet en werd de kerk een reglement opgedrongen. Ja, de kerken werden opgelost in een genootschap. Een juk werd op de kerken gelegd, dat voor hen, die naar Gods Woord wilden leven, ondragelijk was. De autonomie van de plaatselijke kerken ging geheel te loor door dit nieuwe reglement. De hierarchie stak het hoofd op en de opgedrongen organisatie kan terecht een staatscreatuur genoemd worden.

Gevoelde nu niemand iets van het dreigend gevaar? Slechts een enkeling.

Direct kwam er bij de Koning een protest in uit de classis Amsterdam. Door de Commissaris-generaal werd op hooghartige wijze geantwoord, dat de classis Amsterdam sinds 7 Jan. 1816 opgehouden had te bestaan. Op de Synode, welke door de Koning op 3 Juni 1816 saamgeroepen was, kwamen nog enkele protesten in, uit de vroegere classes Leiden en Woerden. Doch deze protesten werden terzijde gelegd. Overigens hoorde men niets van verzet. Zo verregaande waren de lauwheid en de onverschilligheid. „Het vroegere Calvinistische Holland scheen ten prooi te zullen worden aan allerhande dwaalleer en de waarheid, welke drie eeuwen met zonneklaarheid geschitterd had in deze landen,

verbor-werd nu verdraaid of onder een korenmaat gen." (Landwehr.)

Ds Schotsman, die in 1819 zijn „Erezuil ter gedachtenis van de te Dordrecht gehouden Nationale Synode" schreef, werd geducht onder handen genomen. Men schreef zelfs het volgende: „Voorwaar elk, die in zulk een tijd, de vrijheid der drukpers misbruikende, de vrede komt verstoren, ongevergd, uit louter moedwil zijn medebroederen op het lijf valt, kwaadaardig de publieke geest wederstreeft, en zich tegen de openlijk verklaarde goede wil der hoogste Autoriteiten aankant, neen! er is geen voorwendsel, waarmee zulk een schuld kan worden vrijgepleit. En dan zulk een, die door het publiek bezoldigd wordt, om het Evangelie der liefde en des vreües te verkondigen! De algemene verontwaardiging behoort hem te blijken; de kerkelijke tuchtroede behoort hem te kastijden." (G. J. Vos Azn. II 236.)

U ziet dus welk een geest er heerste; de valse vrede mag niet verstoord worden. En wie het toch waagt, behoort met de kerkelijke straffen getuchtigd te worden.

Vooral het „Adres aan alle mijn Hervormde geloofsgenoten", van Ds Molenaar in 1827, verwekte veel verbittering. In dit „Adres" legde Ds Molenaar de vinger op de wondplekken. Men wilde juist vrede tot elke prijs en nu komt er daar nog wel een leraar, die geroepen was om vrede te prediken, onvrede verwekken.

Gelukkig, de Heere verwekte mannen, die met heldenmoed de strijd aanbonden tegen de verdraaiing van de aloude waarheid en aanhielden om de leugen te ontmaskeren. Allereerst noemen we Bilderdijk en Da Costa. Velen was het, of hij heldere hemel plotseling een donderslag was gehoord, toen Da Costa*zijn „Bezwaren tegen de geest der eeuw" het licht deed zien.

De liberalen waren niet liberaal genoeg om een andere overtuiging te dulden dan de hunne. Met schimp en hoon werd Da Costa overladen. Men noemde hem een „ellendeling." Bilderdijk, zijn geestelijke vader, nam het voor hem op. In 1834 kwam het tenslotte tot een breuk. H. de Cock scheidde zich van het genootschap af, weldra gevolgd door H. - P. Scholte, A. Brummelkamp, S. v. Velzen en G. F. Gezelle Meerburg. Enigszins op zichzelf staande was de actie van H. J. Budding te Biggekerke en L. G. C. Ledeboer te Benthuizen. Het leven en de arbeid van laatstgenoemde hopen we in de volgende artikelen te behandelen. Een man, die enerzijds hoog geacht en anderzijds bitter gehaat werd. „En in de kring dergenen, die de Heere vrezen, is merendeels grote onbekendheid met het leven en de arbeid van deze dienaar des Woords, die met onvermoeide ijver, met niemandsparende ernst en met bewonderenswaardige vrijmoedigheid de raad Gods ter verlossing verkondigd heeft." (Landwehr.)

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's

Ds L. G. C. Ledeboer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1951

Daniel | 12 Pagina's