Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE VROUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VROUW

13 minuten leestijd

Het is de bedoeling dat we samen gaan kijken naar de bijbelse vrouw, en dan speciaal letten op de plaats die zij in de samenleving heeft ingenomen. Om hen tot voorbeeld te stellen? Waren zij dan beter dan wij? Zijn dan niet alle mensen tot in de grond verdorven en niet in staat tot enig goed en geneigd tot alle kwaad? Dan is de bijbelse vrouw toch niet beter dan wij?

Laten we letten op hetgeen de Heere van ons vraagt, welke plaats Hij aan de vrouw en (het is niet van elkaar te scheiden) ook aan de man heeft toegewezen.

In het Paradijs.

Toen God de vrouw had geschapen was zij evenals Adam begiftigd met het beeld van God, zonder zonde, volmaakt overeenkomende met de natuur van God, wiens werk volmaakt is. De eerste mensen hadden volmaakte kennis van hetgeen God van hen wilde; hadden een volmaakte wil om de plaats in te nemen die de Heere wilde dat zij zouden bekleden. Hun hartstochten waren zuiver. Zij waren verbonden met een reine, zuivere liefde.

Adam noemde de vrouw die de Heere hem schonk „Manninne", uit mij en aan mij gelijk. Ook de vrouw was dus volmaakt en in staat om staande te blijven. De Heere had haar een manninne gemaakt, een hulp voor de man, een aanvulling. God had gezegd: Laat Ons

mensen maken. Meervoud. Nadat Adam geschapen was voelde deze zelf dat er nog iets ontbrak. De Heere was dan ook nog niet klaar met scheppen en sprak: „Het is niet goed dat de mens alleen zij". Hij schiep dus de vrouw cm cle man en ook uit de man. De Heere bracht haar tot Adam en voltrok op deze wijze het eerste huwelijk.

Dit mensen-paar leefde tot Gods eer. Dat was het doel waartoe zij waren geschapen. Zij leefden in volmaakte vriendschap met Gcd hun Schepper, maar ook met elkaar. Totdat... Totdat de vrouw zag dat de boom der kennis c'es goeds en des kwaads gced was tot spijze, nam en at en gaf ook haar man met haar en hij at. Toen is alles veranderd. Ook in cle verhouding man-vrouw, de harmonie was verstoord. De zonde maakte dit mooie huwelijk stuk. Zij gingen z ; ch schamen voor elkaar en werden bang voer God.

„Die vrouw" noemde Adsm teen cle vrouw die hij eerst „Manninne" had genoemd. Hun onderlinge vrede en blijdschap was verdwenen. Het verwijt, de schaamte, de angst, het verdriet, en ga zo maar door, waren er voor in de plaats gekomen. Ja, de clood in plaats van het leven.

Hoe moest dat toen verder? Meest het huwelijk altijd zo uitzichtloos blijven? Zo zonder doel: God verheerlijken kon immers niet meer? Het zou ook nooit meer gekund hebben had God Zelf niet voor een oplossing gezorgd.

De oplossing.

Het „Ik zal vijandschap zetten", de heilsbelofte opende nieuwe perspectieven, ook voor de vrouw. Er werd haar, die de dood verdiend hac! het leven beloofd. Ja, het Leven met een hoofdletter. Dc Weg, de Waarheid en het Leven zcu uit haar geboren worden. Zij de vrouw, zou Zaad voortbrengen. Zaad dat de satan de kop zou vermorzelen. Wat eer. eeuwig wonder! Nu is er ook voor ons nog een mogelijkheid om volmaakt gelukkig te worden, volmaakt te leven lot Gods eer.

„Eva", zo noemde Adam haar na de heilsbelofte. Moedor aller levenden. Door de zonde was zij een moeder van enkel doden.

Eva geloofde Gods belofte. En na haar zijn er nog veel vrouwen geweest die ook die heerlijke belofte hebben geloofd, maar ook zij waren niet in staat de plaats die God hen gegeven had op de juiste wijze in te nemen, laat staan die vrouwen die God niet wilden dienen. De Heere zegt immers: „Zonder Mij kunt gij niets doen". Zonder Mij kunt ge uw plaats niet innemen. Dan maar bij de pakken neerzitten, met de handen in de schoot? Of

Heb je een zakagenda? Kijk dan eens bij woensdag 9 oktober. Misschien staat er met kleine lettertjes bijgeschreven:

„Vreugde de Wet". Op die datum herdenkt het Joodse volk het ontvangen van de Wet op Sinaï. Met het schenken van Zijn Wet riep God Israël uit tot een volk. Zij kregen daardoor bestaansrecht, maar dat niet alleen. De wetten, voorschriften voor algemeen menselijk levensonderricht, zijn door God gegeven ter bescherming. Ga maar na:

Het eerste gebod: Geen andere goden, ter bescherming van de ziel. Het eeuwig heil hangt er van af. Het vijfde gebod: bescherming van het gezinsleven.

Het tiende gebod is een opwekking tot tevredenheid, de Heere wil dat wij tevreden zijn met hetgeen Hij ons schenkt en met de plaats die Hij ons aanwijst, omdat Hij alleen weet wat goed voor ons is.

Wat dat met ons onderwerp te maken heeft? Wel, in Gen. 3 : 16 b staat: ot uw man zal uw begeerte zijn en hij zal over u heerschappij hebben. In de kanttekening van de Statenbijbel staat: at is gij zult gehouden zijn u naar uws mans wil te voegen, en zoeken onder hem te schuilen en door zijn beleid geregeerd te worden en uw man zal macht hebben over u te gebieden, hetwelk ons vlees nu lastig zal zijn, daar het voor de val niet anders dan lieflijk was. In dit Bijbelgedeelte geeft God dus ook een voorschrift aan de vrouw ter bescherming en het is tevens een mededeling. De tekst begint met: Ik zal". De Heere zal dus vanaf dat moment bij de vrouw het bescherming zoeken en bij de man de neiging tot heerschappij hebben, werken.

Door de zonde is er in ons mensen een drang naar het wederstreven van Gods geboden ontstaan. Een drang om ons van Gods voorschriften, die n.b. gegeven zijn tot onze bescherming, te bevrijden. We weten namelijk niet wat goed voor ons is. Deze verkeerde drang, die geneigdheid tot alle kwaad, is er na de val altijd geweest. Toch belooft God Zijn zegen als we Zijn geboden onderhouden. Lees maar in Deut. 28 waar God de zegen belooft als we Zijn geboden onderhouden en de vloek als we daarvan afwijken.

Moedergodsdiensten.

Hebben jullie wel eens gelet op de zgn. „moedergodsdiensten" in de Bijbel?

Dat zijn die godsdiensten waarin een godin de boventoon voert. In het O.T. wordt ongeveer 40 x de heidengodin Asera genoemt. Haar naam komt o.a. voor als: storeth, Astarte, Anatoth, Anath en Isthar. Staat er b.v. „de bossen" of „de groene boom" dan werd daarmee deze godin vereerd. Een stenen pilaar vertegenwoordigde Baal (een manlijke god), daarnaast stond dan een bos of een groene boom. Steen is onvruchtbaar en een boom is vruchtbaar. De godinnen waren dan ook a.h.w. vruchtbaarheidsgodinnen. In Jer. 44 : 17-19 wordt gesproken over het Melecheth des hemels, (de koningin des hemels), waarmee Isthar wordt bedoeld, die in die tijd werd gediend.

Salomo haalde voor zijn vrouwen de Astoreth en de Milkom binnen, godinnen van de Sidoniërs en de Amonnieten. En wat was het gevolg als Israël zondigde tegen het eerste gebod en andere goden, in dit geval godinnen ging dienen, de bescherming veronachtzaamde? Dat de Heere Zijn vloek over hen bracht. Ja, de Heere werkt vaak middellijk, waardoor de gevolgen ook te beredeneren zijn. Wat is namelijk het logische gevolg van een moedergodsdienst?

Wel, dat ook in het maatschappelijk leven de vrouw meer op de voorgrond treedt en de man voorbij streeft. Heerschappij gaat voeren over de man. En welke gevolgen heeft dat binnen het gezin?

De kleine jongen, die van God de drang tot heersen meegekregen heeft en ziet dat zijn moeder de sterke figuur is in het gezin zal willen worden zoals zij, en het kleine meisje zal beschermd willen worden zoals haar vader die door haar moeder overheerst wordt. De jongen krijgt dan wat vrouwelijke en het meisje wat manlijke trekken, wat een progressieve werking heeft.

Dat gebeurde ook ten tijde van Salomo. Tijdens de regering van Rehabeam waren er al schandjongens, die deden naar

al de gruwelen der heidenen. Homosexualiteit en andere perversiteiten. Kortom: verwording van de zeden.

De vrouw uit Spreuken 31.

Is de plaats die de Heere aan de vrouw heeft toegewezen een minderwaardige? Laten we Spr. 31 eens doornemen. Wat zegt de Heere via Salomo daar van een goede huisvrouw?

Zij is te vertrouwen, goed voor haar man, is niet te lui om te werken, heeft organisatietalent, zij koopt en verkoopt, deelc mee aan de armen, heeft een vooruitziende blik, geeft haar man de kans naar buiten te treden, zij verzorgt zichzelf goed, zij is wijs en leert anderen goed te doen, zij houdt toezicht. En zij wordt, hoe kan het ook anders, geacht door man en kinderen. Heus het staat er allemaal in. Maar dit alles vindt zijn oorzaak in de Godsvreze. Zonder Mij kunt gij niets doen.

Menselijke inzettingen.

Zagen de Farizeeën zich als de geestelijke nakomelingen van Mozes en Ezra, hun ijver ontaardde in het nakomen van de letter der wet. De inhoud daarvan (liefde tot God en de naaste) werd volkomen over het hoofd gezien. Bovendien maakten zij Gods gebod krachteloos door eigen inzettingen. Een van die inzettingen was dat de vrouwen in de synagoge achterin moesten zitten. De voorhof van de tempel van Herodes was in tweeën gedeeld, zodat mannen en vrouwen waren gescheiden. In de echtscheidingswetten werd uitgegaan van het recht van de man. Kortom de vrouw had in de tijd dat de Heere Jezus op aarde kwam een minder eervolle positie.

En de Heere Jezus?

De grote Heilaanbrenger gaf de vrouw weer de plaats waar zij hoorde. Hij sprak tot hen in het openbaar, telde hen onder Zijn vrienden, ja na Zijn opstanding verscheen Hij zelfs het eerst aan een vrouw. Zij dienden Hem van hare goederen. (Doen wij dat ook? ) De Heere verkoos hen echter niet tot discipel of apostel. De Heere Jezus plaatste haar weer naast de man. Hij gaf haar een dienende taak: „Vrouw, zie uw zoon", en gaf de man een beschermende taak: „Zoon. zie uw moeder".

En toch weer.

Het sterven van de vrouw aan de man gelijk te willen zijn trad echter ook in het Nieuwe Testament weer naar voren. Waarom zou Paulus anders zo vaak over d: !: onderwerp hebben geschreven? Lees maar eens in de eerste brief aan de Korinthen of Efeze 5. De heidenwereld had nog zo'n grote invloed op de jonge Christengemeente. Stond in Efeze niet de tempel van Diana? En in Griekenland werd Aphrodite en in het Romeinse rijk de Venus gediend! Paulus heeft wel reden gehad om te waarschuwen. En het was in hun eigen belang. En ook in ons belang!

En de man?

Als we denken over de plaats van de vrouw, dan kunnen we niet aan de man en zijn houding ten opzichte van de vrouw voorbijgaan.

Paulus schrijft in Efeze 5 ook aan de man en wijst hen op het feit dat zij hun vrouwen moeten liefhebben. Hoe? Zoals Christus Zijn gemeente! Christus heeft Zijn leven voor Zijn gemeente gemeente gegeven. Als een man nu zó veel van zijn vrouw houdt, dat hij zijn leven voor haar over heeft, dan zal hij nooit op haar neerzien, maar haar ook de plaats geven die haar toekomt. En zijn vrouw zal geen reden hebben zich te verheffen.

De strijd.

Door de hele Bijbel heen zien we dus iedere keer de strijd om de macht naar voren treden. Iedere keer weer ontevredenheid over de plaats die de Heere ons gaf. Altijd willen we meer en beter. Dat begon al in het paradijs en duurt nog steeds voort. Een onvruchtbare strijd, ja, een goddeloze strijd. Paulus wijst dan ook in Efeze 6 op een andere strijd. Een strijd tegen de listen van de satan. Ook een voorschrift ter bescherming. Zelfs de wapens worden door de apostel aangewezen. En hen die door genade de strijd des geloofs mogen strijden en overwinnen zal Christus eenmaal als een reine en onbevlekte maagd aan Zijn Vader voorstellen. Dat is mogelijk geworden door het Leven dat in het paradijs al is beloofd.

Man of vrouw één in Jezus Christus.

In de gemeente van Christus zullen niet meer zijn man of vrouw, maar zullen zij één zijn in Jezus Christus. Paulus, die ook dit schreef, doelt hier op het

feit. dat iedereen van welk geslacht ook door het geloof toegang heeft tot God in Jezus Christus. Alleen in Jezus Christus, anders is God een verterend vuur, bij Wie niemand wonen kan.

Wat gelukkig dat de Heere voor een oplossing, nee, dé oplossing, de enige oplossing gezorgd heeft: de satan de kop vermorzeld door het Zaad der vrouw. Dat Zaad wilde de schuld verzoenen en de wet volbrengen, opdat Hij wetsovertreders, ontevredenen, zij die altijd de meeste willen zijn, als Zijn Bruid mocht brengen in het huis van Zijn Vader waar veel uitnemende woningen zijn!

Is dat alles?

En het al of niet getrouwd zijn, speelde dat in de bijbel dan geen rol? En welk beroep er werd uitgeoefend? Daarover is nog niets geschreven!

De ongetrouwde vrouw was ook in de bijbelse tijd, in Gods oog niet minder dan haar gehuwde zuster. Het was de betekenis die er door de mensen aan gegeven werd wat de oorzaak was van het zich minder voelen van deze vrouwen, met alle gevolgen van dien.

Heeft ook de bijbelse vrouw zich niet veel tekort gedaan door Gods geboden te verlaten?

En wat haar beroep aangaat. Als we denken aan de beschermende taak van de man moeten we dan zeggen dat hij geen beroep als b.v. timmerman mocht uitoefenen, omdat daarin het beschermende element niet zichtbaar was. En was een vrouw fout als zij geen direkt dienende functie vervulde? Heeft de Heere Zelf Debora niet als riohteres aangesteld en haar gezegend? Zij is gevolgd waar God haar riep. In haar lofzang komt duidelijk Gods eer naar voren, dat was het doel van haar leven. Zou het niet de bedoeling zijn dat wij, wie we ook zijn, jongen of meisje, man of vrouw, altijd vragen: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal, en doe ook mij leven tot Uw eer?

F.S.: Als jullie in de gelegenheid zijn dan moeten jullie het, in de B.B.G.-serie uitgegeven boekje eens lezen van ds. D. Slagboom: „Christelijke ethiek voor deze tijd". Dit geeft een heel duidelijke uiteenzetting over de verhouding Godmens en mens-medemens.

Wie er zich voor interesseert moet eens nagaan hoe het met de zeden was gesteld ten tijde van de latere zgn. ..moedergodsdiensten", of b.v. tijdens de Middeleeuwen toen de maagd Maria grotere verering kreeg dan de Drieënige God.

Het september nummer 1968 van „In de Rechte Straat" (11c jaargang nr. 9) geeft over het laatste facet een brok informatie.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1974

Daniel | 20 Pagina's

DE VROUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1974

Daniel | 20 Pagina's