Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opfrissching der memorie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Opfrissching der memorie

11 minuten leestijd

Een vriend zond ons een verslag van eene redevoering gehouden te Zeist, door den Heer J. Schouten, voorzitter van het C.C. van A.R. Kiesvereenigingen. Dit verslag verscheen in de N i e u w e U t r e c h t s c h e C r t . van 5 Mei l.l. W ij zouden van deze rede geene melding maken, indien er niet een en ander in stond, dat betrekking heeft op de C.N.A., want overigens zijn alle A.R. redevoeringen aan elkander gelijk. Maar de Heer J. Schouten heeft gemeend te Zeist het stilzwijgen te moeten verbreken en zijn hart te moeten luchten. Nu, daar heeft de Heer Schouten gelijk in. Er is voorheen te Zeist wel een en ander gebeurd, dat tot moeilijkheden aanleiding heeft gegeven!
De Zeister leden der C.N.A. weten daar meer van dan schrijver dezes. Jaren lang heeft het kwaad gebroeid. Jaren lang heerschte er, trouwens niet alleen te Zeist, maar overal in den lande, ontevredenheid onder de Hervormde Gereformeerden over de A.R. Partij en hare kerkistische politiek. De Heer Severijn was zelfs voorganger in deze beweging, heeft onderscheidene malen vergaderingen geleid van Hervormde Gereformeerden, waaronder ook Zeister Broeders, die malcontent waren. Schrijver dezes was daar vrijwel altijd buiten gebleven en ook wel zorgvuldig buiten gehouden, wist van deze beweging alleen hetgeen er in de couranten over werd meegedeeld. Van wat in den loop der tijden gebeurd is en waarop blijkbaar de Heer Schouten zinspeelde, heeft Prof. Visscher nimmer iets geweten, is er ook nooit ingemoeid.
Dat bleef zóó, totdat de Zeister moeilijkheden gingen klemmen en er door de A.R. Kiesvereeniging te Zeist dingen gedaan werden, die er op neer zouden komen, dat de Hervormde Gereformeerden moesten worden uitgebannen uit de A.R. Kiesvereeniging. Een hoofdrol speelde daarbij ook een blad als de Z e i s t e r K o e r i e r , dat uitgegeven werd op een A.R. drukkerij, die ook een sociaal-democratisch blad drukte en zelfs een gemeene karikatuur van den Heer Colijn het land in stuurde. Diezelfde kiesvereeniging, die de Hervormde Gereformeerden uitbande, liet de drukkers en Commissarissen van de vennootschap, die dat moois drukte, rustig zitten, had tegen het lidmaatschap der A.R. van die Heeren geen bezwaar. Het waren trouwens ook allen leden van „de Gereformeerde Kerk". Maar de Hervormden, die moesten verdwijnen!
Was het nu wonder, toen onze Hervormde Vrienden bij mij kwamen in dezen noodtoestand, dat ik toen het pleit voor hen aanvaardde? Het lag toch voor de hand, dat ik dit niet kon nalaten. Welnu, dat heb ik gedaan. En daarvan heb ik geen berouw. Dr. Severijn liet hen, nu het er op aankwam, staan, werkte niet met de Hervormde Gereformeerden, met wie hij vaak vergaderd had. maar met den Heer Schouten mede. Schrijver dezes is echter ook in al die besprekingen niet betrokken geweest en staat er geheel buiten. En ik kan er aan toevoegen, dat deze Zeister moeilijkheden mij niet hebben gebracht tot een afscheid nemen van de A.R. Partij. De Heer Schouten speelt hierbij de onkundige. Zie slechts wat hij in Zeist heeft verteld.

NIEUWS UIT ZEIST.
A.R. ACTIE.
De heer J. Schouten spreekt te Zeist.

De heer H. J. van Doorn, voorzitter van de Zeister A.R. Kiesvereeniging „Nederland en Oranje", opende gisteravond precies 8 uur een goedbezochte openbare verkiezingsavond, waarop als spreker zou optreden de heer J. Schouten van Rotterdam, voorzitter van het Centraal Comité.
Na het zingen van Ps. 89 : 8, gebed en lezing van Ps. 20 en een voorafgaande oriënteering inzake de A.R. beginselen en den onvermoeiden Dr. H. Colijn, die, in weerwil van spot en laster, als een der ,,bonzen" op zijn ouden dag het land doorgaat, omdat zijn roeping hem dringt, verkreeg de heer J. Schouten het woord.
Aangezien het gesprokene van den heer Schouten reeds elders in dit blad werd weergegeven — althans wat de hoofdgedachten aangaat — willen wij den spreker niet op den voet volgen. Evenwel moge eenige aandacht worden gewijd aan de C.N.A. (van Dr. H. Visscher), die door spr. naar voren gebracht.
Ik doe dat nergens ~ aldus spr. — maar omdat Zeist de bakermat van deze actie is, wil ik er hier een enkel woord aanwijden, zonder (zooals mijn gewoonte is) iemand te krenken of zelfs maar personen bij name te noemen. Als voorzitter van het Centraal Comité heb ik deze actie vanaf den aanvang gevolgd en behandeld. Ik zag maandenlang uit naar een motiveering van de C.N.A. voor hun optreden met een eigen lijst. Ik heb die motiveering nog niet gezien. Men beweert, dat de A.R. is afgeweken van de aloude beginselen, dat ze in de richting van een bepaalde kerkelijke politiek is gaan werken, ze is principieel liberaal geworden, enz. Het bewijs daaromtrent ontbreekt evenwel ten eenenmale.
Als er werkelijk ernstige bezwaren waren geweest, en men had daarover diepgevoeld leed gehad en had aangegeven, dat men met afscheiding moest rekening houden, dan zou men overleg en een diepgaande samenspreking hebben begeerd, of niet het misverstand in liefde, of de bezwaren, voorzoover die aanwezig zouden zijn, waren op te lossen.
Ik bepleitte een commissie om de principieele punten na te gaan; echter op de rechtvaardige voorwaarde: dat men, zoolang die commissie — waarin natuurlijk ook „bezwaarden" een plaats zouden vinden — aan den gang was, de zelfstandige actie zou stopzetten. Men heeft het niet gewild. Men wenschte geen zakelijke en openhartige bespreking.
Dit over de C.N.A. — aldus spr., die hierover sober en niet zonder ontroering sprak. Moge het ons allen leiden tot zelfonderzoek of wij mogelijk niet bezig zijn het spoor der beginselen te verlaten.
Zeker, er zijn gebreken in de A.R. partij, zooals alles de werking der zonde ondervindt, maar — met stemverheffing roept spr. dit uit — ik kom er met heel mijn zijn tegen op, dat de A.R. Partij zich verwijderd zou hebben van haar eigen grondbeginselen; en ik vraag aan ieder naar de waarheid, en niets dan waarheid te zoeken. Het reformatorisch beginsel is hetzelfde gebleven en onder opzien tot God is daar naar gehandeld.
Alle partijen, die in den grond van de zaak op datzelfde pos. ref. godsd. beginsel staan en uitkomen met een e i g e n lijst bij de verkiezingen, verzwakken de positie van het Protestantisme. Heeft de C.N.A. zich op grond hiervan afgevraagd, of het indienen van haar speciale lijst dienstbaar is aan de komst van Gods Koninkrijk?"
De heer Schouten stond hierna nog stil bij de gevoerde Regeeringspolitiek en verdedigde eenige zinsneden uit het verkiezingsmanifest.
Met dankgebed besloot spr. zijn boeiende voordracht, waarin hij meermalen deed uitkomen, dat ook in anderer politieke overtuiging veel te waardeeren valt; dat sommige Kegeeringsmaatregelen ook wel op andere wijze hadden kunnen worden opgelost, die ook in den bloeddorstigen revolutionair den mensch durfde zien en een open oog had voor den nood des volks, zonder evenwel — als zoovele Sinterklazen — met 't oog op de verkiezingen, allerlei beloften te doen en niets dan fluitsignalen te laten klinken.
't Resultaat zal niet uitblijven.

Het blijkt uit deze rede, dat de Heer Schouten, voorzitter van het C.C. van A.R. Kiesvereenigingen, zich van den domme houdt. Hij weet, als men hem gelooven mag, van niets. Ik zal daarom zijn memorie wat opfrisschen, zoo dat hij zich wel iets meer herinneren zal.
In de eerste plaats de woorden, gewijd aan de C.N.A. ,,van Prof. Visscher". De C.N.A. is in het geheel niet van Prof. Visscher, dankt ook aan hem haar ontstaan niet, is geheel zelfstandig opgekomen uit het Hervormd Gereformeerde volk. De Heer Severijn heeft daarin deel gehad. Prof. Visscher niet, want die stond aanvankelijk afzijdig. Jarenlang, meer dan 20 jaren geleden, was die al aangezocht om eene afscheiding van de steeds kerkistischer wordende A.R. te helpen tot stand brengen. En hij heeft dit steeds geweigerd. Niet omdat hij het verkeerde niet inzag, want hij waarschuwde er tegen. Maar hij bleef tot het laatste hopen, dat er terugkeer tot gezonder verhoudingen komen zou. Die hoop was echter ijdel.
Dat bleek hem duidelijk bij het Belgisch tractaat. Hij stond toen tegenover de houding, die de A.R. fractie in de Kamer aannam in strijd met de begeerte van de gansche A.R. Partij, die op hare vergadering duidelijk had uitgesproken, dat zij ook tegen dat Belgisch Tractaat was. Maar de Heeren in de Kamer trokken zich daarvan niets aan. Zij zaten allen door hunne coalitie-politiek gebonden. De Heer Nolens heeft hun dat in de Kamer duidelijk voorgehouden. De Heer Colijn incluis was gebonden, al poogde hij later door phantastische voorstellingen van een soort arbeidsverdeeling tusschen Antwerpen en de Nederlandsche havens Rotterdam en Amserdam een weg te openen, waarvan ieder, die niet uit phantasieën leeft, begrijpen moest, dat het geen weg was.
Uit de moeilijkheden over dat Belgisch Tractaat werd ten slotte geboren de samenkomst van het Centraal Comité in 1928. Prof. Visscher heeft daar aan de Heeren de afwijking van de beginselen voorgehouden. En wie was het, die daarbij de uitspraak deed: ,,Wij zijn van Groen van Prinsterer af"? De zelfde Heer Schouten, die nu niet weet, dat de A.R. geheel is afgegleden. De Heeren beloofden daar, toen de nood hoog was, eene Commissie, die de beginselvraag tot klaarheid zou brengen. Doch toen de verkiezing voorbij was, waren de Heeren de belofte vergeten. En toen kregen wij steeds verdergaande afwijkingen te hooren in de Kamerredevoeringen van de Heeren, waaronder er ook waren van den Heer Schouten, die zuiver liberaal in beginsel waren. En van Kerkisme gesproken: was het niet de Heer Schouten, die in de Kamer het voorstel heeft gedaan bij de wet op de belasting op de goederen in de Doode Hand, zelfs de diaconieën te betrekken in de wetenschap, dat alleen de Hervormde Diaconieën daaraan zouden betalen, omdat die er alleen onder vielen? Neen, het waren niet alleen de partijdige kerkistische benoemingen, die kwaad bloed zetten, het was ook wederom de afwijking van de A.R. beginselen, die aan den dag kwam in vijandschap tegen de Herv. Kerk. Daarom heeft Prof. Visscher toen herinnerd aan de beginselen van Groen, die de Kerk als van publieken rechte beschouwd wilde zien. De Heer de Geer toonde zich Christelijk Historisch genoeg om de juistheid dier opmerking te erkennen. Maar de A.R. Heer Schouten was ook daarin liberaal.
En als wij daarbij nu voegen, dat de officieele verklaring van het Program van beginselen, gegeven in het boek „Saevis tranquillus in undis" onomwonden uitspreekt, dat de Overheid geen orgaan heeft om op godsdienstig gebied iets te onderscheiden en wij zien, zooals wij in dit blad hebben aangetoond met de gegevens, aan de Acta van de Synode der Gereformeerde Kerken van 1905 ontleend, dat deze beginselverklaring uit het Advies, op die kerkvergadering ingediend, is genomen, bijkans woordelijk genomen, wie kan dan nog twijfelen aan het kerkelijk karakter dezer tegenwoordige A.R. Partij? Het spijt mij voor den Heer Schouten, dat hij zoo slecht van geheugen schijnt te zijn, dat hij deze dingen niet meer weet. Ik meende daarom wel te doen met zijn geheugen eens op te frisschen.
De C.N.A., die uit ons volk zelf is opgekomen, die niet door Prof. Visscher gemaakt, maar zelfstandig gegroeid is uit de zaden van ontevredenheid over de geheele ontwikkeling der A.R. Partij, over haar Roomsch-gezinde politiek, over haar beginselverwording, over haar kerkisme, dat vaak uitgesproken vijandig is aan de Hervormde Gezindheid, heeft die Hervormde Gezindheid opgeroepen tot wederkeer naar de wezenlijke A.R. beginselen om daardoor de Hervormde Gezindheid weer terug te brengen tot de eenheid, die noodig is, zal het Protestantsch karakter van ons volk worden behouden. En Prof. Visscher heeft zich waarlijk niet uit begeerte naar een zetel in de Kamer Candidaat laten stellen op den grooten aandrang van ons Hervormd gezinde volk. Hij deed het in de hoop op deze wijze nog te kunnen meewerken tot eene hereeniging van allen, die in beginsel saamhooren, die niet leven uit het liberale scheidingsbeginsel, dat Groen heeft verworpen, maar uit de beginselen van het historisch Gereformeerde Protestantisme, waarvan de C.N.A. in haar beginselprogram getuigt.
En waarlijk, ik kan niet begrijpen, dat er nog Hervormden zijn, die niet inzien, dat er van deze A.R. politiek niets te wachten is voor het behoud van ons Protestantsche volkskarakter. Daarom wek ik met vrijmoedigheid allen, die tot de Hervormde of Gereformeerde Gezindheid behooren op, de C.N.A. te steunen met Uw gebed, met Uw gaven, met Uw stemmen. Wij moeten af van de absoluut verkeerde politiek, die drijft op de kurk van een coalitie, die alleen Rome ten goede komt en de liberale scheiding.
Laat u niet door lawaaivergaderingen der doleerende kerken misleiden, wordt wakker, houdt het geweer bij den voet, houdt uw kruit droog! De explosieve kracht van dat kruit is gegeven in het beginsel van het Gereformeerde Protestantisme: de belijdenis van Gods souvereiniteit en de gehoorzaamheid aan Gods Woord. Daarom, Broeders, moed gevat! Het gaat om de toekomst van ons volk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 mei 1937

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Opfrissching der memorie

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 mei 1937

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken