Bekijk het origineel

Lichaamscultuur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lichaamscultuur

18 minuten leestijd

Cultuur is afkomstig van het Latijnse woord 'colere', hetgeen 'bebouwen, verzorgen, versieren, dienen' inhoudt. Het duidt op menselijk vormgeven aan, omvormen van, versieren van, tot ontplooiing brengen van het gegevene, het geschapene. Dit kan betrekking hebben op bijvoorbeeld een stuk grond, maar eveneens op de mens zelf, zowel wat zijn lichamelijke als wat zijn geestelijke zijde betreft. Deze arbeid van omvorming en ook het dienstbaar maken van het geschapene is typisch voor de mens. Zonder cultuur is het menselijk leven niet denkbaar. De opdracht tot dit bezig zijn is de mens bij de schepping gegeven en wordt in Genesis 1 verwoord als 'heerschappij hebben', 'bouwen' en 'bewaren'.
Deze zogeheten cultuuropdracht is nooit ingetrokken. Het is echter goed ons te realiseren dat deze arbeid verricht wordt na de zondeval, in een gebroken wereld, een aangetaste schepping. Veel van onze inspanning en bezig zijn met het geschapene kenmerkt zich door richten op herstel, heling, bescherming om de gevolgen van de verstoring te temperen en om te buigen. Onze werkzaamheden vinden plaats in een zuchtende schepping. We kunnen ons verbazen over de kennis en kunde van mensen, bijvoorbeeld wat betreft het ontwikkelen van geneesmiddelen en operatietechnieken, maar vóór de zondeval waren deze uitingen van cultuur niet nodig en op de nieuwe aarde zal daar geen vraag meer naar zijn. Ook de cultuur ten aanzien van het lichaam, het daarmee vormend en versierend bezig zijn, voltrekt zich in de bedeling tussen zondeval en wederkomst.

Lichaamscultuur, het verzorgen, versieren, bezig zijn met, en beïnvloeding van het lichaam in al zijn facetten is van alle tijden en plaatsen. Deze aandacht voor het lichaam betreft niet alleen de buitenkant, in de vorm van huidverzorging, kleding en sieraad, maar heeft eveneens betrekking op de bevordering van gezondheid, het tegengaan van ziekten, verval, beschadigingen enz. De mens heeft wat zijn lichaam betreft nooit de natuur zomaar zijn gang laten gaan. Het gebruik van cosmetica in de vorm van zalf of olie, geuren en kleuren is in alle culturen bekend. Bij de toepassing daarvan ging het er overigens vaak niet of niet uitsluitend om zich fraaier en aantrekkelijker naar buiten toe te presenteren. Vaak speelden ook religieuze en rituele factoren een rol. Zo was het in het oude Egypte aanvankelijk vooral gebruikelijk om beelden van goden in te smeren. Pas later werd dit ook bij mensen gedaan en werd dit gebruik meer seculier getint. Zo ging bijvoorbeeld het zalven van gasten bij de gebruikelijke plichtplegingen horen. De Heere Jezus verwijst hiernaar als Hij, na de zalving door de zondares, zijn gastheer Simon de Farizeeër erop wijst dat hij Zijn hoofd niet gezalfd heeft. Ook in de Bijbel treffen we deze twee soorten gebruik aan.
Naast de rituele zalving van bijvoorbeeld de hogepriester en de koning was er ook het algemeen dagelijks gebruik. In de Bijbel worden de zalven die bij rituelen gebruikt werden en die een speciale samenstelling hadden, met de naam 'heilige oliën' onderscheiden van de schoonheidsmiddelen. Dat het gebruik van niet geringe omvang was, kan afgeleid worden uit het feit dat de zalfkokers - of de apothekers, zoals ze vaak in de Statenvertaling genoemd worden - bijvoorbeeld in de dagen van Nehemia een apart gilde vormden. Hun werk was niet alleen het bereiden van geneeskrachtige zalven, maar eveneens het samenstellen van schoonheidsmiddelen. Veel van de ingrediënten die in de oudheid werden gebruikt om bijvoorbeeld rimpels weg te werken of te camoufleren, zijn nog gelijk aan de hedendaagse. Zo werden lippen en wangen met behulp van een stokje of een ivoren stift met rode oker of heima gekleurd. En vrouwen poederden zich met een dons waarop witte klei of oker was aangebracht.

Naast de cosmetica heeft in de versiering altijd de kleding en het gebruik van sieraden een grote rol gespeeld. Ook hiervan moet opgemerkt worden dat kleding en sieraden niet altijd en uitsluitend bedoeld waren om de drager of draagster er mooi uit te laten zien. Daarnaast hadden ze mede, of zelfs soms uitsluitend, een sociale of religieuze betekenis. Door deze uiterlijke kenmerken werd het ambt of de functie van de drager bekend. Denk bijvoorbeeld aan de kleding van de priesters in de dienst van tabernakel en tempel, maar ook aan de kleding van koningen en andere hoogwaardigheidsbekleders. Zo kon aan Jozefs kleding en sieraden, hoe schitterend ook, toch gezien worden dat hij niet de farao was. Door de kleding kwam ook het onderscheid tussen rangen en standen tot uiting en onderscheidden de rijken zich van de minder bedeelden. Zo blijkt de welstand van Abraham uit de sieraden en kleding die Eliëzer gaf aan Rebekka, haar broer en haar moeder.

Er is altijd niet alleen aandacht aan de buitenkant gegeven, maar er is ook altijd heel wat ondernomen om gezond te blijven of te worden en het lichamelijk verval te stuiten. Zo diende het gebruik van olie en zalf eveneens dikwijls vooral een medisch doel. Het streven naar optimale gezondheid, vitaliteit en het tegengaan van veroudering heeft tot de meest bizarre, maar ook tot zeer afschuwelijke praktijken geleid. Gedacht kan worden aan het baden in melk, maar ook het gebruiken en drinken van bloed van maagden of kinderen om zo de eeuwige jeugd te verwerven. Tenslotte waren er de ingrepen in het eigen lichaam, waarbij men zichzelf de pijn niet bespaarde terwille van de schoonheid. Bijvoorbeeld het laten ontsteken van met messen aangebrachte sneden om mooie littekens te krijgen, het eindeloos verzwaren van oorlellen, het aanbrengen van schijven in de lippen, het steken van pennen door lichaamsdelen, het afbinden van voeten, het druppelen van de ogen om deze te laten glanzen (al kon dat blindheid veroorzaken) en het insnoeren in letterlijk bijna adembenemende korsetten.

Verschilt de lichaamscultuur van onze tijd nu zoveel van die van vroeger? Naast overeenkomsten in middelen, doel en uitgangspunten hebben zich met name de laatste honderd jaar nogal wat veranderingen voorgedaan. Er is dan ook reden, ter onderscheiding van de vroegere gewoonten en gebruiken, om van 'moderne lichaamscultuur' te spreken. Het devies van deze cultuur kan weergegeven worden met: 'Wees jong, fit en gezond.' Wat in vergelijking tot vroeger allereerst opvalt, is de algemeenheid van deze cultuur. Vroeger kon slechts door een klein gedeelte van de bevolking veel aandacht worden gegeven aan het uiterlijk door gebruik van zalf, mooie kleding en sieraden. Velen hadden daar de financiële middelen niet voor. Het kopen van bijvoorbeeld een fles nardus was voor vrijwel iedereen onmogelijk.
Wat de aandacht voor het uiterlijk betreft, heeft er ook een democratisering plaatsgevonden. Met het verdwijnen van het onderscheid tussen rangen en standen zijn de verschillen tussen de bevolkingsgroepen wat betreft het gebruik van cosmetica, de wijze van kleden en het hebben van sieraden verdwenen. Dit is mede mogelijk gemaakt door de toegenomen welvaart en de mogelijkheid van massaproductie Een zeer grote rol in dit alles heeft de reclame gespeeld. En ze speelt deze nog. Hierdoor heeft er een ongekende globalisering plaatsgevonden en is het schoonheidsideaal eigenlijk mondiaal. Het ideale vrouwenfiguur, de kleding en de accessoires die men dient te dragen om erbij te horen, dit alles wordt over de hele wereld door middel van tijdschriften en televisie uitgedragen. Niet alleen de verschillen tussen de standen, maar ook die tussen de culturen zijn hierdoor snel aan het verdwijnen. Een symbool bij uitstek van deze globalisering en egalisering is de spijkerbroek. Hoe groot de invloed van het tot ideaal uitgeroepen uiterlijk is, kan blijken uit het feit dat nogal wat Chinese vrouwen zich aan hun ogen laten opereren om een gelaat te verwerven dat lijkt op dat van de (westerse) modellen die tijdschriften en films bevolken. Het kan ook blijken uit de snelheid waarmee de communistische mode in China, bestaande uit dezelfde kleding voor mannen en vrouwen in drie kleuren en drie maten, verdween toen men tot het dragen daarvan niet meer gedwongen werd.
men tot het dragen daarvan niet meer gedwongen werd. Naast de massaliteit van het gebruik van schoonheidsmiddelen (per jaar wordt onder andere vijf miljard dollar aan lipstick uitgegeven) is er ook een veel grotere hoeveelheid middelen en technieken die de verfraaiing ten dienste staan. Wie kennis wil nemen van de soorten make-up, zalven en crèmes voor alle seizoenen, huidsoorten en uren van de dag ziet door de bomen het bos niet meer. De neiging tot aanschaf van deze producten wordt aangemoedigd door afbeeldingen van ongewoon mooie vrouwen. Wanneer het smeren alleen niet meer helpt, als de rimpels, plooien en rollen zich niet meer laten camoufleren, zijn er andere technieken in de vorm van onder meer tril- en schudapparaten. Vervolgens kan nog de toevlucht genomen worden tot chirurgische behandelingen in de vorm van face-lifting en liposuctie. Overigens, wanneer je überhaupt van mening bent dat je wat uiterlijk betreft niet toebedeeld bent op de gewenste wijze, zijn vele correcties door de plastisch chirurg mogelijk. De meest voorkomende ingreep is die ter correctie van de borsten van vrouwen, waarvan er alleen al in de Verenigde Staten ieder jaar twee miljoen plaatsvinden.

Hoewel we dikwijls de neiging hebben vooral ons te richten op de middelen en methoden die er toe moeten dienen om mooi te zijn en er jong uit te blijven zien, uit de moderne lichaamscultuur zich bepaald niet alleen op deze wijze. Minstens zo groot zijn de inspanningen en investeringen die gepleegd worden om fit en gezond te blijven. De aandacht hiervoor is immens groot. Het aantal bladen en artikelen dat zich uitsluitend hiermee bezig houdt en voorlichting geeft over wat wel of juist niet geconsumeerd moet worden, is niet te tellen. Voortdurend wordt ons voorgehouden welke drankjes, pillen, extracten, korrels, tabletten, vitaminen, mineralen, zouten, metalen en voedingssupplementen we moeten gebruiken om gezond te blijven. Als we weigeren deze raadgevingen ter harte te nemen, wordt ons voorgehouden welke ziekten en mankementen ons te wachten staan. De goedbedoelde adviezen worden kermelijk op ruime schaal opgevolgd, gezien de omzet van de voedingssupplementen, die nu al zo'n 40 miljard gulden bedraagt. Deze markt groeit met 15% per jaar. De consumptie van deze middelen is des te opmerkelijker als we bedenken hoe gevarieerd heden ten dage de voedingsmiddelen zijn die ons het hele jaar ter beschikking staan. Er is overvloed van alles en bij een goede samenstelling van de maaltijden komen we niets tekort.

Naast deze cultuur van innemen en het zien te voorkomen van tekorten is er de actieve inspanning. Pas in de loop van de vorige eeuw is het beoefenen van sport ontstaan. Onder het motto 'bewegen is gezond' kwamen er onder meer wandelen gymnastiekverenigingen. Het gezonde lichaam zou tevens een gezonde geest opleveren, waardoor vervolgens een gezonde samenleving zou ontstaan. Niet voor niets zijn door diverse totalitaire politieke systemen allerlei vormen van beweging sterk gestimuleerd. Behalve het beoefenen van een sport zijn mensen, al dan niet in groepsverband, gaan hardlopen, joggen, fietsen en aan aerobics gaan doen. Sportscholen en fitnessclubs hebben een zeer uitgebreide klantenkring. Dat veel van deze activiteiten een positieve invloed kunnen hebben op de gezondheid en het welbevinden van mensen lijdt geen twijfel. Wel verbaast men zich regelmatig over de krampachtigheid en het fanatisme waarmee men hiermee bezig is. Letterlijk of het leven ervan afhangt.

Wanneer we kijken naar dit hele gebeuren van schoonheidsbevordering, jong en gezond blijven, fit zijn en naar de investeringen die daarbij gepleegd worden, is de vraag wat hierachter kan zitten. Hoe komt het toch dat al die bladen over gezondheid zo'n gretige aftrek vinden, dat zoveel mensen met zoveel overgave hiermee bezig zijn en ook bereid zich vele dingen te ontzeggen en zich aan vervelende behandelingen te onderwerpen? Zou het samen kunnen hangen met het feit dat de moderne mens zichzelf kwijtgeraakt is? Dat hij zich, in de lijn van een evolutionistisch denken, gereduceerd heeft tot niet meer dan een biologische entiteit? Dat er niet meer is dan een ongeïnspireerd, ontzield lichaam zonder toekomst? Wie niet gelooft in de wederopstanding van het lichaam, een in onverderfelijkheid, heerlijkheid en kracht opgewekt worden, zal het moeten doen met dit tegenwoordige lijf. Voor wie de mens uitsluitend als biologisch, chemisch product ziet, valt de eigenheid en identiteit zeer sterk samen met het lichamelijke zijn en de lichamelijke verschijning. Dit lichaam, het enige wat je hebt en bent en waarvan je ondanks alles weet dat het tot de ondergang gedoemd is, wordt ten koste van alles verdedigd. Dan wordt het wanhopige, van tevoren reeds verloren gevecht aangegaan tegen de niet te stuiten afbraak.
Naarmate de identiteit meer samenvalt met de lichamelijke verschijning, neemt ook de betekenis van hoe je eruit ziet toe. Niet alleen wat je vindt van jezelf, is dan belangrijk, maar vooral ook hoe je overkomt in de ogen van anderen. Het kan zover gaan dat het enige doel nog is te bestaan voor anderen. Het enige wat telt, is dat je gezien wordt en opvalt. Het resultaat is meestal een leeg omhulsel. Treffend zie je deze leegheid, deze ontzieldheid gemanifesteerd op foto's van bijvoorbeeld modellen en fihnsterren. Bij de mooiste lichamen zie je ogen die volslagen leeg zijn. Hier is sprake van poseren op de manier waarop een kunstwerk tentoongesteld wordt. Men maakt zich op deze wijze strikt genomen tot bezit van anderen. Van wezenlijke eigenheid blijft niets over. Het paradoxale hierbij is dat dit verlies van de eigenheid zich juist voltrekt in een cultuur met een extreem gericht zijn op zichzelf.
Ook dit laatste is een kenmerk van de hedendaagse cultuur in vergelijking met die van vroeger. In het verleden werden anderen bekeken vanwege hun uitrusting. Een dorp en stad liep uit wanneer er een koninklijke stoet passeerde. Daar was wat te zien. In de plaats van het uitlopen om de kleding etc. van anderen te bewonderen is de spiegel gekomen. De moderne mens is zichzelf tot een obsessie geworden. Hierdoor is de huidige lichaamscultuur, en met name ook de gezondheidscultuur, veranderd in een cultus. Zoals het onlangs in een weekblad verwoord werd: 'Met het verdwijnen van God is het lichaam de laatste veilige burcht in een harde, vijandige wereld geworden. Dit lichaam mag ons gewoon niet in de steek laten. Gezondheid is de nieuwe religie.' We willen dit lichaam, koste wat kost, instandhouden. In zijn meest extreme vorm zien we dit getoond door de mensen die zich laten invriezen na hun overlijden. In de hoop dat er ooit middelen zullen zijn die hun een gezond lichaam terug zullen geven, waardoor dit leven eindeloos geconsolideerd kan worden. Deze mensen kunnen zelfs in de dood hun lichaam niet loslaten.
Deze cultus van schoonheid, jeugd, fitheid en gezondheid heeft ook een keerzijde. Waar al deze dingen zo verabsoluteerd worden, kan het niet anders of er ontstaat aversie tegen lichamelijke afwijkingen, van welke aard dan ook, onvolkomenheden aan het lichaam, gebreken, ziekten en aftakeling. Naast de psychische belasting die dit kan vormen voor ieder die lang niet aan de heersende idealen voldoet, daarin niet mee kan komen, zal ook steeds meer de neiging en de behoefte ontstaan om het onvolkomene weg te werken en het bestaan daarvan te voorkomen. Wanneer een bestaan niet voldoet aan de veel genoemde maar nooit omschreven 'kwaliteit van leven', kan het leven zelf ter discussie worden gesteld. Dit kan resulteren in abortus van kinderen die mogelijk gehandicapt ter wereld zullen komen. Ook in de discussie over euthanasie gaan deze aspecten een grotere rol spelen. Het is duidelijk dat het allang niet meer alleen gaat om een ondraaglijk, uitzichtloos lijden. Wanneer het lichaam ons ondanks alle inspanning in de steek laat en we geconfronteerd worden met de definitieve nederlaag, geven we het op. Te vrezen is dat in deze cultuur steeds meer de geboden van naastenliefde zoals Nietzsche die geformuleerd heeft, zullen gaan gelden. Het eerste gebod luidt: 'De zwakken en ongelukkigen moeten ten gronde gaan'. Het tweede gebod: 'Men moet hen daarbij een handje helpen'.

Als christenen leven wij in deze wereld, temidden van deze cultuur en volgen, min of meer aarzelend, de gebruiken en modes. Hoe moeten wij hierin staan, hoe gaan we daarmee om? Op welke wijze is hierin de Bijbel maat- en richtinggevend? Wat zegt de Bijbel over al deze zaken? Wie in de Bijbel naar concrete uitspraken zoekt over het al of niet geoorloofd zijn van het dragen van een oorbel, zal dit tevergeefs doen. Op een aantal zaken kan wat dit betreft gewezen worden. Allereerst is het goed ons te realiseren dat God niet alleen een vijand van het onware en slechte is, maar eveneens van het lelijke en afzichtelijke. In de Bijbel wordt veel over schoonheid gesproken en de hele schepping is een manifestatie van heerlijkheid. Er wordt melding gemaakt van de schoonheid van vrouwen.
Genoemd worden olie, zalf, parfum enzovoort. Beschreven wordt sierlijke kleding, evenals kostbare en schitterende sieraden. Gedacht kan worden aan de beschrijving van de koningin in Psalm 45 of van de 'deugdelijke huisvrouw' uit Spreuken 31. Over deze zaken wordt als zodanig geen waardeoordeel uitgesproken en evenmin worden er modevoorschriften gegeven. Er lijkt een accepteren te zijn van de in een bepaalde cultuur gangbare gebruiken. Wel worden er beperkingen, grenzen aangegeven. Zo worden het volk Israël wel diverse handelingen, zoals het op een bepaalde wijze scheren van de baard of het maken van insnijdingen in het lichaam, verboden omdat dit heidense gebruiken bij begrafenissen waren. Door dit te verbieden wil God dit volk afscheiden van deze afgodische rituelen en voorkomen dat zij zich ook innerlijk-religieus hiermee gaan verbinden. God is wel een God van schoonheid, maar de door Hem bedoelde schoonheid is er niet zonder heiligheid en daar gaat het voortdurend over. Het is de heiligheid die verlangd, vereist wordt door de staat waartoe Israël verheven is: volk van God te zijn. En dit krijgt gestalte in een leven overeenkomstig de geboden, de hun toevertrouwde Woorden van hun God. In het kader van ons onderwerp is vooral het eerste van de Tien Geboden van belang: 'Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben'. Wanneer in Jesaja 3 het oordeel over de dochters van Sion wordt uitgesproken, waarbij een uitgebreide opsomming wordt gegeven van kleding, wijze van voortbewegen enz., dan is de reden niet dat zij deze dingen dragen, maar hun hoogmoed en ijdelheid die zich hierdoor manifesteert. De vraag is dan ook niet primair wat wel en niet mag, maar welke betekenis deze dingen in ons leven hebben. Om welke redenen doen of laten we iets? Welke machten spelen hierin een rol? Het principe, het uitgangspunt dient te zijn wat Paulus zegt in 1 Korinthe 6:12b: '...alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal onder de macht van geen mij laten brengen'. Als in het Nieuwe Testament opgeroepen wordt tot matigheid, doelt dat vooral op zelfbeheersing, ook met de bedoeling om te voorkomen dat de gelovige onder de macht van wat dan ook geraakt. De macht van ijdelheid, van overdaad, van bezorgdheid voor lichaam en gezondheid. En van de grote macht die ons beheersen kan, het 'van de mensen gezien te worden'. En daar valt niet alleen het willen opvallen onder, maar eveneens het door uiterlijk enz. geaccepteerd en gewaardeerd (in de meest letterlijke zin) te willen worden door welke mensen dan ook. Ook wat dit betreft geldt dat de gelovige niet van Paulus, Apollos of welke heilige dan ook is, maar van Christus.
Deze uitgangspunten geven geen ogenschijnlijk makkelijke oplossingen in de zin van precies aan te kunnen geven en vast te leggen wat wel of niet kan/mag. Van exact te weten wat werelds is en wat niet. Al moeten we wel bedenken dat juist deze ogenschijnlijke vastheid gevende instelling zo gemakkelijk tot een mensen behagend en/of demonstratief gedrag kan leiden dat als pure wereldgelijkvormigheid in bijbelse zin gekwalificeerd moet worden. De genoemde uitgangspunten brengen ons in de spanning van het in de wereld maar niet van de wereld zijn en het gebruiken maar niet misbruiken ervan. Deze spanning moet ertoe dienen ons afhankelijk te maken en te vragen naar de wil van Hem voor wiens Aangezicht we leven. Het is ook daarom niet de gemakkelijkste wijze van leven, omdat we vaak nogal moeite hebben met het leven in afhankelijkheid. En dat wij, ten onrechte, geneigd zijn het 'Ken Hem in al uw wegen' te reduceren tot de zaken waarvan wij menen dat die alleen maar belangrijk zijn. Daardoor God niet betrekkend - mogelijk vanuit een (zeer verwerpelijke) vrome bescheidenheid - bij de vragen waarmee we, misschien wel dagelijks, te worstelen hebben. Het is in dit verband goed ons ter harte te nemen wat een predikant eens in een preek zei: 'Wie God niet voor een veiligheidsspeld nodig heeft, moet mij niet wijsmaken dat hij of zij God wel nodig heeft voor de zaligheid'.
De spanning tussen schoonheid en heiligheid zal in deze bedeling blijven. Maar de harmonie tussen beide zal er weer zijn als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde daar zijn zullen. Het zal er zijn door Jezus Christus, bij Wie sprake was van heiligheid zonder uiterlijke schoonheid: geen gedaante noch heerlijkheid. Dank zij Hem is er in de Openbaring aan Johannes niet alleen sprake van de schoonheid zonder heiligheid van de grote stad Babyion die tenondergaat, maar tevens van de gemeente van God, het nieuwe Jeruzalem, de Bruid: versierd, zonder vlek, zonder rimpel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000

Driestar bundels | 164 Pagina's

Lichaamscultuur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000

Driestar bundels | 164 Pagina's

PDF Bekijken