Bekijk het origineel

Het geluid van de Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het geluid van de Geest

12 minuten leestijd

2.

Ontwaak, noordenwind, en kom. gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. Hooglied 4 : 16a.

Ontwaak, noordenwind! en kom, gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien."

Uit deze bede spreekt kleinheid, ootmoed, een besef van diepe afhankelijkheid. Gelukkig degene, die in deze gestalte mag verkeren voor God en voor de mensen, die het beseft: aan Gods genade, aan Zijn zegen, is alles gelegen.

Maar in deze bede ligt ook de erkenning van de veelvuldige rijkdom van het werk des Geestes. Die Geest kan niét alleen vergeleken worden met de wind in het algemeen, zodat men met het oog daarop bidden mag om het geluid des Geestes, maar meer in het bijzonder kan Hij Zich openbaren nu eens als de noordenwind, en dan weer als de zuidenwind. Het werk des Geestes is vol van afwisseling. Het is rijk gevarieerd. Hier kan met recht gesproken worden van pluriformiteit.

Maar, is hier nu geen tegenstrijdigheid? Kan dezelfde Geest worden vergeleken met de koude, scherpe noordenwind, en met de zoele, zachte zuidenwind? Het schijnt tegenstrijdig. En toch is er een werkelijke, diepere eenheid. Van dezelfde Geest mag worden begeerd: „Ontwaak, noordenwind!", maar ook: „kom, gij zuidenwind!" — Ja, de Heilige Geest komt somtijds door elkaar werpend en neerwerpend, en dan weer oprichtend en verkwikkend.

De bede: „ontwaak, noordenwind", de ede dus, dat de Heilige Geest zal komen ls zulk een koude, scherpe noordenwind, s een moeilijke bede. Haar te bidden met aarheid in het binnenste, dat moet geeerd worden. Die koude, scherpe wind egeren wij van en uit onszelf niet. Wij uiveren reeds bij de gedachte er aan. ij willen ook in het geestelijke liever et zachte, het koesterende, het liefelijke, et vertroostende.

En toch! ook de noordenwind is zo goed, en zo nodig.

Dat is zo in het rijk der natuur, in het bijzonder in het warme Oosten. De noordenwind verfrist. Hij zuivert de dampkring. Met zijn sterke, koude adem verdrijft hij allerlei schadelijke insecten.

Ook op het terrein der genade is de noordenwind des Geestes zo goed en zo nodig. „Ontwaak, noordenwind!" — zo bidt de ontdekte, de oprechtgemaakte ziel, die ziet, dat er bij haar zo veel schadelijks wordt gevonden, dat het jonge groen, dat de bloesem van het werk des Heeren in haar hof zo bedreigd wordt door allerlei gedierte, dat dringend nodig is een krachtige reiniging van de hof des harten en ook van de hof der Kerk.

De noordenwind van de Heilige Geest, dat is de Geest der ontdekking. Dat is de Geest, Die overtuigt van zonde, van gerechtigheid, en van oordeel. Zonder die noordenwind kan het van binnen nooit gezond, sterk werk worden. Zonder die noordenwind, dan blijven het in de zielehof, in de hof van Christus' Kerk, van die kasplantjes, die nergens tegen kunnen.

„Ontwaak, noordenwind!" — zo moet de bede zijn. Als die ontwaakte noordenwind uw hof doorwaait, dan komt er verootmoediging. En in die weg raakt gij hovenier af. Gij komt wijsheid te kort. Zo komt onder de werking van de ontwaakte noordenwind de begeerte op naar de grote Hovenier, Jezus Christus. Diens zorg wordt u zo nodig voor de hof uwer ziel, voor de hof van de Kerk.

Ja, onder de ontdekkende werking des Heiligen Geestes, bij het ontwaken van die noordenwind, om uw hof te doorwaaien, wordt de Heere Jezus u hoe langer hoe meer onmisbaar en dierbaar. Zijn wijsheid, Zijn liefde, Zijn zorg is nodig voor de tere plantjes van geloof, van hoop, en van liefde.

Moet gij het zelf niet telkens weer erkennen, o, kind des Heeren, dat gij niet altijd vertroeteld en gekoesterd kunt worden? , dat het nodig is ontdekt, ontledigd, afgebroken te worden? Dan is u zo noodzakelijk, zo gepast de bede: „Ontwaak, noordenwind!"

Somtijds komt die Geest dan ook, op het gebed, dat Hij Zelf u geleerd heeft, als zulk een krachtige, scherpe, koude noordenwind. Dan moet er veel aan, dat u zo lief was. Dorre stengels worden afgebroken. Weelderige loten worden afgerukt. Schadelijk gedierte van allerlei zonden, dat gij in het leven hadt willen houden, wordt door die sterke wind meegevoerd. Wat kan dit alles het u moeilijk maken, wat kan het u een pijn doen! Gij weet meermalen niet, wat er van uw zielehof terecht moet komen.

Maar, hoe moeilijk dit alles het u maakt, toch is het blijkbaar nodig en nuttig. De Heere zou het toch niet over u brengen, als het niet was tot uw bestwil. Hij weet, dat de harde middelen en de diepe wegen niet kunnen worden gemist. Het gaat alles naar Zijn wijsheid en zelfs ook naar Zijn liefde. Hij kastijdt immers, dien Hij liefheeft en Hij geselt een iegelijke zoon, die Hij aanneemt. Na dezen zult gij het verstaan en het met de Kerk van het Oude Verbond erkennen: „Ik dank U, Heere, dat Gij toornig op mij geweest zijt; maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij."

Als de noordenwind ontwaakt is, en uw hof doorwaait, dan wordt ook weer opgewekt, en versterkt de begeerte naar het hemelse Paradijs. En dat is toch altijd maar weer nodig. Gij zoudt hier op aarde zo gaarne een paradijs hebben, om u en in u. Gij zoekt een paradijs, waarin het altijd even aangenaam en liefelijk is. Gij ziet liefst niet, dat het alles door de sterke noordenwind zó door elkander wordt geworpen, dat de bloesems wegdwarrelen op de adem van de wind. Gij hoort niet gaarne, dat de dorre takken kraken. Als dit geschiedt, dan vraagt gij angstig: „wat zal er van mijn hof nog terecht komen, nog overblijven? Het was alles zo mooi. Maar nu? !"

Toch is nodig, dat de ontwaakte noordenwind uw hof doorwaait, om alzo weer op te wekken het verlangen naar het Paradijs, dat boven is, waar geen schadelijke invloeden zich meer zullen doen gelden, waar dan ook niet meer nodig zal zijn dat ontwaken van de noordenwind van ontdekking, van ternederwerping, en van reiniging; de noordenwind dus ook van hartesmart en zielepijn, waar het eeuwig zal zijn het suizen van een zachte

stilte, waarvan gij dan zult genieten zonder enige verstoring of onderbreking.

Ja. als de noordenwind uw hof zo doorwaait, dan kunt gij er wel eens verlangend naar uitzien, om uit de hof van de strijdende Kerk op aarde overgeplant te mogen worden in het Paradijs, dat in de hemel is, om een plaatsje te ontvangen, dat voor u is bereid door de hémelse Hovenier, Die u is voorgegaan, een plaatsje in het zalig Eden, waar het zal zijn een eeuwig groeien en bloeien en vrucht dragen, tot verheerlijking van de naam des Heeren.

Het blijft echter niet bij de bede: „Ontwaak, noordenwind!" Er is ook nog wat anders nodig voor de hof der ziel, en voor de hof der Kerk. De Bruidskerk heeft daar iets van geleerd. Daarom gaat zij verder, en vraagt: „en kom, gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien!'? ' O, wat is dat na het „Kom, gij noordenwind", een liefelijke, een verkwikkende gedachte en bede! De Heere werkt altijd naar twee kanten. Hij bedroeft, maar Hij vertroost ook. Hij breekt af, maar Hij bouwt ook op. Hij ontledigt, maar vervult tevens. Hij werpt ter neer, maar om daarna weer op te richten. Wij zijn èn in het natuurlijke, èn in het geestelijke meestal zo eenzijdig. Wij draven dan maar door in één richting. De Heere echter ziet geen enkele zijde over het hoofd. Hij schenkt aandacht aan het gehele probleem, en aan alle problemen. Hij komt met Zijn noordenwind, maar ook met Zijn zuidenwind.

Altijd de koele, scherpe, sterke noordenwind, dat zou zeker niet goed zijn. Ook de zoele, koesterende, vruchtbaarmakende zuidenwind is nodig. In natuur en genade kunnen wij niet buiten warmte. En nu kan het werk des Geestes zo liefelijk, zo zielverkwikkend zijn als de zuidenwind.

Als in de zielehof alles zo dooreengeworpen is, als de noordenwind daar zo heeft huisgehouden, dan is daar van binneen een vurig verlangen naar het tere, naar het liefelijke, naar het verkwikkende. In dat verlangen zucht gij, en worstelt uw ziel: „kom, gij zuidenwind!"

En, als die Zuidenwind komt om de hof te doorwaaien, dan wordt verkwikt en versterkt, wat is overgebleven, en dat aldus blijkt te zijn het werk van de hemelse Hovenier. Nu groeit, en nu bloeit het weer van binnen. Onder de invloed van de zuidenwind zwellen en rijpen de vruchten tot ere van Gods naam. Zo gaat in vervulling het woord van de Heiland: „Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt." Het zijn de vruchten, niet van uw eigen akker, maar van het oprechte geloof, en van de waarachtige bekering.

„Kom, gij zuidenwind!' — Dit gebed wordt verhoord, en de Geest komt als de Zuidenwind als Hij voor u uitstalt de schatten van Gods Woord. Dan is dat Woord voor u geen gesloten boek. Dan ligt het voor u open, geopend door die Geest, Die in alle waarheid leidt. Gij moogt in de diepte er van een blik werpen. Van de schatten, die er in verborgen liggen, moogt gij iets aanschouwen.

Gij'moogt er iets aan hebben voor uw hart en voor uw leven. Hoe kostelijk is dan de vertroosting der Schriften!

„Kom, gij zuidenwind!" Dit gebed wordt verhoord, en de Geest komt als de zuidenwind, ook als Hij de Christus voor uw zielsoog stelt, en alzo opnieuw in vervulling gaat de belofte: „Die zal Mij verheerlijken." Dat is een rijke verkwikking. Dat verwarmt u innerlijk bij de aanvang of bij de voortgang ingeleid te worden in wat er in de enige en volkomen Zaligmaker te vinden is voor een goddeloze, voor een dood-en doemschuldig zondaar. Zo leert gij Hem enigermate kennen als Degene, Die gekomen is om alle treurigen te troosten, om de treurigen Zions te beschikken, dat hun gegeven wordt sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest. Als de zuidenwind des Geestes uw hof doorwaait, wat is de Zaligmaker dan gepast en algenoegzaam en dierbaar!

„Kom, gij zuidenwind!" — Dit gebed wordt verhoord en de Geest komt als de zuidenwind, ook als Hij Zich openbaart als de andere Trooster in de liefelijkste vertroostingen en leidingen. Bovenal is dat zo, als gij Hem moogt ontvangen als de Geest der aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: „Abba, Vader!" Als een verloren zoon of dochter, schuldbelijdend weer teruggekeerd, door het geloof in Christus Jezus met een heilig en rechtvaardig God verzoend, rustend in de eeuwige liefdearmen aan het Vaderhart, zie, dat zijn vruchten des Geestes, vruchten van het komen van de zuidenwind om de zielehof te doorwaaien. En die vruchten zijn zoet, zijn sappig, zijn zielverkwikkend. Hebt gij wel eens iets geproefd en gesmaakt van déze zuidervruchten?

„Kom, gij zuidenwind!" •— Dit gebed wordt verhoord, als een zondaar, verbroken van hart en verslagen van geest, toetreedt tot de dis des verbonds, om daar bij brood en beker gedachtenis te vieren van het bitter lijden en sterven van de enige en volkomen Zaligmaker, en als hij daar dan mag delen in de vertroostingen van de Heilige Geest, mag worden ingeleid in wat het Avondmaalsformulier zo teer en zo troostrijk zegt — nadat het heeft aangehaald de woorden, waarmede de Heiland Zijn heilig Avondmaal heeft ingezet. Dan lezen wij in dat schone formulier deze verklaring van die instellingswoorden van Christus: „Dat is: zo dikwijls als gij dit brood eet, en van deze drinkbeker drinkt, zult gij daardoor als door een gewisse gedachtenis en pand, vermaand en verzekerd worden van deze Mijn hartelijke liefde en trouw jegens u, dat Ik voor u (daar gij anders de eeuwige dood hadt moeten sterven) Mijn lichaam aan het hout des kruises in de dood geve, en Mijn bloed vergiete, en uw hongerige en dorstige zielen met dit Mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven spijze en lave, zo zeker, als een iegelijk dit borod voor zijn ogen gebroken, en deze beker hem gegeven wordt, en gij dezelve tot Mijn gedachtenis met uw mond eet en drinkt." Zo aan het Avondmaal te mogen Verkeren, dat is

Avondmaal te vieren onder de invloeden van de zuidenwind, die is gekomen in de zielehof als het suizen van een zachte stilte.

„Kom, gij zuidenwind!" — Dit gebed wordt verhoord, als er van het volk des Heeren bij elkander zijn, tezamen sprekend, te zamen biddend, tezamen zingend, en als dan dit alles levendig mag worden, zodat de Geest in de raderen is. Ja, dan wordt er iets gezien, iets genoten van de gemeenschap der heiligen. Dat is een vrucht van het komen van de zuidenwind des Geestes. Onder het suizen van die zachte stilte is het:

Ai zie, hoe goed, hoe lieflijk is 't, dat zonen Van 't zelfde huis, als broeders, samen wonen. Daar 't liefdevuur niet wordt verdoofd; 't Is als de zalf op 's Hogepriesters hoofd, De zalf, waarmee hij is aan God gewijd. Die door haar reuk het hart verblijdt.

Waar liefde woont, gebiedt de Heer' de zegen, Daar woont Hijzelf, daar wordt Zijn heil En 't leven tot in eeuwigheid. [verkregen,

„Kom, gij zuidenwind!" — Dit gebed wordt wederom verhoord, als een van de kinderen des Heeren gestruikeld en gevallen is. O, dat is zo erg voor zulk een zelf, voor de wereld, die er zich in vermaakt, voor Gods volk, dat er om wordt gesmaad, en vooral omdat de naam des Heeren er om wordt gelasterd. Maar, als zulk een wordt ontdekt en beschaamd door de noordenwind des Geestes, die terneerwerpt en verbreekt, die leert kla-, gen en wenen, dan komt op Gods tijd ook de zuidenwind des Geestes, om op te richten en te vertroosten met het volbrachte werk van Christus Jezus, de volkomen Zaligmaker. Wat is er dan een verwondering over zulk een trouw voor een ontrouwe. Wat is er dan een wegzinken over zo vrije en rijke genade voor een doemschuldige!

Och, dat de Heere ons maar voor het eerst en telkens opnieuw werkzaam make, biddend en worstelend werkzaam, nu na de viering van het Pinksterfeest, met de bede om de veelvuldige werking van de Heilige Geest: „Ontwaak, noordenwind, en kom, gij zuidenwind! doorwaai mijn hof."

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 mei 1951

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Het geluid van de Geest

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 mei 1951

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken