Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

jeugdfontein

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

jeugdfontein

6 minuten leestijd

De oplossingen van de vakantie-puzzel druppelen nog steeds binnen en ze worden natuurlijk ook meegerekend. In ons volgende nummer zullen we de goede oplossing vermelden. Dan komt ook de tweede puzzel. Dit keer kunnen we onze rubriek gemakkelijk vullen, want. uit Nieuw-Beijerland kreeg ik veel kopie toegestuurd. Vandaag laten we dus de Beijerlanders aan het woord in d.e hoop, dat andere verenigingen dit goede voorbeeld zullen volgen.

Allereerst een ontroerend stukje, dat afkomstig is van Egbert Bouman. Ik heb het ook in het evangelisatieblad , , de Kruisbanier" gelezen. Ik geef het jullie graag door.

IN EEN ZIEKENHUIS

Door een vertrouwelijk gesprek tussen een chirurg en een predikant kwam het volgende in de openbaarheid. Kleine Wim van 7 jaar lag in het ziekenhuis.

Als zovelen moest ook bij hem de blinde darm verwijderd worden.

Toen hij de operatiezaal werd binnengereden, keek hij met angstige ogen rond.

Met de openheid van een kind vroeg hij aan de chirurg: „Wat gaat u met me doen? " „We zullen die pijn uit je buikje eens even wegnemen", zei de dokter vriendelijk.

„Maar ik heb helemaal geen pijn", zei Wim. „Neen, maar als we er niets aan doen, komt de pijn morgen weer terug en dan word je ziek".

„Hoe gaat u de pijn wegnemen, dokter? " „Je gaat gewoon slapen, Wim, en als je wakker wordt, is alles gebeurd en dan ben je gauw weer beter".

„Ik heb helemaal geen slaap".

„Dat komt wel, ik ga je in slaap maken, hoor, je voelt er niets van". „Ga ik werkelijk slapen, dokter? " „Ja, Wim, werkelijk". „Maar dan moet ik eerst bidden", zei Wim.

Voor iemand er op verdacht was, gleed hij op de grond, hij knielde en legde zijn handjes gevouwen op de rand van de brancard. Het was doodstil in de zaal.

De chirurg, de beide assistenten, de zusters, niemand bewoog zich. Allen keken naar dat kleine figuurtje in het midden van de zaal. Helder en zuiver klonk zijn kinderstem:

Ik ga slapen, ik ben moe. 'k Sluit mijn beide oogjes toe. Heere houdt ook deze nacht Over mij getrouw de wacht.

't Boze dat ik heb gedaan Zie dat Heere toch niet aam Schoon mijn zonden vele zijn. Maak om Jezus wil mij rein.

Dit kinderlijk gebed van Wim is het keerpunt geworden in het leven van deze chirurg. Het liet hem niet meer los. Hij is die avond neergeknield en heeft precies hetzelfde gevraagd:

„Schoon mijn zonden vele zijn, maak Jezus wil mij rein. om

Nu vinden jullie dit ook niet ontroerend? Michell Kamerman zorgde voor een gedicht.

TWEE JONGENS

Een echtpaar had twee jongens, dat waren Jan en Piet. Jan was een beste jongen,

maar leren kon hij niet. Dus ging hij naar een bakker toen hij van school af kwam, die hem, zo trouw en eerlijk, graag in z'n woning nam. Maar Pieter was een vlugge. Hij leerde met gemak en kreeg, daar was hij trots op, diploma's in zijn zak. En kwam je bij die ouders 't was steeds het zelfde lied: Van Jan werd niet gesproken, 't ging altijd over Piet. Die was welhaast hun afgod. Tot op een zeker keer de ouders gingen vrezen, want 't werd zo'n vreemde heer. Op zondag naar de voetbal en naar de bioscoop. Ja, immer droevig werd zijn verkeerde levensloop. Het is slecht afgelopen met die verwende Piet. De gauwe, vlugge jongen gaf d' ouders groot verdriet. Maar Jan werd zelf nog bakker. En zie, hoe goed het ging: Want vele jaren was hij een flinke ouderling.i In hem mocht men ervaren het Godsgetuigenis: Dat slechts de vrees des Heeren de grond der wijsheid is.

Ook dit gedicht geeft genoeg stof tot nadenken.

En dan beginnen we vandaag ook nog aan een lang opstel van Henk de Bonte over:

GASPAR OLEVIANUS

Op 10 augustus 1536 werd de eerste zoon van bakker Olewig geboren. Op zijn geboortedag werd hij reeds gedoopt, want zijn wieg stond in de roomse stad Trier. De blijde ouders noemden hem Gaspar. Zij voedden hun zoon nauwgezet Rooms op. Zijn vader wilde dat hij advocaat zou worden. In Trier waren vier beroemde scholen. Hij werd door zijn grootvader, die hem verder opvoeden zou, naar een van die scholen gebracht. De leermeesters stonden verbaasd over die ijverige, knappe Gaspar. Niet een van z'n medeleerlingen kon hem evenaren. Het was God, die hem die wijsheid gaf, want hij moest godgeleerde worden en geen advocaat, maar dat wist hij zelf nog niet. Ook zijn vader en grootvader wisten dat niet. Zij waren wel blij met het grote verstand van Gaspar. Zijn vader was trots op hem. Zijn zoon zou een groot geleerde worden en hij was maar een eenvoudige bakker.

Op die school werd ook zijn achternaam veranderd in Olevianus. Dit was een latijnse naam. Alle studenten veranderden toen hun naam.

Als Gaspar in Trier afgestudeerd is moet hij naar een hogeschool in parijs om daar verder te studeren voor rechtsgeleerde., Nog was Gaspar rooms; nog bad hij tot de heilige maagd Maria en de andere heiligen. Maar toch was er al iets gebeurd, want in Trier was er een meester geweest, die zijn leerlingen teksten leerde en daar Gaspar daar over nagedacht had zag hij het verschil tussen wat de roomsen leerden en wat in Gods woord stond.

Als hij in Parijs uitgestudeerd is gaat hij naar Orleans, waar ook een beroemde hogeschool is. Hier komt hij in aanraking met mensen, die niet rooms zijn. Eerst wil hij niets van hen weten, want het zijn immers ketters. Later sluit hij zich in het geheim toch bij hen aan, want wat hij van hen hoort komt precies overeen met de teksten die hij vroeger geleerd had. Toch blijft hij voor advocaat studeren en op 21jarige leeftijd is hij reeds rechtsgeleerde. Aan de oever van de Loire, dicht bij Orleans, is een groep studenten bijeen. Het zijn Duitse edelen, die willen gaan zeilen op de Loire. Vanuit Orleans nadert een groepje mensen. Het zijn Herman, de zoon van keurvorst Frederik de Vrome van de Paltz, met enige vrienden, waaronder Olevianus. De Duitse studenten nodigen prins Herman uit om met hen te gaan zeilen.

Prins Herman gaat mee, maar Olevianus niet. Hij zegt: , , Ik ga niet mee, want er is er niet één bij, die dat scheepje goed kan besturen".

Even later vaart het bootje met hoog opgetrokken zeil weg. Maar dan, plotseling, een windstoot, een golf van de verraderlijke Loire en het scheepje slaat om. Gaspar denkt niet lang na en springt in het water om de drenkelingen te redden. Hij komt echter niet ver. Op de bodem ligt een dikke laag modder en Gaspar wordt er in vastgezogen en kan niet loskomen

„Help, help, ik verdrink", schreeuwt hij Maar niemand hoort hem. Hij zakt al dieper, nog even en dan zal aan zijn leven een einde gekomen zijn door het water van de Loire. Dan denkt Gaspar aan God, Die al zo lang aan zijn hart klopt. Ja, God alleen kan hem nog redden. Dan bidt hij: „Heere, als U me nog redt zal ik godgeleerdheid gaan studeren". Dan voelt hij zich vastgrijpen. Hij plonst onder water en v/eet dan niets meer. Helpende handen

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1971

Daniel | 16 Pagina's

jeugdfontein

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1971

Daniel | 16 Pagina's

PDF Bekijken