Bekijk het origineel

Israël en het Midden-Oostens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Israël en het Midden-Oostens

Gij Joden, op naar Zion !

5 minuten leestijd

Frederik de Grote, de koning van Pruisen, vroeg eens aan zijn hofprediker: „Bewijst U eens dat de bijbel Gods Woord is".

Het antwoord luidde: „De Joden, Sire". Met dit korte, geladen antwoord bedoelde de prediker te zeggen: Koning, een volk dat al zoveel eeuwen bestaat en zijn eigen karakter heeft weten te behouden ondanks het feit dat het door d.e eeuwen heen is verstrooid over vele landen, vervolgd, opgejaagd, voor een deel is uitgemoord, moet toch wel een bijzonder volk zijn. Het is dat volk, dat God eenmaal uit vele volkeren heeft uitverkoren om het te stellen tot een lof op aarde; dat volk aan wie Hij in Zijn Woord zoveel beloften heeft geschonken. Hij zal dat volk nooit aan de vernietiging prijsgeven, want, hoewel de Joden de Christus der Schriften hebben verworpen, nochtans zijn en blijven zij beminden, om der vaderen wil.

Enige jaren geleden hebben we in dit blad enige artikelen gewijd aan het jodenvraagstuk. We hebben ons toen vooral beziggehouden met het antisemitisme en de toekomstverwachting voor de Joden. Er is sinds die tijd veel gebeurd in het Midden-Oosten, ja, de gebeurtenissen aldaar vullen nog steeds de frontpagina's der dagbladen. In deze serie artikelen willen we de huidige situatie schetsen en de wijze waarop die is ontstaan. We nemen daartoe de draad der historie op bij het eind der vorige eeuw, wanneer het Zionisme onweerstaanbaar doorbreekt. Dit streven van het Joodse volk om terug te keren naar Zion, de heuvel te Jeruzalem waar eens de tempel stond, dateert reeds uit de tijd van de Babylonische ballingschap.

De oudste getuige van dit oerverlangen op de bodem van de Joodse ziel is voor ons de dichter van Psalm 137, wanneer hij zegt: „Hoe zouden wij een lied des Heeren zingen in een vreemd land? Indien ik U vergeet, o Jeruzalem, zo vergete mijn rechterhand zichzelve. Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan U niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap!"

In geen enkele periode van de Joodse geschiedenis is het zionistisch verlangen ooit weggeëbd. Hoewel het Zionisme onder het Jodendom ook baangebroken zou hebben zónder vervolgingen, is het antisemitisme een machtige stimulans geweest voor het streven naar een eigen vaderland.

Theo dor Herzl.

Eén man, Theodor Herzl, heeft de Joodse Staat in het land der vaderen profetisch voorzien en aan de verwerkelijking van dit visioen zijn leven en huiselijk geluk opgeofferd.

De omstandigheden, waaronder hij bezield werd door de zionistische gedachte, voeren ons naar het hart van West-Europa: Parijs. In deze stad werd in 1894 de Joodse kapitein Alfred Dreyfus door een krijgsraad ten onrechte schuldig bevonden aan het verraden van militaire geheimen. Dreyfus werd veroordeeld tot degradatie en levenslange verbanning naar het Duivelseiland. Het is voor ons onderwerp niet van belang het proces te volgen tot het eerherstel van de kapitein. Wij moeten slechts vaststellen, dat de affaire heeft geleid tot een uiting van bewust antisemitisme, dat in Franse militaire kringen uitermate populair was. Voor een Weense krant zou de Joodse journalist Theodor Herzl het proces verslaan. Deze gevoelige, literair-begaafde schrijver werd zó geschokt door de ontstellende Jodenhaat, die zich tijdens het Dreyfusproces en daarna openbaarde in de kreet: „de dood aan de Joden", dat hem, zoals hij later zelf schreef, „de schellen van de ogen vielen". Het deed er niet toe, of Dreyfus schuldig dan wel onschuldig was: hij was een Jood! Dat bepaalde de stemmingen en instincten tegen het slachtoffer. Het werd Herzl duidelijk, dat hij als Jood even vaderlandsloos en onbeschermd was als Dreyfus. „Op dat ogenblik ben ik Zionist geworden", vertelde hij later. Zo groeide bij hem onverwachts het verlangen naar een Joods vaderland. Achter elkaar schreef hij zijn boek „Der Judenstaat", waarin hij de eis van een Joods vaderland stelde en waarmee we de geschiedenis van de staat Israël, die 14 mei 1948 geproclameerd werd, kunnen laten beginnen.

Oeganda?

Door zijn uitroep: „Wij zijn een vólk, één volk!" bracht hij de Joden over de gehele wereld in grote opwinding. Het gelukte

hem dan ook de Joodse wereld in beweging te krijgen. In 1897 vindt het eerste Zionistencongres onder zijn leiding plaats. Daarna werden deze congressen jaarlijks gehouden. Een dramatisch hoogtepunt werd bereikt tijdens het laatste congres, dat Herzl heeft gepresideerd in 1903. Bewogen door de vreselijke jodenvervolgingen in Rusland (de pogroms van Kisjinev deden een rilling gaan over de gehele wereld) had de Engelse minister Chamberlain de Zionistische organisatie een plan voorgelegd de Joden te emigreren naar Oeganda, een Engels gebied in Oost-Afrika. Herzl, pas teruggekeerd uit Rusland, was diep onder de indruk van de vervolgingen aldaar; bovendien was hij ontmoedigd omdat hij bij de Turkse sultan nog steeds geen succes had behaald wat betreft de vestiging van een Joodse samenleving in Palestina. Daardoor is het te verklaren dat hij op dit congres het Oegandaplan aanbeval, hoewel hij zijn openingsrede eindigde met de oproep dat Palestina het einddoel was en moest blijven. Het congres verwierp echter ieder plan dat het Joodse volk kon afleiden van zijn oude stamland. Het waren juist de Russische Joden, die het meest onder het Joodse lot gebukt gingen, die het felst deze voorlopige oplossing bestreden. Indrukwekkend was Herzl's slotwoord tot de vergadering, de laatste toespraak die hij in het openbaar zou houden en die eindigde met de woorden van de Psalmdichter: „Indien ik U vergeet, o Jeruzalem, zo vergete mijn rechterhand zichzelve". Totaal overwerkt stierf hij in 1904, op slechts 44-jarige leeftijd, aan een hartkwaal. Als laatste wens had hij te kennen gegeven dat men hem in een eenvoudige metalen kist naast zijn vader zou bijzetten, om daar te liggen tot het Joodse volk zijn gebeente naar Palestina zou overbrengen. In 1949 vond de herbegrafenis van de grote Zionistenleider plaats op de Herzlberg bij het oude Zion. Toen waren zijn woorden: „Als ge wilt, is het geen sprookje", gebezigd als ondertitel van één van zijn romans, reeds werkelijkheid geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1969

Daniel | 14 Pagina's

Israël en het Midden-Oostens

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1969

Daniel | 14 Pagina's

PDF Bekijken