Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De geesel der werkeloosheid II

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De geesel der werkeloosheid II

9 minuten leestijd

De groei van de Marxistische geestesrichting in Europa was niet zoozeer te danken aan de voortreffelijkheid der leer. De omstandigheden hebben daartoe mede aanleiding gegeven. Die leer heeft de massa meestal niet veel kunnen schelen. Zij begreep die vaak niet, doch zij kwam onder de bekoring, die er op een egoïst uitgaat, wanneer hem veel wordt beloofd, dat hij bij anderen ziet en hemzelven onthouden bleef. En elk mensch is van nature zulk een egoïst.
Neen, de leer vormde de attractie niet, want welke bekoring gaat er uit van eene leer, die de wereld waardeert als een natuurnoodwendig samenhangend complex van processen, die het geheele menschelijke leven, ook de hoogste gevoelens, zijne rede en zijne religie, zijne zedelijkheid en kunst, zoomaar voortbrengen als de begeleidende verschijnselen van dat alomvattend proces. De groote drijvende krachten in dat alles zouden wortelen in de economische levensvoorwaarden, de productie-verhoudingen de breede basis, waarop alle rechtsverhoudingen, het heele politieke systeem, heel het menschelijk leven zou berusten. De productie-wijze, dus het materieele, bepaalde het leven van staat en maatschappij. Dit is dus een volkomen atheïstisch systeem, waarin noch voor God, noch voor den naar Zijn beeld geschapen mensch meer plaats bleef. De gemeenschap werd hier alles, de individu niets. Ook de Staat heeft hier geene zelfstandigheid, werd tot eene samenvatting der economische behoeften van de klasse, die het productie-leven beheerscht. Alles staat dus in het teeken van het economische, dus van het materieele leven. En daarmede wordt het leven der volken tot eene voortdurende sociale revolutie, want de materieele productiekrachten raken telkens in strijd met de productie-verhoudingen, die openbaar worden in het eigendomsrecht, in de familie, in het ethisch-religieuse leven, dus in kerk en staat.
Zulk eene leer heeft geene bekoring, noch uit wetenschappelijk oogpunt, omdat het tastbaar onjuist is, dat het technische leven de geheele cultuur zou bepalen, terwijl ieder zien kan, dat er een groot complex van sociale levensfactoren werkzaam zijn, die het cultuurleven en ook het technische kunnen der volken beheerschen. Zij zou dan ook zonder beteekenis gebleven zijn, indien zij niet was uitgedragen in een tijd van de snelle opkomst der industrialisatie, der geweldige productie-verrijking met alle vreeselijke, onmenschelijke toestanden, die er met een ongeteugeld streven naar rijkdom gepaard gaan. In zulke omstandigheden, waaronder de massa's in de groote tredmolens der fabrieken en mijnen hun leven sleten zonder eenige wettelijke bescherming, was er ruimte voor de met het Marxistisch beginsel samenhangende waardeleer. Daardoor sprak deze leer tot het massa-bewustzijn. Het schijnt zoo eenvoudig: de kapitalist koopt arbeidskracht tegen marktprijs, den loonstandaard. Aan hem behoort het voortbrengsel, dat als waar op de markt met winst wordt verkocht. Het verschil tusschen de onkosten en den prijs, dien hij maakt, de meerwaarde boven de kosten, steekt hij in de zak en zijn streven gaat er verder naar uit door vermeerdering van vermogen een steeds grooter wordende meerwaarde op te slurpen. De arbeider wordt echter gedwongen op dezen onvoordeeligen handel in te gaan, de nood is hem opgelegd, want de arbeiders hebben geene productie-middelen. Zoo moeten zij hunne arbeidskracht wel verkoopen aan de kapitalisten. En deze maken gebruik van den noodtoestand der arbeiders, de dreigende verhongering, om die arbeidskracht zoo goedkoop mogelijk zich te verwerven en hunne winst zoo groot mogelijk te maken.
Nu is er in deze voorstelling een en ander, dat niet onjuist is. De ondernemer tracht zoo goedkoop mogelijk te produceeren, zoo duur mogelijk te verkoopen en winst te verwerven. Maar absoluut afkeurenswaardig was het streven bij Marx en zijne volgelingen, en dat heeft hij van meet af gedaan, om den ondernemer als een harteloos uitzuiger en uitbuiter der arbeiders voor te stellen. Dit komt natuurlijk wel eens voor, maar er zijn tal van ondernemers, wier ideaal het was in dienst der menschheid allerlei groote werken voort te brengen, waarbij de winst niet het eerst nagestreefde doel was. Maar wat deze volstrekt onwaardige beoordeeling van den ondernemer betreft, en deze tot eene onzedelijke daad stempelt, dat is het feit, dat Marx zelve leerde, dat heel dit sociale proces, waarin de ondernemer verschijnt, noodwendig is. Het kapitalisme organiseert den arbeid in de gemeenschap en juist daardoor is de opbrengst en dus de rijkdom zoo toegenomen. Daarmede is een geheel nieuwe cultureele periode ontsloten, ook voor de arbeiders. En vooral de arbeiders in de industrieele centra hebben daarvan geprofiteerd, ondanks het schelden op het kapitalisme met zijn winst. De verheffing van wat men het proletariaat noemt, is hoe men ook gescholden heeft en scheldt, het resultaat van ditzelfde kapitalisme.
Het verderfelijke echter in het Marxisme is, dat het daarvan absoluut niets wil weten en het als een voortdurend onrecht predikt, dat niet de arbeiders, die den rijkdom voortbrengen, dezen alleen opstrijken, maar de kapitalist, die, zooals hij voorgesteld werd, niet werkte. Welbewust ging men daarbij uit van de onware veronderstelling, dat alleen de arbeider werkt. De ondernemer, de organiseerder van het bedrijf, de leiders, de verkoopers, beteekenden allen niets in het licht van dit Marxisme. Zoo werd er een streven geboren om de zedelijk slechte instincten wakker te roepen in de massa, werd bekwaamheid, intellect, de geoefendheid, alles van onwaarde verklaard en de groote massa der ongeschoolden met de verdienstelijkste en bekwaamste arbeiders op ééne lijn gesteld. En deze zelfde Marxistische beweging, die alzoo den arbeid ontadelde, proclameerde den ondernemer tot een dief, den arbeider tot uitgeplunderde, bedreigde steeds den vrede op het gebied van den arbeid, zong hoog het lied van den klassenstrijd, predikte het evangelie der ontevredenheid, trok voortdurend wissels op de slechtste instincten van het menschenhart en broeide een systeem uit, waardoor heel de Marxistische actie zelve gestempeld wordt tot eene onzedelijke onderneming, erger dan de meerwaarde-diefstal, gesteld deze bestond, waarvan zij het kapitalisme betichten.
Die geest werd een ramp voor de Westersche cultuur, baarde in den diepsten grond ook den oorlog, die immers de vrucht is van de weeldezucht, waaraan de regeeringen hadden te voldoen, op straffe dan van de revolutie, die het proletariaat maken kon, wanneer het slechts wilde. Het Damocles- zwaard eener al verwoestende omkeering van waarden en der orde, een voortdurende dreiging met staking en geweld, een tirannie op den vrijen arbeider, op de gezonde tucht in bedrijf en maatschappij, dat zijn de wapenen, waarvan zich deze actie bediend heeft. Onberekenbaar is de zedelijke en ook de stoffelijke schade, die alzoo berokkend is geworden in den loop der laatste halve eeuw. Dit Marxistisch drijven was eigenlijk de exponent van de geestelijke karaktertrekken van dezen tijd. In dit Marxisme met zijn geraffineerd systeem van intimidatie, met zijn heirleger van „bonzen", die ook in alle politieke lichamen indrongen, staat men eigenlijk voor het gezwel der sociale ontwrichting, die de rijpe en rotte vrucht is, van de wezenlijk anti-christelijke stroomingen der laatste eeuw.
Doch het ligt voor de hand, dat daarin slechts op de duidelijkste en angstwekkende wijze het karakter van het ontkerstende Europeesche cultuurleven aan den dag trad. Inderdaad echter bewoog zich achter dit Marxisme eene breede, diepe geestelijke strooming, die de voedingsbron van deze degeneratieve verschijnselen was. Het gevolg was dan ook, dat in alle kringen en onder alle Westersche volken een soort reformistisch streven werd geboren. En dit te meer, omdat de opkomst van de industrialisatie met verschijnselen gepaard ging, die in breeden kring ontroering wekten, zoodra zij de aandacht hadden getrokken. De sociale toestanden van de opkomende arbeidersklasse, het misbruik, dat de eerste groot-industrie maakte van het menschenmateriaal, van kinder- en vrouwen-arbeid, met al de vreeselijke gevolgen uit zedelijk en godsdienstig oogpunt, die er mee gepaard gingen, drong tot een streven naar opheffing dier massa uit de poel harer ellende. Doch daarbenevens trad ook in andere kringen van liet maatschappelijk leven een reformistisch streven op den voorgrond, zoodat de drang naar het sociale de lucht als doorademde. Ten slotte was het gansche volksleven in een sociaal streven bevangen, dat toch eigenlijk van een Marxistischcn zuurdeesem was doordrongen. Jammer is geweest. dat de Kerk van Christus in stede van de teugels te grijpen en zich als de leidsvrouw der Westersche cultuur aan de spits te stellen, het geestelijk vermogen niet heeft gehad om de haar toekomende roeping te vervullen.
De oorzaak daarvan lag in hare ontrouw. De geest dezer eeuw had ook het kerkelijk leven aangetast. Ook in Nederland heeft de Duitsche wijsbegeerte haren grooten invloed geoefend, zooals dit nog heden ten dage het geval is. Hoewel eenerzijds er onder ons volk voor wat het typisch Duitsche is, weinig sympathie leeft, bleek steeds, dat intellectueele kringen hier te lande in sterke mate van Duitschland afhankelijk zijn, het nationale verachten voor het buitenlandsche, ook al is dit wezenlijk niets nieuws. Heden ten dage is het nog precies zoo. Het gevolg echter was, dat de Kerk, met name de Herv. Kerk, haar karakter inboette, den invloed op de groote massa verloor, daar zij zelve door den tijdgeest overwoekerd werd. Als de Kerk geen zelfbesef meer heeft, haar karakter niet meer onderscheidt, noch eert, dan kan zij niet meer de stad zijn boven op den berg, het licht op de kandelaar, de leidsvrouw der geesten in het volksleven. En dus zij onderging het lot, dat het volksleven onderging. Hoe zou zij dan in staat zijn om te midden van dezen opkomenden industrialiseerenden en tevens socialiseerenden vloed de richting aan te geven voor de volksontwikkeling! De Kerk als Kerk deed hier te lande niets, liet de teugels, die van Godswege in hare hand gelegd waren los, want zij had Gods Woord en de belijdenis der vaderen verlaten. Welke wijsheid zou zij dan nog hebben? En in de plaats der Kerk, die haren plicht verzuimde, traden toen, evenals op zooveel ander gebied, groepjes van Christenen op, die door den nood bewogen, de taak trachtten op de vatten, die de Kerk als zoodanig veronachtzaamde. En zoo werd er geboren naast en tegenover de krachtig oplevende socialistische beweging eene Christelijk sociale actie, d.ie hoewel, in vergelijking van de groote socialistische beweging, die gevoed werd door de steeds meer tot moderniseering vervallende volksmassa met haar politiek en economisch liberalisme, wel klein, doch daarom nog niet zonder beteekenis was. Het betreurenswaardige in dit verloop was alleen, dat ook die Christlijk sociale actie, tengevolge mede van de kerkelijke verwording, hoe goed ook bedoeld, toch daarom nog niet uit het Christelijk principe gedacht was. Ook zij droeg de sporen van een Marxistischen invloed, die zich tot heden, zelfs in het werkloozenvraagstuk wreekt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 19 January 1935

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

De geesel der werkeloosheid II

Bekijk de hele uitgave van Saturday 19 January 1935

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken