Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoe weet ik of ik ten Avondmaal mag gaan?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hoe weet ik of ik ten Avondmaal mag gaan?

Een gewichtige vraag

11 minuten leestijd

De vraag: 'Hoe weet ik of ik ten Avondmaal mag gaan? ' is een vraag van groot gewicht. Jonge mensen die belijdenis hebben gedaan of die het voornemen hebben belijdenis des geloofs af te leggen, kunnen met deze vraag worstelen. Wanneer staat de toegang tot het Avondmaal des Heeren voor mij open? We kunnen op die vraag tweeërlei antwoord geven, een kerkelijk antwoord en een pastoraal antwoord.

Een kerkelijk antwoord

Het kerkelijk antwoord op die vraag is niet moeilijk. Als we tot de jaren des onderscheids zijn gekomen en we hebben belijdenis des geloofs afgelegd, dan hebben we daarmee een kerkelijk recht om aan de Tafel des Heeren aan te gaan, tenzij er betreffende belijdenis of leven zodanige bezwaren zijn dat de kerkeraad genoegzame redenen heeft zo iemand met de kerkelijke tucht van het Avondmaal des Heeren uitte sluiten. Zie vraag en antwoord 82 van de Zondag 30.

Een pastoraal antwoord

Met dit antwoord zijn we niet klaar. Een kerkelijk recht om de sacramenten te gebruiken is niet genoeg. Want wat is het doel van het Avondmaal? Daarop heeft de Heere jezus Zelf een antwoord gegeven bij de instelling ervan. Hij heeft gezegd: "Doet dit tot Mijn gedachtenis". Het is dus een gedachtenismaaltijd. En dan niet in de betekenis zoals Zwingli die daaraan hechtte: gedachtenis zonder meer, maar: gedachtenis aan het werk van Christus, waardoor het geloof versterkt wordt en de gelovigen de troost genieten. Want de tekenen van brood en wijn in het Avondmaal wijzen op Christus, op Zijn verbroken lichaam en Zijn vergoten bloed. Daarop wordt in de avondmaalsformule ook gewezen als de dienaar het brood breekt en uitdeelt: Het brood, dat wij breken, is de gemeenschap des lichaams van Christus. Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden. En ook bij het geven van de drinkbeker: De drinkbeker der dankzegging, die wij dankzeggende zegenen, is de gemeenschap des bloeds van Christus. Neemt, drinkt allen daaruit, gedenkt en gelooft dat het dierbaar bloed van onze Heeren jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

Het gaat om Christus

Het gaat in het Avondmaal dus om Christus. Alles aan de tafel getuigt van de rijkdom van de genade en de liefde van Christus voor een arme schuldige zondaar. Als we van dit zondaarsleven vreemdeling zijn, vinden we aan het Avondmaal niets. Dan kunnen we gedoopt zijn en belijdenis gedaan hebben en ook nog wel serieus met de dingen van de eeuwigheid bezig zijn, maar dan eten en drinken we onszelf een oordeel.

Het formulierom het Heilig Avondmaal te houden, spreekt daarom van het gevoelen van een getuigenis in het hart om aan de Dis des Verbonds deel te hebben. Dat getuigenis komt dus niet in het hart dóór het deelnemen aan het Avondmaal, het wordt er wel door versterkt. Want het Avondmaal werkt het geloof niet, zoals wel eens wordt gedacht. Er zijn mensen, die denken: als ik nu maar aan het Avondmaal heb deelgenomen, dan is het wel goed. Nee, het Avondmaal versterkt het geloof, zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis in de aanhef van artikel 35 zegt: Wij geloven

en belijden, dat onze Zaligmaker jezus Christus het Sacrament des Heiligen Avondmaals verordend en ingesteld heeft, om te voeden en te onderhouden degenen, die Hij airede (reeds) wedergeboren, en in zijn huisgezin, hetwelk is Zijn Kerk, ingelijfd heeft.

Zelfbeproeving

Maar wat is dat getuigenis dan en wie werkt dat? Het wordt gewerkt door Woord en Geest, Het is immers de Geest, Die in alle waarheid leidt en getuigenis geeft in het hart aan de waarheid. En wat is de inhoud van dat getuigenis? Daarop hebben onze vaderen in het formulier zo'n prachtig schriftuurlijk antwoord gegeven in de drie stukken van de zelfbeproeving. Ze sluiten daarbij aan bij de Heidelbergse Catechismus, waar op de vraag voor wie het Avondmaal des Heeren is ingesteld, geantwoord wordt: Voordegenen, die zichzelf vanwege hun zonden mishagen en nochtans vertrouwen, dat deze hun om Christus' wil vergeven zijn en dat ook de overblijvende zwakheid met Zijn lijden en sten/en bedekt is; die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren. Als je goed leest, ontdek je in deze formulering al direkt de drie stukken van de Heidelberger: ellende, verlossing en dankbaarheid. Die drie stukken werkt het formulier uit. We willen over elk van die drie stukken enige opmerkingen maken.

Zondekennis en verootmoediging

Als eerste stuk van de waarachtige zelfbeproeving wordt genoemd: Ten eerste, bedenke een iegelijk bij zichzelf zijn zonden en vervloeking, opdat hij zichzelf mishage en zich voor God verootmoedige; aangezien de toorn Cods tegen de zonden zó groot is, dat Hij die (eer Hij ze ongestraft liet blijven) aan Zijn lieve Zoon jezus Christus met de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft.

Zelfmishagen over zijn zonde en vervloeking, en verootmoediging voor God worden als eerste genoemd. Welk mens heeft nu van nature een mishagen aan zichzelf? Niemand. We zijn liefhebbers van onszelf, zelfbehagers. Om nu jezelf te leren mishagen, is nodig de overtuigende werking van de Heilige Geest, Die je je zonden voor ogen stelt, je hebt misschien wel eens een hekel aan jezelf, omdat je steeds weer dingen doet die je niet zou moeten doen. Een mishagen hebben, is echter wat anders dan een hekel aan jezelf hebben. Als je jezelf mishaagt, ga je vermoeid van jezelf, belast, met een gebroken harten een verslagen geest over de wereld. Een groot verdriet bezet het hart dat je tegen God gezondigd hebt. ]e leert er iets van verstaan wat de dichter zegt in Psalm 130: "Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheid gadeslaat, HEERE, wie zal bestaan? " Dan leer je voor God buigen in het stof en ken je jezelf als een zondaar, die de vloek en de dood verdiend heeft. De Heilige Geest houdt je de wet als een spiegel voor en geeft je een smartelijke kennis dat je tegen al de geboden Gods gezondigd hebt en dat ondanks dat de Heere je met Zijn goedheid heeft overladen. De liefde Gods verbreekt het hart.

Rechtvaardig kan God toornen over de zonde, je gaat iets zien van het Godonterende van de zonde, in het bijzonder als de Heere je leert dat Zijn toorn over de zonde zo groot is, dat Hij die aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus gestraft heeft, Die daarvoor de bittere en smadelijke kruisdood moest sterven, omdat God de zonde niet ongestraft kan laten.

Dat geeft verootmoediging, want de bitterheid van de zonde te gevoelen in het hart, dat maakt klein. Maar dat doet ook roepen als een tollenaar: "O God, wees mij zondaar genadig! Kan ik van de welverdiende straf worden verlost en wederom tot genade komen? ”

Christuskennis

Het tweede stuk van de zelfbeproeving gaat over het geloof in de belofte Gods.

Ten andere onderzoeke een iegelijk zijn hart of hij ook deze gewisse belofte Gods gelooft, dat hem al zijn zonden, alleen om het lijden en sterven van jezus Christus, vergeven zijn, en de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigene toegerekend en geschonken is, ja zo volkomen, alsof hij zeifin eigen persoon vooral zijn zonden betaald, en alle gerechtigheid volbracht had.

Oppervlakkig lezen hiervan zou tot de konklusie kunnen leiden dat het Avondmaal alleen is voor bevestigde christenen, die de persoonlijke verzekering hebben mogen ontvangen dat hun zonden vergeven zijn. Die konklusie wordt wel eens getrokken als men wijst op de woorden "gewis" en "volkomen". Het Avondmaalsformulier weerlegt dat zelf met de volgende woorden: Maar dit wordt ons geliefde broeders en zusters, niet voorgehouden om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken, alsof niemand tot het Avondmaal des Heeren gaan mocht, dan die zonder enige zonde ware. Want wij komen niet tot dit Avondmaal om daarmee te betuigen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn; maar integendeel, aangezien wij ons leven buiten onszelf in jezus Christus zoeken, zo bekennen wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.

Dat geeft ons meteen aan hoe we het tweede stuk van de zelfbeproeving moeten verstaan. Als er in het formulier gesproken wordt van "gewis" dan heeft dat betrekking op de belofte van God en niet op het geloof. De belofte is gegeven door God, Die niet liegen kan! Het geloof in die belofte is niet altijd verzekerd, maar de Heere wil het juist door het gebruiken van het Avondmaal versterken, verzekeren. Het woord "volkomen" heeft betrekking op de gerechtigheid van Christus, die de gelovige volkomen wordt toegerekend. Tot dat volkomen werk van Christus neemt het geloof, ook al is het nog een onvolkomen geloof, de toevlucht, om daar alleen op te rusten. Zo zal nu iemand die door Geest en Woord aan zichzelf is ontdekt en zichzelf mishaagt en voor God verootmoedigt de toevlucht nemen tot de gewisse beloften Gods en tot de gerechtigheid van Christus, Want die weet, dat hij of zij zichzelf niet verlossen kan van het grootste kwaad en dat alleen de gerechtigheid van Christus redt van de dood, namelijk de gerechtigheid die Hij door Zijn lijden en sterven verdiend heeft. Daarheen strekt zich de begeerte van de ziel uit.

In de Catechismusverklaring van Ferré/Brinkman lees ik op dit punt: Begrijpt dit niet zo, alsof daar volstrekt vereist werd die volle verzekerdheid en

vertrouwelijkheid des geloofs, die alle twijfelingen buitensluit. Neen! het is al wel, als men de wortel of de grond van dat vertrouwen heeft. Ik wil zeggen, als men kent dat hartelijk toevlucht nemen tot Christus met al zijn zonden en als men in zijn gerechtigheid alleen, als het enige en genoegzame zoenoffer, met een hartelijk welgevallen berust en afziet van alle eigen gerechtigheid.

J. van der Kemp zegt bij de verklaring van Zondag 30: De minste trap des geloofs, de werkzame en rusteloze begeerte naar Christus en de vergeving der zonden en zo te vertrouwen tot rechtvaardiging, kan iemand wettigen tot het Avondmaal, omdat hongerigen en dorstigen tot Christus genodigd worden en de belofte van verzadiging hebben. Doch die het vol vertrouwen des geloofs heeft, dat hem al zijn zonden om Christus'lijden vergeven zijn, is bekwamer om met meer vrucht het Avondmaal te genieten.

Het gaat dus niet om een verzekerd geloof, maar om een echt geloof, al worden de kleingelovigen en twijfelmoedigen wel opgeroepen om te staan naar vastheid en zekerheid. Enige kennis van Christus zal nodig zijn om met vrucht aan het Avondmaal deel te nemen. Om dat te doen tot Zijn gedachtenis. Wacht je er ook voor om door te breken en voortijdig aan het Avondmaal deel te nemen. Want al is er een zekere zondekennis en verootmoediging voor God, gepaard gaande aan de wetenschap dat er voor verloren zondaren redding is bij God vandaan in de verdienste van Zijn Zoon, dan zal dat middel, Die Middelaar, toch door de Heilige Geest aan het hart moeten worden geopenbaard, willen we iets van het geheim van zalig worden in een Ander tot verwondering leren kennen en willen we ons als een arme zondaar overgeven op genade alleen.

Dankbaarheid

Tenslotte het derde stuk van het zelfonderzoek. Ten derde onderzoeke een iegelijk zijn consciëntie of hij ook gezind is, voortaan met zijn ganse leven waarachtige dankbaarheid jegens God de Heere te bewijzen...

Dit stuk, dat spreekt van de dankbaarheid, wijst op de noodzaak van een nieuwe gezindheid van het hart. De gezindheid om oprecht voor Gods aangezicht te wandelen en ook in waarachtige liefde en enigheid met zijn naaste te leven. Is er begeerte naar heiligheid? Die begeerte is er in het leven van iedere wedergeborene, niet alleen bij een bevestigd geloof. Die begeerte brengt ook strijd mee in het leven. Een strijd tussen het willen, de begeerte van de nieuwe mens geschapen in Christus Jezus tot goede werken, en het volbrengen, de werkelijkheid van alle dag, die doet belijden: het goede dat ik wil, doe ik niet, en het kwade, dat ik niet wil, doe ik.

De nabijkomende heeft daar geen last van, maar de ware gelovige kent die strijd en begeert in die strijd de hulp en de leiding van de Heilige Geest.

Tenslotte

Als het avondmaalsformulier deze drie stukken heeft genoemd, wordt de balans opgemaakt. Vraag maar of de Heere waarheid in je binnenste wil scheppen en je voor het aangezicht In de JBGG-uitgave 'Jongeren en sacramenten' gaan ds. J. Driessen, ds. J. B. Zippro, ds. C. Harinck en ds. W. Harinck in op vragen van jongeren over Doop en Avondmaal. Het is verkrijgbaar bij het Bondscentrum des Heeren mag komen tot beantwoording van de vraag: hoe weet ik of ik ten Avondmaal mag gaan? Het formulier doet het zo: Allen dan die alzo gezind zijn, die wil God gewisselijk in genade aannemen, en voor waardige medegenoten van de tafel Zijns Zoons jezus Christus houden.

Kom je eerlijk tot de konklusie dat je onbekeerd bent, Christus niet kent en dus geen goddelijk recht hebt om ten Avondmaal te gaan, vraag dan maar aan de Heere of Hij je de genoemde zaken in je leven wil leren tot verheerlijking van Zijn Naam en tot zaligheid van je onsterfelijke ziel. Ze zijn voor ons allen onmisbaar.

Ik hoop dat vele jongeren worstelen met de vraag, die we hier besproken hebben en daarop niet een antwoord van mensen verwachten, maar het getuigenis van de Heilige Geest in hun harten mogen gevoelen dat zij alzo gezind zijn. En kun je in oprechtheid voor Gods aangezicht niet ontkennen en mag je niet ontkennen, dat deze zaken je niet vreemd zijn, vraag dan of de Heere Zelf je wil leiden aan de dis des Verbonds op Zijn tijd.

't Zachtmoedig volk zal rijk verzadigd wezen, ten dis geleid. Wie God zoekt, zal Hem prijzen. Zo leev' Uw hart, door 's hemels gunstbewijzen, in eeuwigheid!

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995

Daniel | 32 Pagina's

Hoe weet ik of ik ten Avondmaal mag gaan?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995

Daniel | 32 Pagina's

PDF Bekijken