Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de wedergeboorte. XXXII

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de wedergeboorte. XXXII

10 minuten leestijd

Colossenzen 1 : 17 en 18. En Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan te zamen door Hem. En Hij is het hoofd des lichaams, namelijk der gemeente, Hij, die het begin is, de eerstgeborene uit de dooden, opdat Hij in alles de eerste zou zijn.

De periode der Richters onderscheidt zich door een rythmus tusschen Israëls ontrouw en daden van des Heeren trouw. Vanwege zijne zonde wordt Israël overgegeven in de macht zijner vijanden. Het ervaart de straffende gerechtigheid Gods. En als dan de nood klimt en de benauwdheid groot wordt, dan klimt het geroep des volks op: ..Heere! ik roep U aan, haast U tot mij." En dan hoort God en Hij verwekt een richter en het volk wordt uitgered. Zoo gaat het nu steeds door vallen en opstaan, door verootmoediging tot verlossing. En eigenlijk is ook daarin Israëls worsteling in de historie een schaduwbeeld van het leven van het enkele kind van God en van de Kerk des Heeren in latere eeuwen. De Richters verschijnen als de door den Heere verwekte groote helden, die met den Geest Gods aangegord, als een soort dictatoren in den vrijheidskamp optreden. Zij dankten hunne machtspositie aan de groote geestelijke gaven, die zij deelachtig waren en die hen in staat stelden een gezag zich te verwerven, dat hun krachtens die gaven door het volk als vanzelf werd toegekend. De functie, die zij vervulden, kwam hun toe in de wisseling van den uitslag, waarmede Israël worstelde om de verovering des lands. Een staatswezen was er dus nog niet in den zin van een naar de wet geordende macht, waaraan het volk gehoorzaam was. Er was dan ook tusschen die Richters een groot onderscheid. Sommigen waren dragers eener profetische verlichting, reeds voordat zij het richterlijk ambt ontvingen. Zoo staat er van Debora geschreven, dat zij eene profetesse was en de kinderen Israëls kwamen tot haar ten gerichte. Zoo deed ook Samuël, die eveneens de rechtspraak uitoefende. Maar van Simson's rechterlijken arbeid lezen wij niet. De volkshoofden dragen allen in dien tijd den naam van Schofetim, van Richters. Van Jozua's intocht af tot de stichting van het erflijk koningschap bij Gods genade heerscht er in een telkens afgebroken volgorde een reeks van groote mannen. En in die periode doet zich nu steeds de machtige invloed der Mozaïsche ideeën gelden, die als worstelen om de overheersching van een volk, dat zooals meestal met de overwinnende volken het geval is, een lichte prooi wordt van de cultuur-invloeden, die van de overwonnenen uitgaan. Zoo was er, Vooral in den tijd der Richteren het gevaar, dat het volk werd afgevoerd naar den afgodendienst der heidenen. Hetgeen in Mozes tot volle klaarheid was gekomen, werd daarom telkens verdonkerd en verduisterd, terwijl er onder die opeenvolgende worstelingen toch Gods openbaring over het uitverkoren volk een nieuw en helder licht van Zijne kennis deed opgaan. Ook al waren er perioden van achteruitgang onder den dienst der afgoden, er was toch voor wie den tijd der Richteren overziet, een vooruitgang in het werk des Heeren, zoodat de uitverkoren volkskern tot hooger levenspeil werd opgevoerd, niet het minst ook dank zij den nieuwen levensvorm, die het volk zich verwierf. In de woestijn was Israël als de nomaden en het leven des volks paste zich daarbij aan. Maar sinds het de Jordaan was overgetogen en de volken, die Kanaan bewoonden, de kracht zijner wapenen ondervonden, had Israël eene vaste woonstede verkregen. De nomaden werden akkerbouwers en het cultuurleven werd dien ten gevolge gewijzigd. De zeden en de gewoonten niet alleen, maar ook het godsdienstig leven ondervond daarvan den terugslag. Indien Gods bijzondere openbaring en Zijne verkiezing in Israël niet had gewerkt, dan zou het als Godsvolk in de tijden van de Richteren zijn overvleugeld door den geest van het heidendom. Tot aan den tijd der koningen was de politieke toestand niet slechts voor het bestaan des volks, maar vooral voor de reinhouding zijner religie bijzonder gevaarlijk. En het was alleen de verkiezende genade, die in Israël de volkskern bewaarde, zoodat de reine dienst des Heeren, die het op den Sinaï als zijn bondsgod had ontmoet, in stand bleef overal, waar de heidenen waren teruggedrongen. In die uitverkoren kern des volks bloeide een rijk geestelijk leven op, terwijl priesters en profeten en zelfs de Nazireërs als medearbeiders Gods verwekt, den zuiveren godsdienst aankweekten. Zoo werd er een reine, ware dienst des Heeren aangetroffen en bewaard, ook al waren er vele stammen Israëls, die woonden temidden der overgebleven Kanaanietische volken en soms terugvielen in heidendom. En het heeft zelfs tot Salomo's regeering geduurd ,voordat de overblijfselen der oorspronkelijke bewoners, die men niet had uitgeroeid, in volkomen onderwerping waren gebracht.
Zoo werd dus de levende kern, waarin Gods wederbarende daden voltrokken werden, geperst door een schroef van worsteling en lijden, dank zij de cultureele en religieuse invloeden, die van dit heidendom bleef uitgaan op Israël, dat geneigd was van nature tot denzelfden afgodendienst. Zoo verschijnt dit Israël niet slechts als de invloed der heidenen ondergaande, maar tevens als een Godsvolk, dat ook heidenen in zich opneemt en toebrengt tot den dienst des Heeren. De stam van Juda heeft met name vele heidensche bestanddeelen in zich opgenomen, waaronder er zelfs geweest zijn, die tot Richters waren verkoren. Onder de helden van David waren Ammonieten en Hetieten, en zelfs was in zijn voorgeslacht eene Ruth, de Moabietische. In Israël werd het psalmwoord bevestigd, dat getuigenis gaf van de wondere genade des Heeren, die Rahab en Babek vermeldde onder degenen, die Hem kennen en van Philistijn en Moor verklaarde: „deze is aldaar geboren." Zoo was er dus in die worsteling des geestes, waarin Gods uitverkoren volk geworpen werd, eene onderlinge uitwisseling van geestelijke en cultureele goederen, die eenerzijds voor Israël een gevaar van afgodische besmetting bracht, anderzijds voor de uitverkorenen onder de heidenen een zegen bereidde. En des te banger was dit gevaar, omdat de Kanaanieten in de wereldlijke cultuur de Israëlieten verre overtroffen. De geestelijke strijd van het uitverkoren Israël was dus wel zwaar. Hoewel het een overwinnend volk was, dat het land veroverde, werd het toch door de hoogere cultuur der overwonnenen bedreigd. In den smeltkroes van het lijden werd dit Israël, evenals in latere eeuwen met vele andere volken ook geschied is, tot eene eenheid samengesmolten.
Ook Israëls nationale levensvorm is door lijden voortgebracht. En de periode der Richteren heeft gestrekt om met de geboorte der nationale eenheid ook de godsdienstige eenheid des volks tot stand te brengen. De geweldige beproevingen, waaraan het volk onderworpen werd, de wegen des lijdens, waarlangs het gevoerd werd, hebben er toe medegewerkt, het nationale bewustzijn niet alleen, maar ook de eenheid van het religieus bewustzijn te sterken. W a s er in de dagen der Richteren nog geene plaats voor eene politieke en religieuse samenhankelijkheid, was er evenals zulks in de opkomst van ons eigen volk het geval is geweest, destijds een toestand, waarin de enkele stammen en steden de hoeders waren van den godsdienst en de zeden en waarin deze ook lang niet altijd harmonisch met elkander samenleefden, toch was deze tijd de voorbereiding van een nationaal leven, dat onder het koningschap eerst tot volle ontwikkeling is gekomen. En nu laat ons Gods Woord die gansche geschiedenis van Israëls wording als volk zien in een profetisch licht.
De weg des lijdens, waarlangs die volksontwikkeling voortschrijdt, verschijnt in een eigenlijk Messiaansch licht. De smeltkroes der beproeving, waarin het volk geworpen wordt, heeft ten doel het volk te laten verschijnen als een profetisch exempel, dat in het volksbewustzijn het geloof moet wekken aan Hem, die komen zal als Israëls Koning. Daarom verschijnt dan ook in Israëls historie naast het profetisch en priesterlijk ambt het Koningschap, dat in zijn grootste figuren wordt verbonden met de Messiaansche idee. Zoo is er in diezelfde lijdensgeschiedenis een voortgang, een ontwikkeling, eene rijkere ontplooiing der openbaring Gods. De kennis van Zijn Wezen werd verdiept, de bondsidee verhelderd. Door een periode van geestelijke tegenstellingen, die zich ook openbaren in de velerlei daden van ruw geweld, van bloedwraak en onzedelijke daden, wordt toch ook het volk Gods ontdekt voor de eischen van Gods heilige wet en zijn er ook vele voorbeelden van mildheid der zeden, die langzaam opkomt, van welwillendheid en goedheid en zelfs van sociale verhoudingen, die heden nog tot voorbeeld strekken. Denk slechts aan eene figuur als Boaz, wiens vaderlijke verhouding tegenover zijne ondergeschikten, wiens eerbied voor goddelijk en menschelijk recht, nog heden tot ons spreken.
De grootste historische figuur na Mozes en Jozua, de leidsman en profeet des volks, die het uit de wanorde verloste en een nieuwen staatkundigen vorm gaf, opdat het zijne goddelijke roeping zou kunnen volbrengen, was Samuël. Hij was als een tweede Mozes, die aan het volk eene geheel nieuwe toekomst ontsloot door eenheid en veiligheid te bereiden onder koninklijke heerschappij. En dat niet alleen, maar de politieke eenheid, waartoe hij het opvoedde, vond haar diepsten grond in de godsdienstige. Hij was een profeet, ziener bij de gratie Gods, ijveraar voor den Heere en met name voor de reinheid der priesterschap, opdat alzoo het volk in rechte sporen zou worden geleid. Het profetisch ambt werd door Samuël op hooger trap gebracht. Voor het bewustzijn der volgende eeuwen verscheen Samuël als profeet van buitengewone verlichting. Dat blijkt niet slechts uit de wijze, waarop ons zijne roeping wordt verhaald, maar ook daaruit, dat van hem gezegd wordt: Samuël nu werd groot en de Heere was met hem en liet niet één van al zijne woorden op de aarde vallen." En hoezeer de eenheid van het volk door hem tot stand gebracht werd, zegt de Schrift ons, 1 Sam. 3 : 20: „En gansch Israël van Dan tot Berseba toe, bekende, dat Samuël bevestigd was tot een profeet des Heeren." In dezen grooten en genialen leidsman culmineert de periode der Richteren. En ook zijn levenswerk draagt het karakter van een geweldigen geestelijken strijd om Israël tot de heiligheid van het bondsvolk op te voeren. Hij zette zijne kracht in tegen den dienst der afgoden, riep het volk op tot bekeering met zijn gansche hart tot den Heere. En zoo hooren wij, hoe hij weder in volkomen tegenstelling met alle afwijking naar het heidendom de aanbidding van den eenigen, waarachtigen God op den voorgrond stelt en in de waarachtige bekeering ook de verlossing des Heeren toezegt. En zoo bracht hij gansch Israël naar Mispa, leidde het tot belijdenis zijner zonde. En als dan de Philistijnen het volk benauwen en de vreeze groot wordt, dan verschijnt diezelfde Samuël als een voorbiddende hoogepriester, die door den Heere wordt verhoord. En dan staat de Heere op tot de verlossing Zijns volks, want Hij dondert te dien dage met een grooten donder over de Philistijnen, die alzoo een zware nederlaag lijden. Zoo werd Israël onder zijne leiding tot eene politieke en eene religieuse eenheid beide, waarvoor hij, naar het schijnt, ook profeten-scholen in het aanzien riep om door onderwijs en opvoeding de vreeze van Israëls God in de harten der kinderen des volks te leggen.
De Heere werkte alzoo wederbarend in het volksbewustzijn, zoodat de vreemde goden werden teruggedrongen en het volk werd toebereid voor een theocratisch staatsleven, voor de formatie van een Gods-staat, die in Davids heerschappij en in Salomo's tempelbouw en de schoonheid van den eeredienst onder de schaduwen van des konings heerlijkheid, een hoogtepunt bereikte, waarvan het de eeuwen door zijn glans liet opgaan over de latere geslachten, die gewekt door die lichtende schoonheid een heimwee koesteren moesten, dat hopend leerde uitzien naar de komst van Hem, die schooner is dan alle menschenkinderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 juni 1935

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Van de wedergeboorte. XXXII

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 juni 1935

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken