Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Orgaandonatie en -transplantatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Orgaandonatie en -transplantatie

14 minuten leestijd

Bij het bespreken van het onderwerp orgaandonatie en -transplantatie is het noodzakelijk eerst een aantal feiten te vermelden, alvorens te komen tot een verder uitbouwen van levensbeschouwelijke aspecten. De volgende aspecten zullen besproken worden:

• Een aantal medisch-praktische aspecten:
* Welke organen, welke weefsels komen voor transplantatie in aanmerking?
* Wie zijn acceptor, wie zijn donor van organen?
* Wat voor criteria gelden voor het afstaan of ontvangen van een orgaan?
* Is transplantatiegeneeskunde een zegen of een vloek?

• Wat zegt de huidige wet op orgaandonatie?
* Geen bezwaar-systeem
* Toestemmings-systeem.

• Wat heeft levensbeschouwing te maken met orgaan-donatie?
* Wat is de christelijke visie hierop?
* Is er een aparte reformatorische visie?
* Maar wat is de huidige praktijk?

Transplanteren van wat?

Het is belangrijk verschil te maken tussen het transplanteren van weefsels en dat van organen. Weefsel kan nog tot een aantal uren na het overlijden van een patiënt afgenomen worden en langere tijd nadien bewaard blijven. Denk bijvoorbeeld aan huid- en botbanken waar weefsel opgeslagen is. Tevens moet hierbij gedacht worden aan hoornvlies en hartkleppen. Ethische discussies spelen hierbij geen grote rol. En over het algemeen is deze vorm van transplantatie wijd geaccepteerd. Bij het afstaan van solide organen moet gedacht worden aan hart, lever, long, nier en alvleesklier. Herbij is van essentieel belang dat het orgaan in goede conditie is, waarbij tegelijk geldt dat het pas gedoneerd kan worden als de patiënt overleden is. Denk bijvoorbeeld aan een hartdonatie. Deze twee aspecten zijn ogenschijnlijk in tegenspraak met elkaar en om deze reden is er discussie over het tijdstip van overlijden, het begrip hersendood, de acceptatie voor de familie etc. Dit betekent dus dat er rond orgaandonatie nog veel discussie is. Dit neemt niet weg dat het transplanteren van organen inmiddels gemeengoed is geworden in de medische praktijk en dat vele honderden patiënten hier menselijkerwijs gesproken hun leven aan te danken hebben.
Transplanteren van een nier, lever, of hart blijft een grote operatie, maar kan toch inmiddels voor de centra waarin dit verricht wordt tot de routineprocedures gerekend worden. Ook de resultaten zijn alleszins acceptabel: met 1 jaar overleving na transplantatie van 80-90 % en 5 jaar overleving van rond de 60 %. Getallen die gunstig afsteken bij overlevingen na grote operaties in geval van bijvoorbeeld kwaadaardige aandoeningen. Om een indruk te geven hoe vaak bepaalde operaties plaatsvinden, volgt hieronder een tabel. De gegevens zijn afkomstig uit 1998.
(zie voor het schema het originele pdf)

Wie zijn de acceptoren?

Welk type patiënt komt in aanmerking voor transplantatie?
Uiteraard hangt dit af van het type orgaan waar we over spreken. Patiënten met een nierziekte zullen over het algemeen een chronische ziekte hebben en afhankelijk zijn van dialyse. De transplantatie is dus niet direct levensreddend, maar geeft verbetering van de levenskwaliteit. Bij patiënten met een leverziekte kan het om een acute ziekte gaan van een aantal dagen, waarbij het leverfalen zich snel ontwikkelt, of een chronische ziekte, waarbij de functie van de eigen lever langzaam achteruitgaat. In het laatste geval is het moment van kiezen van het juiste tijdstip voor een transplantatie een moeilijke aangelegenheid. Bij een acuut optredend leverfalen, bijvoorbeeld na een virusinfectie of het eten van giftige paddestoelen, kan de patiënt in een aantal dagen dreigen te overlijden en is het van groot belang zo spoedig mogelijk over een lever te kunnen beschikken. Middels een organisatie genaamd Eurotransplant wordt dan een oproep gedaan in een aantal landen in Europa om een lever die beschikbaar komt te bestemmen voor deze patiënt met een acuut probleem.
Uiteraard is dit een zeer spannende periode voor de familie van de patiënt en de verzorgenden en moet afgewacht worden of een orgaan op tijd beschikbaar komt en of de patiënt zolang overleeft. Het zijn vaak jongere mensen die in aanmerking komen voor een transplantatie. En de criteria zijn zeer strikt. Dit blijkt onder meer wel uit het aantal harttransplantaties dat per jaar plaatsvindt, terwijl er uiteraard vele duizenden hartdoden per jaar zijn. Hetzelfde geldt voor het zeer beperkte aantal long-transplantaties in Nederland.

Wie zijn de donoren?

Het is belangrijk dat de organen die getransplanteerd worden in goede conditie zijn. Dit betekent dat er leeftijdscriteria zijn voor donatie, bijvoorbeeld een lever tot 65 jaar, een alvleesklier tot 55 jaar etc. Daarbij mag de patiënt geen kwaadaardige aandoening hebben, geen ernstige infectieziekte, hij of zij mag niet lang op een intensive care gelegen hebben etc. In de praktijk betekent dit dat vooral overledenen ten gevolge van verkeersongevallen en patiënten met acute hersenbloedingen in aanmerking komen om als donor van organen te fungeren. Daarbij komt dat orgaandonatie alleen kan plaatsvinden indien er nog wel goede circulatie is van de weefsels, maar de patiënt in feite overleden is. Dit brengt ons bij het begrip hersendood.' In Nederland overlijden per jaar 135.000 mensen, van wie 13.800 onder de 56 jaar. In 1997 doneerden in Nederland 225 overledenen hun organen. Dus ten opzichte van het totaal aantal overledenen komt slechts een zeer beperkt aantal in aanmerking voor donatie van organen.

Het begrip hersendood

De dood van een mens wordt bepaald door de dood van de hersenen. Dit is irreversibel en meestal het gevolg van een adem- of hartstilstand, waarna na enkele minuten de hersenen te weinig zuurstof krijgen en afsterven. Voorheen was het begrip hartdood gebruikelijker. Een hartstilstand kan echter met reanimatie weer verholpen worden. De afwezigheid van een hartslag is dus niet hetzelfde als overlijden. Andersom is wel mogelijk, namelijk dat de hersenen niet meer functioneren, maar het hart wel klopt en de ademhaling nog aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld optreden na een reanimatie, waarbij het hart weer op gang gebracht wordt, maar de hersenen te lang geen zuurstof gehad hebben. Dan dient de vraag zich aan of de patiënt hersendood is. Dit kan ook optreden na ernstige verkeersongevallen, waarbij de hersenen beschadigd zijn, of na een hersenbloeding.
Om te kunnen vaststellen of een patiënt hersendood is, wordt een uitgebreid neurologisch onderzoek gedaan, waarbij diverse reflexen getest worden om te bezien of er nog functie van de hersenstam is. Tevens wordt een EEG gemaakt en zonodig na 6 uur nog eens herhaald. Hiermee wordt hersen-activiteit van de grote hersenen gemeten. Het EEG is vlak indien er geen functie van de grote hersenen meer is. Als dit het geval is, zeggen we dat de patiënt in feite overleden is, alhoewel het hart nog wel klopt en de patiënt nog wel beademd wordt. Dit is vaak moeilijk voor de familie te begrijpen. Immers, het lichaam is nog warm, er is hartactie op de monitor en de borstkas gaat op en neer door de beademing. Uiteraard hoopt de familie dan altijd nog dat de patiënt wakker wordt en het misschien nog meevalt. Dit is echter onmogelijk. Hersendood is definitief en onomkeerbaar. Als de beademing gestopt wordt, komt er geen spontane ademhaling. De hartactie kan nog een aantal uren en soms één tot twee dagen blijven bestaan (eventueel met behulp van medicijnen), maar uiteindelijk stopt dat ook. De temperatuur raakt ontregeld, evenals de urineproductie en de bloeddrukregulatie.
Hersendood is dus definitief iets anders dan coma. Herstel uit coma is soms nog mogelijk. Meestal is er dan ook spontane ademhaling en is het gehele regelmechanisme in het lichaam nog niet verstoord. Bij hersendood zouden we kunnen spreken, met Jakobus 2:26 dat het lichaam zonder de geest dood is. Het is onder dit soort omstandigheden uiteraard zeer moeizaam om in het gesprek met de familie de donatievraag ter sprake te brengen. Immers de familie kan nog niet geloven dat de patiënt overleden is. Zeker als het gaat om een ongeval of hersenbloeding, komt het overlijden uiterst onverwachts. Mede om deze reden is er gekozen voor een registratiesysteem, waarbij elke volwassene vooraf kenbaar kan maken of hij of zij wel of niet organen zou willen afstaan bij acuut overlijden.

Wet op orgaandonatie 1998

In 1998 is de nieuwe Wet op orgaandonatie aangenomen. Er was een aantal redenen om met nieuwe wetgeving te komen. Onder meer was de ontwikkeling van de transplantatiegeneeskunde daarvoor een belangrijk argument. Met deze wet beoogde men:

• de donor te beschermen
• duidelijke criteria voor wat betreft hersendood te ftirmuleren
• een centraal registratiesysteem voor de Nederlandse bevolking in te voeren.

Met dit laatste heeft men willen beogen het tekort aan donororganen te verminderen. Dit blijkt nu twee jaar na dato zeker niet het geval te zijn. Dit komt onder meer omdat het aantal verkeersdoden afneemt en ook omdat bij overlijden het registratiesysteem vanuit de verschillende ziekenhuizen nog niet altijd optimaal geraadpleegd wordt. In Nederland heeft men gekozen voor het toestemmingssysteem. Dit behelst de volgende punten:
• er is een duidelijk systeem, waarin zowel iedereen die bezwaren heeft tegen donatie als iedereen (ouder dan 18 jaar) die toestemt in donatie, zich kan laten registreren.
• bij ontbrekende registratie beslissen nabestaanden
• een wilsuiting kan door nabestaanden niet gewijzigd worden.

Hiermee wordt het feit van de donatie als een vrijwillige en persoonlijke gave benadrukt. Dit in tegenstelling met het zogenaamde geen-bezwaar-systeem. Dan gaat men er vanuit dat een overledene geen bezwaar heeft tegen donatie tenzij hij of zij dit bij het leven heeft kenbaar gemaakt. Dit systeem is onder meer werkzaam in België en Oostenrijk.

Met het registratiesysteem is het gebruik van het donorcodicil dus vervallen. Zoals boven al aangestipt, is het heel moeilijk om juist bij onverwachts overlijden de donatievraag te moeten stellen aan de familie. Veelal wordt dan ook geweigerd. Redenen om toestemming te weigeren zijn vaak:

• ongeloof met betrekking tot de hersendood
• angst dat organen verwijderd worden vóór de dood
• een ingeschatte wens van de overledene
• het feit dat met of door de overledene nooit over donatie is gesproken
• angst voor ernstige verminking van het lichaam van de overledene
• religieuze motieven.

Nu wordt dus alleen nog aan de familie toestemming gevraagd indien er geen registratie heeft plaatsgevonden.

Levensbeschouwing en orgaandonatie

Als we alleen al naar de grote wereldgodsdiensten kijken, is duidelijk dat religie en de visie op orgaandonatie veel met elkaar te maken hebben. In gebieden waar het hindoeïsme en boeddhisme sterk vertegenwoordigd zijn, wordt het doneren van organen over het algemeen niet toegepast, mede vanwege de crematies van de doden. Echter qua religieuze aspecten zou er geen verbod zijn op donatie. In China worden alleen bij terechtgestelden de organen gebruikt en in Japan is er geen toestemming voor orgaandonatie. Ook bij de moslims is orgaandonatie over het algemeen niet toegestaan, zeker niet in het Aziatisch deel van de wereld. In het Midden-Oosten wordt daar wel iets liberaler over gedacht, bijvoorbeeld in een land als Saoudi-Arabië. Maar over het algemeen is donatie niet toegestaan.

Interessant is de mening van Joden. Op grond van het Joodse geloof heeft men in principe bezwaren tegen autopsie (lijkschouwing), omdat het lichaam als heilig beschouwd wordt. Maar de mogelijkheid van levensverlening heeft prioriteit. Dit betekent dat orgaandonatie mag indien het leven van een ander individu daarmee gespaard kan worden. Het openen van het lichaam met als doel een ander mensenleven te sparen is dus wel geoorloofd.

In de christelijke visie is er geen principiële afwijzing van orgaandonatie. Zowel in de Rooms-Katholieke Kerk als ook in de algemene protestantse kerken wordt het beschikbaar stellen van organen na iemands overlijden als een betoon van naastenliefde gezien. Alhoewel er vanuit de reformatorische hoek wel geluiden komen waarbij de ontwikkeling van de transplantatiegeneeskunde kritisch beschouwd wordt, staat men in het algemeen toch wel positief tegenover het vrijwillig doneren van organen. Er is een uitstekend boek verschenen van dr. R. Seldenrijk, getiteld Organen en weefsels op reis, waarin de visie nog eens uitgebreid toegelicht wordt vanuit het orthodox protestantisme. Uiteindelijk benadrukt hij de persoonlijke keuze van de mens in biddend opzien, waarbij er verschillende uitkomsten voor ieder individueel mogelijk zijn. Hoewel er ook kritische geluiden zijn, bijvoorbeeld van ds. W.J. op 't Hof, gaat het hier vooral om een persoonlijke mening en niet zozeer om bijbelse argumenten op grond waarvan orgaandonatie afgewezen wordt.

De hoogleraren Douma en Velema laten zich ook positief over orgaandonatie uit, mits aan drie voorwaarden wordt voldaan:
• er wordt persoonlijk toestemming gegeven en donatie blijft vrijwillig
• in geen geval mag het overlijden op enige manier bespoedigd worden
• er wordt piëteitvol met de overledene en zijn of haar nabestaanden omgegaan.

In feite is met het accepteren van bloedtransfiisie ook orgaandonatie geaccepteerd. Er is geen wezenlijk verschil met bloed en weefsel, behalve dat de meeste organen slecht na overlijden eenmalig uitgenomen kunnen worden.

De Jehovah's Getuigen zijn tegen bloedtransfusie. Onder meer vanwege Deuteronomium 12:23, waarin gesproken wordt over de ziel in het bloed. Op grond hiervan meent men dat het eigene van een persoon juist in de eigenschappen van zijn bloed aanwezig is en dus mag dit niet overgedragen worden.

Tenslotte wordt in het verband van orgaandonatie ook het balsemen van de aartsvader Jakob en van Jozef nogal eens aangehaald. Hun lichamen werden gebalsemd, zodat ze konden worden teruggevoerd naar Kanaan om daar begraven te worden. Bij dit balsemen werden de organen verwijderd. Ook wordt wel verwezen naar Galaten 4:15, waar Paulus zegt: 'Want ik geef u getuigenis dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven en mij gegeven hebben.'

Toch staat men in de reformatorische kerken duidelijk wat meer terughoudend tegenover donatie en transplantatie, dan men zou verwachten. Dit lijkt vooral op gevoelsargumenten gebaseerd te zijn. Zo weten we uit de praktijk van alle dag dat mensen vanuit de reformatorische kerken ook minder gemakkelijk toestemming voor obductie geven. Toch toont een enquête onder NPV-leden al in 1990 aan dat 77% voor donatie is. We weten ook dat transplantatie net zo vaak voorkomt onder leden van de reformatorische kerken als onder andere bevolkingsgroepen. Met name ook minister Borst heeft gewezen op het wederkerigheidsprincipe: zou men in principe wel organen accepteren voor transplantatie dan mag men ook verwachten dat er geen wezenlijk bezwaar is tegen donatie. Met andere woorden: je kunt niet ontvanger willen zijn als de nood aan de man komt en principieel geen donor!

Samenvattend komen we dan op het volgende:

Orthodox-protestantse praktijk:

• het gevoel dat de integriteit van het lichaam aangetast wordt
• ook minder snel toestemming voor obductie (lijkschouwing)
• bezwaren tegen hightech-geneeskunde
• de NPV-enquête 1990: 77% voor donatie, 23 % tegen
• het wederkerigheidsprincipe (wel transplantatie, dan ook donatie accepteren)
• transplantatie wel geaccepteerd.

Tenslotte willen we dan nog een aantal bezwaren noemen en toelichten voor wat betreft de transplantatiegeneeskunde als zodanig.

Bezwaren tegen transplantatiegeneeskunde:

• de transplantatiegeneeskunde heeft een te technische visie op het functioneren van de mens
• het lichaam bestaat niet uit onderdelen (bezwaren tegen het reparatiemodel)
• het afscheidnemen van een donor wordt bemoeilijkt
• het tekort aan organen mag niet van invloed zijn op het vaststellen van het tijdstip van overlijden
• de problemen op langere termijn na transplantatie zijn nog niet goed opgelost: er is veel chronische rejectie, er zijn bijwerkingen van immuunsuppressiva etc.
• het legt een sterke claim op budget, personeel, instellingen en logistiek.

Met name ook de emotionele problemen bij achtergebleven familieleden en de juiste begeleiding bij de rouwverwerking zijn nog aandachtspunten welke zeker voor verbetering in aanmerking kunnen komen.

Samenvatting

We hebben een aantal aspecten de revue laten passeren, waarbij gezien het tijdsbestek slechts oppervlakkig op bepaalde onderdelen is ingegaan. Hoewel er vanuit de reformatorische hoek zeker bezwaren aangevoerd worden tegen orgaandonatie, lijkt dit meer op gevoelsargumenten te berusten dan op principiële bijbelse argumenten. De Bijbel als zodanig spreekt zich niet uit tegen het openen van het lichaam na de dood of tegen het principe van donatie. Integendeel, donatie kan opgevat worden als liefdevol dienstbetoon aan de naaste. Kenmerkend is daarbij dat ook het Jodendom positief tegenover donatie staat, omdat hiermee het leven van een ander individu verlengd kan worden. Verlenging van het leven heeft in de Joodse filosofie altijd de prioriteit. Tenslotte blijft dat ook voor christenen de vraag of ze zich wel of niet als donor beschikbaar zullen stellen met verschillende redenen verschillend beantwoord kan worden. Daarbij blijft belangrijk dat we met het accepteren van transplantatie niet principieel tegen donatie kunnen zijn.

Literatuur

dr. R. Seldenrijk, Organen en weefsels op reis. Leiden 1993.
drs. D. Pranger, Zo spreken de kerken over orgaandonatie, De Nierstichting 1993.
Kerken en orgaan donatie, Uitgave van de Nierstichting 1995.
De meest gestelde vragen over orgaan- en weefseldonatie, Uitgave van: Stichting Orgaan- en weefseldonor voorlichting. Postbus 764, 1200 AT Hilversum.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000

Driestar bundels | 164 Pagina's

Orgaandonatie en -transplantatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000

Driestar bundels | 164 Pagina's

PDF Bekijken