Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Komt er processievrijheid?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Komt er processievrijheid?

5 minuten leestijd

Twee maanden geleden hebben we reeds geschreven over het processieverbod, dat verankerd ligt in de Grondwet. Dit deden we naar aanleiding van het rapport van de staatscommissie ter herziening van de Grondwet waarin voorgesteld wordt om het processieverbod op te heffen. We hebben er toen op gewezen, dat de processie een openbare godsdienstoefening is en dat de vrijheid van de burgers van ons land hier op het spel staat, vooral in plaatsen en streken, waar de rooms-katholieken in de meerderheid zijn.

De bovengenoemde staatscommissie stelt voor het betreffende artikel van de Grondwet te wijzigen en terwijl nu openbare godsdienstoefeningen buiten gebouwen en besloten plaatsen in het algemeen verboden zijn, dit verbod op te heffen. Dit artikel zou dan in het vervolg luiden: „Openbare godsdienstoefeningen buiten gebouwen en besloten plaatsen worden toegelaten behoudens de bevoegdheid een voorgenomen godsdienstoefening te verbieden, indien de openbare orde en rust dit vereisen. De wet geeft regels omtrent de uitoefening van deze bevoegdheid."

De generale synode onzer kerk is verontrust over de opheffing van dit processieverbod. Het is de bedoeling van de synode om zich, indien enigszins mogelijk tezamen met andere kerken, over deze aangelegenheid te richten tot de Volksvertegenwoordiging. Bovendien wil ze haar stem ook in zo breed mogelijke kringen van ons land laten horen.

Voordat de synode echter in haar zomervergadering zich nader gaat beraden op deze zaak, heeft ze zich gewend tot de classicale vergaderingen met het verzoek haar oordeel uit te spreken over de aanhangige kwestie.

Naar onze mening is de e.v. opheffing van het processieverbod de behandeling in de grondvergaderingen van de kerk waard. Het gaat hier om zeer belangrijke dingen, niet het minst ook om de vrijheid van ons volk. ,

Wanneer de roomse kerk vrijheid krijgt om haar openbare godsdienstoefeningen op de straat te brengen, dan is dat een aanslag op die vrijheid. Voor de reformatorische christenen en voor alle anderen zou het houden van processies immers een belemmering wezen van de vrijheid om op straat zichzelf te wezen.

Daarom betreuren we het ook dat de reformatorische leden van de staatscommissie niet een algeheel afwijzend standpunt hebben ingenomen tegen de opheffing van het processieverbod. Wel hebben Prof. Mr. A. M. Donner, hoogleraar aan de Vrije Universiteit, Dr. A. A. L. Rutgers, lid van de Raad van State, Dr. J. Schouten en H. W. Tilanus, beide lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, een minderheidsnota ingediend, waarin ze hun bezwaren uiteenzetten tegen de opheffing van het processieverbod, maar twee van de ondertekenaars van deze minderheidsnota stellen toch een verruiming voor ten aanzien van het houden van processies. Zij willen het betreffende artikel van de Grondwet als volgt gewijzigd zien:

„Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen wordt toegelaten, behoudens de nodige maatregelen ter verzekering van de openbare orde en rust. Onder dezelfde bepaling blijft de openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij thans (dat is in 1848) naar de wetten en reglementen is toegelaten. Onder gelijke bepaling en onverminderd het bepaalde in het vorige lid is de daar bedoelde godsdienstoefening voorts binnen de grenzen van een gemeente toegestaan aaan het kerkgenootschap, dat tenminste 2/3 der bevolking dier gemeente omvat."

Afgezien van godsdienstige bezwaren, die we tegen het houden van processies hebben, menen we, dat men deze weg beslist niet op moet gaan. In gemeenten, die in meerderheid een roomse bevolking hebben, leven de protestanten dikwijls toch al onder niet gemakkelijke omstandigheden. Hoeveel moeilijker zal het nu worden, juist in die gemeenten, wanneer men de kerk helemaal op straat gaan brengen. De vrij-

heid om zichzelf te wezen op straat, zal nog meer belemmerd worden.

Hoe is het nu al op roomse feestdagen? Sluiten de protestantse winkels dan ook maar niet en laten de protestanten dan ook het werk op het land maar niet na, enkel en'alleen omdat ze bang zijn aanstoot te geven?

Maar naast deze bezwaren zijn er ook de godsdienstige bezwaren. Wanneer we artikel 36 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis in aanmerking nemen en letten op de taak van de overheid ten aanzien van de ware godsdienst, om die te bevorderen, en ten aanzien van de valse godsdienst, om die te weren, dan zal daaruit zeker moeten voortvloeien een processieverbod, die de valse godsdienst immers op straat brengt. Wanneer we denken aan vraag en antwoord 80 van onze Heidelbergse Catechismus, waar de mis genoemd wordt een vervloekte afgoderij, en wanneer we dan bedenken, dat dit juist het hoogtepunt is van de sacramentsprocessie, dat de Heere Jezus in „broodgedaante" wordt rondgedragen, waarvoor men dan te knielen heeft, dan verstaan we dat het de taak van de overheid is om deze processies in elk geval van de openbare weg te weren. En wanneer we dan ook in gemeenschap met de belijdenis der vaderen willen staan, dan zullen we er zeker als kerk op moeten aandringen, dat het processieverbod gehandhaafd blijve.' Hier is dan ook geen compromis mogelijk en de mogelijkheid, dat in gemeenten waarin de meerderheid der bevolking rooms is, wel een processie zal mogen worden gehouden, mag op reformatorisch standpunt geen werkelijkheid worden. Daarom betreuren we het zeer, dat dit door twee leden, die bovengenoemde minderheidsnota hebben ondertekend, wordt voorgesteld.

Men zegt, dat de neuzen al geteld zijn en dat de roomsen vrijheid zullen krijgen om hun processies te houden. De roomsrode coalitie zou hen kunnen doen rekenen op de grootst mogelijke meerderheid der socialistische kamerleden. We zouden het echter wel zeer betreuren, wanneer daar leden van de protestants-christelijke fracties nog aan zouden meehelpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 mei 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Komt er processievrijheid?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 mei 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken