Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De belijdenisgeschriften onzer Kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De belijdenisgeschriften onzer Kerk

7 minuten leestijd

DE DORDTSE LEERREGELS

(13)

Handhaving der belijdenis

In de Contra-remonstrantie, die door Festus Hommius, predikant te Leiden, zoals we in ons vorig artikel over dit onderwerp hebben meegedeeld, op de Haagse Conferentie van 1611 werd voorgelezen, dringen de gereformeerden aan op handhaving der belijdenis Dit stuk is wel bijzonder actueel. De remonstranten van • toen verkondigden leringen, die niet in overeenstemming waren met die belijdenis.

En onze vaderen zagen duidelijk in, dat dit de kiem was van het bederf der kerk. En tegen die kiem moest de strijd gevoerd worden. Wanneer immers deze kiem zou uitgroeien dan zou dit de ondergang van de kerk betekenen.

Hoe goed hebben onze vaderen het gezien. Toen men immers de leervrijheid toeliet is ook het bederf der kerk zo groot geworden, dat we thans in een kerkelijke chaos gekomen zijn. Tengevolge van die leervrijheid zijn er de verschillende afscheidingen gekomen. Tengevolge van die leervrijheid is ook de Hervormde Kerk zelve in een richtingstrijd verwikkeld geworden, die grote schade heeft aange-\ bracht aan het kerkelijk leven en die de *nood der kerk schier tot het toppunt heeft doen stijgen. En nog is het einde er niet.

De remonstranten hadden zich beklaagd, dat er zulke valse beschuldigingen aangaande hen de ronde deden Ze zouden niet meer het Woord en de belijdenis der kerk prediken. Dat waren volgens hen verschrikkelijke beschuldigingen, die naar 't land der fabelen verwezen moesten worden. Zij waren net zo goed gereformeerd als Gomarus en Hommius en dergelijke. Ja zij waren eigenlijk veel gereformeerder. Want deze Gomarus en Hommius behoorden tot een partij, die het evangelie niet zuiver verkondigden, die een verkiezingsleer er op nahielden waarbij men rustig en lijdelijk af kon wachten of God zich eens zou ontfermen.

Wanneer we dit beluisteren dan is het alsof we mensen van tegenwoordig horen spreken tegen de gereformeerden van onze tijd. We hebben daar reeds eerder op gewezen. Merkwaardige overeenkomst tussen de remonstranten van toen en de remonstranten van nu. Hoe goed is het daarom die oude strijd om de gereformeerde belijdenis te bestuderen. We kunnen er zoveel uit leren voor onze tijd.

In de Contra-remonstrantie namen onze vaderen stelling tegen de remonstranten en ze toonden duidelijk aan, dat er geen valse beschuldigingen tegen de remonstranten werden ingebracht: het waren feiten, die men vast kon stellen uit de houding en de leer en de geschriften van de remonstranten.

Een krachtige verdediging

In de Contra-remonstrantie geven de gereformeerde belijders een krachtige verdediging van de gereformeerde leer. Dat de remonstranten menen tot het gerucht, dat ze naar een verandering der leer staan, geen aanleiding gegeven hebben, is een abuis van die remonstranten. Waaruit anders zijn de onrusten in de kerk gerezen, zo vraagt Hommius in dit geschrift, waaruit anders dan uit het feit dat er enkele predikanten zijn, die een leer verkondiger tegen het algemeen gevoelen der kerk in terwijl ze menigmaal voor hun standpunl niet ronduit willen uitkomen en nog veel minder aan het oordeel der kerk zich willen onderwerpen.

Ze hebben zich niet alleen verdachl gemaakt om het feit dat ze herziening var de belijdenisgeschriften der kerk zoeker door te drijven, maar vooral omdat ze beweerden iets nieuws te hebben en bedenkingen te koesteren tegen de leer der kerk terwijl ze nog altijd weigeren hun stand punt ten aanzien van verschillende punten der leer op een kerkelijke vergadering

nader te verklaren. Ze willen echter wel ontslagen worden van de ondertekening van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus, die door de kerk als belijdenisgeschriften zijn aangenomen. Afgewezen wordt dan verder de beschuldiging als zou de kerk de belijdenisgeschriften op één lijn stellen met het Woord van God. Ook in onze tijd wordt dit aan de gereformeerde belijders telkens weer verweten. Hoe menigmaal hebben we dit al niet moeten tegenspreken, maar toch duiken die beschuldigingen telkens weer in gesprekken, op vergaderingen en in de pers op. Het is daarom goed om nog eens na te gaan wat Festius Hommius uit deze Contra-remonstrantie voorleest aan de vergadering: Ook wij verklaren dat de belijdenisgeschriften in autoriteit en waardigheid niet vergeleken mogen worden bij de Heilige Schrift. Die het anders voorstelt doet ons onrecht aan. Doch aangezien allerlei secten Gods Woord misbruiken tot dekmantel voor hun meningen, zo is het hoognodig, dat Gods Kerk, opdat de vrede en de enigheid bewaard blijven, over de rechte betekenis van Gods Woord enige algemene formulieren van enigheid bezitten, waaraan alle dienaren der Kerk door hun ondertekening zijn verbonden. Zorgelijk is het zo'n algemene belijdenis der Kerk in twijfel te trekken en daarover te disputeren. Dat brengt schade aan de Kerk en dat leidt tot verdrukking der waarheid. Die vrucht speurt men ook in deze landen, waar men zonder noodzaak om herziening van de belijdenisgeschriften verzocht heeft, waardoor de gereformeerde leer verdacht is gemaakt.

Indien er in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en in de Catechismus iets is, zo verklaart Hommius uit de Contra-remonstrantie, dat den Woorde Gods tegenspreekt of met dat Woord niet genoeg overeenkomt, dan zou niemand der gereformeerden zo onverstandig zijn om te weigeren, dat dit niet vergeleken zou worden met het Woord van God. Maar dan moet dit ook eerst worden aangetoond. En dat juist was tot nu toe niet geschied. De belijdenis een geloofsstuk

De remonstranten verloren uit het oog, dat de belijdenis een geloofsstuk was. Men mocht toch tegen de Geloofsbelijdenis en de Catechismus, die met de kerk in Nederland geboren waren, geen onverschillige houding aannemen. Deze geschriften waren immers niet alleen met de pen ondertekend, maar ook met het bloed der martelaren. Deze belijdenisgeschriften waren immers samengegroeid met het leven van Gods gemeente. En men kan deze geloofsstukken toch zo maar niet opzij zetten omdat er nu eenmaal enkele predikanten waren, die zich met de inhoud ervan niet konden verenigen. Vandaar dat men er geregeld op aandrong, dat men uit de Heilige Schrift zou aantonen waarin dan deze belijdenisgeschriften afweken van Gods Woord. Vandaar ook, dat de gereformeerden, zolang dit niet overduidelijk gebleken was de Confessie en de Catechismus in ere wensten te houden.

De gereformeerden wisten niet precies wat die remonstranten nu eigenlijk leerden. Wel was er het een en ander van hun leer uitgelekt door gesprekken, die gevoerd werden en door de preken, die de remonstrantse dominee's hielden. Maar over 't algemeen was men ook daarin erg voorzichtig. Daarom drongen ze er op aan om nu eens openlijk en klaar hun bezwaren tegen deze geschriften uit te spreken, opdat ook een kerkelijke vergadering, die ze als grondslag en accoord van kerkelijke samenleving aanvaard had, erover kon oordelen.

Het was in die tijd ook al net als nu. Tegenwoordig spreekt men immers ook van de belijdenisgeschriften als van stukken die verouderd zijn, die misschien wel voor de tijd van de reformatie een zekere waarde hadden, maar die nu toch allang vernieuwd hadden moeten worden. Men wil eigenlijk van een statische (dat is: vaststaande) belijdenis niets weten, men kiest voor het dynamische (dat is: beweeglijke) belijden. Men wil net als de remonstranten een nieuwe belijdenis en die belijdenis wil men aanpassen aan de behoeften van de moderne mens. Wanneer we echter gaan aanpassen dan gaat dat ten koste van de waarheid. De mensen zijn in de loop der eeuwen niets veranderd wat betreft hun zonde en ongerechtigheid, hun verlorenheid en ellende. De mensen van 1950 hebben dezelfde genade nodig als de mensen van 1611. We moeten door dezelfde Geest geleid worden en door dezelfde Christus gezaligd worden en door dezelfde God en Vader als kinderen aangenomen worden. Daarom willen wij vasthouden aan de leer der vaderen, die overeenstemt met den Woorde Gods.Wij hebben geen nieuwe leer nodig, aangezien de weg van de drie stukken, zoals onze Catechismus die naar voren brengt, de enige en goede weg der zaligheid is, zoals de Heilige Schrift aan ons leert.

Wij hebben ook telkens gevraagd aan degenen, die de belijdenisgeschriften niet meer als accoord van kerkelijke samenleving willen aanvaarden, waarin die belijdenisgeschriften dan afwijken van het Woord Gods. We hebben er echter nimmer antwoord op gekregen. We moeten dezelfde klacht uiten als Hommius ter Haagse Conferentie ten aanzien van de remonstranten moest doen. Maar ondertussen gaat men wel zijn eigen weg, zoals ook de remonstranten hun eigen weg gingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 december 1950

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De belijdenisgeschriften onzer Kerk

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 december 1950

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken