Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Augustinus van Hippo: God is Drie-enig

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Augustinus van Hippo: God is Drie-enig

7 minuten leestijd

"Volmaakt is de Vader, volmaakt is de Zoon, volmaakt is de Heilige Geest, en volmaakt is God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest." De bekende kerkvader Augustinus van Hippo laat er weinig twijfel over bestaan. "In die Drieeenheid is zo'n grote gelijkheid, dat niet alleen de Vader niet groter is dan de Zoon inzake goddelijkheid, maar ook de Vader en de Zoon samen niet groter dan de Heilige Geest, of iedere afzonderlijke persoon van de Drie minder dan de Drie-eenheid."

Aurelius Augustinus werd in 354 na Christus geboren als zoon van Monica en Patricius. Monica was een gelovige vrouw, die een grote invloed had op het leven van Augustinus.

Zijn vader Patricius was afkomstig uit een heidens milieu, en hield zich bezig met het bestuur van het stadje Thagaste, de plaats waar Augustinus ter wereld kwam.

Als kind ging Augustinus naar school in Thagaste. Hij maakte daar kennis met de klassieke Latijnse auteurs en de Griekse taal. Toen hij vijftien jaar was, probeerde hij in de universiteitsstad Madaura de retorica-opleiding te volgen. Maar door financiële problemen van zijn ouders moest hij het verblijf na een jaar afbreken. Hij werd echter geholpen door een rijk familielid en een jaar later pakte hij zijn studie weer op in Carthago. Augustinus studeerde daar vier jaar. In die tijd overleed zijn vader. En Aurelius leerde een vrouw kennen met wie hij, naar de heidense gewoonte van dit tijd, veertien jaren zal samenwonen. Ze kregen al spoedig een zoon: Adeodatus.

Rond 373 kwam hij in aanraking met het manicheïsme, een filosofische stroming die veel invloed op zijn verdere leven zal hebben. Tien jaar later, in 383, vertrekt Augustinus naar Italië, en na een kort verblijf in Rome werd hij leraar rethorica (welsprekendheid) in Milaan. In deze periode kwam hij tot bekering, waarbij het gebed van zijn moeder een grote rol speelde. Augustinus wist dat zijn moeder al die achterliggende jaren voor hem gebeden had. Dat heeft hem altijd achtervolgd. Nadat hij tot bekering was gekomen, zei zijn moeder hem onder andere het volgende: "Eén reden was er waarom ik nog wat in dit leven verlangde te blijven: de wens om jou alvorens ik zou sterven ais christen te zien. Meer dan ten volle heeft mijn God mij die gunst geschonken." Een zekere bisschop zei ooit tegen moeder Monica: "Een kind van zulke gebeden kan niet verloren gaan."

In de jaren die volgen, betekende Augustinus veel voor de kerk. Hij groeide uit tot de grote leraar van de vroege kerk. Vooral in de strijd, tegen Pelagius, om de vrije soevereine genade is Augustinus van beslissende betekenis geweest. De genadeleer van de reformatie gaat geheel terug op de verwoordingen zoals die door Augustinus tegen Pelagius zijn gebruikt. Hij werd bisschop van Hippo, een plaats in Noord-Afrika, en bleef daar tot zijn dood in het jaar 430.

Zijn werk

Augustinus heeft heel veel geschreven. Hij schreef preken, traktaten, brieven, bijbelcommentaren en andere theologische werken. Bekend zijn vooral de boeken Belijdenissen (Confessiones) en De civitate Dei (Over de stad van God). In Belijdenissen schreef hij onder meer over zijn bekering. Heel bekend is het citaat: "Gij hebt ons naar U toe geschapen, en rusteloos is ons hart tot het rust vindt in U."

De civitate Dei bestaat uit 22 boeken en gaat over verschillende onderwerpen: filosofie, het ontstaan van de

stad Gods en de stad van deze wereld. Augustinus wees op de voortdurende strijd tussen deze twee steden.

Het boek was een reactie op de plundering van Rome door Alarik in 410. Vele christenen waren daardoor diep geschokt. Het onoverwinbaar geachte Rome bleek zwak te zijn Met name de eerste vijf boeken gaan in op de plundering van Rome en de betekenis ervan. In het vierde boek schrijft hij: "Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden." In dit boek geeft Augustinus een grootste bijbelse visie op het doel van de geschiedenis. De wereldgeschiedenis loopt uit op de komst van het hemelse Jeruzalem. Daar moeten de gelovigen naar uitzien.

Belangrijk is ook zijn boek - of eigenlijk zijn het er vijftien - De trinitate (Over de Drie-eenheid). Hij vat daarin onder andere samen wat eerder door de kerk over de Drie-eenheid is gezegd. Maar de bisschop gaat verder. H. Bavinck schrijft in De Gereformeerde Dogmatiek: "Vooreerst gaat Augustinus uit, niet van de persoon van de Vader maar van het ééne eenvoudige, alle samenstelling uitsluitende wezen Gods en spreekt daarom de volstrekte eenheid der drie personen sterker uit, dan ooit vóór hem is geschied. Elke persoon is zo groot als de ganse triniteit." Ook vandaag belijden de reformatorische kerken dat God één is in wezen en drie in Personen, de drie-enige God. Dat is de God die Zich in de Bijbel openbaart.

Tenslotte is Augustinus vooral van belang in verband met zijn leer van de genade. In de Reformatie grepen Luther en Calvijn vooral terug op dat deel van zijn werk. Tegenover de roomse kerk, met zijn zaligheid door goede werken, hebben de reformatoren weer voluit en volop de nadruk gelegd op de vrije genade van God. Gods spreekt de goddelozen vrij om het bloed van Christus en de zondaar krijgt daaraan deel door het ware geloof. Het heil is een volkomen genade. Daar komt helemaal niets van de mens aan te pas. Dat leerde Augustinus en dat is de leer van de Reformatie.

Behalve theologische werken zijn er van Augustinus ook veel preken bewaard gebleven. Met enige regelmaat worden die ook vandaag de dag nog herdrukt. Want als geen ander uit de oudheid wist bisschop van Hippo mensen uit alle lagen van de bevolking te boeien. Bijna veertig jaar lang heeft hij gepreekt. Hij moet in die tijd ongeveer zesduizend preken hebben gehouden, waarvan er zo'n zeshonderd bewaard zijn.

Opvallend is dat Augustinus aan het eind van zijn leven

een boek uitgeeft met de titel Retractationes (Nalezingen). Daarin beschrijft hij wat hij liever anders zou hebben gezegd.

Zijn betekenis

De betekenis van Augustinus voor de kerk is groot geweest. Niet alleen als het gaat over de Drie-eenheid - opvallend is dat in de geloofsbelijdenis van Athanasius stukken voorkomen die sterk doen denken aan Augustinus' boek over de drie-eenheid - maar ook als het gaat over de kerk zelf. Het belangrijkste is echter zijn leer van de genade. Augustinus was een middel in Gods hand om de leer van de Schrift zuiver te bewaren.

Ook voor de kerk had hij veel betekenis. Sinds 31 3 was het christendom de staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk. Toch betekende dat niet dat iedereen bij de kerk behoorde. Op de christelijke feestdagen was de Grote Kerk in Hippo wel tot in alle hoeken gevuld, maar "zij kwam niet uit godsvrucht, maar louter voor het meemaken de plechtigheid, " zoals Augustinus zelf schreef. Augustinus kon buitengewoon boeiend preken. Kennelijk trok dat veel mensen aan.

Augustinus zag de zichtbare kerk als het lichaam van Christus. In de prediking deelt Christus door Zijn Geest Zijn gaven uit. In de kerk deelt de Heere, net als tijdens zijn omwandeling op aarde, Zijn genade aan de mensen uit. Wezenlijk is er geen verschil tussen het Evangelie in de Bijbel en de woorden zoals de Heere die heeft uitgesproken tijdens zijn omwandeling op aarde. De Heere wandelt tijdens de preek in de gemeente in het gewaad van Zijn Woord, zoals Calvijn dat zegt.

Hoewel hij de gebreken van de kerk zag, heeft Augustinus zich verdedigd tegen de gedachte van een kerk van alleen maar waargelovigen. Hij gebruikte graag het beeld van het visnet voor de kerk. Het net zit vol met goede en boze vissen. Daarmee verzette hij zich vooral tegen de donatisten, een Noord-Afrikaanse stroming in die kerk die een strenge handhaving van de censuur bepleitten. Afvalligen christenen - die onder christenvervolgingen hun geloof verloochend hadden - mochten, zo vonden de donatisten, niet weer worden opgenomen in de kerk. Eenheid vraagt, volgens Augustinus, om strijd. Daarbij maakt hij onderscheid tussen een 'slechte' en een 'goede' strijd. Hij citeert daarbij wat Paulus schrijft: k heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden (2 Timotheüs 4:7). En de kerk? "De stad van God bergt tijdens haar verblijf als vreemde in de wereld ook nog mensen, die wel met haar verbonden zijn door de gemeenschap van de sacramenten, maar niet met haar zullen delen datgene wat voor eeuwig voor de heiligen is weggelegd."

Voor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van citaten uit het artikel 'Ik geloof één heilige, katholieke kerk' uit Daniël 20 (2004).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 2007

Daniel | 25 Pagina's

Augustinus van Hippo: God is Drie-enig

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 2007

Daniel | 25 Pagina's

PDF Bekijken