Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schuldbelijdenis en Genadeverkondiging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Schuldbelijdenis en Genadeverkondiging

8 minuten leestijd

Op verzoek ditmaal eens een liturgisch praatje. In een van onze sanatoria ligt een jonge man, die daar ook de kerkdiensten volgt. In die kerkdiensten is het haast een vaste gewoonte, dat in de liturgie de schuldbelijdenis en de genadeverkondiging voorkomt. Het is nu eenmaal met vele sanatoria en andere gestichten zo, dat ze graag de nieuwste medicijnen en de nieuwste methoden en ook de nieuwste godsdienstvormen gebruiken. Men kan dit laatste jammer vinden, doch het feit ligt er. Wat is er nu met die Schuldbelijdenis en Genadeverkondiging? Dit komt toch in elke rechte prediking voor? Ja, maar dat is het nu. Een beetje scherp gezegd, zonder ver van de waarheid te blijven: elen willen in onze tijd de schuld en de genade weinig of niet in de prediking hebben. Wat plaatsen ze dan in de prediking? Het moeilijke leven van de mens op aarde en dat men op God moet vertrouwen. Om nu schuld en genade toch een plaatsje te geven bergt men deze op in de Liturgie. De Liturgie, dat weet ieder, is de naam voor de vaste bestanddelen van de kerkdienst. Het votum, de voorzang, de lezing van de Wet en van het Bijbelgedeelte, het verdere zingen, de gebeden, dat alles behoort tot de liturgie. Nu heeft men in onze Hervormde Kerk enige jaren geleden nieuwe formulieren voor Doop en Avondmaal en Huwelijk opgesteld en daar ook z.g. orden van dienst bijgevoegd. In deze orden staan alle vaste elementen van de Kerkdienst keurig in gelid opgesteld. In de meeste daarvan heeft men een formule voor Schuldbelijdenis en een formule voor Genadeverkondiging opgenomen. Die zijn verschillend. In de eerste orde van dienst beginnen we met 1 Joh. 1 : 8, 9.

Daarna wordt de volgende belijdenis gebeden: „Hemelse Vader, eeuwige en barmhartige God, wij bekennen en belijden voor uw goddelijke Majesteit, dat wij arme, ellendige zondaren zijn, ontvangen en geboren in alle boosheid en verdorvenheid, geneigd tot alle kwaad en onnut tot enig goed, en dat wij met ons zondig leven zonder ophouden uw heilige geboden overtreden, waardoor wij uwen toorn tegen ons verwekken en naar uw rechtvaardig oordeel op ons laden de eeuwige verdoemenis.

Maar, o Heere, wij hebben berouw en leedwezen.dat wij U vertoornd hebben; wij beschuldigen ons zelf en doen aanklacht van onze misdaden, begerende, dat Gij genadiglijk onze ellendigheid wilt aanzien. Wil u over ons ontfermen, o allergoedertierendste God en Vader en ons vergeven al onze zonden, om het heilig lijden van uw lieven Zoon Jezus Christus. Wil ons ook verlenen de genade van uw Heilige Geest, die ons onze ongerechtigheden van ganser harte lere kennen en onszelf recht lere mishagen, opdat de zonde in ons moge worden gedood en wij in een nieuw leven opstaan, in hetwelk wij waarachtige vruchten der heiligheid en gerechtigheid voortbrengen, die U door Jezus Christus mogen aangenaam zijn. Amen."

Dit is een gebed waar veel rechte dingen in staan. Aangrijpender nog is het gebed, dat wij ook in onze Kerkboekjes van ouds hebben onder de titel: „Gebed des Zondags vóór de predicatie". Dit is Uit het Weekgebed.

In de eerste orde van dienst wordt na dit gebed gezongen. Dat zal dan een boetpsalm moeten zijn.

Daarna volgt de verkondiging van Gods genade met deze woorden:

„Zovelen als er onder u zijn, die met schaamte en smart hun zonden hebben beleden en gelovig vertrouwen op de verdiensten van Christus alleen, verkondig ik, dat hun zonden in de hemel vergeven zijn door de Naam van onze Heere Jezus Christus in der eeuwigheid geprezen.

Maar zovelen er onder u zijn, die nog een behagen hebben in hun zonden, en deze niet belijden noch zich bekeren willen, die een andere hulp zoeken dan de enige verdienste van Christus de Heere, verkondig ik. uit het Woord Gods, dat hun zonden in de hemelen gebonden zijn, en niet ontbonden zullen worden, totdat zij zich bekeren. Amen."

U ziet, dat de eerste orde van dienst onderscheid maakt in het stuk van de genadeverkondiging. De genade is hier voorwaardelijk. Zij wordt ontvangen, waar bekering en geloof is. Dat is de gereformeerde gedachte. Maar Orde III vertoont een ander beeld. Daar is de genadeverkondiging geen gebed, maar een uitspraak van de predikant, ik had haast gezegd: van de priester. Die uitspraak luidt: „Gij broeders en zusters, indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld. Gelooft dit evangelie en leeft in vrede. Amen. Het is van 1524, maar ouderdom maakt de dingen voor ons niet geschikter. U ziet, hier

is het met iédere kerkganger in orde. Hij hoeft maar te geloven, dat er een verzoening is. Dat is toch wel een ander geloof, dan wat in Zondag 7 beschreven staat. Dit is een zeer gevaarlijke en misleidende genadeverkondiging, vooral verbonden met de midden-orthodoxe prediking.

Hoe moeten wij nu over deze uitbreiding van de liturgie denken? Ten eerste wil ik doen opmerken, dat wij de Schuldbelijdenis al van ouds hebben. Dat is een verschil met de niet-gereformeerde richtingen. Laatst zei een uiterst eenvoudige vrouw tegen me, aangaande de predikant van haar woonplaats: Hij kan niet eens bidden. Hij doet niets dan danken, danken, danken. De gereformeerde geeft van Calvijn af aan de Schuldbelijdenis een plaats in

zijn gebed. Wanneer de midden-orthodoxe dit door middel van de liturgie ook gaat doen, betekent dit, dat hij een voor zijn gemeente vreemd element in zijn prediking invoert. Op zichzelf kunnen we dit toejuichen, en de wens uitspreken, dat het van de liturgie ook door mag dringen in de prediking en in het vrije gebed. Volgens de voorstanders van deze uitbreiding der liturgie was Calvijn er ook voor. Hij heeft in Straatsburg zelf zo iets opgesteld, waarvan de genadeverkondiging aldus luidde:

„Een ieder van u belijde waarlijk zondaar te zijn zich vernederende voor God, en gelove dat de hemelse Vader hem genadig wil zijn in Jezus Christus. Aan allen, die aldus berouw hebben, en Jezus Christus zoeken tot hun heil, verkondig ik, dat de vergeving der zonden is geschied in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen."

Wij hebben een schuldbelijdenis en genadeverkondiging in een bepaalde vorm ook in het oude formulier voor het H. Avondmaal.

Maar al voelde Calvijn wel wat voor het bovengenoemde, hij heeft het toch niet ingevoerd in Genève. In die stad had men er bezwaren tegen. Calvijn schijnt die bezwaren van genoegzaam gewicht te hebben geacht om er voor te wijken. In zijn orde van dienst kwam alleen de openbare Schuldbelijdenis voor. Voorts is men het er gedurende de 16e eeuw niet eens over kunnen worden. De Lutheraan Brenz was tegen de liturgische genadeverkondiging, omdat dit zijns inziens schade zou doen ahn de prediking: deze immers is de verkondiging van Gods genade. In elk geval blijft bij de gereformeerden de genadeverkondiging verbonden met de terugwijzing der onboetvaardigen. Het is niet zozeer een mededeling van een feit, als wel een aanbieding van genade aan allen, die in Christus geloven.

Op de nationale synode van Middelburg is er voor ons land een beslissing genomen. Zij bepaalde: „Overmits de binding en ontbinding der zonden genoegzaam in de predicatie des Woords geschied, dat het daarom onnodig is een eigen vorm daartoe in de voeren."

Het is dus nooit een wettig element van de Gereformeerde eredienst geweest. Wel zijn er pogingen gedaan om zoiets ook in de oude gereformeerde kerken in te voeren, doch dat is in hoofdzaak afgewezen. Üerst waren er nochtans enkelingen, die het in hun liturgie gebruikten, maar op de duur stierf het helemaal uit. In deze laatste tijd duikt deze schuldbelijdenis en genadeverkondiging weer op, juist nu de prediking beide stukken zo jammerlijk mist. Het lijkt mij beter de prediking van zonde en genade, in de gereformeerde trant te herstellen, dan worden deze elementen in de liturgie overbodig. Het gevaar immers van de liturgie is, dat de kerkganger denkt, dat hij er nu mee klaar is. Hij heeft massaal schuldbeleden. De schuld is hem ook massaal vergeven, en nu is het in orde. Als beide elementen in de preek voorkomen en de toepassing van de preek is niet verwaarloosd, dan weet de kerkganger, dat het nu moet beginnen.

Het is m.i. juister dat de schuld in het gebed beleden wordt, en in de preek aangewezen en uitgelegd en dat de Genadeverkondiging het voornaamste deel van de predicatie uitmaakt, zoals Zondag 31 daarvan spreekt. Zonde en genade hoort in de preek en moet niet opgeborgen worden in de liturgie. Dat is gevaarlijk voor de zielen. Ik hoop, dat mijn jonge vriend tevreden is en spoedig moge herstellen.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Schuldbelijdenis en Genadeverkondiging

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1954

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken