Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VERVULD MET DEN GEEST

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VERVULD MET DEN GEEST

16 minuten leestijd

Bij een tweetal gedachten willen wij heden stilstaan mi wij weer gedachtenis mogen vieren van het heilsfeit, Pinksteren. De uitstorting des Heiligen Geestes.

De omstandigheden van Pinksteren en het feit van Pinksteren vragen onze bijzondere aandacht.

Het was vijftig dagen na Paschen, na de opstanding des Heeren en tien dagen na de Hemelvaart van onzen Koning.

Zooals de lezers weten, was het Joodsche Pinksterfeest aangebroken voor de Joden, dat telken jare werd gevierd vijftig dagen na Paschen. Dit Feest werd ook wel genoemd het Feest der weken, of ook wel Feest der eerstelingen of Oogstfeest.

Het is duidelijk waarom van feest der weken sprake is. Vanaf het bewegen van de garf der eerstelingen van den gerstenoogst, op den tweeden dag van het Paaschfeest, moest men zeven volle weken tellen (Lev. 23 : 15, 16) en dan had men Pinksterfeest. Die garf der eerstelingen nu heet in het Hebreeuwsch Omer. Het tellen wordt dan ook genoemd het Omertellen en de weken tusschen Paschen en Pinksterfeest heeten de Omer-weken.

Dit Omer-tellen heeft de eeuwen door stand gehouden. Dat tellen neemt een eigen plaats in in het godsdienstige leven der Joden, gedurende de vijftig dagen tusschen Paschen en Pinksteren.

Om te tellen staat men vroeg op.

Vooraf gaat een zegenspreuk, waarin men den Heere dankt, dat Hij Israël door Zijne geboden geheiligd en het Omertellen geboden heeft. Daarop zegt men: Heden is het de eerste dag in Omer, óf heden is het de tweede dag in Omer, enz.

Van den zevenden dag af telt men ook de weken, b.v.: Heden is het de 25ste dag, dat zijn drie weken en vier dagen in Omer. Zoo werd de Jood voorbereid op Pinksteren, terwijl Paschen nawerkte in zijn rijke beteekenis.

Wij zijn geen Joden, tellen de vijftig dagen niet naar een zeker gebedsschema. Maar het is toch wel ontstellend, dat het meermalen voorkomt, dat men niet weet, wat op Pinksteren door de Kerk des Heeren wordt herdacht, wanneer die vraag onverwacht wordt gesteld. Het zou toch ook wel te wenschen zijn, dat ook Gods kinderen wat meer meditatief leven kenden, overpeinzing van Gods groote daden des heils. Van Paschen naar Pinksteren tellen door den Geest. Eiken dag herinnerd aan het feit van de opstanding uit de dooden en daarbij geleid door den Geest van Pinksteren. Mijne overdenking van Hem zal zoet zijn, ik zal mij in den Heere verblijden. En maant de apostel niet: houdt in gedachtenis Jezus Christus, uit de dooden opgestaan! Zoo telde het oude bondsvolk van Paschen tot Pinksteren, van den uittocht tot de wetgeving, tot den oogst.

Pinksteren was een algemeen gevierd vroolijk feest.

Voorgeschreven vreugde en vroolijkheid, het klinkt zoo vreemd in onze ooren en toch, heeft het ons veel te zeggen.

, , Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen. Daarna zult gij den Heere, uwen God, het feest der weken houden; ...En gij zult vroolijk zijn voor het aangezicht des Heeren, uws Gods, gij en uw zoon, en uwe dochter en uw dienstknecht, en uwe dienstmaagd en de Leviet, die in uwe poorten is, en de vreemdeling en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn, in de plaats, die de Heere uw God, zal verkiezen om Zijnen Naam aldaar te doen wonen." (Deut. 16:9 v.v.)

Twee tienden meelbloem werden den Heere als beweegbrooden gebracht. Zoo was voor Israël het Pinksterfeest het feest van den voltooiden oogst.

Velen kwamen van heinde en ver om dit feest in Jeruzalem te vieren. Ook in "het jaar, toen de Heere Jezus was ten hemel gevaren brak voor de Joden het Pinksterfeest weer aan. Als steeds waren groote menigten volks in en rondom de heilige stad aanwezig.

Joden en Jodengenooten, Parters en Elamieten, enz. waren vertegenwoordigd. En den 49sten dag zeiden zij tot elkander: morgen, morgen is het Pinksteren, de vijftigste dag, oogstfeest, dan zijn wij blijde en prijzen onzen God.

Maar ze vermoeden niet, dat hun Pinksterfeest juist dien dag afgedaan zal hebben, en het feest van den voltooiden oogst zal opgenomen worden in de bedeeling van de genade Gods aan de Kerk des Heeren, die heden wereld-Kerk zal worden. De middelmuur tusschen Joden en heidenen wordt doorbroken.

Dezen dag zullen profetieën worden vervuld, eeuwen geleden gesproken. En de discipelen des Heeren wachten met vurig verlangen naar de vervulling van de belofte: Blijft gij te Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.

Zij waren volhardende in het bidden en smeeken om den Geest, die hun toch reeds in zoo rijke mate was toebedeeld in zijn gaven, Zij kunnen nauwelijks vermoeden waarin dan toch de zending des Geestes, als de Trooster, die bij hen blijven zal, moet bestaan. Dit zal éen blijde verra^Trïg zijn voor hun zielen.

Dit is dan het eerste Pinksterfeest na de Hemelvaart des Heeren voor Israël. Pinksteren komt ria Hemelvaart als Christus is verheerlijkt.

Daarom kon Johannes schrijven: de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet was verheerlijkt. Alles heeft zijn bepaalde orde in het werk des heils. En die orde houdt de Heilige Geest ook in de toepassing aan zondaarsharten van het heil in Christus Jezus.

Laten wij onze schreden richten naar den tempel te Jeruzalem, want daar moeten wij heden zijn. Toen de dag van het Pinksterfeest aangebroken was, waren zij allen tezamen op dezelfde plaats bijeen, zoo staat er.

De discipelen en discipelinnen des Heeren waren dien morgen samengekomen vol heilige vermoedens, getrokken door onzichtbare koorden.

Het zijn kinderen van Paschen en Hemelvaart, die uitzien naar Pinksteren.

Juist op het Joodsche Pinksterfeest was er een godsdienstige samenkomst. De oudste christeneft toch hadden toen nog geen eigen vorm van eeredienst. Zij sluiten zich nog aan bij de oude gebruiken, maar hebben nieuwe inhouden, hetgeen in Christus

was geschonken. We zullen wel aan enkele honderden personen moeten denken, die hier vergaderd waren.

Ze waren allen eendrachtelijk bijeen. Dit zegt meer dan dat wij aller namen wisten. Ze waren een-hartig bijeen. Ja, dat is noodzakelijk om gemeenschappelijk feest te vieren in den Geest door den Geest, om den Vader en den Zoon te verheerlijken.

Ach, wat is dat een aanklacht, dit woord een-hartig, voor de gescheurde Kerk des Heeren, want ook met Pinksteren gaat ieder zijns weegs en bekommert zich niet of weinig om de verbreking Jozefs, en daarom ontbreekt ook het gemeenschappelijk getuigenis in de wereld, omdat het in de Kerk is verstomd.

Eenhartig in d enHeere Christus, verblijd over Zijn Hemelvaart. Zij waren toch wedergekeerd naar Jeruzalem, lovende en dankende God en waren volhardende in bidden en smeeken. Dat zijn menschen, bereid gemaakt om den Geest te ontvangen. Het waren rijke weeskinderen. De duivel kreeg geen kans om ze op allerlei knoopen te laten bijten en de zielen te verwarren; zij waren niet druk met hun eigen nietige ik-stukken, om zich te vermaken en te vermoeien met eigen spel.

Zij waren afgescheiden van de wereld, éénhartig biddend. Door den Geest verlangden zij naar de vervulling van de belofte: Ik zal den Vader bidden en Hij zal u een anderen Trooster zenden en die zal bij u blijven in der eeuwigheid.

Zij verwachtten een stroom van zegen, reeds zoo rijk beweldadigd. Wat zouden Jezaia en Joël toch precies bedoeld hebben? Zij zien uit, verlangen, verwachten!

De Geest bereidt hen voor en toe voor dit groote heilswonder, de uitstorting des Geestes!

Plotseling, dus toch nog onverwachts, hoewel verwacht, begint het als te waaien, een geluid uit den hemel, als van een geweldig gedreven wind.

Dit leert de wachtenden, dat er iets neerdaalt van God uit den hemel. Het gelijkt op een wind, die zich voortbeweegt, gedreven... Wind en geest worden in den grondtext met hetzelfde woord aangeduid. Deze wind vervulde het geheele huis waar zij zaten. Wat is dat, wat gebeurt er? Ze zijn vol spanning.

Het geheele huis zal wel de tempel zijn, want van verplaatsing naar den tempel is geen sprake en straks is een groote menigte van menschen daar tegenwoordig (vs. 5). Een teeken alzoo van de komst des Geestes zelve.

Een tweede wonderteeken volgt. Een teeken voor het oog, na den wind komt vuur. Zich verdeelende tongen als van vuur. Ze zagen dus vuurtongen. De tongen bewogen zich heen en weer en verdeelden zich over de aanwezigen. Het zat op ieder afzonderlijk van hen.

Het was geen wind en het was geen vuur, maar als wind, als vuur. De Heere openbaarde zich van oude tijden in wind en vuur, om Zijn tegenwoordigheid aan te duiden en de beteekenis van die tegenwoordigheid op te klaren.

De Geest komt als de wind, die het Woord overal heenvoert en breekt wat tegenstaat, een geweldig-gedreven-wind. - —

Komt als vuur, dat uitbrandt, verlicht en verwarmt. Als Israëlieten wisten zij van die teekenen en de beteekenis ervan. Het wekte in hunne zielen de gedachten aan den Geest des Heeren en onderwees hen wat er geschiedde. De wereldomvattende zin van Pinksteren werd in die teekenen aangeduid.

O God, antwoord ook heden door wind en door vuur, opdat Uw Koninkrijk kome. Alleen dan komt er leven en beweging in de Kerk en is zij een macht in de wereld, die met het Evangelie uitgaat en overwint.

Kom, Schepper Heilige Geest!

Slechts met een enkel woord spreken wij over die teekenen, vroeger schreven wij er uitvoerig over in onze Pinksteroverdenking.

Laten wij nu overgaan tot de overdenking van het heilsfeit van Pinksteren, de eigenlijke uitstorting des Geestes.

Het heilsfeit van Pinksteren.

En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.

Eerst werd gesproken van de teekenen, die het Pinksterwonder begeleiden en toelichten, thans verhaalt Lucas sober de eigenlijke uitstorting van den Geest.

Een wonder gebeuren, voorwaar, niet te doorgronden. Een even diepe verborgenheid als de vleeschwording des Woords.

En toch zoo vol van rijke vertroosting voor de gemeente des Heeren. Deze uitstorting des Geestes is een der heilsfeiten.

Een gebeuren, dat zich niet herhaalt, al wordt de toepassing voortgezet in de bediening van den Geest, zooals Hij met Pinksteren kwam wonen in de Kerk als Zijn Huis. Dat inderdaad in dit versdeel de hoofdzaak en het eigenlijke van Pinksteren wordt verhaald, blijkt uit de rede van Petrus en zijn aanhaling uit Joël, dat deze Schrift heden werd vervuld. Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.

God de Heilige Geest neemt bezit, ten volle, van de geloovigen, zoodat Hij hen vervult en... de Geest blijft wonen in het lichaam der Kerk.

De door den Heere Christus gegeven belofte gaat in vervulling. Niet alleen de apostelen, maar de geheele. daar verzamelde gemeente, ontvangt den Heiligen Geest. Ge moet hier letten op twee bijzonderheden . Zij worden vervuld met den Geest en zij worden allen vervuld.

In het Oude Testament lezen wij wel van de toezegging van die uitstorting des Geestes, maar die uitstorting was er nog niet. En ik zal Mijnen Geest geven in het binnenste van u, en Ik zal maken, dat gij in Mijne inzettingen zult wandelen, en Mijne rechten bewaren en doen.

Dit was een belofte, die Gods kinderen heilbegeerig moest maken naar dien dag, waarop de Heere Zijne rijke belofte zou vervullen. En deze belofte hing samen met de komst van den Messias.

En nu moet dit ons niet ontgaan, dat zoowel die aankondiging als de vertroosting door en het uitzien naar de belofte in de vervulling het werk was van den Heiligen Geest. Maar de Geest ging niet verder in de openbaring des heils en de toepassing dan met de ontsluiting des verbonds overeenkwam.

Wij staan hier voor de Goddelijke huishouding van het verbond der genade. In die huishouding is ontsluiting, ontplooïng. Zoo heeft het Gode goedgedacht. De profeten hadden een bijzondere bediening van den Geest, die niet alle geloovigen te beurt viel. Alleen de profeten stonden in Gods raad.

En toch deelden de profeten als geloovigen in de bedeeling des verbonds, zoodat ook zij van verre zagen de beloften, die zij zelf moesten en mochten aankondigen, omhelsden. Zij hebben, zegt de apostel, de beloften echter niet verkregen. Zij zagen reikhalzend uit naar den dag van de komst van den Messias, profeteerden van Zijn hemelvaart en zitting ter rechterhand Gods, en van den Geest, die zou worden uitgestort op alle vleesch.

Mozes bad eenmaal, och, of al het volk des Heeren profeten waren, dat Hij Zijnen Geest gave, toen Eldad en Medad profeteerden in het leger en Jozua wilde dat hun het zwijgen zou worden opgelegd.

Maar, al waren nu alle geloovigen profeten geweest, dan nog was het geen Pinksteren, evenmin voor hen als voor de profeten.

De diepten van het Vader-harte Gods werden wel aangeduid, maar zij waren nog niet ontsloten.

Met Pinksteren worden de diepten des heils in Christus geopenbaard, ontsloten en toegepast. Dit blijkt toch wel zeer duidelijk op den Pinksterdag zelf. Welk een diep-ingrijpende verlichting en genieting des heils was den discipelen beschoren.

Met welk een klaarheid verstaan zij nu wat hun tevoren slechts in schemerlicht bekend was. De apostel schrijft, dat de ouden den Geest kenden in eene bediening, als Geest der dienstbaarheid, omdat zij niet doorbraken tot het volle licht des Evangelie's en vreeze des doods op hen lag, die slechts bij oogenblikken in het geloof werd doorbroken.

De Pinkstergeest, dat wil zeggen, de Geest zooals Hij met Pinksteren wordt uitgestort is de Geest der aanneming, door welken wij roepen Abba, Vader.

Wil dat nu zeggen, dat de Geest niet meer als Geest des oordeels en der uitbranding werkzaam is, dat Hij nu niet troost de kleinmoedigen? Wil het zeggen, dat wij niet deelen in de bediening van den Geest zoolang het geen Pinksteren voor ons is? Volstrekt niet. Alleen maar, die werkingen des Geestes leiden tot Pinksteren, bereiden erop voor, maar zijn niet Pinksteren.

Zoolang wij niet als verloren zondaar door het geloof Christus als onzen Zaligmaker kennen, verzoend worden met God door den dood des Zoons, en de kracht van Zijn bloed, is er voor den Pinkster-Geest geen plaats in ons hart.

Immers de Christus is opgestaan en ten

hemel gevaren en zoolang wij niet toe zijn aan de toepassing van deze heilsfeiten, door den Geest, in het geloof kan de Heilige Geest zich, naar de orde van de huishouding des verbonds, niet wegschenken en zich als inwonende-vervulldende-Geest openbaren en beide den Vader en den Zoon verheerlijken in onze harten.

Laat toch deze feiten staan en verwring ze niet tot schade uwer ziel. Het roepen van Abba-Vader volgt op de verzoening in de schenking van den Geest der aanneming tot zonen en dochteren.

Ook hierop moet worden gelet, dat uit den aard der zaak, óók degenen die, laat ik mogen zeggen, op weg zijn , naar Pinksteren toch reeds deelen in een diéper ontsloten heil in de vruchten.

Maar daarom ook zal met Pinksteren niet alleen het verachteren in de genade in scherpe belichting als God-onteerend aangewezen worden, doch ook het niet opwassen in de kennis en de genade van onzen Heere Jezus Christus.

En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.

In Johannes 20 lezen wij: Gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik u-lieden. En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zeide tot hen: ontvangt den Heiligen Geest. Dit was echter nog geen Pinksteren, maar ambtelijke toerusting.

Wat zullen wij nog meer zeggen van dit wondere geschieden.

Met Bethlehem wordt Christus in de kribbe gelegd. Met Pinksteren komt Hij door den Geest inwonen in de harten.

Ik leef, doch niet meer ik, Christus leeft in mij, zegt Paulus.

Pinksteren is het vierde stadium van den tempelstroom dien Ezechiël zag.

En het waren wateren, diepe wateren, waar men niet door gaan kon, maar waarin men zwemmen moest. Geen grond onder de, voeten, met het aangezicht gekeerd naar den dorpel van het Heiligdom, waar de stroom ontsprong bij het altaar der verzoening. Denk nog eens aan Petrus. Een paar maanden geleden maakte hij onkundige opmerkingen over den gang naar Jeruzalem en wilde zijn zaligheid als vernietigen. En nu spreekt hij met de grootste klaarheid over het lijden en sterven en opstaan des Heeren. Nu dringt ten diepste tot hem door wat hij beleed van den Christus: Gij zijt de Zoon des levenden Gods.

Hemelsche klaarheid gaat op in zijn hart, diepe vrede vervult zijn gemoed, heldere blijdschap doorstroomt zijn ziel.

Ook al blijft de bediening des Geestes onderscheiden, toch is Hij voor allen nu de Geest der aanneming. Zóó openbaart Hij Zich, zóó woont Hij in.

De uitstorting des Geestes geschiedt bij een toegerust volk, dat Paschen en Hemelvaart had meegemaakt en nu met smachtend verlangen uitzag naar de vervulling met den toegezegden Geest.

En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.

De dag & as vervuld, het huis werd vervuld, en de harten worden vervuld.

Pinksteren is verdieping, geen nivelleering of gelijkschakeling der kinderen Gods. De Geest stelt zich in intiemer betrekking tot de Kerk en den enkele geloovige. Maakte de gemeenschap met den Vader en den Zoon inniger en dieper, en wordt nu zelf gekend als de Geest der aanneming, die bij hen blijft en in hen woont.

Als de Geest, die ons in alle waarheid leidt.

Wij mogen dus door den Geest weten den Geest te hebben. Met dien Geest zijn Gods kinderen verzegeld. Hij is het onderpand hunner verlossing.

Wonderbaarlijk feit, vervuld met den Heiligen Geest.

In Genesis lezen wij: en de aarde was vervuld met wrevel. Het hart des menschen is ten allen dage alleenlijk boos. Vol van de aarde, leeg van den hemel en goddelijke zaken. En nu vervuld Kiet den Geest. Dat zegt óók ledig van onszelven. ledig van de aarde. Daarom blijft die Geest ons ontledigen en alleen als wij niets zijn en smachten naar den God onzes levens beleven wij dat vervuld worden en zijn. Bij dat ledig zijn in onszelven leert de Geest ons opzien tot de volheid van Christus, telkens weer, en zoo vervult Hij onze harten tot zaligheid.

Vol van God! De Kerk is het lichaam van Christus, die Hij kocht met Zijn bloed. De nieuwe bedeeling is ingetreden met dezen dag van Pinksteren en kan niet meer teniet worden gedaan.

De Geest vervulde allen, die daar vergaderd waren. Nu zijn zij allen profeten, van den Heere geleerd. Gij hebt de zalving van den Heilige.

Vol van God, en zoo vol van vrede en zaligheid, gelegd aan den vaderlijken boezem Gods, vervuld met Christus.

De Geest werkt in het lichaam der Kerk en in gemeenschap met die Kerk, waarvan Jezus Christus het Hoofd is, vieren wij Pinksteren.

Zonder dien Geest geen gemeenschap met den Vader en den Zoon.

Als de Geest, ons hart vervult, zijn wij verwonderd en vol aanbidding voor den drieëenigen God. Pinksteren is het sluitstuk van de bedeeling des heils in de Kerk. Zullen wij Pinksteren vieren? Kunnen wij Pinksteren vieren?

Ach, ook met de Pinksterdagen wordt gewoonlijk niet het Pinkster-Evangelie gebracht, maar gesproken van Zijn werk in ontdekking en toeleiding tot Christus. Maar hoe noodzakelijk deze bediening ook is, het is toch geen Pinksteren, geen ingaan in het volle heil, geen roepen: Abba Vader.

Laat dan het Evangelie niet worden verduisterd, maar de smart over het bedroeven van den Geest óók hierin, ons dringen om den vollen raad Gods te verkondigen, op dit blijde feest van den voltooiden oogst.

Daarom is het verstaan van Pinksteren zoo zwaar, omdat dit feest zoo weinig wordt gekend. En toch mogen wij niet blijven steken in klacht hierover, maar voortvaren tot de verkondiging van het volle Evangelie, waarin God drieëenig wordt verheerlijkt en de zondaar verzadigd met Gods heil, tot overvloeiens toe. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 mei 1947

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

VERVULD MET DEN GEEST

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 mei 1947

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken