Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zich een oordeel eten en drinken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zich een oordeel eten en drinken

12 minuten leestijd

In het kort willen wij antwoorden op een vraag ons gesteld over de beteekenis van de hierboven afgedrukte woorden, ontleend aan 1 Cor. 11 vs. 39. Want zoo wie onwaardig eet of drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
Het gaat hierbij over het rechte gebruik van het Avondmaal des Heeren, waarin Gods gemeente gedachtenis viert van het lijden en sterven des Heeren als zoendood. In vers 26 had Paulus gewezen op den eisch, dat het Avondmaal gevierd moet worden ter gedachtenis en dat aan de viering verbonden moet zijn een verkondiging van zijn dood. Mogelijk kan ook zijn, dat bedoeld is, dat het vieren zelf eene verkondiging is waarin de Avondmaalsganger belijdt wie Jezus voor hem is en wat Hij voor hem deed. De Heere is bij Paulus de nu verheerlijkte Christus in den hemel, die op aarde Zijn dierbaar bloed heeft gestort en is gegaan in den dood.
Deze viering moet geschieden totdat Hij wederkomt, dan is het Avondmaal van de Bruiloft des Lams aangebroken. Zoowel de eisch voor Gods gemeente als de wederkomst worden in die woorden vastgelegd.
„Nu voegt Paulus hierbij hoedanige gedachtenis men behoort te houden, te weten, met dankzegging. Niet, dat de gansche gedachtenis in de belijdenis des monds is gelegen want dit is het voornaamste, dat de kracht van Christus' dood in onze conscientiën verzegeld worde. Maar deze kennis behoort ons tot belijdenis van lof te verwekken zoodat wij bij de menschen verkondigen wat wij inwendig bij God gevoelen. Zoo is dan het Nachtmaal een gedenkteeken dat eeuwiglijk in de gemeente moet duren tot op de wederkomst van Christus. Het is tot dit einde ingesteld, dat Christus ons van de weldaad Zijns doods vermane, en dat wij datzelve voor de menschen bekennen. Zoo dan om het Nachtmaal behoorlijk te houden moet gij gedenken, dat de belijdenis van uw geloof van u geëischt wordt". (Calvijn t. p.). Met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.
In vers 27 trekt de apostel een slotsom uit alles wat hij tot dusver over het Avondmaal schreef. „Zoo dan wie onwaardiglijk dit brood eet of dezen drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Dit brood en deze drinkbeker zijn dus het Avondmaalsbrood en wijn. Dit brood en dezen beker hebben hunne waardigheid. Wie ze niet in die waardigheid gebruikt die misbruikt brood en beker. Het onwaardig eten is alle eten dat niet in overeenstemming is met den aard van het sacrament, dat is geloovige omhelzing van Christus. Het eten van Zijn vleesch en drinken van Zijn bloed met den mond des geloofs. Zeker waren er in de gemeente van Corinthe bijzondere zonden door het onmatig eten bij de liefdemaaltijden en het Avondmaal werd onteerd, doch de apostel maakt zijn vermaning algemeen en stelt alle gebruik van het sacrament dat niet in overeenstemming is met deszelfs aard, naar de instelling van Christus, als onwaardig eten en drinken; zich bezondigen aan het heilige, ja, aan Christus zelf.
Zoo blijkt uit vers 30 dat te Corinthe, wanneer de liefdemaaltijden ook door twisten van hun ware karakter werden beroofd, een in verband daarmee gevierd Avondmaal onwaardig werd gevierd. Maar in ons vers 27 wordt een algemeene regel gesteld, dat de rechte houding tot het sacrament de houding des geloofs moet zijn.
Schuldig staan aan het lichaam en bloed des Heeren is dus een zware zonde, want het wil toch feitelijk zeggen: het lichaam van Christus verbreken en Zijn bloed doen vloeien. Het is een vorm van het vertreden van Zijn kruisdood door het sacrament zondig te gebruiken, zooals de ongeloovigen doen. die het zaligmakend geloof missen. Maar ook 't zich onthouden van den ongeloovige is een zich schuldig maken aan het zoenoffer van Christus door het te verwerpen. Eveneens stelt schuldig aan het lichaam en bloed des Heeren het toegaan van geloovigen zonder zelfbeproeving en een wandel in Zijne geboden. De mensch moet zich verklaren tegenover het bloed van Christus. Daaraan ontkomt niemand die leeft onder het Woord. Toegaan en afblijven worden gewogen op de weegschaal des Heiligdoms.
Calvijn geeft op dit vers schoone opmerkingen die ik den lezer wil voorleggen. ..Paulus spreekt hier van allerlei gebrekkige viering des Avondmaals. God zal, zegt hij, dit sacrament niet laten ontheiligen, zonder dit streng te straffen. Zoo dan onwaardiglijk eten is door ons misbruik het zuiver en recht gebruik verkeeren. En daarom zijn er verscheidene graden der onwaardigheid, om zoo te zeggen, en de één zondigt zwaarder dan de ander. Iemand zal zich indringen, een hoereerder of meineedige, of bedrieger, of dronkaard zonder betering. Dewijl zulk een grovere verachting een teeken is van eene gruwelijke versmading van Christus, zoo lijdt het geen twijfel of hij ontvangt het Nachtmaal tot zijn verderf, wie hij ook zij. Een ander zal komen, die met geen merkelijke noch bijzondere misdaad is bevangen, maar toch niet zóó bereid van hart als behoort. Dewijl deze zorgeloosheid een teeken is van oneerbiedigheid, is zij waardig van God gekastijd te worden. Daarom, gelijk er onderscheidene graden van onwaardig eten zijn. alzoo straft de Heere sommigen lichter anderen zwaarder".
De vraag is gesteld of de onwaardigen het lichaam des Heeren metterdaad eten? Ontvangt de geloovige en de ongeloovige hetzelfde. Wel wat de teekenen aangaat maar niet wat de zaak betreft. En omdat het de teekenen zijn van Christus lichaam en bloed, omdat het derhalve vergrijp is niet aan brood en wijn maar aan het sacrament is het eene zware zonde onwaardig te eten en te drinken.
Weer geeft ik nu het woord aan Calvijn: ,,Ik houd dit voor eene eeuwige waarheid, en zal ze mij nimmermeer laten ontnemen, te weten, dat Christus niet van Zijnen Geest kan gescheiden worden. Waaruit ik besluit, dat niet zijn dood lichaam ontvangen wordt noch ook ledig of gescheiden van de genade, en kracht Zijns Geestes. Nu, die ganschelijk zonder levend geloof, en berouw is, hoe zou hij Christus ontvangen, dewijl hij niets van den Geest van Christus heeft? Ja, dewijl hij geheel van den duivel en van de zonde bezeten is, hoe kan hij bekwaam zijn om Christus te ontvangen? Ik laat dan ook niet toe, dat degenen die slechts een historisch geloof zonder waarachtig levend gevoelen der bekeering en des geloofs medebrengen iets anders dan het teeken ontvangen. Want ik kan Christus niet laten verminken en ik vrees die ongerijmdheid, dat Hij zich aan de goddeloozen zou te eten geven, als een lichaam zonder ziel". Augustinus maakt de onderscheiding, dat er is een eten van het brood des Heeren; en een eten van het brood den Heere bij de ware geloovigen.
Natuurlijk gaan de beloften des Heeren niet te loor en het lichaam des Heeren wordt aangeboden. Het lichaam en bloed des Heeren wordt in het onwaardig gebruik der teekenen omdat zij sacramenteel zijn door eene inzetting Gods, veracht en onteert. Laat ieder dit wel bedenken.
In vers 28 wijst Paulus aan hoe het Avondmaal dan wel moet worden gebruikt.
Maar de mensch beproeve zichzelven en ete alzoo van het brood en drinke van den drinkbeker.
Zakelijk komt dit beproeven neer op het onderzoeken of men een waardig dischgenoot is en de kenmerken vertoont die de Schrift stelt; het zichzelf oordeelen van vers 31.
Calvijn geeft ook hier weer voortreffelijke wenken. „Indien zij schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren die onwaardig eten en drinken dan moet niemand naderen dan die wel en behoorlijk daartoe bereid is, opdat hij niet in deze heiligschennis valle. Indien men de weldaad van Christus behoorlijk wil gebruiken zoo moet men geloof en bekeering meebrengen. Zoo is dan de onderzoeking in deze twee dingen gelegen om goed voorbereid daartoe te komen. Onder de bekeering besluit ik ook de liefde, want wie geleerd heeft zichzelven te verloochenen, om zich aan Christus en de gehoorzaamheid van Christus te wijden, die zal ook zonder twijfel de eenigheid die door Christus bevolen is, van harte betrachten.
Hier wordt niet geëischt, dat het geloof of de bekeering volmaakt is (zoo vervolgt Calvijn), gelijk sommigen door veel te sterk te dringen op eene volmaaktheid, die nergens kan gevonden worden, alle menschen eeuwiglijk van het Nachtmaal afhouden. Maar indien gij met ernstige genegenheid des gemoeds naar de rechtvaardigheid Gods staat, en door de kennis uwer ellendigheid verootmoedigd zijnde, geheel op de genade van Christus rust en steunt, zoo weet, dat gij een waardig gast zijt om tot deze tafel te komen. Ik noem waardig dien de Heere niet uitsluit, al is het dat anders wat gebrek in u is. W a n t het geloof dat aangevangen is, maakt den onwaardige waardig".
Zoo schrijft hij in zijn commentaar. Doch laat ik ook een passage vertalen uit de preek die hij over de verzen 26—29 hield C.R. 49 Col. 803 sqq. Dixhuitième sermon 1 Cor. XI v. 26—29).
Na te hebben gehandeld over de blindheid van den mensch in zijn natuurstaat en zijn verwatenheid in het licht te hebben gesteld handelt hij over de eischen der zelfbeproeving. Vele menschen zijn als zwijnen, die hun snuit in den trog steken en daarna den gevulden buik door het slijk sleepen, zij hebben geen besef van het heilige.
,.'Velen hebben totaal geen geloof en weten van het Evangelie niets af, anderen zijn losbandig in hun leven en volkomen verachters van God. Hoe moeten wij ons nu beproeven? In tweeërlei opzicht. In de eerste plaats, dat wij kennen de vervloeking die ligt op al de kinderen Adams, zoodat wij allen omvangen zijn door den toorn Gods, zoodat wij van nature geenerlei hope der zaligheid hebben, maar verworpen door God moeten wij in de eeuwige verdoemenis worden gestort. Dat moeten wij weten, zeg ik, maar óók dat er geen ander middel is om met God te worden verzoend, dan alleen door ons vertrouwen te stellen op den dood en het lijden van onzen Heere Jezus Christus. Dit moet onze rust alléén en geheel onze gerechtigheid zijn dat wij weten, dat Jezus Christus ons aanneemt voor leden Zijns lichaams en dat Hij zich zoodanig met ons verbindt door den Heiligen Geest, dat onze zielen zijn besproeid met zijn bloed zoodat wij niet in ons hebben dan volkomen zuiverheid en alle onze zonden en onreinheden zijn uitgedelgd..."
Daarna handelt hij over de reinheid van 't leven na te hebben gesproken over de levende kennis des geloofs. Ook op het leven legt hij vollen nadruk. Genoeg om te doen zien dat het zelfonderzoek moet raken de vraag of wij macht hebben ontvangen een kind Gods genaamd te worden door het waarachtige geloof in Christus.
In vers 29 herhaalt de apostel nog eens hoe het oordeel den onwaardigen gast zal treffen. Wie onwaardig eet en drinkt die eet en drinkt zichzelven een oordeel niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
Dit laatste is een beeldsprakige uitdrukking. Het wil zeggen: zóó eten dat men door dat eten en drinken een oordeel over zich haalt. Men onderscheidt niet het lichaam des Heeren dat toch in het sacrament wordt beteekend, maar eet het brood en drinkt den wijn als ware het eetwaar zonder meer. „Het is alsof hij zeide, dat degenen die misbruik maken van dit sacrament in vergif verkeeren hetgeen hun tot voeding des levens is gegeven en dat zij niet slechts de genade Gods opheffen, maar haar tot het tegendeel trekken zoodat zij er dubbel om vervloekt zijn voor God". (Aldus Calvijn in diezelfde preek Col. 812).
Laat ik ook nog een enkel woord opmerken over vers 30: Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken en velen slapen.
De Heere strafte de zonden — want nu komt Paulus weer tot de gemeente van Corinthe — der Corinthiërs om hun Avondmaalsmisbruik en ontheiliging met ziekten. En velen slapen dat wil zeggen: sterven. Er was een groote sterfte in de gemeente dier dagen. Paulus wijst daarin het oordeel Gods aan. Het is een roepstem tot bekeering voor de gemeente. Dit slapen geestelijk te verstaan als toestand van verdorring enz. is met de Schrift niet te bewijzen en omdat het verbonden is met zwakte en ziekte zullen wij wel hebben te denken aan het sterven.
Nog eenmaal moge Calvijn spreken over de beteekenis van dit vers. ,.Hij zegt, dat velen ziek liggen, dat velen met langdurige zwakheden bevangen zijn, en dat er velen gestorven zijn wegens het misbruik van het Avondmaal, omdat zij God vertoornd hadden. Waarmede hij te kennen geeft, dat wij door ziekten en andere geeselroeden Gods vermaand worden, om over onze zonden te denken, want God straft ons niet noodeloos dewijl Hij geen behagen heeft in ons verdriet...
Dan geeselt Calvijn de Roomsche kerk, die het sacrament verminkt en leert de wezenlijke omzetting van brood en wijn in het lichaam en bloed des Heeren. Maar hij laat niet na ook het volgende op te merken over eigen erf: Bij ons nu. die de bediening van hetzelve teruggekregen hebben, hoe weinig eerbied, hoeveel geveinsdheid, wat schandelijke vermenging is er als eerlooze en openbaar goddelooze menschen (en dat was men naar reformatorische opvatting heel wat spoediger dan heden wordt geoordeeld alom), zonder onderscheid zich daarin steken, die geen eerlijk en beschaafd mensch aan zijn tafel zou willen ontvangen! En verwonderen wij ons nog, waaruit zooveel oorlogen, zooveel pestilentiën, zooveel verwoestingen en ellende komen? Is de oorzaak niet openbaar? En voorwaar men moet nooit een einde van dit kwaad verwachten, eer wij onze fouten verbeteren en de oorzaak wegnemen".
Het is ons zeker noodig ook in onze dagen te beseffen, dat het oordeel begint van het Huis Gods. Onze nationale zonden schreien ten hemel maar zeker niet minder onze kerkelijke, onze verbondszonden. Daarom zal ons oog ook open moeten zijn voor de Avondmaalszonden in het niet-gebruiken en het misbruiken beide.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 april 1939

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Zich een oordeel eten en drinken

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 april 1939

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken