Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Israël en het Midden-Oosten (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Israël en het Midden-Oosten (4)

Spannende jaren

7 minuten leestijd

Plet is interessant om cle achtergronden van het Arabisch-Israëlische treffen van 1967 te bezien. Hierdoor wordt het mogelijk om enkele gewichtige vraagstukken en ontwikkelingen te leren kennen, welke allesbehalve tot het verleden behoren en medebepalend zijn voor de duistere toekomst.

Het Islamitisch alliantie plan.

Tijdens een bezoek van koning Feisal van Saoedie-Arabië aan de Sjah van Perzië in 1965, lanceerde Feisal een plan om ie komen tot een bondgenootschap van islamitische landen. De sjah schaarde er zich onmiddellijk achter. Beide vorsten riepen nu alle Islamitische staatshoofden op tot een bijeenkomst in Mekka. Een uitgesproken voorstander van dit plan was koning Hoessein van Jordanië. Fel ertegen keerde zich president Nasser, al spoedig gesteund door Syrië, Algerije, Jemen en Irak. Nasser zag in de alliantie niets anders dan een bondgenootschap van conservatieve machten, gericht tegen de naar zijn zeggen vooruitstrevende landen.

Feisals denkbeeld had in plaats van de Islamitische eensgezindheid te verstevigen felle tweedracht gezaaid tussen de Arabische landen onderling. „Progressieven'' stelden zich tegenover „reactionairen". Beide kampen bestookten elkaar met heftige campagnes over radio en televisie en in de pers. De tegenstelling over het Islamitische alliantieplan bleek al spoedig niet een uitsluitend Arabische aangelegenheid te zijn. Ook de grote mogendheden mengden zich in de twist, teneinde zoveel mogelijk hun politieke invloed in dit gebied te behouden of uit te breiden. De Verenigde

Staten en Engeland namen een welwillen - de houding aan tegenover het plan.

Rusland daarentegen brandmerkte het plan van Feisal als een met Westerse steun opgezette poging om tegen de vooruitstrevende krachten in het Midden-Oosten een dam op te werpen. Deze scherpe tegenstelling tussen de Arabische staten bestond gedeeltelijk nog, toen de oorlog in juni 19G7 uitbrak. In do laatste week van mei immers werd de Syrische ambassadeur uit Jordanië uitgewezen, op beschuldiging betrokken te zijn geweest bij een complot tegen de Jordaanse koning Hoessein. Op 30 mei vond de dramatische verzoening plaats tussen Hoessein en Nasser. De verhouding tussen Feisal en Nasser bleef uiterst koel.

Islam en socialisme te verenigen?

U zult ongetwijfeld vragen: waarom stonden deze twee blokken zo fel tegenover elkaar; was dit alleen maar een tegenstelling tussen conservatief en progressief?

Neen; in wezen ging de strijd over de verhouding tussen Islam en socialisme. Velen in de wereld van de Islam, met name Feisal en Hoessein, koesteren de overtuigingdat Islam en socialisme principieel onverenigbaar zijn. Hiertegenover stelden president Nasser en allen die met hem sympathiseren, dat Islam en socialisme niet alleen verenigbaar zijn, maar sterker nog, dat een socialistische overtuiging de enig mogelijke is voor een oprecht gelovig Islamiet. Volgens hem was de door Mohammed gestichte Islamitische staat een socialistische. Het zeer revolutionaire bewind in Syrië heeft een derde opvatting: Islam en socialisme zijn inderdaad niet verenigbaar. Daarom moeten we ons zo snel mogelijk verlossen uit de greep, die de Islam reeds zoveel eeuwen op Arabië gehad heeft. Op 25 april 1987 verscheen in een vooraanstaand weekblad in Damascus een artikel met o.a. deze aanhaling: „Wij hebben geen behoefte aan een mens die bidt en die knielt, die zijn hoofd in onderdanigheid buigt of die God vraagt om genade en vergeving. De nieuwe mens is een socialist, een revolutionair". Dit artikel bracht in de Arabische wereld, vooral onder de rechtzinnige Mohammedanen, grote opschudding. Religieuze leiders in Syrië riepen hun volgelingen op tot verzet. Stakingen, ordeverstoringen en arrestaties waren het gevolg. Om nu op het alliantieplan van Feisal terug te komen: dit plan zou een belangrijke stimulans kunnen zijn voor de binnenlandse oppositie in Egypte, Syrië en Irak. Dit verklaart derhalve de heftigheid, waarmee de regeringen dezer landen zich tegen het plan keerden.

Syrië, een haard van onrust.

Het uitbreken van de oorlog in juni 1967 is indirect veroorzaakt door de explosieve situatie die aan de vooravond van de grote strijd in Syrië was ontstaan. Syrië is een labiel en roerig land, waarin de laatste jaren veel gelukte en mislukte staatsgrepen met behulp van het leger gepleegd zijn. Een humorist onder de politieke waarnemers heeft eens gezegd, dat de macht in Syrië aan die officieren pleegt toe te vallen, die op een goede ochtend iets eerder dan hun korpsgenoten uit bed waren gestapt. Sinds februari 1966 regeert er het zeer linkse neo-Baathistische bewind.

Dit regiem heeft slechts een geringe aanhang in het land en moet zich met behulp van een sterke militaire macht staande houden. Vanaf 1964 bestonden er nauwe contacten tussen Syrië en communistisch China; eveneens tussen China en de uit Palestijnse vluchtelingen gevormde terroristenbeweging, de beruchte Al-Fatah („De Verovering"). Deze Palestijnse guerillastrijders krijgen vanaf die tijd hun opleiding in China en worden ruim van Chinese wapens voorzien. Vanaf januari 1965 begonnen ze vanuit Syrië steeds driestere overvallen en sabotage-activiteiten in Israël te plegen. Verschillende malen kwam de Veiligheidsraad op Israëis verzoek bijeen, overigens zonder resultaat. Vanaf begin 1967 groeide de spanning aan de Israëlisch-Syrische grens tot steeds gevaarlijker afmetingen. Op 7 april verschenen Israëlische vliegtuigen zelfs boven de buitenwijken van Damascus. In Israël groeide de overtuiging dat slechts een grootscheepse tuchtigingsactie tegen Syrië aan de laf - hartige overvallen een halt zou kunnen toeroepen. De angst voor deze tuchtigingsactie enerzijds én de grote verontwaardiging bij d.e orthodoxe Islamieten over het zoeven genoemde anti-Islam-artikel anderzijds brachten het Syrische bewind in een uiterst précaire situatie. In hun angst deden ze op 16 mei een dringend beroep op president Nasser om hen uit de benarde situatie te bevrijden.

Nasser voor een moei1ijke keus.

Deze noodkreet plaatste Nasser voor een buitengewoon moeilijke keus. Wanneer hij Syrië daadwerkelijk hulp wilde verlenen, zou dit de algemene mobilisatie van zijn strijdkrachten vergen. Dit zou een oorlog met Israël vrijwel zeker maken, en hiertoe achtte hij blijkens een hele reeks van

voorgaande uitspraken de Arabische landen nog niet in staat. Zou hij echter aan de Syrische hulpkreet geen gehoor geven, dan zou zijn leiderschap van de progressieve Arabische landen in diskrediet geraken, ook zou zijn prestige bij de Arabische volksmassa's ernstig worden aangetast. Hij koos als uitweg uit dit dilemma het maken van een militair gebaar: een gedeeltelijke mobilisatie van de Egyptische strijdmacht in het Sinaï-gebied. De opdracht hiertoe werd in de nacht van 16 op 17 mei gegeven. Nu stond hij echter voor nóg een moeilijke beslissing. Wat te doen namelijk met het dunne scherm van V.N. - troepen, dat sinds de Suezcrisis van 1956 langs de Egyptisch-Israëlische grens was aangebracht? In het verleden had. hij er zich herhaaldelijk achter verscholen om zijn inactiviteit ten aanzien van Israël bij de overige Arabische vorsten te rechtvaardigen. Nog onlangs had koning Hoessein van Jordanië de handhaving van de V.N.-strijdmacht als een bewijs van zijn onwaarachtige houding in de zaak Israël voor de voeten geworpen. Nasser besloot tot een gokspel dat, indien het gelukt zou zijn, hem een aantal winstpunten had opgeleverd zonder hem in een oorlog met Israël te storten.

De blunder van Oe Thant.

Hij richtte op 18 mei een verzoek aan de secretaris-generaal van de V.N. Oe Thant, om de strijdmacht terug te trekken.

Indien Oe Thant een goed tegenspel had geboden, b.v. in de vorm van het bijeenroepen van de Veiligheidsraad (wat Nasser zeer zeker gehoopt heeft) zou het oorlogsgevaar beduidend kleiner geweest zijn. Maar Oe Thant gaf de troepen opdracht zich terug te trekken en beging daarmee een politieke blunder, die de weg vrijmaakte voor een gewapend conflict.

Het onafwendbare gevolg van de Egyptische bezetting van de Sinaï was het sluiten van de straat van Tiran of de Golf van Akaba, waardoor de oorlog met Israël vrijwel onvermijdelijk werd. Daar Israël namelijk geen gebruik mag maken van het Suezkanaal, is deze straat van vitaal belang voor haar, haar enige uitgang naar de Afrikaanse landen. Vandaar dat Israël bij herhaling duidelijk verklaard had de sluiting van de straat van Tiran als een oorlogsverklaring te beschouwen. Dat Nasser de krachtmeting met Israël accepteerde en — tegen beter weten in — cle Arabieren zelfs een overwinning in het vooruitzicht durfde te stellen, kan hem als een monumentale fout worden aangerekend.

Door zijn houding werden de laatste twijfelaars in het Arabische kamp gerustgesteld. Nasser, zo meenden z.e, zou geen oorlogaandurven indien hij niet zeker van de overwinning zou zijn. Een hysterische stemming maakte zich van de Arabieren meester: de afrekening met Israël stond voor de deur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1969

Daniel | 21 Pagina's

Israël en het Midden-Oosten (4)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1969

Daniel | 21 Pagina's

PDF Bekijken