Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PSALMEN IN DE NACHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PSALMEN IN DE NACHT

12 minuten leestijd

En omtrent de middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gode lofzangen, en de gevangenen hoorden naar hen.

Handelingen 16 : 25.

„Omtrent de middernacht" kan het zo moeilijk zijn. Dat is zo, als het middernacht is in de natuur. , , In het holst van de nacht", zoals een bekende spreekwijze het zegt. Wat kunnen zieken, ouden van dagen, mensen met allerlei zorgen en moeilijkheden, het juist in de nacht moeilijk hebben! Dan stormt alles op u aan, en gij hebt geen geweer in deze strijd. Gij kunt het niet zo maar van u afzetten, en buiten uw bed werpen. Zulke nachten zijn waarlijk niet gemakkelijk. En wat kan het u dan goed doen, als gij moogt zien, dat het begint te dagen.

„Omtrent de middernacht" kan het zo moeilik zijn. Dat is zo vooral, als het in geestrijk opzicht nacht is. Dat is de ure van de vorst der duisternis. Dan treedt het roofgedierte naar buiten, om zijn prooi te zoeken. Dan is op het roofpad die briesende leeuw, die uitgaat, zoekende, wie hij zou mogen verslinden. Dan schuifelt de oude slang zo listig op u aan. Hij strengelt zich om uw ziel, zodat het u benauwd wordt aan alle zijden. O, die nachten vol van aanvechting en van strijd. Als gij er in verkeert, dan is het van binnen meer dan Egyptische duisternis. Als gij er doorheen geleid zijt, maar er aan terugdenkt, dan huivert gij nog van ontzetting.

„Omtrent de middernacht", dan blijft het echter, Gode zij dank! niet altijd moeilijk. Somtijds laat God de Heere u zien een fonkelende ster, het is de ster der hoop. En als gij er één ziet, dan komen er dikwijls meerdere. Maar o! dat ene, dat eerste, schitterende sterretje, wat kan dat uw bezwaarde hart een verlichting schenken, wat kan dat u een verwachting geven, een verwachting van licht en van uitkomst!

Zo is het vooral, als er weer gebéd mag zijn, als uw beklemde, toegesloten hart, opening ontvangt in het zuchten, klagen en bidden. Omtrent de middernacht baden Paulus en Silas. O, als er gebed mag zijn in de nacht van lijden en smart, in de nacht ook van geestelijke duisternis en bestrijding, wat wordt het dan anders! Dan komt er weer uitzicht, dan is er weer hoop. Gelukkig prijzen wij dan ook degene, die mag getuigen tot roem van Gods genade: Met mijn ziel heb ik U begeerd in de nacht" (Jes. 26 : 9).

Als er gebed mag zijn in de lijdensnacht, dan wordt ook het lièd, de psalm in de nacht, geboren: Des nachts zal Zijn lied bij mij zijn" (Ps. 42:9). Dat is de ervaring van alle tijden en van alle plaatsen, van die ganse strijdende Kerk. Dat is de ervaring ook van Paulus en Silas, daar in die donkere kerker van Filippi: Omtrent de middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen". Buitenstaanders zouden gezegd hebben: wat is dat erg! Wat zijn die mensen te beklagen!" Maar zij zélf zeggen: wat hebben wij het toch góed! Wat is de Heere goed voor zulke slechte mensen." — Zij konden zich niet inhouden, al was alles hun uitwendig tegen. Hun gebed ging van zelf over in zingen. Dat is geen vreemde zaak voor degenen, die bidden geleerd hebben.

Paulus en Silas, nadat zij gebeden hadden, zongen Gode lofzangen, en dat omtrent de middernacht. Dat zijn nu psalmen in de nacht. — Wij weten niet, welke lofzangen zij gezongen hebben. Ongetwijfeld zijn ze ontleend aan de psalmen. Maar welke psalmen precies, dat is ons niet geopenbaard. Er zijn niet alleen klaagpsalmen, maar ook zovele lofpsalmen. Zou het niet goed zijn eens met Paulus en Silas in te stemmen?

Wij kunnen echter wel bevroeden, wat hen drong tot het Gode lofzangen zingen. Zij waren klein onder de gedachte aan Gods genade, die hen geroepen had uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. — Hun hart is vol, omdat de Heere ze zo wonderlijk ondersteunde en troostte. — Zij waren verblijd, omdat zij waardig geacht werden, om Christus' wil smaadheid te lijden. — Paulus zal wel gedacht hebben aan zijn vroegere leven, hoe hij toen zelf mannen en vrouwen naar de gevangenis sleepte. En nü, van een vervolger, zelf een vervolgde! O, welk een wonder: ebonden om de naam en de zaak van Christus, en toch vrij! — Alles geven zij voor de toekomst aan God over. Het gaat naar Zijn raad. Paulus en Silas belééfden hier, wat de apostel, door de Heilige Geest gedreven, neer mocht schrijven in de brief aan de Romeinen: Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven; hoe zal Hij ons ook met Hem-niet alle dingen schenken? " (Rom. 8 : 31, 32).

Calvijn geeft de toestand van Paulus en Silas in zijn commentaar zo juist weer in deze woorden: „De smaadheid hun aangedaan, de smarten, die hun vlees pijnigden, de benauwdheid van de diepe kerker, en het gevaar des doods, dat hen dreigde, hebben hen niet verhinderd om, vrolijk en verheugd van harte, de Heere te danken."

Hier zien wij, wat genade vermag. Neen, dat is niet de moed en de kracht van Paulus en Silas. Zij waren ménsen, van gelijke beweging als wij. Ook zij waren bang voor pijn, ook voor hen was de dood de laatste vijand. Ook zij waren liever vrij dan met de voeten in de stok. — Hier zien wij de kracht van Gods ondersteunende genade.

Paulus en Silas zongen omtrent de middernacht Gode lofzangen. En zij hadden ook een gehoor, een gehoor in de hemel, nl. de engelen en de gezaligden, maar ook een gehoor op aarde, een wonderlijk gehoor! Wij lezen: „En de gevangenen hoorden naar hen." Zo iets hadden die gevangenen nog nooit gehoord. Zij hadden in de gevangenis veel horen zuchten en klagen, murmureren en vloeken. Zij hadden ook daar nog wel eens horen zingen, hoewel weinig: want „de bozen zingen niet". Als in zulk een kring gezongen wordt, dan zijn het ijdele straatliederen, onreine liederen, vol van de zonde.

Bidden en Gode lofzangen zingen, zoals Paulus en Silas deden, dat was wat wonderlijks. De gevangenen hoorden naar hen. Zij kwamen onder de indruk. Zij werden er stil onder. Wie weet, of het een of meerderen van deze gevangenen niet tot eeuwige zegen is geweest! In ieder geval, Paulus en Silas zijn niet

tevergeefs in de gevangenis geweest. Zélf hebben zij er een zegen ontvangen. De stokbewaarder is door Woord en Geest gebracht tot het geloof in de Heere Jezus Christus. •— En bovenal: Gods naam is er verheerlijkt, zij zongen Góde lofzangen!

Bidden èn zingen, daar is verband tussen. Een bidder wordt een zanger. Dat is reeds vaak gezien op aarde. Dat is vooral zo bij het stèrven. Alle ware bidders worden zangers voor de troon van God en het Lam. En als de strijdende Kerk reeds zo vaak mag zingen en uitroepen: , , 'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên", hoeveel te voller, en te rijker, te dieper en te reiner, zal dan niet zijn het gezang van Mozes. en het gezang des Lams in de hemel, gezongen door degenen, die staan aan de glazen zee, hebbende de citers Gods (Openb. 15).

Psalmen in de nacht, dat zijn de schoonste psalmen. Wat is het zingen van de nachtegaal al schoon in het rijk der natuur in het donker. Maar veel aangrijpender is nog het zingen in de nacht van lijden en smart, het zingen op het ziekbed, op de operatietafel, het zingen op het sterfbed, het zingen op brandstapel en schavot. Voor hoe menigeen, die dit horen mocht, is dit reeds geworden het middel tot de waarachtige bekering.

Een moeder bezocht eens Bethel, de bekende gestichten voor toevallijders van Von Bodelschwingh, in Duitsland. Na dit bezoek verklaarde zij: „Nooit heb ik zoveel ellende, en ook zoveel heerlijkheid gezien." Een jongen, zeer misvormd, altijd in bed, speelde voor haar op zijn fluit: Houd Gij mijn handen beide, met kracht omvat. En daarna zei hij voor haar een vers op, waarvan de eerste regel is: „Ik ben een koningskind". Daar hébt ge 't weer: „omtrent de middernacht", Gode lofzangen zingen.

Dat komt ook in de Bijbel wat dikwijls voor. Ouders, vraagt uw kinderen maar eens, dat zij zoeken in Gods Woord naar voorbeelden daarvan. Jongens en meisjes, dat is een mooi, een nuttig werk voor de lengende avonden. Gij zult véle voorbeelden vinden, denk aan Job, aan Asaf, aan zo vele psalmen.

Omtrent de middernacht zongen Paulus en Silas Gode lofzangen. Wat leren wij daaruit? Wij moeten de mate van iemands geluk niet afmeten naar zijn uitwendige omstandigheden. Zonder Borg voor uw ziel, zonder de bedekking van het bloed van Christus, zonder God dus in de wereld, zijt ge, zélfs in dagen van voorspoed, diep ongelukkig. Gij hebt geen vrede. — Maar, in Christus door het geloof geborgen, door Hem met een heilig en rechtvaardig God verzoend, door de Heilige Geest geleid en vertroost, dan zijt gij gelukkig. Ezau, de wereldling, kan misschien zeggen: „Ik heb veel." Maar Jakob, die Israël was geworden, kon na Pniël zeggen: „Ik heb alles."

Rijk en gelukkig zijn de bidders en zangers, al liggen zij ook op een ziekbed, al worden zij ook vervolgd, al zijn zij ook arm naar de wereld.

„En omtrent de middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen." Zulke lofzangen zijn uit God, door Zijn Geest gegeven. „Des nachts zal Zijn lied bij mij zijn", zegt de psalmdichter. En Job vraagt: „Waar is God mijn Maker, Die psalmen geeft in de nacht? "

O, vraag dan om de Heilige Geest, Die u alleen kan leren bidden, maar ook alleen kan leren zingen.

Zulke lofzangen zijn niet alleen uit God, zij zingen ook van God, zij bezingen Gods majesteit en heerlijkheid, de deugd der milde goedheid, en 't heilig recht der strenge rechtsgedingen, Zijn wijsheid en Zijn trouw. Zijn werken, Zijn wegen, Zijn leidingen. O, wat is er een stof voor deze lofzangen!

'k Zal Zijn lof zelfs in de nacht, Zingen, daar ik Hem verwacht. En mijn hart, wat mij moog' treffen, Tot de God mijns levens heffen.

O, vraag dan om inleiding in deze rijke zangstof. Eens zult gij niet uitgezongen raken. Zulke lofzangen zijn niet alleen uit God, zij zingen niet alleen van God, zij zijn ook tót God. Zij eindigen niet in de mens, maar in God, Die het zo waard is geëerd en geprezen te worden. „Uit Hem, door Hem, en tot Hem zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid, amen" (Rom. 11 : 36).

Eindigt het bij u ook reeds in Hem, al is het maar bij ogenblikken?

Zulke lofzangen zijn een vrucht van het klagen en wenen, het lijden en strijden van Christus. Augustinus heeft het reeds gezegd: „de tranen van Christus zijn de vreugde der wereld." En onze Heidelbergse Catechismus zegt ook, dat tot het tweede stuk van de waarachtige bekering behoort: „een hartelijke vreugde in God door Christus." Kent gij het lijden van Christus reeds als de bron van üw zaligheid en van üw vreugde? Ach, rust toch niet, voordat gij door het geloof in Hem zijt gekomen tot die echte, diepe vreugde, een voorsmaak van de verzadiging der vreugde bij Gods aangezicht.

Wat heeft dat borgtochtelijk lijden en sterven van de van God gegeven Middelaar en Verlosser toch een rijke vruchten afgeworpen. Wij denken er hier aan, dat daartoe niet het minst behoren elk waar gebed, dat opstijgt uit het heilbegerig hart, elk Gode gewijd lied, dat als een psalm in de nacht tot Hem opklimt, alle geestelijke blijdschap, die de ziel zo geheel kan vervullen en opheffen.

„Omtrent de middernacht" — zo is het hier op aarde zo telkens weer, ook in het leven van christenen, die der zalving van Christus mede deelachtig zijn. En die nacht van verberging van Gods aangezicht door eigen afwijking en schuld is een nacht ter beproeving en ter loutering. Het is ook zo vaak een nacht van schuldbesef, van verbrokenheid en verslagenheid, die door de kracht des Geestes een zondaar dringen op de knieën, om biddend en smekend alles voor Hem neer te leggen, voor Hem, Die luistert naar het gebed uit de diepte, Die Zich openbaart als de grote Hoorder van 't gebed. En die nacht is door Gods onuitsprekelijke goedheid, ook meermalen een nacht van diepe en hoge vreugde in de Heere, zodat het eindigt in het Gode lofzangen zingen. Des avonds vernacht het geween, en des morgens is er gejuich. Ja, de Heere is de Getrouwe, Die wel zó ver weg kon zijn voor uw besef, dat gij met Job angstig vraagt: „Waar is God, mijn Maker, Die psalmen geeft in de nacht? " Maar Hij is meermalen ook zó dicht bij op de lijdensweg, in de nacht van beproeving en van loutering, in de binnenste kerker, op een ernstig ziekbed, bij een smartelijk verlies, op een sterfbed, dat het bidden uitloopt in een Gode lofzangen zingen. Ik heb ze wel gekend, die zo de dood tegemoet gingen. En gij, mijn lezer, misschien ook wel.

Misschien een vader, een moeder, een broer of zuster, een vriend of vriendin, misschien een kind. Dat is toch wel wonderlijk rijk. Hoe arm is dan toch de wereldling! En hoe staat het met u?

Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Zo gaat gij de eeuwige duisternis tegemoet, de nacht zonder één enkele ster. Och, ga zo toch niet door! Bid om licht over uw toestand, en om het licht van Gods genade in Christus. „Zonne der gerechtigheid, bestraal ons."

Welk een voorrecht iets te mogen kennen van die genade, waarvan de stof van onze meditatie ons spreekt: „En omtrent de middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen." Al gaat het dan door vele en dikke duisternissen, Hij voert u dan toch naar het eeuwig licht. „Aldaar zal geen nacht zijn." Daar is geen duisternis meer, zelfs geen enkel uur, geen enkel ogenblik. Daar is het eeuwige licht. Daar zal het eeuwig zijn één Gode lofzangen zingen als vrucht van de droefenissen van de Heere Jezus, en dat met de ganse triumferende Kerk.

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 augustus 1953

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PSALMEN IN DE NACHT

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 augustus 1953

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken