Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ons volk gewaarschuwd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ons volk gewaarschuwd

5 minuten leestijd

(1)

Door de Waarheid gewerd ons de vrijheid!

De Waarheid, zij is vervat in het onfeilbaar getuigenis van den Eeuwigen God, Die niet liegen kan!

Hij getuigt in Zijn Woord tot ons, sprekende door de profeten en door den Zoon (Hebr. 1 : 1), en „Die Zijne getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is" (Joh. 3 : 33), daar tegenover: die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijnen Zoon" (1 Joh. 5 : 10). Het gaat dus inzonderheid om het getuigenisse Gods van den Zoon.

Zoo sprak ook de Heere Jezus: Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben, en die zijn het, die van Mij getuigen" (Joh. 5 : 39).

De Schriftuur getuigt van den Christus. Wie is Hij? De Kerk gelooft in Hem.

Het „Kort begrip" onzer Christelijke religie legt dat aldus uit: „Dat Jezus Christus de eeuwige en eenige Zoon des Vaders is, eenswezens met God den Vader en den Heiligen Geest" (vr. en antw. 24, „kort begrip").

Dat is het Christen geloof. Dat is de band, de levende geestelijke band der innige verbinding en verbondenheid, ja der geloofsvereeniging met Hem, Die zeide: Ik ben de weg en de Waarheid, en het leven. Niemand komt tot den Vader dan door Mij" (Joh. 14 : 6). En ook is de zaligheid in geen Anderen: want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de menschen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden" (Hand. 4 : 12).

De Naam Jezus beduidt Zaligmaker, Redder, Verlosser, en Hij, de Middelaar, Christus Jezus, Hij is dat in den Naam en inderdaad!

Het gaat dus om de erkentenis van Zijn Persoon.

„Wie zeggen de menschen, dat Ik, de Zoon des menschen ben", zoo vroeg de Heere Jezus Zijnen discipelen eens uitdrukkelijk af, daar in de deelen van Caesarea Filippi (Matth. 16 : 13).

Men hield Hem voor een profeet. Niet genoeg! Niet genoeg en geen grondslag ter behoudenis

„Gij, wie zegt gij, dat Ik ben? " Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods". (Matth. 16 : 16).

Daar was de Waarheid uitgesproken, het was aan Petrus door den Hemel geopenbaard, en zóó zag hij het in dat Christus was de Zoon Gods.

En de Heere Jezus antwoordde Hem ook.

Petrus had gezegd: „Gij zijt de Christus".

De Heere antwoordt: „gij zijt Petrus". Petrus sprak als waarheid uit: „Gij zijt de Zoon des levenden Gods!"

Waarop dan de Heere betuigde: „op deze petra zal Ik Mijne gemeente bouwen".

Op de waarheid der Godheid Christi. Het gaat dus om de erkenning van den Godmensch. Dat Hij is de eeuwige Zoon van God.

Eens-wezens met den Vader en den Heiligen Geest, God uit God!

„En het Woord is vleesch geworden" (Joh. 1 : 14).

De menschelijke natuur werd aangenomen, niet een in een moment geschapen menselijke natuur, maar langs den weg van heilige ontvangenis en geboorte. God uit God èn mensch uit mensch!

Eenswezens naar Zijn Godheid met den Vader en den Heiligen Geest, en van eenzelfde menschelijke natuur als wij,

naar Zijne menschheid (doch — zonder zonde!).

Zóó is Hij de Middelaar, de Godmensch.

Hij is de Zoon Gods, en de eere der zaliging komt dus niet aan een geschapen wezen toe.

Hij is de Zoon Gods, en Zijne verdiensten hebben deswege eeuwige waarde, er is een eeuwige gerechtigheid aangebracht!

Op deze petra rust de Gemeente Christi in verheven veiligheid.

Op deze petra bouwt de Heere Christus Zijne Gemeente. Daar wordt de Koning der Kerk verheerlijkt, daar is de Bruid-kerk aan Hem verbonden, daar getuigt zij van Hem, zij is rijk in Hem en haar Liefste is blank en rood, Zijne dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid wordt als volkomen erkend.

De poorten der hel zijn Sion gram. Maar Christus Die Zich een Gemeente vergadert, bewaart haar ook. Hij, de Koning.

Van Hem was het dat geschreven werd en gezongen wordt:

„De steen, dien door de tempelbouwers Veracht'lijk was een plaats onzegd, Is tot verbazing der beschouwers.

Van God ten hoofd des hoeks gelegd.

Dit werk is door Gods Alvermogen. Door 's Heeren hand alleen geschied; Het is een wonder in onz' oogen; Wij zien het. maar doorgronden 't niet". (Ps. 118 : 11).

Een plaats ontzegd, aan Hem Die de grondslag en de Kroon Zijner Kerk is.

De Tempelbouwers ontkenden Zijne Godheid:

„toen verscheurde de hoogepriester zijne kleederen, zeggende: ij heeft God gelasterd" (Matth. 26 : 65).

Het vonnis was: „des doods schuldig". Daar werd de Christus er op aangezien dat Hij, een mensch zijnde. Zich Gode gelijk stelde.

Maar — dat is onze zonde, onze Paradijs-zonde!

„Gij zult als God wezen" (Gen. 3:5). Wij zochten dat, en Christus werd er op aangezien. Ja, Hij nam de zonde der wereld weg, mogen wij dit verstaan met persoonlijke toepassing door den Heiligen Geest?

Als God wezen, dat hield Satan den mensch voor. De mensch zou worden: menschgod.

Maar de Allerhoogste sprak den mensch van den Godmensch ter verzoening en verlossing.

Godmensch en menschgod. Daar nu gaat het over.

God de Heere sprak van den Godmensch, het vrouwenzaad, den Christus zijnde de Zone Gods, zijnde naar Zijne Godheid, zonder moeder, naar Zijn menschheid zonder vader (het vrouwenzaad).

Godmensch of mensgod. Men zal moeten kennen de keuze vóór of tegen Christus!

De Schriftuur spreekt immers ook van den Anti-Christ. Voorwaar, dat is de mens-god.

Dat is de mensch zoals hij werd door den val. door de inblazing in hem der leugen, en zooals daarvan de volkomen uitleving voorzegd is door den apostel Paulus (2 Thessalonicenzen 2).

„De ongerechtige zal geopenbaard worden".

De afval baart den mensch der zonde. De Wederhouder gaat uit het midden heen, en — het bederf breekt uit!!

Het breekt zich baan, als de lava opdoemt uit een vulkaan, wanneer deszelfs onderaardsch woelen tot een uitbarscirAj komt.

De verborgenheid der ongerechtigheid wordt aireede gewrocht (2 Thess. 2:7). (Slot volgt)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 januari 1955

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Ons volk gewaarschuwd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 januari 1955

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken