Bekijk het origineel

BEGRAVEN OF VERBRANDEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BEGRAVEN OF VERBRANDEN

8 minuten leestijd

VERBRANDEN Een blik in de geschiedenis

Het is op zuiver wetenschappelijke wijze niet uit te maken, wat het eerste is geweest: begraven of verbranden. In zeer oude tijden vindt men zowel het verbranden der lijken als het wegbergen in de aarde. Toch schijnt alles erop te wijzen, dat wij met een grote mate van waarschijnlijkheid wel mogen aannemen, dat het begraven de eerste vorm van lijkbezorging geweest is. En de voorstanders van crematie geven dit dan ook wel toe. Zo schrijft b.v. Dr. Rademaker: „Het bedekken van het lijk met aarde of het wegbergen in de grond is vermoedelijk de oudste begrafenisvorm".

En zelfs de vader van de moderne lijkverbranding, Jacob Grimm, moest toestemmen , , dat de oudste vorm van ter aardebestelling bij alle volken het begraven is geweest".

Uit Genesis 23 : 6 blijkt duidelijk, dat het zeer oude volk der Hethieten zijn doden begroef. Ook het archeologisch onderzoek leert, dat de oudst bekende mens zijn doden begroef.

Dit leren ons duidelijk de opgravingen in de praehistori.sche grotten van Cro-Magnon, Solutreé, Furfooz e.a. Er is in die ouaste graven niets, wat op verbranding wijst.

Boeke schrijft b.v. in zijn boekje: , , De afstamming van den mens": „Terwijl van de oudste skeletten slechts enkele fragmenten los in de grond gevonden zijn, zien wij al spoedig, dat een bepaalde begrafenis moet hebben plaats gevonden. Het lijk ligt in een bepaalde houding, door stenen omgeven, dus in de grond ingegraven." Verlaten we de praehistorie, dan vinden wij in de geschiedenis de oudste volken als de Egyptenaren, die hun lijken balsemden. In China is van oude tijden af het begraven inheems geweest. De Babyloniërs kenden zowel balsemen (met honing) als begraven en verbranden.

Gaarne beroepen de voorstanders van de lijkverbranding zich echter op de Grieken en Romeinen. Volgens het getuigenis van Cicero en Plutarchus was echter ook in Griekenland de oudste wijze van lijkbezorging het begraven. Van verbranding is pas sprake in de Trojaanse oorlog. En onder Lycurgus, toen Griekenland aan de spits van de beschaving stond, was er van lijkverbranding in het geheel geen sprake meer. Van de in den vreemde gesneuvelden, die men graag in het vaderland bijzette, werd niet de as, maar wel het lijk overgebracht.

Ook bij de Romeinen werden in oude tijden de lijken begraven. Pas door het voorbeeld van Sulla, die uit wraak een ontering van zijn lijk vreesde en het daarom liet verbranden vond de lijkverbranding meer en meer navolging onder de deftige families, tot ze zelfs algemeen werd en bleef gedurende de keizertijd. Maar men bedenke, dat hoewel Rome toen zijn schitterendste glans verspreidde, de beschaving toen diep aan het wegzinken was en de Romeinen in die tijd zedelozer waren dan enig ander volk.

Wat leert ons dan ook deze blik in de geschiedenis? Dat de stelling van de verdedigers van de crematie, dat naarmate de volken in de oudheid beschaafder waren, zij de verbranding verkozen boven het graf, onhoudbaar is.

Ook de oude Kerk heeft van meetaf de toen zeer verbreide gewoonte om de lijken te verbranden, afgewezen. Het is dan ook typerend voor

het oude christendom, dat het, waar het ook zijn intrede deed in de heidenwereld, overal de lijkverbranding deed verdwijnen. Als laatste was het Karei de Grote, die in 785 de lijkverbranding aan de Saksers verbood. Vanaf die tijd duurde het 1000 jaar tot in 1794 in de Franse revolutie de lijkverbranding weer voor het eerst ten tonele werd gevoerd. In onze tijd wordt de crematie weer sterk verdedigd en komt zij ook steeds meer in gebruik. In het begin van dit jaar moest ik een begrafenis leiden op een begraafplaats in Den Haag, waar ook

een crematorium staat. De beheerder van deze begraafplaats vertelde mij teen dat op die begraafplaats vorig jaar evenveel doden waren verast als begraven.

Wat zit er achter?

Wat zit er achter deze lijkverbranding? In de oudheid is bij allerlei primitieve stammen de achtergrond de wens om radicaal van de doden, waarvan men nog na het sterven een bedreiging vreesde, af te zijn. Vaak werden met de gestorvene ook zijn have en goed, soms zelfs ook zijn weduwe, verbrand.

In Griekenland meende men, dat, als het lichaam in de lijkverbranding aan de volstrekte vernietiging was prijsgegeven, de ziel des te volkomener haar bevrijding van het lichaam ontving. Toen men in ons land aanvankelijk vooral van humanistische zijde de lijkverbranding weer ging propageren, werd zij meestal verdedigd uit hygiënische overwegingen. Men stelde, dat door de begraafplaatsen allerlei besmettelijke ziekten werden verbreid en dat daarom het verassen van de doden veel hygiënischer is.

Dit hygiënische argument houdt echter geen steek. Immers de begrafeniswet somt een aantal eisen op, waaraan elke begaarfplaats moet voldoen: de begraafplaats mag niet liggen binnen 50 meter van de bebouwde kom van een gemeente. Binnen die afstand mogen geen putten gegraven worden of huizen gebouwd.

De afstand van de kisten onderling mag niet kleiner zijn dan 30 cm. enz. Waar de begraafplaatsen aan deze eisen voldoen, daar is gevaar voor de omwonenden en dus in nog sterker mate voor de verder weg-wonenden, uitgesloten.

Zeker zal bij heel velen, die zich laten cremeren, dé achtergrond zijn, alle mooie vonden ten spijt, de vrees voor cle wederopstanding cler doden. Men meent dan, dat, wanneer men verast is, men dan helemaal weg is en geen opstanding meer mogelijk is.

Soms schreef rnen zelfs in z'n testament dat men niet alleen verast wilde worden maar dat ook de urn met as aan een vliegtuig moest worden meegegeven en boven de oceaan uitgestrooid. Men vergeet dan echter dat Gods almacht zowel begraven als gecremeerde lichamen zal opwekken.

Vandaag de dag zijn er echter ook steeds meer kerkelijke mensen, die voor de crematie kiezen.

Zij doen dit dan meestal uit een oogpunt van volksgezondheid en milieubeheer. Zij menen, dat de grote vlakten, die b.v. in de randstad ingenomen worden door de begraafplaatsen, beter kunnen worden gebruikt als parken of als woonruimten.

Beoordeling

Hoe moeten wij nu het cremeren beoordelen?

Bij de beoordeling van de crematie wil ik me graag aansluiten bij een artikel van ds. Kool uit Utrecht over dit onderwerp. Hij schrijft: „Daarom stuit crematie, die kunstmatige vernietiging van het lichaam, mij tegen de borst. Vanwaar toch die drang naar snelle vernietiging?

Een dode teraardebestellen wil voor een christen zeggen: ondanks alles wat er in een leven gebeuren kan, toch geloven, dat het lichaam oorspronkelijk goed bedoeld is toen het uit de aarde genomen werd en dat het uiteindelijk nieuw uit de aarde herrijzen zal.

Door de begrafenis breng ik dat op zinvolle wijze tot uitdrukking. In de voorkeur van begrafenis zit iets van een geloofsbelijdenis en een stukje levensstijl. Daarom moet men de kist mijns inziens ook niet boven het open graf laten hangen maar hem in het bijzijn van familie en kennissen laten neerdalen in de aarde. Daar zit om zo te zeggen iets van de navolging van Christus in.

Bij begrafenis denk ik aan de aarde. Het is een teraardebestelling. Bij crematie denk ik aan vuur. Het is een „lijkverbranding".

Voor wie in de bijbel thuis is ligt er een enorm verschil tussen de woorden aarde en vuur. De aarde behoort tot de goede schepping.

En ondanks de vloek en de vervuiling van de aarde spreekt de bijbel toch van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; vergelijk Gen. 1 : 1 met Openbaring 21 : 1.

Maar bij vuur hoort verteren en ondergang. Vuur geeft associaties met de hel en met het oordeel. Een graf is: open' aarde onder de blote hemel, een opgeploegde vore. Maar een crematorium is een fabriek, of liever, een vernietigingsbedrijf, met een rokende schoorsteen.

Bij een begrafenis wordt de kist neergelaten in de aarde. Bij een crematie daalt hij door een opening in de betonnen vloer naar een lagere etage, waar het vernietingsmechanisme klaar staat. Is dat alles maar een kwestie van smaak, van persoonlijk aanvoelen? Wie geoefend is in het lezen van de Bijbel weet dat er ook over smaak heus wel te twisten valt!

Bovendien geloof ik dat een predikant die de dienst leidt in de aula van een crematorium wel erg moet letten op zijn woorden. In wezen is hij beperkt in de keuze van zijn woorden.

Bepaalde bijbelse begrippen slaan in die omgeving nergens op of zijn pijnlijk voor de familie.

Ik spreek hier uit ervaring. Daarom vind ik crematie een verschraling in onze levensstijl, een gewoonte die niet opkomt uit de omgang met de Bijbel maar uit efficiency en steriele hygiëne.

Het verbranden van een lijk wordt in de bijbel niet verboden op dezelfde wijze als bijv. het doodslaan van een levende; maar het is wel een bedenkelijke ontwikkeling."

Ik geloof, dat hier veel waars wordt gezegd. Het Woord van God kent slechts het begraven en wijst het verbranden van de doden als heidens af.

Bovendien komt het verassen in strijd met de bijbelse gedachte van het zaaien van de doden in de aarde. (1 Cor. 15). Tenslotte geloof ik te kunnen zeggen, dat wie de Heere Jezus waarachtig lief heeft, zich niet zal laten cremeren. Dan begeren we Hem te volgen tot in het graf.

Omdat Hij begraven is, begeer ook ik dan begraven te worden.

In de verdediging van de crematie manifesteert zich, bewust of onbewust, een aversie van de natuurlijke mens tegen het Goddelijk oordeel van het: „Stof zijt ge en tot stof zult ge wederkeren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1974

Daniel | 18 Pagina's

BEGRAVEN OF VERBRANDEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1974

Daniel | 18 Pagina's

PDF Bekijken