Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE BLAUWE ZEEDISTEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE BLAUWE ZEEDISTEL

ONS VERVOLG- VERHAAL (3)

9 minuten leestijd

Ik mag niet iedere dag met twee bazen uit

De eerste stralen van de opgaande zon doen de toppen van die duinen oplichten. Ze wekken de vogels en laten de blaadjes in de boomtoppen glanzen, 't. Belooft weer een mooie warme zomerdag te worden. Rob en zijn vader zijn al op. Hertha, de trouwe viervoeter springt om hen heen. Hij voelt het al. Dit wordt geen alledaagse tocht. Van louter plezier rent hij als dol achter z'n ruige staart aan.

„Hertha koest!" De hond gehoorzaamt onmiddellijk. Z'n kop scheef, z'n tong uit de bek kijkt hij de baas aan. Z'n staart beweegt heftig, 't Is alsof hij zeggen wil: „Toe baas, je begrijpt me toch wel. 'k Mag niet iedere dag met twee bazen uit". De boswachter strijkt hem, over de kop: , , 'k Snap het wel Hertha". Rob, z'n onafscheidelijke tas over de schouder, is startklaar. „Ik ga Karei halen, hoor”.

De buit is veilig

In het dichtbegroeide bos van meneer van Zuilichem tot Herwaarden is de vogelwereld ook ontwaakt. Het is een gekwinkeleer van belang. Vanuit een bosje elzenstruiken vliegen tientallen kraaien op. Ze hebben er de nacht doorgebracht en zullen er niet voor die avond valt weer terugkeren. Het vriendelijke getsjiek van het roodborstje klonk al door het stille bos, toen er nog geen zonnestraaltje te zien was. Een tien minuten later liet de merel zijn gezang horen. Hoe vroeg deze zanger ook begon of laat in de avond zijn ge jodel eindigde, het roodborstje won het altijd van hem. Een paar kwetterende eksters vliegen door de toppen van de hoge dennebomen en niet ver van de slaapplaats van de kraaien klinkt het gehamer van de bonte specht. Overal is leven en beweging. Ook op het. smalle, kronkelige bospaadje', dat in grillige bochten zijn weg zoekt. Daar lopen twee mannen. Ze hebben, schijnt het, grote haast, en weten uitstekend d: e weg. Want terwijl het pad verdwijnt tussen rechtopgaande naaldbomen, laten de mannen het bospad voor wat het is en lopen dwars over het naaldentapijt in de richting van de slaapplaats van de kraaien. Daar schemert het pad, dat de scheiding aangeeft tussen het nieuwe en het oude bos.

Eenmaal op dit wegje aangeland, stappen de twee wat minder gehaast door. Hier kunnen ze naast elkaar lopen. „Da's nog goed afgelopen", bromt de grootste, „maar vooruit, niet meer zeuren, de spullen zijn veilig. Een knappe kerel die ze vindt." Elk in hun eigen gedachten verdiept, lopen de mannen zwijgend door. Dat was op 't nippertje vannacht. Net toen ze de achterkant van de grote radiozaak uit wilden gaan, werd er aan de voordeur gerammeld. Verscholen achter de

toonbank zagen ze in 't licht van lantaarn een politieauto' staan.

„De achterdeur, Frans!" Als een haas was de kleinste van de twee tussen de tientallen dozen en pakken door gedoken naar de achterdeur en had vliegensvlug de zware knippen er voor geschoven. Hijgend was hij tussen al de rommel weggedoken. En net wat ze verwacht hadden gebeurde. Nog geen tien minuten later werd er aan de achterdeur gerammeld. Ze hoorden hoe een sleutel in het slot werd gestoken en er stevig aan de deur werd geschud. „Heb je 't kelderraampje op z'n plaats, Frans? " „Tuurlijk, ik ben niet gek". Na een kleine drie kwartier hadden ze het gewaagd. De straat lag verlaten. In een wip was alles ingeladen. Zonder licht waren ze weggereden. De rest was een koud kunstje geweest. Ze hadden nog woorden gehad hoe ze terug naar de auto zouden gaan. Dwars door het bos, zoals ze gekomen waren, of gewoon over de paden. Het was er op uitgelo ! - pen, dat ze eerst dwars door het bos zouden gaan en dan waar het andere bos begon het grote pad zouden nemen. Nog een minuut of vijf, dan waren ze het bos uit en dan naar huis en maffen. Vanavond zouden ze wel in de krant lezen, hoeveel er gestolen was.

Toch wel fijn, zo vroeg uit de veren

Langzaam klimt de zon langs de gouden baan hoger aan de wolkeloze hemel,

't Is al warm in het duin en Karei loopt dan ook behoorlijk te puffen. „Wat minder eten voortaan Karei en minstens één keer per week lopend naar school", plaagt de boswachter. Eten! Karei wrijft over z'n maag. „'k Zou best wat lusten", zegt hij lakoniek. „'t Is alweer 'n tijd geleden dat ik wat naar binnenwerkte". Rob die vóór hem loopt, schiet in de lach. „Nog een halfuurtje, dan zijn we op ons plekje. Daar kun je uitrusten en eten. Missohien komt het roodborstje ook wel”.

Moedig zeult Karei verder, Toch wel fijn, zo vroeg uit de veren. Dat moest hij veel meer doen, maar ja, 't zou wel bij een voornemen blijven. Tjonge, hoor de meeuwen eens te keer gaan en dat zo vroeg op de ochtend. Hoe laat zou 't zijn?

'n Uur of zes, schat hij. In de haast heeft hij z'n horloge vergeten. Dat ligt nog op 't randje van de wastafel. Moe: der zal 't wel vinden. Wat zal ze mopperen. Hij is eigenlijk een sloddervos. Moet je Rob eens zien. Z'n haar blijft keurig netjes zitten, z'n schoenen zien er notabene niet eens vuil uit. Karei veegt een lok haar van z'n voorhoofd en kijkt tersluiks naar z'n schoenen. Hoe is het mogelijk, die van hem zien er uit alsof ze nog nooit gepoetst zijn. Toch heeft hij er vanmorgen nog een lap over gehaald, 't Zal in z'n rugzak ook wel een puinhoop zijn. De hagelslag zal wel tussen z'n boterham met ei zitten en z'n beker melk zal wel weer lekken. Als ze op „ons" plekje hun brood opeten, kijkt meneer van Driel verbaasd naar de schoenen van z'n zoon. „Karei, hoe kom jij nou aan modder op je schoenen? ”

Verwonderd kijkt Karei naar z'n stappers. „Dat snap ik ook niet, die van jullie glanzen alsof ze zo uit de winkel komen. Ik denk, dat het door de dauw komt vader, die blijft natuurlijk aan je schoenen hangen en dan al dat zand". Hij maakt een wijds gebaar met z'n hand. „Maar m'n brood smaakt heerlijk", voegt hij er zonder enig verband aan toe. Aan z'n neus plakken een paar hagelslagkorrels en op z'n broek kleeft een stukje ei.

„Da's gemeen!”

„Da's gemeen vader". Z'n donkere ogen vol boosheid, kijkt Rob de boswachter aan. Deze knikt: „Ja jongen, da's gemeen". Op de plaats waar enkele dagen geleden de trotse zeedistel pronkte, ligt nu een uit elkaar getrokken verscheurde, verdorde plant. De mooie diepblauwe bloemen zijn verwelkt, de groenblauwe bladeren kapot en verdord. Het is niet per ongeluk gebeurd, dit is puur moedwil. Wie zou dat nou gedaan hebben! Hertha snuffelt grommend rond. Karei staat er verslagen bij.

Meneer van Driel bergt z'n fototoestel weer in de tas. „Woef, woef"? Hertha krabt met z'n poot in de grond, „Woef". Met een klein voorwerp in de bek komt hij naar hen toe. Hij legt het voor de voeten van de boswachter, 't Is een kassettebandje, merk Philips.

Het krantenbericht: Brutale diefstal in bekende radiozaak.

In de nacht van vrijdag op zaterdag 11 juni is er ingebroken in de radiozaak

„Antenne" te Z. Via het kelderraam zijn de dieven binnen gedrongen en door de achterdeur met hun buit, een veertig kassette-radio's en zeker honderd kassettebandjes, merk Philips vertrokken. De diefstal heeft na drie uur des nachts plaats gehad, daar de politie op het tijdstip van drie uur de voor-en achterdeur sekuur op slot vond. Van de dieven ontbreekt elk spoor. Men acht het niet onwaarschijnlijk, dat de diefstal in de Willem de Zwijgermavo, waar in de nacht van donderdag op vrijdag 10 juni een aantal rekenmachientjes, een projektor (merk Leica) en een bandrecorder (Philips) ontvreemd werden, door dezelfde personen is gepleegd”.

„Vader, lees eens". Opgewonden duwt Rob z'n vader de krant onder diens neus. Rustig leest de boswachter het bericht over de diefstal. „Dat bandje, dat Hertha vond is toch ook een Philips? " Meneer Goudswaard knikt. „Ik bel direkt de groepskommandant". Hij gaat naar de gang, waar de telefoon hangt, Rob wacht in spanning het resultaat van het gesprek af. Z'n ogen dwalen even naar buiten, 't Weerlicht in de verte, donkere wolken komen opzetten en nauwelijks hoorbaar nog, rommelt de donder.

In pension „Pluk de dag" buigen twee mannen zich over „het Nieuwsblad". Ja, daar staat bet toch. Lachend vouwen ze even later de krant dicht. „Zo, dat weten we", zegt. de grootste. „Vette buit joh. De spullen van die school zijn we al kwijt. Jammer, dat die smerissen ons vannacht zo ophielden, anders waren we van dit akkefietje ook afgeweest. Nu kost het ons een nachtje ekstra. Als jij die zak met kassettebandjes niet had laten vallen, hadden we het misschien nog kunnen wagen, de buit weg te brengen". Frans stuift op. „Jij zou toch je snater houwen over mijn stommiteit. Daar heb ik vannacht al genoeg over gehoord. We hebben ze toch allemaal opgeraapt? En trouwens, wie komt daar nou. Alleen een stel van die duffe knullen om 'n foto te maken van zo'n stomme zeedistel. Ze bennen trouwens vergeefs gekomen. Ik'heb er hem uitgerukt en vertrapt. Lopen we geen risiko dat ze nog eens terugkomen om hem te fotograferen. Die distel groeide mij te dicht bij onze schuilplaats". „Jij hebt stom gedaan dat ding te vertrappen, dat houd ik vol. Nou heb je juist de aandacht op die plaats gevestigd", zegt de ander heftig. „Hou je snuit erover. As je 't liever alleen doet ga je gang. Ik ken m'n kostje toch wel opscharrelen". De grootste houdt wijselijk z'n mond. Frans is onmisbaar bij de nachtelijke uitstapjes. Hij kan door 't kleinste raampje heen.

(wordt vervolgd)

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979

Daniel | 24 Pagina's

DE BLAUWE ZEEDISTEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979

Daniel | 24 Pagina's