Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Elkaar begrijpen -   over jongeren en ambtsdragers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Elkaar begrijpen - over jongeren en ambtsdragers

Iedere jongere ervaart het contact met een ambtsdrager weer anders

12 minuten leestijd

"Of ambtsdragers mij als jongere begrijpen? Mijn geestelijke leefwereld denk ik wel. Maar ik weet niet of ze de wereld kennen waarin ik leef en naar school ga. Het lijkt me moeilijk voor ambtsdragers om bij de tijd te blijven. Als ze bijvoorbeeld tegen Internet waarschuwen, moeten ze wel weten waar het over gaat. Ze moeten met ons, en niet over ons praten." Een reactie van Eduard op de vraag of hij zich door ambtsdragers begrepen voelt. Ook aan een aantal andere jongeren heb ik die vraag voorgelegd. Hebben zij het gevoel dat ambtdragers hun leefwereld kennen? Zomaar enkele reacties.

* Ik heb het gevoel dat de kerkenraad weinig van de leefwereld van jongeren weet

* Ze kennen mijn leefwereld, denk ik, wel door hun eigen kinderen. Ze zoeken te weinig contact met jongeren. * Ambtsdragers zijn vaak blij als er vragen bij jongeren zijn. Of ze je begrijpen dat is per persoon verschillend. Over het algemeen zou er meer aandacht besteed moeten worden aan de jeugd.

* De ambtsdragers kennen mijn leefwereld totaal niet.

* Als je over geestelijke en bijbelse zaken praat, begrijpen ze het wel. Ik weet niet of ze mijn leefwereld altijd begrijpen. Dat betreft dan meer mijn gedrag buiten de kerk, bijvoorbeeld op school.

* Dat hangt sterk van de ambtsdrager af. Van de wat jongere ambtsdragers heb ik wel het idee dat ze mij begrijpen. Als ze thuis nog kinderen hebben of op school of op de jeugdvereniging tussen de jongelui instaan is het voor hen ook gemakkelijker.

Het zou niet moeilijk zijn om er nog veel meer op te sommen. En zoals overal geldt ook hier: zoveel hoofden, zoveel meningen! Intussen blijft de vraag staan: hoe staat het nu echt met het begrijpen van elkaar?

Persoonlijk contact is belangrijk

Een goed contact tussen de jongeren van de gemeente en de ambtsdragers is iets om zuinig op te zijn. Vanzelfsprekend is het niet. Je moet er je best voor doen. En dat geldt niet alleen voor jongeren, maar ook voor ambtsdragers. Een goed contact is alleen mogelijk als er sprake is van een regelmatige communicatie. Als je elkaar niet kent, is het heel moeilijk om een goed contact te hebben. Vooreen dominee of ouderling die catechiseert, liggen er mogelijkheden rond de catechisatie. Het zijn vaak maar korte gesprekjes, over school, over moeilijkheden op het werk; maar ze zijn wel heel waardevol. Ambtsdragers zullen hun best moeten doen om de jongeren van de gemeente te kennen. In een kleine gemeente behoeft dat geen probleem te zijn. In een grotere gemeente lukt het meestal niet om alle jongeren te kennen. In de meeste grote gemeenten is sprake van een wijkindeling. De wijkouderling zal er op gericht zijn om het contact met jongeren en ouderen te onderhouden. Verder verloopt het contact met de jongeren via de huisbezoeken. Belangrijk is ook de betrokkenheid bij het jeugdwerk. Door enkele keren per jaar een bezoek te brengen aan een jeugdclub of jeugdvereniging kunnen ambtsdragers de jongeren leren kennen.

Ik denk dat ook jongeren een bijdrage

kunnen leveren aan een goed contact. Probeer eens over de drempel heen te stappen en stel jouw vragen maar gerust. Op de catechisatie, tijdens het huisbezoek of op de jeugdvereniging. Nodig eens een ouderling of diaken uit op jullie vereniging. Een goede gelegenheid voor een persoonlijker contact.

Zijn de ambtsdragers op de hoogte?

Jongeren hebben soms het idee dat de ambtsdragers zich onvoldoende bewust zijn van de vragen en problemen die er bij jongeren leven. En er is ook heel wat aan de hand in de wereld van de jongeren. Als ik de situatie goed taxeer, aarzel ik om te zeggen dat het goed gaat met de jongeren van de gemeenten. Er zijn in onze kring gelukkig nog veel jongeren die positief willen staan binnen de kerkelijke gemeente. Jongeren die ernst maken met de dingen van Gods Koninkrijk. Ze zijn betrokken bij kerkelijke activiteiten, leder jaar zijn er weer veel jonge mensen die in het midden van de gemeente hun ja-woord uitspreken en zich verbinden aan de Heere en Zijn dienst. Verblijdend!

Maar, tegelijk zijn er heel wat jongeren die het spoor bijster raken. Jongeren die evenzeer bij de gemeente behoren! Jongeren met persoonlijke problemen. Jongeren met problemen op school en op hun werk. Jongeren met problemen en vragen op het terrein van kerk en geloof.

Uit een onderzoek

Uiteen onderzoek dat vorig jaar is gehouden onder 1700 catechisanten bleek dat ruim 70% van de jongeren zich thuis voelt in de kerk. Voor ruim een kwart van de jongeren geldt dat ze zich een beetje of helemaal niet thuis voelen in de gemeente. Deze jongeren hebben naar hun gevoel weinig contact in de gemeente.

We hebben ook gevraagd naar de waardering van de catechisatie. Ruim 40% van de tieners gaat niet echt graag naar de catechisatie; bij de +16 jongeren is dat 23%.

Ik realiseer me dat een steekproef niet representatief behoeft te zijn voor alle jongeren. Toch ben ik er niet gerust op. Het gevaar is groot dat een deel van de jongeren nauwelijks een band heeft met de gemeente en er daardoor gemakkelijk toe komt om in een eigen jongeren-ieefwereld op te gaan. Als we in een aantal grotere gemeenten nagaan hoe het staat met de zaterdagavondbesteding van de jongeren, dan zullen we stellig tot een zeer verontrustende conclusie komen. Ik hoop dat het van jou niet gezegd behoeft te worden; maar heel wat jongeren leven een dubbel-leven. 's Zondags naar de kerk. Maar in je eigen tijd ben je je eigen baas. Daar heeft de kerk niets over te zeggen. Niet over Radio 3, niet over de lectuur uit de bibliotheek of de tijdschriftenkiosk en niet over de video's die gehuurd worden.

Jongeren en de gemeente

Uiteen eerder onderzoek onder jongeren van 13 t/m 18 jaar is gebleken dat 75% van de catechisanten aangeeft dat ze bij hun catecheet terecht kunnen met

hun vragen. Ik hoop dat jij daar ook zo over denkt! Tegelijk moet ik zeggen dat helaas 25% van de jongeren niet zo positief oordeelt over het contact met de predikant of ouderling. Er valt kennelijk nog wel iets te verbeteren! Duidelijk is dat er alles aan gedaan moet worden om ook deze jongeren bij de gemeente te betrekken. Daarin heeft niet alleen een kerkenraad een taak. De gehele gemeente moet zich dat aantrekken! Jullie ouders doen er goed aan om hun kinderen dringend te stimuleren tot deelname aan het jeugdwerk. En jij hebt misschien wel contact met een jongere in de kerk die zich er nauwelijks bij betrokken voelt. Betrek hem of haar er bij! Veel ambtsdragers zijn er zich van bewust dat de wereld van vandaag een enorme zuigkracht heeft. Ze merken ook aan de jongeren dat ze behoefte hebben aan identificatiefiguren. Aan mensen in de kerk waaraan ze kunnen merken wat het betekent om de Heere lief te hebben. Op wie ze jaloers op kunnen worden. Mensen die een goed woord van de Heere spreken tot jongeren. Biddend of de Heilige Geest het indraagt in het hart. Als het goed is, zullen ook jouw ambtsdragers oog hebben voor de jongeren in de gemeente. In prediking, catechese en huisbezoek verdienen jullie speciale aandacht.

Helaas is er in onze gemeenten een groot tekort aan predikanten. Het is een grote zorg dat zoveel jongeren van hun kinderjaren tot hun volwassenheid opgroeien zonder ooit contact met een eigen predikant. Gelukkig zijn er ouderlingen die de herderlijke zorg overnemen. Niettemin vraagt deze grote zorg ons voortdurend gebed.

Is er behoefte aan een gesprek?

Aan een aantal jongeren heb ik gevraagd of zij wel eens een persoonlijk gesprek hebben met een ambtsdrager en waarover. Ik kreeg de volgende reacties.

* Ja. Over een verlies dat ik heb geleden in ons gezin.

* Nee. Als alles goed gaat, hoef ik niet zo nodig een persoonlijk gesprek te hebben.

* Nee. Ik heb weinig contact met de ambtsdragers. De enige keer datje met een ouderling praat, is op het huisbezoek of tijdens de catechisatie.

* Nee. Ik heb geen directe aanleiding daarvoor. De ambtsdragers in onze gemeente nemen niet zelf het initiatief. Behalve dan met huisbezoek.

* Heel af en toe. Ik heb een persoonlijk gesprek gehad met een ouderling over belijdenis doen. Soms heb je even een kort gesprekje op een JeVavond of na een bijeenkomst of preekbespreking.

* Ja. Ik heb een tijd terug een persoonlijk gesprek gehad met een ouderling. Ik liep met vragen over het geloof en de uitverkiezing. Het was een goed gesprek.

* Nee. Ik kom nooit'toevallig'een ambtsdrager tegen en speciaal om een gesprek vragen is ook weer zo'n stap.

Welke vragen?

Welke vragen zouden jongeren aan een ambtsdrager willen stellen? Een greep uit de reacties die ik van jongeren kreeg.

* Waarom wordt er vastgehouden aan de traditie? Het gaat toch om God en Zijn Woord?

* Vragen waar je met je ouders en /of je vrienden niet uitkomt of vragen die je aan niemand anders durft te stellen. Ik zou ook graag vragen willen stellen over zondekennis (hoe beleef je dat? ) en hoe je persoonlijk kunt weten een kind van God te zijn. Ik zou dat ook

banen zich iedere dag een weg door het verkeer.

Op weg naar het station was het voor de taxichauffeur een uitdaging om zich een weg te banen door links en rechts auto's en fietsers te passeren! Met de trein bezochten we een districtshoofdstad van een gebied met vierhonderd dorpen. Buitenlanders hebben hier geholpen om twee wellen te maken om de bevolking van drinkwateren irrigatiewater te voorzien. De diepte van beide wellen bedroeg 380 meter! De hulp is gegeven in de vorm van een lening. Door de verhoogde landbouwopbrengsten - door de irrigatie - blijkt de bevolking in staat te zijn deze lening terug te betalen en men is zelfs van plan zelf een derde bron te laten maken.

In de trein spraken we met de Chinese coördinator van dit project. Hij heeft een goede relatie met de locale bevolking en overweegt om zich in het gebied te vestigen. De opgebouwde relatie biedt mogelijkheden om over de Heere en Zijn dienst te spreken. Hij vertelde ons ook hoe hij christen is geworden. Een Amerikaanse student had een aantal gesprekken met hem gevoerd en na zijn vertrek een Bijbel aan hem gegeven. Hij was in deze Bijbel gaan lezen en had driejaar lang geen enkel contact met christenen. Toen hij weer met hen in contact kwam, had hij het verlangen uitgesproken om gedoopt te worden. Dat is echter nog niet gebeurd, omdat hij zich niet wil aansluiten bij de Drie-Zelfkerk en de twee huisgemeenten waarmee hij contact heeft gekregen hem uit veiligheidsoverwegingen (nog) niet willen toelaten. Momenteel leest hij 's zondags uit zijn Bijbel in een huisbijeenkomst samen met zijn vrouw, zijn moeder en zijn dochter. Zijn familie luistert wel naar de bijbelvertelling, maar is nog geen christen geworden. Onze Chinese broeder zag het als een grote zegen om in een christelijk gezin te zijn opgegroeid, maar besefte ook dat persoonlijke genade nodig is.

Het was ook nuttig om de universiteit te bezoeken waar Esther en Lammertha hun taalstudie gaan doen. Tijdens de rondleiding vernamen we dat aan deze universiteit een speciale opleiding verbonden is voor doven. Er zijn drie jaargroepen van veertig studenten, zodat hier 120 dove studenten studeren in drie verschillende richtingen, te weten: computerkunde, engineering en kledingontwerpen. Iri deze zeer moderne afdeling van de universiteit werden we rondgeleid door het hoofd van de afdeling. We waren onder de indruk van de moderne uitrusting waarover men beschikte, zoals een groot aantal computers. We hebben ons wel gerealiseerd dat dit de enige opleiding is op dit niveau in heel China, waar het aantal doven wordt geschat op twintig miljoen!

We hebben de klaslokalen en de kamers bekeken waar de studenten wonen tijdens de taalstudie. Het zijn eenvoudige kamers met een toilet en douche. Er kan niet gekookt worden, maar in de school zijn maaltijden tegen een geringe vergoeding te verkrijgen. We hopen dat Esther en Lammertha hier toegerust mogen worden en dat er mensen op hun weg mogen komen, zodat temidden van de miljoenen de

boodschap van Gods ontferming gebracht mag worden. Er zijn immers nog andere schapen...

Kinderen in Changsha

Tijdens de actie 'De verborgen Bron' is ook aandacht besteed aan een project in Changsha voor weeskinderen en kinderen meteen handicap.

Het was voor ons heel bijzonder hier weer een bezoek te kunnen brengen. We hebben gemerkt dat er sprake is van verbetering. Naast het reeds bestaande huis is er nu ook een opvang mogelijkheid voor zestig baby's en kleuters met een handicap. Kinderen voor wie tot voor kort geen levensperspectief was. Het was ontroerend om de zorg en liefde te zien, waarmee deze kinderen werden omringd, en de blijdschap op de gezichten van de kinderen.

Tijdens de rondleiding door het gebouw spraken we met twee medewerkers die bezig waren lessen voor te bereiden voor het onderwijs aan de gehandicapte kinderen. Het bleek dat men bezig was om eenvoudige lessen te maken, waarin ook de bijbelse normen verwerkt werden.

We brachten ook een bezoek aan het opleidingscentrum dat gebouwd is met geld uit de actie. Het geheel zag er goed uit. In dit centrum zijn in de achterliggende twee jaren ongeveer veertig Chinese meisjes en jonge vrouwen uit andere weeshuizen opgeleid. De opleiding wordt door de overheid zeer gewaardeerd. Het blijkt dat degenen, die opgeleid worden, deze kennis op hun beurt weer overdragen aan anderen in het weeshuis waar zij werkzaam zijn. De overheid geeft nu ook enige financiële steun aan de opleiding. De projectleider onderstreepte nog eens dat jonge mensen met een verpleegkundige opleiding hartelijk welkom zijn om in de zomermaanden hier drie weken te komen werken!

Graag wensen we allen die in China werkzaam zijn Gods zegen toe. Laten we hen niet vergeten in ons dagelijks gebed. De Heere geve dat Zijn gemeente in dit grote land mag worden uitgebreid en dat zij mag zijn als een stroom van levend water, springende tot in het eeuwige leven (Johannes 7:38).

Kamerik, J.H. Mauritz

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's

Elkaar begrijpen -   over jongeren en ambtsdragers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's

PDF Bekijken