Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„DE HEILIGE OORLOG” van JOHN BUNYAN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„DE HEILIGE OORLOG” van JOHN BUNYAN

27 minuten leestijd

De staat der rechtheid en de val

De schrijver era het boek

Bunyan leefde van 1628 tot 1688 en is dus 60 jaar geworden Zijn leven in Engeland valt ongever samen met de tijd waarin Voetius en Lodestein in ons land optraden.

Literair gezien is „De Heilige Oorlog" een allegorie. Geen werkelijk gebeurd verhaal, maar beeldspraak. Bunyan vond dit geen enkel bezwaar. De Bijbel staat ook vol beelden en gelijkenissen die een diepere betekenis hebben. De beelden nemen niet de plaats in van de werkelijkheid zoals in een verdicht verhaal, maar in een allegorie blijft de werkelijkheid naast het beeld bestaan. Ook al wordt deze niet door de schrijver genoemd, zij is steeds in de gedachte van de schrijver en de lezer mede aanwezig.

Door deze stijl te gebruiken hoopte Bunyan dat veel eenvoudige mensen dit boek zouden gaan lezen.

De beelden in het boek zijn ontleend aan de tijd dat Bunyan in militaire dienst was. Hij tekent de inwendige worsteling van de ziel. Eerst beschrijft hij hoe de stad Mensziel wordt veroverd door de duivel: een tekening van de val van de mens. Vervolgens wordt uitgebeeld hoe stad Mensziel weer wordt heroverd op de duivel: er moet een geweldige strijd gestreden worden voordat Christus weer op de troon zit Dat geeft dan de bekering, de terugkeer tot God weer.

De staat der rechtheid en de val

We horen eerst beschrijven wie de stad heeft gefundeerd. Dat is koning El-Schaddaï, het hebreeuws voor God de Almachtige. Met deze naam openbaart God zich onder andere aan Jacob als hij terugkeert uitMesopotamië. De staat der rechtheid wordt door Bunyan uitgebeeld door te zeggen dat de stad heerlijke privileges heeft ontvangen van El-Schaddaï. „Deze bouwde haar tot zijn eigen vermaak. Hij maakte haar tot een spiegel en tot een heerlijkheid van al zijn werken, ja tot een meesterstuk boven al het andere, wat Hij in dit land had daargesteld".

Midden in de stad staat een paleis. Dit kasteel is een vesting die door de burgers van de stad bewaard moet worden. We herkennen hierin het hart van de mens. De stad heeft ook sterke wallen en vijf poorten. Bunyan heeft deze heel treffend genoemd naar onze zintuigen: de oorpoort, de oogpoort, de mondpoort, de neuspoort en de voelpoorL

Heel opmerkelijk staat er zo bij dat deze stadsmuur alleen maar kan worden beschadigd als de inwoners daarin zelf bewilligen.

Vervolgens wordt onze aandacht gevraagd voor een gebeuren, nu buiten deze stad. Eén van El-Schaddaï's voornaamste dienstknechten, een zoon des dageraads, heeft onderkoning onder Hem willen worden.

Maar dit opperbestuur had El-Schaddaï voor Zijn Zoon bewaard, voor Prins Immanuel. Genoemde dienstknecht heeft daarom samen met enkele gezellen een aanslag op deze Zoon willen plegen. Dat is echter gelukkig verijdeld, waarna Diabolus, want zo heette die dienstknecht, met zijn gezellen is ver-

stoten naar de allerakeligste put van de afgrond. Je hebt al gemerkt hoe Bunyan hier probeert weer te geven hoe de duivel in de hemel God naar de kroon heeft gestaan, en het daarin bijzonder op Christus had gemunt.

We maken voorts een krijgsraad mee van de hellegeesten Diabolus en zijn gezellen Appolyon, Beëlzebul, Lucifer en anderen. Ze besluiten de stad Mensziel, de vermaking van koning El-Schaddaï, door huichelachtige liefde te veinzen, hem afhandig te maken. Diabolus en Kwaderust spreken de stad aan bij dè Oorpoort (denk aan de sprekende slang). In de stad zien we dan de voornaamste inwoners aantreden. Dat zijn de heer Oprecht, de heer Vastewil, de burgemeester Verstand, heer griffier Geweten en kapitein Tegenstand. Alle namen passen bij de staat der rechtheid, en het blijkt vooral kapitein Tegenstand te zijn waarop de heigeesten het hebben gemunt

Het altijd weer ontzaglijke vraagstuk van de vrijwillige val van de mens geeft Bunyan dan als volgt weer. Terwijl Diabolus de stad opeist en op lasterlijke wijze El-Schaddaï in diskrediet brengt, schiet een andere hellegeest kapitein Tegenstand dood, die op de muur geklommen was. Door de kwalijke adem van Kwaderust zijgt de heer Oprecht ook dood neer. De andere opperhoofden zijn dan zo verschrikt en verdoofd dat ze voldoen aan de wens van Kwaderust om van de verboden boom te eten.

Daardoor dronken geworden gaat Vastewil (let wel) de poort opendoen en wordt Diabolus ingehaald, die dan zijn intrek neemt in het kasteel en er zijn hol van maakt

Allen worden zijn gewillige slaaf. Burgemeester Verstand wordt blind gemaakt door hem in het donker op te sluiten (verduisterd verstand!). De stadssekretaris Geweten, die zo welbelezen was in's konings wetten(Gods stedehouders!), wordt afgestompt door een uitspattend leven, en Vastewil komen we voortaan tegen als de grote afvallige en de zeer gedienstige hulp van Diabolus. Hij wordt kapitein van het kasteel en gouverneur van de stadsmuur. Het standbeeld van El-Schaddaï op het kasteel wordt vernield, en vervangen door een beeld van Diabolus (het Beeld Gods gaat verloren). We zien nu andere personen naar voren komen. Zinnelijke lust wordt de nieuwe burgemeester en Griffier Goedvergeter wordt de nieuwe stadssekretaris. Veel anderen worden nu tot de adelstand verheven. Ik noem o.a. Ongeloof, Hoogmoed, Vloeker, Hoereerder, Hardhart en Dronkenschap.

Een hemels besluit

En hoe neemt koning El-Schaddaï dit gebeuren op? Bunyan verhaalt hoe alles aan het hof bekend wordt en geeft op een heel gewijde wijze weer, hoe al veel eerder een besluit gemaakt was dat mochten de Koning en Zijn Zoon al toelaten dat Mensziel verloren ging, het toch zeker zou heroverd worden.

Daarop gingen de Koning en zijn Zoon in hun binnenkamer, waar zij altijd samen raadplegen over hetgeen zij voornemens waren te doen. Zij hadden daar vroeger reeds afgesproken, dat indien zij al toelieten, dat mensziel in der tijd verloren ging, het toch voorzeker zou worden heroverd; en wel heroverd langs zulk een weg, dat beiden de Koning en zijn Zoon daarbij eeuwige roem en heerlijkheid behalen zouden. Waarom dan ook na deze beraadslaging, de Zoon van El-Schaddaï, — een uitnemend persoon vol liefde, en die altijd groot medelijden aan de dag legde met hen, welke in droefenis verkeerden, maar die een dodelijke haat in zijn binnenste koesterde tegen Diabolus, omdat deze het op zijn kroon en waardigheid toelegde, — waarom dan ook, zeg ik, deze Zoon van El-Schaddaï, na zijn Vader er de hand op te hebben gegeven, beloofde, dat hij zijn dienaar wilde zijn in het herwinnen van Mensziel, daarin vastberaden te werk zou gaan en zich daarover later niet te zullen berouwen. De hoofdzaak van dit raadsbesluit kwam hierop neer, dat op een bepaalde tijd, door beiden vastgesteld, de Zoon des Konings een reis zou doen in de landstreek Heelal, en dat Hij daar langs een weg van gerechtigheid en waarheid, door voor de zonden en dwaasheden van Mensziel te boeten, het fondament zou leggen voor haar volkomen verlossing uit de macht van Diabolus en zijn onderdrukking.

De Zoon stelt zich Borg en zal op een bepaalde tijd de strijd aangaan met de gehate Diabolus. Door het Opperste Sekretarie van het hof (zo voert Bunyan de derde Persoon in het Goddelijke Wezen in) wordt dit publiekelijk bekend gemaakt in alle hoeken van het koninkrijk des Heelals.

Ook Diabolus verneemt van deze bekendmaking en gaat de stad nog meer aan zich binden. Het volk wordt huichelachtig toegesproken, en alle zonde wordt toegestaan.

De strijd om stad Mensziel begint

Dan gaat de strijd om stad Mensziel beginnen. Het leger van El-Schaddaï wordt door vier generaals aangevoerd. Prins Immanuel is aan het hof gebleven. De namen van deze kapiteins zeggen veel over Bunyans

visie op het werk der bekering. De eerste heet Boanerges, de toenaam zoon des donders die Jezus ook eens aan de discipelen Johannes en Jacobus gaf. Zijn vaandrig Donder houdt een vaandel met vier donderbussen omhoog. De tweede kapitein is Overtuiging. Zijn vaandrig Droefheid voert een vaandel waarop een open wetboek wordt gezien. De derde generaal heet Oordeel. Op het vaandel van zijn vaandrig Vreze is een vurige oven afgebeeld. De vierde kapitein Strafoefening heeft Gerechtigheid tot vaandrig. Op zijn vaandel is een onvruchtbare boom getekend waar een bijl aan de wortel ligt Allemaal veelzeggende namen en voorstellingen.

Als deze kapiteins naar de oorpoort gaan, zien we de inwoners van de stad deze poort nog stijver vast maken. Volgens hun lastbrief wisselen de kapiteins voor de oorpoort liefelijke aanbiedingen van genade af met vreselijke oordeelsaankondigingen.

„ O, gij inwoners van Mensziel, die zclang in opstand en verraad geleefd hebt tegen koning El-Schaddaï, weet, dat wij heden niet uit onszelf op deze plaats komen, en met een boodschap, die wij zelf hebben bedacht of om onszelf op u te wreken; het is de koning, mijn Meester, die ons gezonden heeft om u tot zijn gehoorzaamheid weder te brengen. Weigert gij langs een vreedzame weg, dan zijn wij verplicht u daartoe te dwingen. Denkt nooit bij uzelf, noch duldt dat de tiran Diabolus u overhale om te denken, dat onze koning niet in staat is u neer te werpen en u onder zijn voeten te leggen; want Hij is de formeerder van alle dingen en als Hij de bergen aanraakt roken zij. Ook zal de poort van 's konings barmhartigheid niet altijd open staan, want de dag, die branden zal als een oven, staat voor de deur, ja, hij haast om te komen en sluimert niet".

„O, Mensziel, is het gering in uw ogen, dat onze koning u genade laat aanbieden en dat na zo vele waarschuwingen? Ja, hij steekt nog zijn gouden schep ter u toe, en wil nog zijn toorn niet tegen u loslaten; zult gij hem tergen tot hij dat doe? Zo ja, let dan op hetgeen ik zeg: vooru is die poort niet eeuwig open ".

Maar de stad weigert bij monde van Ongeloof en Vastewil te horen. Ongeloof blijkt overigens inmiddels burgemeester te zijn geworden in plaats van Zinnelijke lust. Kapitein Vooroordeel moet nu de oorpoort gaan bewaken met zes dove soldaten. Dan beginnen de kapiteins de eerste aanval. Bunyan noemt dit de zomerexpeditie. De stad biedt weerstand aan de aanval, maar we lezen wel veelbetekenend dat het dak van Ongeloof kapot wordt geschoten, waardoor hij meer bloot staat Ook Vastewil krijgt een kwetsuur, maar hij staat weer op. Er komen ook zwaargewonden, zoals Vloeker, Hoereerder, Dronkenschap, en anderen. Bunyan laat zien hoe een aangeslagen zondaar de zonden gaat verlaten !

Daarna lezen we zo opmerkelijk dat het leger van de Prins de winterkwartieren betrekt. Er vinden dan geen gevechten plaats, maar de stad wordt onder vreze gehouden. Na een aantal opeisingen van de stad zien we dat Vastewil en Ongeloof voor het eerst gaan onderhandelen over voorwaarden. De Prins mag van hen de stad weer terugkrijgen, als verder alles mag blijven als het nu is. Hoe wil de mens toch met behoud van zichzelf zalig worden! Maar de kapiteins van de Prins aanvaarden het aanbod niet Ook horen we hoe er binnen de stad twisten gaan ontstaan. De oude burgemeester Verstand en de oude griffier Geweten beginnen de stad weer aan te spreken (het geweten gaat sprekea') en zo te beroeren, dat Diabolus hen in de gevangenis opsluit De stad blijft toch de zijde van Diabolus kiezen, ondanks aanhoudende opeisingen van de kapiteins van de Prins.

De Prins moet zelf komen

Prins Immanuel zal zélf komen om de doorslag te geven. Een nieuw leger met weer andere kapiteins brengt Hij mee. Nu heten ze Geloof, Hoop, Liefde, Onschuld en Geduld. Hun vaandrigs zijn Belofte, Ontferming, Oprecht en Lijdzaamheid. Je herkent hierin ook al wel de gang van het Evangelie, waar de eerder genoemde kapiteins en vaandrigs meer aan de bediening van de wet herinnerden.

En wat doet de stad hierop? Nu de poorten wél openen? Nee, ze worden opnieuw versterkt en gebarrikadeerd. De Prins laat daarom stormrammen voor de oorpoort en oogpoort opstellen. Inmiddels verhaalt Bunyan dat Diabolus siddert en in een voor de stad niet verstaanbare taal met de Prins tot een akkoord wil komen, tevergeefs uiteraard. Nog komt het niet tot een overbuiging. Nee, Diabolus stuurt zijn knecht Onbuigzaam naar de Prins met o. a. het aanbod dat de halve stad voor Hem mag zijn. God wat en de mens wat Hoe moeilijk kan de mens, hoewel reeds in overtuiging lopend, het God gewonnen geven.

De Prins gaat daarom tot de aanval over. Zowel de nieuw aangekomen als de vroegere kapiteins nemen aan de strijd deel. Wet en Evangelie!

We lezen dan al gauw dat kapitein Zekerheid gedood wordt en dat Kwaderust gewond raakt De rust wordt nu dus echt opgezegd, en de oorpoort en oogpoort wankelen al een beetje. Als de Prins dan Zijn witte Genadevlag opstelt doet Diabolus nog een laatste poging om in de stad te mogen blijven. Hij biedt daarvoor de Prins grote hervormingen aan en zelfs het houden van predikaties. God vraagt echter onvoorwaardelijk breken met de oude Adam, en we zien dan in een beslissende strijd de oorpoort doorbreken.

De zondaar gaat nu acht geven op de roepstem van boven, maar het is niet voldoende; het is Immanuel om het hart te doen. Het huis van Geweten wordt daarom direkt ingenomen, zodat de stad beeft, en van daaruit begint de bestoking van het kasteel van Diabolus. Dat de bekering reeds een verandering in de mens bewerkstelligd geeft Bunyan weer door te vermelden dat vele Diabolus-mannen als Vooroordeel, Hardnekkig, Verrader, Kwaderust en Blinddoek gedood worden. We krijgen dan verlichte ogen! Vastewil wordt ook fel achtervolgd, maar is nóg niet overwonnen.

Maar wat een verandering reeds. We zien de voornaamste der stad zoals de oude burgemeester Verstand en de oude griffier een verzoekschrift schrijven aan de Prins die zelf nog steeds buiten de stad is gebleven. Maar Hij lijkt geen gehoor te geven aan hun belijdenis van schuld. Met een strak gezicht trekt Hij de stad binnen, om eerst het kasteel van Diabolus in te nemen en Diabolus in zege achter zijn kar te voeren. Maar ondanks de terughoudendheid van de Prins voelen de lieden der stad zich toch als tussen hemel en aarde. Diabolus wordt door de Prins uit de stad verbannen naar woeste en onbewoonde plaatsen, zoekende rust maar die niet vindende.

Mensziel onder bearbeiding des Geestes

Het is wonderlijk hoe Bunyan dan de wisselende stemming van zielen weergeeft die onder de bearbeiding van de Geest zijn. De Prins moge dan Diabolus verdreven hebben en het kasteel (het hart) hebben ingenomen, hij schrijft dat de stad inmiddels bleef onder vreze van de kapiteins Boanerges en Overtuiging. De inwoners van de stad gaan geleidelijk meer gelegenheid krijgen op hun daden te letten! Deze nemen nu de oude Burgemeester Verstand en de oude Griffier Geweten gevangen en ook Vastewil wordt opgesloten. Wat opnieuw een angst en vreze. Er wordt weer een verzoekschrift geschreven, maar Begeerte-tot-leven die hem naar de

Prins brengt wordt opnieuw zonder een woord weer heen gezonden. En nog eens wordt een request opgesteld, dat nu door Ontwaakte Begeerte naar de Prins gebracht wordt. Evenals ooit Jozef, weent de Prins nu even terzijde, en Hij zegt het verzoekschrift te zullen overwegen. De stad is daardoor deels hopend, maar ook nog steeds deels bevreesd door het verschrikkelijkgejammer van griffier Geweten.

Toch lezen we opnieuw van een verzoekschrift De schuldverslagen bidder wordt nu uitgebeeld door de twee koeriers Ontwaakte Begeerte (met een koord om zijn hals, als weleer Benhadad) en Be wener (die handewringend meegaat). O wat spreekt de Prins hen hard aan.

Maar de Prins neemt het verzoekschrift toch in overweging en gelast de drie gevangenen Verstand, Geweten en Vastewil voor hem te brengen.

Hoe beeldt Bunyan hier uit dat de gevangen en gebonden ziel niet onmiddellijk verlost is, maar ernstig moet gevoelen hoe droevig het is tegen de Heere te zondigen. Tussen Boanerges en Overtuiging in komen ze, elk weer met een strop om de hals. Dan horen we hoe ze voor de Prins gesteld God volledig rechtvaardig noemen en dat met grote schaamte schuld wordt beleden. Het hoofd gaat op het blok.

Toen zei de Prins: „En welke straf meent gij nu wel, dat gij van mijn hand verdient door deze en nog zovele andere grote zonden? " En zij antwoordden: „Beiden de dood en het verderf, Heer, wij hebben niets minder verdiend". Hij vraagde verder of zij dan niets tot verschoning van zichzelf hadden in te brengen. Maarzij antwoordden: „ Wij kunnen niets anders zeggen, heer: dan dat gij rechtvaardig zijt en wij schuldig". Toen zei de Prins: „En waarom zijn er stroppen om uw hals? " De gevangenen antwoordden: „Die stroppen zijn bestemd om ons er mee te binden op de gerichtsplaats, wanneer het u niet behaagt ons barmhartigheid te bewijzen".

Maar o wonder, wat schielijke wending. Dan schenkt de Prins hen in naam van zijn Vader onmiddellijk een volkomen vergeving.

„De zonden, ongerechtigheden, overtredingen, die gij met de ganse stad Mensziel gedurende al die tijd tegen mijn Vaderen mij bedreven hebt, mag ik u uit naam van mijn Vader vergeven, en dat doe ik bij dezen". Nu betrekt de Prins blijvend het kasteel en de stad wordt op een grote feestmaaltijd onthaald. De kapiteins Boanerges en Over-

tuiging moeten zich terugtrekken, en kapitein Geloof neemt hun plaats in.

Later worden ze ingekwartierd bij de voormalige griffier Geweten. Kennis wordt nu de nieuwe griffier en de oude burgemeester Verstand wordt hersteld in zijn ambt, nu voor 't leven.

Het beeld van Diabolus wordt vernield en dat van El-Schaddaï hersteld, naast een beeld van Prins Immanuel. Ieder die een indringer in Mensziel is, een diabolus-man, wordt nu (. vervolgd en tot de dood veroordeeld, en eigenhandig door de inwoners gekruisigd. Zo geeft Bunyan het afsterven van de oude mens weer. Maar het kostte veel moeite, lezen we, en het lukt alleen dankzij veel hulp van de Geheimschrijver.

Inmiddels is er echter iets gebeurd dat niet onvermeld mag blijven. In de tijd die verliep tussen het vellen van het vonnis en het uitvoeren ervan weet Ongeloof uit de gevangenis te vluchten Op deze wijze geeft Bunyan als het ware weer hoe Gods volk ook na ontvangen genade nog weer bloot ligt voor aanvallen van het ongeloof.

Gerechtvaardigd en verzekerd

De Prins heeft nu een heel vertrouwelijke omgang met stad Mensziel, Ook geeft hij hun nog een hoofdman uit hun eigen midden, de heer Ondervinding, die welbespraakt is. We lezen eveneens van het vernieuwen van de grondwet en dat twee leraars worden aangesteld, één van het hof: de Opperste Geheimschrijver, en één uit henzelf: de eerdere griffier Geweten.

De Prins waarschuwt hen ernstig voor de overgebleven Diabolus-mannen die nog langs de buitenwallen verscholen zullen zitten.

Dagelijkse gemeenzame omgang en feestvieren worden een gewone zaak! Hoe treffend is het werk van de rechtvaardiging en verzekering uitgebeeld, en ook de geestelijke blijdschap die daarop volgt

Verachtering in de genade

Een mooi einde van het boek zul je mogelijk denken. Nee..., het boek is nog niet uit Het volgende hoofdstuk begint met „Maar....", Bunyan gaat nu uitbeelden wat andere oudvaders als o.a. Immens noemden de verachtering in de oefening van het geestelijk leven Hij beschrijft hoe ene Vleselijke Gerustheid de lieden der stad op een bederfelijke wijze beïnvloedde. Door de stad voortdurend te prijzen, en haar te vleien met haar voorrechten, de onoverwinnelijkheid en de verzekering van Prins Immanuel, danste men steeds meer naar zijn pijpen.

Men werd, schrijft Bunyan, zo onbezorgd als Vleselijke Gerustheid zelf. De christen wordt dan een geruste in Sion, die pronkt met de weldaden. De gemeenzame omgang met de Prins verflauwt dan echter.

Als men hem al bezoekt, is het ook niet meer met de hartelijkheid van eerst Daarom houdt hij zich meer verborgen en trekt zich gaandeweg meer terug. Omdat de stad daaruit geen lering trekt, verlaat de Prins tenslotte zelfs ongemerkt de stad en gaat terug naar het hof. Ook Vrede Gods gaat onopgemerkt de stad uit

De schrijver neemt ons daarop mee naar een maaltijd ten huize van de oude heer Vleselijke Gerustheid, Terwijl ieder onbezorgd eet en drinkt, doet één man niet mee, een zekere heer Vreze Gods (niet te verwarren met de vertrokken Vrede Gods). Hij begint de inwoners van de stad te waarschuwen en attendeert hen erop dat de Prins zich stilletjes heeft onttrokken Nu toch erg geschrokken, verbranden de lieden der stad het huis van Vleselijke Gerustheid en gaan Prins Immanuel zoeken Hier wordt de gestalte van de bruid uit Hooglied 5 geschetst

De Oppergeheimschrijver wil echter niet meer helpen (de Geest is bedroefd) en de tweede leraar Geweten houdt een donderpreek, die tot grote ootmoed en verbreking leidt Een zware ziekte komt nu over de stad. De mensen krijgen slappe handen en knikkende knieën.

En o wat zijn de van Prins Immanuel gekregen kleren vervuild. Nadat Boanerges ook nog heeft gepreekt over de onnutte vijgen-

boom die geen vruchten voortbrengt, raadt Vreze Gods aan om een verzoekschrift naar het hof te zenden Eerst bezorgt burgemeester Verstand er een, echter zonder gehoor te ontvangen. Het aanhoudend gebed dat dan gevonden wordt, geeft Bunyan heel mooi als volgt weer. „.... nu ging er geen dag, ja nauwelijks een uur voorbij, of men ontmoette in de omtrek der stad een rijdende postbode, die op zijn hoorn blies van Mensziel af tot aan het paleis van El-Schaddaï; en die allen droegen smeekbrieven of verzoekschriften ten gunste van Mensziel, of keerden van het hof terug. Ja, de weg was vol boodschappers, gaande en komende, die elkaar ontmoetten en (ook zo'n bijzonder zinnetje) dit duurde zo voort die ganse harde koude wintertijd".

Aanvechtingen

Inmiddels is de stad er naar aan toe. De diabolisten gaan zich weer roeren. Ze sturen zelfs één hunner, Onheilig, naar Hellepoortsheuvel en vragen Diabolus weer terug te komen. Het hels beraad dat dan allerakeligst wordt beschreven, leidt tot een komplot om de stad wanhopig te maken en daarna in te nemen.

De diabolisten winnen terrein in de stad, en tenslotte trekt Diabolus zelf met een groot leger van Twijfelaars buiten tegen de stad op. Terwijl de diabolisten kerngezond zijn, is de stad doodziek. De zonde wordt diep beseft. Er worden wel smeekschriften gezonden, maar gebed wordt niet verhoord als de ongerechtigheid in het hart wordt toegelaten. Het wordt zo'n vermenging in de stad van oude ingeborenen en ingedrongen diabolusmannen dat het met Mensziel zelfs zover gaat dat de inwoners gaan denken aan het sluiten van vrede met Diabolus....

Op dat moment voert Bunyan een nieuwe figuur in onder de naam Toezicht Door het afluisteren van gesprekken ontdekt hij het komplot van Diabolus, zodat de stad alsnog maatregelen gaat nemen ter verdediging. Buiten de stad gaat Diabolus zich nu meer roeren. Elke nacht maakt zijn leger een akelig geluid en hij gaat de stad weer opeisen.

Strip van Mensziel en nieuwe inname

De lieden der stad vragen in hun nood toch weer de raad aan de Oppergeheimschrijver. Deze is weliswaar nog niet hersteld, maar ontvangt hen nu toch weer. Hij is echter nog niet gewillig om te helpen. Maar burgemeester Verstand begint toch moed te scheppen uit dit bezoek, en gaat de gouden slingers (beloften? ) tegen Diabolus gebruiken, die op zijn beurt daarbij de stad weer heel minzaam paait

„O, gij beminde mijns harten, beroemde stad Mensziel! Hoeveel nachten heb ik doorgebracht om te overleggen hoe ik u ten goede mocht wezen. Verre, zeer verre zij het van mij, dat ik begeren zou u de oorlog aan te doen, indien gij maar handelbaar waart en u gewillig aan mij overgaaft. Gij weet, dat gij van ouds de mijne waart, en dat zolang gij mij voor uw heer erkende en ik u als mijn onderdanen beschouwde, u niets ontbroken heeft van al wat u aangenaam was en vermaak kon" bezorgen. Bedenkt toch, dat zolang gij de mijne waart, gij nooit zulke bange, nare en moeilijke uren hebt doorgebracht als sedert gij tegen mij zijt opgestaan. Ook zult ge voortaan geen rust meer genieten voordat wij het weer samen zijn eens geworden".

Maar de stad gaat zijn listen onderkennen (denk aan Paulus) en geeft niet toe. Voor 't oog van Diabolus kruisigt men zelfs de juist gevangen diabolisten Vrolijk en Dartel. Terwijl het leger van Diabolus blijft lasteren, tieren en zijn trommels roert wordt in Mensziel gebeden, worden psalmen gezongen en worden er zilveren trompetten geblazea Aan beide zijden zijn er verliezen. Voor de vele gewonden in de stad is er geen geneesheer, maar wél genezende bladeren (denk aan Openb. 22). Bunyan wil laten horen dat in een toestand waarin Christus Zelf niet bezeten wordt zijn gaven toch kunnen worden ervaren. In het leger van Diabolus worden anderzijds vele twijfelaars gedood. Ook lezen we dat Verdoemenis moet wijken.

Op een gegeven moment wordt de stad zelfs overmoedig en gaan de inwoners midden in de nacht in de aanval, vergetend dat de wapenen des Geestes verdédigingswapens zijn. In deze uitval struikelt kapitein Geloof en als Diabolus dan een felle aanval doet op de Voelpoort samen met de kapiteins Pijniger en Zonder Rust, wordt de stad ingenomen. Wat vindt er nu een schending en beschadiging plaats. Mensziel wordt een huilende wildernis, maar Vastewil vlucht in het kasteel. Het is wel een treurige toestand, maar het kasteel kan gelukkig niet worden ingenomen. Genade is niet verliesbaar, hetgeen Bunyan mede uitbeeldt voor Vreze Gods poortwachter van het kasteel te maken.

Deze toestand van oorlog, met de inwoners verdreven naar verborgen plaatsen en holen, duurde wel omtrent twee en een half jaar....

De Prins komt terug

Weer lezen we dan van een smeekschrift, maar ditmaal toch anders.

Vreze Gods heeft namelijk gezegd dat El-Schaddaï alleen gehoor geeft als de Oppergeheimschrijver het verzoek opstelt, en deze stemt erin toe om te helpen. Op die wijze ontstaat een allerootmoedigste bede, die door kapitein Geloof wordt weggebracht.

„O, onze Heer en souvereine Vorst Immanuel, machtige lankmoedige Prins! Genade is op uw lippen uitgestort, en bij u is genade en schuldvergiffenis ofschoon wij tegen u hebben gerebelleerd. Wij, die niet meer waard zijn uw Mensziel genaamd te worden, of uw zegeningen voortaan te genieten, smeken u en uw Vader met u, onze overtreden uitte delgen. Wij belijden, dat gi alle recht hebt ons te verwerpen; maar och, doe dat niet om uws naams wil: Zie onze ellende aan en laat uw ingewanden over ons rommelen!"

„Onze wijsheid is weg, onze kracht is weg, omdat Gij van ons zijt weggegaan. Wij hebben niets meer wat wij het onze kunnen noemen dan zonde, schande en schaamte voor uw aangezicht. Heb medelijden met ons, o Heer, heb medelijden met uw ellendige stad Mensziel en red ons uit de handen onzer vijanden. Amen".

Hij brengt als antwoord nu een heel pakket brieven mee terug voor de burgemeester, Vastewil, Vreze Gods, de Onderleraar Geweten en anderen. En het ontgaat de inwoners niet dat er weer een gemeenzame omgang is gekomen tussen Geloof en de Oppergeheimschrijver. Kapitein Geloof wordt zelfs verheven tot onderkoning!

Bunyan beschrijft op dit moment een hels beraad, nu om de stad als een Laodicea te verleiden. Maar dan ontvangt kapitein Geloof direkt een brief van 't hemelse hof. Prins Immanuel laat weten de inwoners van Mensziel op de derde dag te zullen ontmoeten op de vlakke velden, legt de Oppergeheimschrijver uit. Het beslissende gevecht vindt dan plaats tussen het leger van Diabolus en het leger van Mensziel. Zelfs kapitein Ondervinding vraagt om zijn krukken om mee uit te trekken.

Op de derde dag komt de Prins inderdaad zelf en geeft de doorslag, zodat nauwelijks één twijfelaar overblijft. Wat een grote vreugde in de stad en wat een gemeenschap tussen Geloof en Prins Immanuel! Bunyan put zich uit dit heerlijk te beschrijven.

Nu was er muziek en dans voor de ganse stad, omdat hun Vorst hen weervereerde met zijn tegenwoordigheid en met het licht van zijn aangezicht; de klokken werden geluid en de zon scheen vriendelijk op hen vooreen lange tijd.

De Prins betrekt weer het kasteel en schenkt vergiffenis en deelt geschenken uit. D e stad is nu nog ernstiger in het opspeuren van de overgebleven Diabolusmannen. De lijken

van de Twijfelaars worden alle begraven, alsof Bunyan zeggen wil dat geen herinnering aan de oude zonde en schuld mag overblijven

Onze vervolgingen en valse leringen

Nog sluit Bunyan zijn boek niet af. Er volgen nog twee hoofdstukken, waarin (als ik het goed heb verstaan) de vervolging van de Kerk wordt afgebeeld en het ontstaan van onzuivere sekten en leringen.

Toespraak van de Prins

Bunyan laat het boek eindigen met een toespraak van Prins Immanuel tot Mensziel. De Prins herinnert de stad eraan hoe hij haar tweemaal bevrijdde, en voorzegt dat hij Mensziel eenmaal zal overbrengen naar het hemelse en heerlijke koninkrijk van zijn Vader, buiten het bereik en de schrik van Diabolus. Ook vermaant hij hen hun klederen wit te houden en daartoe veel gebruik te maken van de vele fonteinen in de stad.

Terwijl hij verzekert voor hen te zullen bidden en strijden, waarschuwt hij voorde zonde en legt hij uit waarom hij nog Diabolusmannen in hun stad toelaat.

„Dat is om u waakzaam te doen blijven en u te doen zien wat gij aan mijn kapiteins en legerbenden hebt en wat mijn genade voor u is. Het is ook opdat gij zoudt weten in welke beklagenswaardige staat gij eens waart. Al zou ik ze allen slaan, die daar binnen zijn, daar zijn er zoveel buiten u, die u in slavernij zouden voeren. Waren de vijanden binnen u geheel vernietigd, die van buiten zouden u slapende vinden".

Nog veel andere opwekkingen laat de Prins volgen, zoals „Ook moogt gij niet altijd leven bij gevoel, maar door het geloof aan mijn woord".

Met een „Waakt totdat ik kom!" eindigt De Heilige Oorlog.

Een woord na

Het verkort weergeven van een werk als dit boek van Bunyan is niet geheel zonder gevaar. Natuurlijk hopen we dat we erin geslaagd zijn de hoofdlijn en (wat meer is) de bedoeling goed weer te geven. Een groot aantal-keren moesten we Bunyan zeer te kort doen door het geschrevene, om wille van het kort te houden, in eigen woorden weer te geven. Je moet werkelijk zelf zijn taalgebruik ervaren en het vele onderricht ontvangen. Het is echter geen geschrift voor een gehaaste opgejaagde westerse mens, zul je merken. Trek er zoveel tijd voor uit datje het werkelijk geheel leest, want meestal heeft elke zin wel iets te zeggen.

Nog een meer algemene opmerking. Bunyan laat door de generaals van Prins Immanuel heerlijke aanbiedingen doen, en lokt uit tot overgave, wel steeds in een heilzaam evenwicht met de bedreigingen van Gods wet Maar ook laat hij steeds uitkomen dat de mens gewilligde gebonden slaaf van de vorst der duisternis wil blijven. Mensziel wordt werkelijk herwonnen, tegen zijn eigen wil in, en wordt alleen zo voor zijn gewisse ondergang behoed! (Rom. 8 : 7 Dl. III, IV, 11 en 12).

Overigens denk ik niet dat Bunyan een godgeleerde verhandeling heeft willen bieden, of een model bekeringsweg heeft willen aangeven. Wie daar nog over zou aarzelen hoeft niet alleen maar eens te letten op de toch wel onderscheiden gangen die in de Christenreis en in de Christinne-reis worden geschetst. In sommige opzichten is het misschien wel zo dat De Heilige Oorlog juist een heel bijzondere leiding laat zien. We denken dan vooral aan de buitengewoon grote aanvechtingen die beschreven worden (de grote legers twijfelaars en dergelijke). Twijfel zal aan geen enkele gelovige vreemd blijven, maar de aanvechtingen die Bunyan doorleefd heeft lijken van een bijzondere aard geweest te zijn en daarin geen maat of toetsteen voor anderen.

Zou het tweede deel van „De Heilige Oorlog" ook niet een les inhouden die verder reikt dan het persoonlijke geestelijke leven? Ik bedoel het deel waarin beschreven wordt hoe Prins Immanuel zich stilletjes terugtrekt en dat de Geest bedroefd wordt. Daarin ligt algemeen onderwijs voor de kerk als geheel. Wat was de oorzaak van het vertrek van de Prins uit stad Mensziel? Het dezer wereld weer gelijkvormig worden, en een te gemeenzame omgang met de lieden dezer wereld. Voor de kerk is het geen weelde als de eenvoud verdwijnt. Waar het genadeleven oprecht in oefening is, is er lust in gehoorheid gevolg te geven aan wat Gods Woord ons voorhoudt voor de uitleving. Dat betreft dan vele dingen, zoals ons eten, ons wonen, maar ook onze haardracht en kleding. Is er dan geen schuld? Wat zijn we als kerk daarin toch slap geworden.

Waar een echt geestelijke bediening is, wordt de bedoelde gehoorzaamheid vast en zeker vanzelf gezien als evangelische vruchten der dankbaarheid. En als zulke vruchten steeds minder worden voortgebracht?

Zouden we dan als kerk de Geest niet bedroeven? Ieder oordele zelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1983

Daniel | 32 Pagina's

„DE HEILIGE OORLOG” van JOHN BUNYAN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1983

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken