Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gaat dan heen, onderwijst alle volken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gaat dan heen, onderwijst alle volken

20 minuten leestijd

Het zendingswerk dat door onze gemeenten nu al 25 jacir mag worden verricht, gebeurt onder verantwoording van het Deputaatschap voor de Zending. Een deputaatschap wordt door de Generale Synode ingesteld om bepaalde belangen namens het geheel van onze gemeenten te behartigen.

De Generale Synode komt eenmaal in de drie jaar bijeen en bestaat uit 40 afgevaardigden, afkomstig uit de vier Partikuliere Synodes (20 predikanten en 20 ouderlingen). Deputaatschappen krijgen van de Generale Synode mandaat, bevoegdheid om hun werkzaamheden te verrichten. Zij moeten er op de volgende Synode verslag over uitbrengen.

Het zendingsdeputaatschap mag door het uitzenden van zendingsarbeiders namens onze gemeenten gestalte geven aan de opdracht van de Heere Jezus aan Zijn Kerk: ..Gaat dan heen. onderwijst al de volkeren, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb."

Sinds 1963, toen ds. G. Kuijt als onze eerste zendingspredikant het zendingswerk aanzienlijk uitgebreid. de valleien van Irian Java introk, is

Op het zendingsbureau in Woerden hadden uv een levendig vraaggesprek met ds. L. Blok. tweede voorzitter van het deputaatschap, en drs. G. Nieuwen hu is. algemeen sekretaris. De heer Nieuwen huis heeft zelf als landbouwkundig ekonoom verschillende jaren in Igede gewerkt. Zij hebben ons heel wat verteld over het zendingswerk en wat daar allemaal mee samenhangt.

We hopen dat er door dit interview vooral ook bij onze jongeren meer zicht zal komen op het geheel van ons zendingswerk. Er is veel liefde van een biddend thuisfront nodig!

De ontwikkeling van het zendingswerk

Hoe komt het dat het zendingswerk pas omstreeks 1960 ter hand werd genomen'.' Onze gemeenten bestonden toen toch at 50 jaar?

Er werd voor 1910 al een zendeling, ds. D.J. Benjamin, door onze gemeenten gesteund. Hij werkte in Armenië en Perzië onder de Moslims, eerst voor een Presbyteriaans Zendirnzsiienoolschap. toen enkele jaren voor ons en daarna ging hij over naar de Lutherse Zending.

Onze gemeenten zijn in 1907 ontstaan en er moest in het kerkelijk leven nog veel geordend en opgebouwd worden. Daar heeft ds. G.H. Kersten zich bijzonder voor ingezet. Op de Synode van 1908 werden al ze nd i ngsdepu ta te n be noe md. maar de opbouw van de toen nogal verstrooide gemeenten vroeg zoveel tijd en aandacht dat men na de samenwerking met ds. Benjamin niet meer aan zendingswerk toekwam.

Er was wel een kommissie voor de zending. In ..De Saambinder" stonden regelmatig berichten over de inkomsten: ds. R. Kok verantwoordde als penningmeester onder meer giften van ƒ 1.-. ƒ 2.50 en ƒ7.50. Mede dooide slechte ekonomische locstanden kwam het voor de

Tweede Wereldoorlog niet tot verdere aktiviteiten.

Hoe zijn we rot echte zendingsarbeid gekomen?

Na de oorlog werden in 1946 opnieuw deputaten voor de zending benoemd.

In de vijftiger jaren begon het werk van de zending in de gemeenten steeds meer te leven.

Hier moet de naam van broeder D.P. Polder genoemd worden. Al vanaf 1950 probeerde hij in dienst van het deputaatschap overal liefde op te wekken voor zending en evangelisatie. Op zijn initiatief werd in 1954 het eerste nummer van ons zendingsblad ..Paulus" uitgegeven. Zendingsbusjes werden geplaatst en kommissies opgericht.

Op 30 april 1957 werd onder leiding van ds. A. Verhagen in de Oosterkerk te Utrecht de eerste zendingsdag gehouden. Hij hield toen zijn bekende slottoespraak over: ..De zaak des Konings heeft haast".

In 1958 meldde broeder G. Kuijt zich aan om opgeleid te worden tot zendingspredikant. Hij werd toegelaten tot de Theologische School. Op Nieuw-Guinea. het tegenwoordige Irian Java. werd een zendingsterrein gevonden waar het Woord van God nog nooit verkondigd was. Ds. Kuijt voelde zich naar Romeinen 15 : 20 geroepen juist in zo'n gebied te gaan werken.

Op 15 februari 1962 vond in de Ahoyhallen te Rotterdam de uitzending van ds. G. Kuijt. onze eerste zendingspredikant, plaats. Met hem en zijn vrouw werden ook zuster B. Sonneveld en het onderwijzersechtpaar D. ten Voorde uitgezonden.

In 1963 trok ds. Kuijt de Jalimovallei in. waar het Woord van God nog nooit gehoord was. en zo ontstond de eerste zendingspost Pass Valley.

Kunt u in het kort iets zeggen over de ontwikkeling van het zendingswerk?

Kort nadat ds. Kuijt op Irian was begonnen, werd ook in Nigeria, in Afrika, een zendingsgebied gevonden. Daar werd samengewerkt met de Methodistenkerk. De zusters Sonneveld en Van Rossum en de heer Ten Voorde vonden hier in Igede hun arbeidsterrein. In 1974 kregen we in Nigeria een tweede gebied in Izi. waar we zelfstandig als gemeenten mogen werken.

Ongeveer tegelijkertijd werd ook in Zuid-Afrika het zendingswerk ter hand genomen. Binnen afzienbare tijd hopen we in Guinee een nieuw zendingsterrein te openen.

Hoeveel zendingsarbeiders zijn er op de verschillende terreinen werkzaam?

Dat aantal ligt tussen de 35 en 40: daar zijn de vrouwen en kinderen niet bij inbegrepen.

In de vorige eeuw. ook wel de eeuw van de zending genoemd, bleek iemand zendeling zolang hij leefde. Vindt u dat dit nog zo moet zijn?

Dat is een heel persoonlijke zaak voor de zendingsarbeider zelf.

Terugkeer van het zendingsveld houdt meestal verband met vervolgonderwijs voor de kinderen. Het deputaatschap doet er de laatste jaren veel aan om de kinderen van zendingsarbeiders zolang mogelijk onderwijs op het zendingsveld te laten volgen. Het blijft echter een persoonlijke afweging van verantwoordelijkheden ten opzichte van het werk en van de kinderen.

Door het zelfstandig worden van de jonge kerken verandert ook de taak van de zending. Na een periode van opbouw bestaat het werk dan vooral uit begeleiden, totdat ook dit niet meer nodig is. Dat brengt met zich mee dal zendelingen veelal niet meer hun leven lang op hetzelfde zendingsterrein werkzaam blijven.

Hoe word je zendingsarbeider in dienst van onze gemeenten en wat is daarvoor nodig?

Iemand die in dienst van onze zending wil gaan werken, moet zich aanmelden bij het deputaatschap.

Uitgangspunt voor het aannemen van zendingsarbeiders is de behoefte op het zendingsveld.

Dit in tegenstelling tot de geloofszendingen. die iemand die zich tot zendingswerk geroepen voelt altijd proberen uit te zenden.

Dat voor ons de behoefte op het zendingsveld bepalend is. kan soms heel moeilijk zijn als mensen een innerlijke drang in zich voelen om in zendingsdienst te gaan en er op een bepaald moment geen plaats voor hen is.

De jonge kerken moeten zelf ook instemmen met de komst van een zendingswerker.

Ze n di ngspredi ka nten worden door het deputaatschap in samenwerking met een plaatselijke gemeente beroepen. Iemand die zich geroepen voelt om speciaal tot zendingspredikant te worden opgeleid, moet zich bij het curatorium van de Theologische School aanmelden. Het curatorium beslist samen met het deputaatschap over toelating tot de school.

Alle overige zendingsarbeiders moeten zich bij het deputaatschap melden, dat oproepen plaatst voor werkers op de v e r s c h i 11 e n d e t e r r e i n e n.

Er vindt dan eerst een gesprek plaats met het dagelijks bestuur, daarna met het hele deputaatschap. Tijdens dit gesprek wordt gevraagd hoe men ertoe gekomen is om in de zending te willen gaan werken, wat de motieven daartoe zijn. Velen durven dan niet over een roeping te spreken, terwijl uit de leiding van God in hun leven toch duidelijk blijkt dat Hij Zelf hen ertoe brengt.

Als er later teleurstellingen en moeilijkheden komen is het belangrijk om te kunnen zeggen:

..Heere. U weet dat ik niet mijn eigen weg gegaan ben". Soms is iemand er al van jongsaf mee bezig om in de zending te gaan werken, maar komt men er pas naar aanleiding van een bepaalde situatie toe zich ook werkelijk aan te melden.

Er wordt ook gesproken over de persoonlijke verhouding tot de Heere. Ten aanzien van kerkewerkers weegt dit heel zwaar. De mensen onder wie zij gaan werken verwachten ook dat zendingsarbeiders de Heere dienen en liefhebben en dit in woord en daad uitdragen. Daarnaast is nu meer opleiding nodig dan vroeger, omdat het karakter van het zendingswerk is veranderd. Tegenwoordig staan overdracht van kennis en toerusting van de jonge kerken centraal, zowel op theologisch als op medisch en landbouwkundig gebied. Daarbij komt ook dat de overheden van de landen

waarin de zendingsgebieden zich bevinden steeds hogere eisen stellen bi j het toelaten van zendingsarbeiders. Zij willen alleen diegenen die een hogere opleiding hebben dan de mensen uit het land zelf een visum verstrekken. Zo vindt de Indonesische regering dat er genoeg inlandse predikanten zijn. Daarom mag in de vakature van ds. Vreugdcnhil alleen iemand terug komen die zijn doctoraal examen in de theologie heeft afgelegd.

Dezelfde strenge eisen gelden voor Nigeria met betrekking tot het medische werk. Verpleegkundigen worden alleen nog toegelaten als zij ook een opleiding lot vroedvrouw of docente hebben gevolgd. Van belang is ook de gezondheid en gezinssituatie van zendingsarbeiders. Verder moet men in teamverband kunnen werken, opgewassen zijn tegen teleurstellingen. zonodig zelfstandig kunnen optreden, tevreden zijn met eenvoudige levensomstandigheden en kunnen omgaan met mensen uit een andere kuituur.

De praktijk van het zendingswerk

Hoe wordt in de praktijk van het zendingswerk gestalte gegeven aan de opdracht van Christus: ..Gaat dan heen. onderwijst al de volkeren? ". Houdt dit alleen de verkondiging van het Evangelie in?

Wel in de eerste plaats, maar daar is ten nauwste bij betrokken het dienstbetoon op onder andere medisch en landbouwkundig gebied. De Heere Jezus heeft tijdens Zijn omwandeling op aarde gesproken en geleerd, maar ook zieken genezen.

Woordverkondiging en dienstbetoon horen bij elkaar. De laatste Generale Synode heeft daar konkreet inhoud aan gegeven door een bepaald verband te leggen tussen de zending en het deputaatschap Bijzondere Noden. Dit deputaatschap steunt het diakonaal dienstbetoon op het zendingsveld financieel, waardoor dit werk uitgebreid kan worden. Tot nog toe werd door Bijzondere Noden elk jaar ƒ 200.000 - voor dit doel beschikbaar gesteld.

Met welke problemen krijgt het zendingsdeputaatschap te maken?

Het grootste probleem is het tekort aan zendingsarbeiders. Er zijn lege plaatsen die niet vervuld kunnen worden. Dat is een grote zorg. evenals het feit dat de overheid van de landen p waar we werken steeds meer invloed wil gaan uitoefenen en steeds minder vaak een visum wil verlenen.

Het is ook moeilijk op afstand het werk te begeleiden in landen met geringe kommunikatiemogelijkheden.

Tenslotte is het niet eenvoudig op het zendingsveld een kerk van gereformeerd belijden gestalte te geven. Wé hebben met heel andere kuituren te maken.

Daarom verlopen de kerkdiensten ook anders dan bij ons.

Mag er ook zegen op het zendingswerk gezien worden? Gelukkig wel.

We denken aan de onlangs gehouden doopdienst in Nipsan. waarin 1974 zestien mensen werden vermoord.

In Bommela is Yuan. een hoofdman die zuster Marry van Moolenbroek vroeger eens van het leven heeft willen beroven, lot bekering gekomen en onlangs gedoopt.

Op de vorige zendingsdag mochten twee predikanten uit de jonge kerk van Irian Java aanwezig zijn. Eén van hen. ds. Enos Wandik. heeft op indrukwekkende wijze toen tot ons gesproken. Zij komen uit de valleien waar 25 jaar geleden het Woord van God nog nooit was gehoord.

In Bophuthatswana in Zuid-Afrika worden enkele evangelisten opgeleid tot predikant. Kort geleden werden in Izi de eerste vier gemeenten geïnstitueerd.

En hoeveel kinderlevens zijn er niet gered door het werk in het weeshuis van Igede!

Maar waar de Heere werkt, werkt satan ook. Mensen van wie hoge verwachtingen waren, zijn weggevallen. Binnen de jonge gemeenten worstelt men soms met terugval in het heidendom en ook zijn er veel huwelijksproblemen.

Wat is het doel van een visitatiereis en hoe verloopt die ongeveer?

Een visitatiebezoek dat eenmaal in de twee jaar door enkele deputaten aan een zendingsgebied wordt gebracht, heeft ten doel:

- het onderhouden van de kontakten met het zendingsteam. de jonge kerk en de overheid;

- het met eigen ogen vaststellen of en hoe het beleid wordt uitgevoerd;

het maken van beleidsafspraken met het team voor de komende twee jaar.

Het deputaatschap ontvangt van alle zendingsterreinen kwartaalrapporten en teamverslagen, maar het is toch nog heel wat anders om elkaar persoonlijk op het zendingsveld te ontmoeten. Het zendingsteam ziet naar het Een keer per twee jaar wordt door enkele d bezoek uit en ervaart de komst van de deputaten als steun bij hun werk. Er is behoefte aan kontakt en overleg.

Een visitatiebezoek is erg vermoeiend door het verschil in tijd. klimaat en taal. de reis en de vele besprekingen. In 1986 werd een visitatiebezoek gebracht aan Irian Java. dat bijna vier weken duurde. Daarvan waren tien dagen nodig voor de heenen terugreis. Er werd in Djakarta gesproken met de autoriteiten, daarna een bezoek gebracht aan het internaat in Wamena in het kustgebied van Irian en ook werden alle posten afzonderlijk bezocht.

Het is een voorrecht het werk van nabij te mogen zien: je krijgt meer begrip voor bepaalde dingen en het verstevigt de onderlinge band. Tijdens elke visitatiereis zijn er onvergetelijke ontmoetingen en momenten.

Waarom wordt het Igedegehied aan anderen overgedragen'?

In z'n algemeenheid is het nooit de bedoeling van de zending steeds op een bepaalde plaats te blijven werken.

Het zendingswerk in Igede heeft altijd in het kader van de Methodistenkerk gestaan. Het is indertijd begonnen op verzoek van deze kerk vanwege de grote medische nood in dit gebied. In de loop der jaren zijn vele Nigerianen opgeleid, zodat er nu b.v. in het ziekenhuis gediplomeerd Nigeriaans personeel werkzaam is. Op die wijze kreeg de eigen verantwoordelijkheid van de Methodistenkerk voor het werk steeds meer gestalte. Het proces van overdracht zal na een eputaten een visitatiebezoek gebracht. overgangsperiode die in 1982 is ingegaan aan het eind van 1988 voltooid zijn.

Dit betekent niet dat onze zending na die tijd geen steun meer blijft verlenen. Zo blijven zuster Sonneveld en zuster Commelin nog enkele jaren in Igede werken en heeft het deputaatschap in Nederland een zendingstechnikus voor de Methodistenkerk aangezocht, die met overheidssteun kon worden uitgezonden.

Op Irian en in Izi zijn we in zekere zin ook al bezig met de overdracht van het werk aan de jonge kerken die daar als vrucht op de zendingsarbeid mochten ontstaan.

Kunt u iets venellen over het nieuwe zendingsterrein in Guinee?

Guinee ligt evenals Nigeria in West-Afrika. Er is daar tot nu toe heel weinig aan zending gedaan. In het Westen van het land is nog geen enkele zendingsorganisatie werkzaam. Wel is de Rooms-Katholieke Kerk er aktief. maar dat is voor onze zending geen reden er niet te gaan werken.

Er heerst in dit land ontzaglijke nood. Er wonen SVi miljoen mensen, verdeeld over 20 stammen, waarvan er nog maar vier door het Evangelie zijn bereikt. De totale bevolking van Guinee bestaat voor 75% uit Moslims en voor ruim 23% uit animisten (aanhangers van de stamgodsdiensten), terwijl nog geen 2% tot het Christendom gerekend kan worden.

Onze zending wil beginnen in Bokè. een stad in het Westen, en daar gaan werken onder enkele

animistische stammen. In een i later stadium hojten we ook onder de Moslims te gaan arbeiden.

Als je het land doorreist en jc •f ziet \rijwcl geen kerkje staan. tlan grijpt jc dat aan. Zo v\as het { bij het deputaatschap. De keuze 1 \oor (juince is een zaak des : gebeds geweest. We zullen I opnieuw, evenals 25 jaar geleden ; op Irian Jaya het geval was. i pionierswerk mogen gaan ver-I richten.

Waarom wordt ecu nieuw gebied I geopend als er eigenlijk te weinig zendingsarheiders zijt} en het werk op de andere terreinen nog wel : uitgebreid kan worden '

Dat heelt met verschillende taktoren te maken. Het aantal zendingswerkers in Igcde neeml af. Lr is de visiunproblematiek in Izi cn Irian. We weten niet hoe ] lang wc naar deze gebieden nog : nieuwe zendingswerkers zullen i kunnen sturen. Regeren is i vooruitzien cn de financiële ! middelen zijn cr. Maar het is I voor de deputatcn allereerst een • zaak van het geloof, ziende op de opdracht die Christus gaf om het Evangelie te blijven verkondigen tot aan hel einde der dagen. Omdat het Zijn zaak en opdracht is. mogen we de Heere aanlopen om arbeiders uit tc stolen. Hij zal het echter op Zijn tijd doen en niet op de onze; dat hebben we al meermalen ervaren.

Funktioneren van het deputaatschap

Kum u iets zeggen over de sanwnstelling van hel deputaatschap.'

Het deputaatschap bestaat uit acht predikanten cn vier kcrkcraads-of gemeenteleden.

Zij wortlcn door de Generale Synode benocmtl. evenals dc sekundi (plaatsvervangers). Het deputaatschap doel voor de benoemingen zelf een voorstel aan de Synode.

Wat behoort allemaal tor de taak van het deputaatschap?

Daar behoort toe:

- het aannemen van zendingsarbeiders;

- het vaststellen van het beleid cn wat daar mee te maken heeft;

- kennis nemen van de ontwikkelingen op de zendingsvelden;

- besprekingen voeren met zendingsarbciders die met verlof zijn;

- bezinning op bepaalde situaties op het zendingsterrein;

- het onderhouden van kontakten met de jonge kerken cn dc werkers op de verschillende terreinen:

- het vaststellen van de budgetten.

Vormen de vele vetgaderingcn en werkzaamheden die daaraan verbonden zijn voor dc predikanten naast het werk in hun

eigen gemeente niet een te zware bekisting.'

Dat is inderdaad geen geringe zaak. Zending is echter een duidelijke opdracht en taak van de kerk. Daarom wil ik (ds. Blok. red.) die zware belasting wel dragen.

Bovendien gaat het deputaatschap zich de laatste jaren steeds meer alleen bezig houden met het vaststellen van het beleid. De voorbereiding en uitvoering van het beleid wordt meer een zaak van het bureau. Zo worden op vergaderingen te behandelen stukken (een hele stapel!) van tevoren van kommentaar en advies voorzien. Dat vergemakkelijkt de besluitvorming. Het deputaatschap vergadert eenmaal per maand, van 's morgens acht uur tot \s middags vier uur. Daarnaast komt het dagelijks bestuur ook nog minstens eens per maand bijeen.

De financiën

Hoeveel kost het instandhouden van vier verschillende zendingsterreinen?

Voor 1988 zijn de totale kosten begroot op ƒ 4.800.000In 1987 kwam er uit de gemeenten bijna ƒ 4 miljoen binnen. Het resterende bedrag ontvangen we van verschillende instanties, na het indienen van een verzoek om steun aan bepaalde projekten. Het geld vanuit de gemeenten komt bijeen door koliekten. busjes van kollektanten. verkop i nge n. ve r j a a rd agsfo n dsen. giften en nalatenschappen.

Hoeveel wordt er per jaar voor elk van de zendingsgebieden besteed?

De kosten voor het werk op Irian en in Izi bedragen voor elk van deze gebieden ongeveer ƒ 1 miljoen. Voor Zuid-Afrika is dat de helft en in Igede is nog ƒ 200.000 - nodig.

Van deze bedragen is 60% bestemd voor personeelskosten. Het overige (plus wat we van andere instanties ontvangen) is voor gebouwen en inventaris, vervoer, medisch werk. onderwijs en bijdragen in de algemene kosten.

Op de begroting voor 1988 staat voor kosten van leiding en bureau, voorlichting en propaganda. PT1. accountant, auto-Drs. G. Nieuwen huis. al y sekreuiris van matisering en diversen een bedrag van ongeveer ƒ 1.000.000.-. Is dat niet erg veel?

Het is inderdaad een hoog bedrag. Vroeger waren er maar enkele zendingsarbeiders, nu zijn er bijna 40 in dienst, die allemaal aandacht en begeleiding nodig hebben. Hr moeten visa worden aangevraagd, reizen geboekt, arbeidskontrakten opgesteld. enz.

Bedacht moet ook worden dat de zending de ontvangen gelden niet naar andere organisaties in het buitenland overmaakt, maar zelf toezicht houdt op de besteding ervan. Dat brengt een omvangrijke administratie met zich mee. De pas ontvangen cheque voor het MAF-viiegtuig hoefde alleen maar doorgegeven te worden. Daar waren geen apparaatskosten bij nodig, maar die zijn er wel bij het besteden en verwerken van alle andere inkomsten en uitgaven.

De laatste jaren moet ook veel tijd besteed worden aan het opstellen van financiële hulpaanvragen bij derden, zoals de vereniging Personele Samenwerking met Ontwikkelingslanden de zending. (PSO). de Interkerkelijke Coördinatie Commissie Ontwikkelingsprojecten (ICCO) en Simavi. Tenslotte is ook het geven van goede voorlichting steeds belangrijker geworden. Vroeger was alle aandacht binnen onze gemeenten gericht op de zending, maar tegenwoordig zijn er ook verschillende andere organisaties die een beroep op onze mensen doen.

Alle bovengenoemde ontwikkelingen hebben een sterke stijging van de kosten in Nederland met zich meegebracht.

Zijn er nog andere, tot dusver niet genoemde kosten'? Ja. er wordt jaarlijks ook een bedrag bestemd voor uitbreid i ngs i n vesteri nge n.

Zijn de deputaten tevreden over de qjj'enaardiglteid van de gemeenten'?

Zeer zeker! Na een teruggang in 1986 kwam er in 1987 weer ƒ400.000 - meer binnen. De inkomsten bedroegen vorig jaar ƒ 3.982.000.-. Daarmee zijn we bijna weer op het peil van 1985 gekomen.

Is er ook een reserve'.'

Ja. die is er. F.r zijn jaren geweest met meer inkomsten dan verantwoord kon worden uitgegeven. Het beleid is erop gericht de reserve niet te vergroten, maar die te gebruiken voor uitbreiding van het zendingswerk. De financiële mogelijkheden zijn er. maar de mensen helaas niet.

Het thuisfront

Hoe is het zendingsbureau tot stand gekomen'? Hoeveel mensen werken er?

In het begin deed de heer Polder alles thuis in Vlaardingen. Later, toen de heer G. Schouwstra ook in dienst trad, werd in Krimpen aan den IJssel een kantoortje betrokken. Daarna was er bureauruimte bij de Theologische School in Rotterdam. Sinds het Centraal Bureau in Woerden bestaat, heeft het zendingsbureau daar met enkele andere organisaties uit onze gemeenten onderdak gevonden. Er werken acht mensen: de algemeen sekretaris en twee medewerksters, de administrateur met twee medewerkers, de voorlichter en een medewerker die voor zowel de administratie als de voorlichting werkzaam is. De groei van het bureau is parallel gelopen met de toename van het aantal zendingsarbeiders. j I I

Denkt u dat er nog net zoveel betrokkenheid bij het zendingswerk is als in de beginjaren?

We weten dat er nog hartelijk wordt meegeleefd en dal er gebed is voor het zendingswerk. Maar naarmate iets groter wordt, neemt de betrokkenheid af. Zo is het ook wel wat bij de zending gegaan. Toen alleen ds. Kuijt er nog was met enkele andere zendingsarbeiders kende iedereen hen. Nu weten de meeste mensen niet meer precies wie er allemaal uitgezonden zijn.

Daarom is goede voorlichting bijzonder belangrijk, ook omdat zoals al is gezegd andere ' organisaties de aandacht vragen. Toch is er op dia-avonden nog veel enthousiasme, evenals voor de zendingstruirkten. Ook de zendingsdag mag zich weer in een toenemende belangstelling verheugen.

Leven de jongeren ook echt mee?

De betrokkenheid van de jongeren is duidelijk gebleken bij de verschillende akties die in de loop der jaren voor de zending zijn gehouden door de Jeugdbond. •

Ook de belangstelling voor de jongerenzendingsdag in Kampen doet ons goed. En op de zendingsdag in Rotterdam is eveneens veel jeugd aanwezig. Bovendien gaan heel veel jongelui altijd trouw op stap met een zendingsbusje. ;

In de zendingskommissies is echter een zekere vergrijzing merkbaar. We hopen dat jongeren bereid zullen zijn ook daar hun krachten voor te geven als hen dat wordt gevraagd. i

Wat geeft u, ondanks teleurstellingen. toch moed om door te gaan?

De opdracht van de Koning aan de Kerk om het Evangelie te verkondigen tot aan de einden der aarde. Het zendingswerk ligt vast in de Drieënige God en het welbehagen zal door de hand van Christus gelukkiglijk voortgaan. De Heere zal Zijn doel bereiken. Als je ziet hoe Hi j in teleurstellende wegen wil leiden en sterken, dan moet je zeggen: Het is onze zaak niet. maar de Zijne!

Wat zou u onze jongeren tot slot willen zeggen'?

We willen hen graag wijzen op de vakatures die er op het zendingsveld zijn. Laat ieder zich afvragen of de Heere hem of haar daar zou willen gebruiken. Dikwijls hoor je van onze mensen op de zendingsvelden dat het werken daar. ook al zi jn er zorgen en problemen, een leven dicht bij de Heere met zich meebrengt.

Verder hebben de zending en de zendingsarbeiders ook het gebed van jonge mensen nodig. De werkers op het veld mogen soms op bijzondere wijze ervaren dat er met hen meegebeden en meegestreden wordt! Laten we met elkaar worstelen om de uitbreiding van Gods Koninkrijk en ons zelf daarbij ook niet vergeten!

Ds. Blok en mijnheer Nieuwe/thuis. vrt' danken u hartelijk voor de vele informatie die u ons gegeven hebt en voor de tijd die u voor dit vraaggesprek beschikbaar hebt willen stellen. De Heere sterke u bij alle arbeid.

Geldermalsen

A.T. Crum

Z. Crum-Nieuwland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1988

Daniel | 32 Pagina's

Gaat dan heen, onderwijst alle volken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1988

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken