Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Uitstorting van de Heilige Geest!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Uitstorting van de Heilige Geest!

12 minuten leestijd

En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest. Handelingen 2 : 4a.

Het Pinksterfeest, de kroon op al onze christelijke feesten, is het feest van de uitstorting van de Heilige Geest. Pinksterfeest, dat is het feest van de toepassing van heil door Christus Jezus verworven, het is het feest van het geloof, van de hoop, van de liefde, van alle geestelijke gaven. Pinksteren is het feest van het leven, want wij moeten uit de Geest geboren worden. Het is het feest van de veel veroordeelde, maar toch zo onmisbare en kostelijke bevinding. Pinksteren is het feest van de christelijke zending, van de verbreiding van het Evangelie van Jezus Christus en Die gekruist onder alle creaturen.

O, wat is het Pinksterfeest toch een heerlijk feest, wat spreekt het ons van grote, wonderlijke zaken, van Gods vrije en rijke genade! Wel is er alle oorzaak voor de Kerk des Heeren, om zich te verblijden en de Gever van alle deze goede gaven en volmaakte giften groot te maken voor zoveel zegeningen geschonken aan vloekwaardigen. Ja, wel is er stof te over, om in de samenkomsten van de gemeente te zingen:

Dit is de dag, de roem der dagen, Die Isrels God geheiligd heeft; Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, Die ons blijdschap geeft. Och Heer', geef thans Uw zegeningen; Och Heer', geef heil op deze dag; Och, dat men op deez' eerstelingen Een rijke oogst van voorspoed zag.

Maar, misschien hebt gij dat vers wel meegezongen, doch niet met een verblijd hart? Gij vraagt: hoe zal het voor mij persoonlijk oog ooit Pinkster worden? Pinksterfeest in mijn hart? Of: hoe zal ik nog eens bij vernieuwing mogen genieten, hetgeen ik nu al zo lang mis, en waarin ik mij toch in vorige tijden zo mocht verblijden?

Mijn in zorg en in bekommering verkerende lezer, God wil om Zijn gaven gevraagd worden. Hij, Die de gave des Geestes heeft verworven en uitgestort, Hij heeft het Zelf gezegd en beloofd: Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven dengenen, die Hem bidden? '? ' (Lucas 11 : 13). O, dat er in het midden van onze lezers waar gebed moge zijn, dat er onder hen gevonden mogen worden vele van die stille, verborgen zuchters, die wel eens biddend en smekend mogen zingen:

Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe [Geest!

Mocht Die mij op mijn paan ten [Leidsman strekken!

En dat de Bruidskerk maar gedurig weer moge smeken: „Ontwaak, noordenwind! en kom gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien."

Ja, als wij terugdenken aan wat er is geschied op het eerste Pinksterfeest van de christelijke Kerk, dat er zovelen verslagen in het hart leerden uitroepen:

„Mannen broeders, wat zullen wij doen? " — dat er op die dag 3000 zielen werden toegedaan tot de gemeente, die zalig wordt, dan mag dat ons moed geven, want diezelfde God, Die dat gewrocht heeft, leeft nog, en dezelfde Geest, die dat gewerkt heeft, werkt nog, en dezelfde Heere Jezus Christus, in Wie toen geloofd werd, zegt nog: „Zie, hier ben Ik."

Dat geve biddende, bedelende, arme zondaren moed bij het beluisteren van het Pinksterevangelie, zoals het tot ons komt in Handelingen 2 : 4a: n zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.

Tien dagen waren verlopen sinds de Heere Jezus, de Overwinnaar van dood en graf en duivel, de volkomen Zaligmaker, voor de ogen Zijner jongeren was opgevaren naar de hemel. Daar is Hij door engelen en gezaligden ontvangen met gejuich, met geklank der bazuin, met heerlijke lofliederen. Daar heeft de Vader zelf met wonderlijke vreugde Zijn Zoon zien terugkeren, nadat Hij aan de Goddelijke gerechtigheid volkomen genoeg had gedaan. Nu kan de Vader zeggen, zoals al voorzegd was geworden: „Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten."

Daar in de hemel ook is de enige Hogepriester verschenen met Zijn eigen bloed. En op grond van Zijn volbracht verlossingswerk.van Zijn zoen-en kruisverdiensten heeft Hij van de Vader ontvangen de belofte van de Heilige Geest. En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, op de bestemde tijd, want alles heeft zijn bestemde tijd in de vervulling van Gods raad, werd de Heilige Geest uitgestort. Toen de jongeren des Heeren eendrachtig, biddende bijeen waren, geschiedde er haastelijk uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldige, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En dan volgt: En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

Wonderlijke, kostelijke vrucht van vrije genade, van het werk van de vernederde en verhoogde Middelaar en Verlosser, rijke verhoring van het gebed! Wij overdenken nu met elkander deze woorden: En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.

Wij leggen bij onze overdenking achtereenvolgens de nadruk op drie woorden:

1. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.

2. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.

3. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.

De Heilige Geest was al beloofd van oude tijden af. In het Paradijs, bij de val in zonde, was de band tussen de mens en zijn God verbroken. Daar is dit ontzettende gebeurd, dat de mens zijn God is kwijtgeraakt. Zo is de toestand, de verschrikkelijke toestand, geworden: zonder God in de wereld.

Zonder God, dat wil natuurlijk ook zeggen: verstoken van de gemeenschap des Heiligen Geestes, Die immers met de Vader en de Zoon, de enige, waarachtige God is, de derde Persoon van de drie

Goddelijke personen in het ene Goddelijke Wezen. In de staat der rechtheid deelden Adam en Eva ook in de gemeenschap des Heiligen Geestes. Zij waren kinderen Gods. en werden dus door de Geest Gods geleid, want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods

Maar, bij het eten van de verboden boom en de verboden vrucht, gaven onze eerste voorouders, en in hen het ganse menselijke geslacht, zich over aan de geest uit de afgrond en traden daardoor met hem in gemeenschap. Nu werd het: „Gij zijt uit de vader de duivel en wilt de begeerte uws vaders doen; die was een mensenmoor der van den beginne."

Ontzettende verandering: üit de gemeenschap van de Heilige Geest, in de gemeenschap van de geest uit de afgrond! Nu kan de Heilige Geest niet meer rusten op en in de van God afgevallen mens, in het hart dood door de zonden en de misdaden. De Heilige Geest verliet dat hart, dat was geworden een verontreinigde, een afgodstempel.

Hoe zal de Heilige Geest nog ooit wederkeren tot zulk een tempel, om daarin woning te maken? — Dat is toch onmogelijk! Neen, mijn lezer, dat is niet onmogelijk. Wel van onze zijde bezien. Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Hij zal de Verlosser geven. Hij heeft in Zijn eniggeboren Zoon reeds van eeuwigheid af gedachten des vredes gehad over een verloren zondaarsvolk: Hij belóóft de Redder. Wat buiten die Middelaar Gods en der mensen onmogelijk is, namelijk, dat de Heilige Geest zou rusten op en in de verdorven mens, dat zal in die Middelaar volle, heerlijke werkelijkheid worden. Op Hem kan de Geest rusten. En door en in Hem kan Hij rusten op allen, die de Zaligmaker nodig krijgen, en leren geloven in Hem, op Wie de Geest nederdaalde in de gedaante van een duif.

Is het voor u van uw zijde, mijn lezer, reeds onmogelijk geworden, dat de Heilige Geest op u en in u zou rusten? — O, hoor dan het blijde Evangelie van de mogelijkheid in Jezus Christus: Want er zal een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï, en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht voortbrengen. En op Hèm zal de Geest des Heeren rusten (hoort gij het? ), de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des Heeren" (Jes. 11:2).

Aan dat rusten van de Geest niet met mate op de Christus is het te danken, dat Hij op het Pinksterfeest kon worden uitgestort, om woning te maken in de Kerk des Heeren, om ook op haar te rusten. De apostel Petrus heeft het in zijn Pinksterprediking zo juist gezegd: Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes van de Vader ontvangen hebbende, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort" (Hand. 2:33).

De betekenis van de uitstorting des Heiligen Geestes is dus deze: de Geest werkte ook tevoren wel, maar nü daalde Hij neder om te gaan wonen in de Kerk des Heeren. De Heiland had het de Zijnen immers beloofd: „Ik zal u geen wezen laten." Hij moest heengaan, dat was hun nut. Maar Hij zou de Vader bidden, en Die zou hun een andere Trooster zenden, nl. de Geest der waarheid, Opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid.

Kerstfeest bepaalt ons bij de komst van de Zoon, Pinkster spreekt ons van de komst van de Heilige Geest.

En gelijk het voor ons persoonlijk niet genoeg is, dat de Heere Jezus in Bethlehem is geboren, als Hij niet geboren is in ons hart, zo is het voor een ieder persoonlijk ook niet voldoende, dat de Heilige Geest te Jeruzalem is uitgestort. Hij moet ook uitgestort worden in ons hart. Dat hart moet worden een tempel van de Hei lige Geest. Daarin moet Hij rusten.

Gelukkig hij of zij, die leert treuren over de onreinheid, over de schuld van het eigen hart, die het niet meer uit kan houden onder de heerschappij, het geweld van satan, en die zo leert roepen om de Heilige Geest. Als gij vraagt: hoe zal het in mijn hart Pinksterfeest worden? Hoe krijg ik toch deel aan dat wondere werk van de uitstorting des Heiligen Geestes? — dan is het antwoord: zie het maar op het eerste Pinksterfeest. In dit opzicht is er nog niets veranderd. Wij mogen u wijzen de oude, beproefde weg. Het is nog altijd de weg van bidden, van smeken, van wachten.

Volhardende in het bidden en smeken, wachtende op de vervulling van Gods beloften, gingen de jongeren van de Heere Jezus de Pinksterdag tegen. Het was de wachtende Kerk. En zie, weer was er reden om te zingen: Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen. — Het antwoord uit de hemel kwam. Zo gaat het nog altijd. Vraag dus de Heere maar: „Heere, leer mij bidden." Als gij zo moogt leren bidden, dan wordt uw bidden smeken, dan zult gij ook leren wachten, ootmoedig, rustig, maar ook werkzaam, pleitend op Gods beloften. En dat bidden en smeken, dat wachten wordt door God in de hemel opgemerkt. Die zo wachten, zullen het ervaren: „Zo Hij vertoeft, verbeid Hem, Hij zal gewisselijk komen."

En wat is dat groot, welk een genade, als de Heilige Geest wordt uitgestort in uw hart, op uw gebed, maar vooral op en om de voorbede van de barmhartige Hogepriester! Dan is het waarlijk Pinksterfeest.

Die Geest is het, Die u Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt door het oprechte geloof. De Heere Jezus heeft het Zelf gezegd: Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en zal het u verkondigen" (Joh. 16 : 14).Wat ziet gij dan een rijkdom in de Christus der Schriften. Hij is voor u de parel van grote waarde. Hij maakt u, arme zondaar, zo onnoemelijk rijk. Hij is u niet maar veel. Hij is u alles. Nu gelooft gij, dat Gods toorn is gestild, uw zonden zijn vergeven. Nu is het van binnen: Hij is onze. Hij is ook mijn vrede." Hij is mijn grote Profeet, mijn enige Hogepriester, mijn eeuwige Koning. Hij is mijn gerechtigheid, mijn leven, mijn een en mijn al.

Bid dan maar veel, mijn lezer, die iets moogt kennen van de betekenis van Pinksteren, om de voortdurende bearbeiding van de Heilige Geest. Dan zult gij steeds meer te zien krijgen van die verborgen schatten uit de schatkameren van Gods genade.. De Geest is het toch, Die Gods kinderen leidt, leidt in alle waarheid.

Wordt de Heilige Geest uitgestort in uw hart, dan leert gij Hem ook kennen als de andere Trooster. Hoe kan Hij troosten de ongetroosten, de verbrokenen van hart, de verslagenen van geest, met Jezus, met Jezus alleen. Hoe kan Hij troosten op allerlei drukwegen, op ziek-en sterfbedden. Dan worden de tranen gedroogd. Dan wordt er onder het kruis wel eens gezongen:

In de grootste smarten Blijven onze harten In de Heer' gerust, 'k Zal Hem nooit vergeten, Hem mijn Helper heten, Al mijn hoop en lust.

i De Heilige Geest te ontvangen, dat is toch wel zeer noodzakelijk, zeer begeerlijk. Als wij niet door Hem geleid worden, dan staan wij onder de leiding van de vorst der duisternis, de geest uit de afgrond. En onder diens leiding gaat het naar de buitenste duisternis, waar wening is en tandengekners. Nodig is het kennis te krijgen aan de angst der hel, die alle troost doet missen. Zo wordt het uw vurig en gedurig gebed: „Och Heer', och wierd mijn ziel door U gered, Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest." — Hoe groot is het, als daarop dan mag volgen: Toen hoorde God, Hij is mijn liefde waardig!

„Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest" — dat blijve en blijft de bede van al Gods kinderen bij alle afwijking, ontrouw en dorheid, bij alle strijd en zorg. Ja, die Geest zal in der eeuwigheid bij u blijven, om u te leiden, zoals Hij al Gods kinderen leidt."

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juni 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

De Uitstorting van de Heilige Geest!

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juni 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken