Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een provinciale kerkvergadering komt samen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een provinciale kerkvergadering komt samen

6 minuten leestijd

(5)

Toen de classicale vergadering van de classis Amersfoort eenmaal besloten had, dat er gegronde redenen waren om het gravamen van Ds Duetz aan de provinciale kerkvergadering van Utrecht ter beoordeling voor te leggen, heeft die provinciale kerkvergadering naar de regels van de desbetreffende bepalingen in ordinantie 11, deze zaak in behandeling genomen. Zij benoemde uit haar midden een commissie van voorbereiding, welke bestond uit Dr C. Brouwer, Dr T. Dokter, Dr S. van der Linden en Dr H. C. Weiland. Verder werden drie door de raad voor de zaken van Kerk en theologie aangewezen leden van die raad uitgenodigd om bij een bespreking van bovengenoemde commissie met de bezwaarde aanwezig te zijn. Het waren Prof. Dr Th. L. Haitjema, Dr H. Jonker en Prof. Dr G. Sevenster. In deze weg kwam er een rapport tot stand, dat aan de provinciale kerkvergadering werd aangeboden. Daaruit blijkt, dat de kwestie van het gravamen door de commissie van voorbereiding van alle kanten bekeken is. Veel bezwaren werden naar voren gebracht ten aanzien van het bezwaarschrift van Ds Duetz en de indiening ervan als gravamen. We willen hier enkele opmerkingen laten volgen:

Een lid van de commissie meende, dat Ds Duetz de verkiezing te zeer reduceerde tot de verkiezing tot dienst, tot de praedestinatie tot het apostolaat. De verkiezing heeft echter beide aspecten, de verkiezing tot dienst en de verkiezing tot zaligheid; het een ligt in het andere op-

gesloten. Hij meent dat het de vaderen wel degelijk ging om de God der Heilige Schrift en dat de verkiezing in Christus (vgl. Efeze 1:4) voor hen centraal was. Hij is van oordeel, dat er bij Ds Duetz een ongemotiveerd wantrouwen aanwezig is als hij het Bijbelgebruik der D.L. zozeer aanvechtbaar acht. Het is ook mogelijk de D.L. zo te lezen, dat men het hart van het christelijk belijden er in voelt kloppen. Op geen enkele kerkvergadering ontbrak de invloed van al te menselijke factoren en toch zijn wij dankbaar voor de genomen beslissingen, ook voor die tegen de remonstranten. Hij heeft overigens ook zijn bezwaren tegen de D.L.; de individuele lijn kreeg te veel nadruk, waardoor aanleiding gegeven werd tot piëtistische ziekelijke bevindelijkheid.

Afgezien van de bedenkingen tegen de inhoud of de vorm van het bezwaarschrift vroeg vooral de commissie uit de raad voor de zaken van Kerk en theologie zich af, of de behandeling van dit gravamen inderdaad de verdieping van het belijden der Hervormde Kerk ten goede zou komen. Sinds 1951 is de partijpolitiek helaas nog niet gestorven en de behandeling van dit gravamen tegen de D.L. zou haar doel kunnen voorbijschieten, doordat de partijschap méér zou worden aangewakkerd dan dat het verstaan van de Heilige Schrift zou worden bevorderd. Toen de herordening van de Hervormde Kerk in 1951 tot stand kwam, was men zich bewust, dat grote voorzichtigheid en beschamend geduld nodig zou zijn. Het moet ons reeds tot verwondering en dankbaarheid stemmen, dat de kerk bezig is met een positief belijden op een wijze, die enkele tientallen jaren geleden ondenkbaar was. Op het ogenblik is de kerk bezig met de bezinning omtrent de Heilige Schrift, de vragen rondom het ambt staan in het middelpunt der belangstelling, de kinderdoop is in het geding. Een behandeling van het gravamen tegen de D.L. thans zou storend tussenbeide komen en schade doen aan de ordelijke voortgang.

Een lid van de commissie merkte ook nog op, dat hij ook daarom zo weinig van deze behandeling verwacht, omdat ze zou moeten geschieden door leden van kerkelijke vergaderingen, die nog zoveel andere bezwaren tegen de belijdenis hebben. De Hervormde Kerk is principieel wel een gereformeerde kerk, maar practisch niet.

Aan het slot van het rapport wordt gesteld, dat de commissie het thans niet de aangewezen weg acht om het gravamen door te zenden naar de generale synode om tot een einduitspraak te komen. Men achtte de vragen, die hier aan de orde kwamen van groot gewicht en men zag dan ook de noodzakelijkheid in van een bespreking van het leerstuk der verkiezing door de kerkelijke organen. Men achtte het echter beter om het gravamen in te trekken, opdat deze kwestie des te gemakkelijker en ruimer in de pers zou kunnen worden besproken.

Ds Duetz verklaarde echter zijn gravamen niet te kunnen intrekken en dat hij de behandeling ervan ter provinciale kerkvergadering zou afwachten om dan nader een beslissing te nemen over het al of niet intrekken van het gravamen. Hij meende, dat men niet uit utiliteitsoverwegingen de behandeling van principiële zaken mag ontwijken, daar dit de ondergang van de kerk tengevolge zou hebben.

Hier ligt natuurlijk het punt waar^et om gaat. Hier komt ook de nood van de kerk openbaar. De generale synode en de andere kerkelijke vergaderingen zouden in waarheid moeten belijden in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen. Maar zij staan zelve niet achter die belijdenis, zoals ze in artikel 10 wordt genoemd. Dit is juist de onzekere plaats van de belijdenis in het midden van ons kerkelijk leven.

In elk geval kreeg de provinciale kerkvergadering van Utrecht het bovengenoemde rapport, waarna door dje vergadering nog drie bijeenkomsten gewijd zijn aan het gravamen van Ds Duetz. Het is ondoenlijk om een breed verslag te geven van de besprekingen, die daarover gehouden zijn. Sommige leden stonden sympathiek tegenover de bezwaren van Ds Duetz. Ze vonden er eigenlijk hun eigen bezwaren in terug. Anderen weer eenden zich geheel te kunnen stellen achter de religie van de Dordtse Leerregels en kwamen op tegen de verschillende bedenkingen van de Zeister predikant, die in dit gravamen geuit werden tegen de Vijf Artikelen tegen de remonstranten.

Algemeen werd er bij Ds Duetz op aangedrongen, dat hij zijn gravamen zou intrekken, opdat daardoor een bredere behandeling van het leerstuk der verkiezing in de kerk aanhangig gemaakt zou kunnen worden en daardoor de zaak, die Ds Duetz bedoelt, ook beter zou kunnen worden bevorderd: het verkrijgen van een eerlijke uitspraak of de Dordtse Leerregels in strijd zijn met Gods Woord of niet. Want daar was men het gelukkig allemaal over eens, dat hier uiteindelijk alleen de Heilige Schrift het laatste woord te spreken heeft en dat we allen, van welke modaliteit we ook zijn, hebben te buigen voor de Heilige Schrift.

" Ds Duetz kon echter onmogelijk tegen de stem van zijn geweten ingaan en het gravamen intrekken, zodat deze zaak nog eens breed aan de orde werd gesteld in de provinciale kerkvergadering, terwijl uiteindelijk het besluit genomen werd om het gravamen niet door te zenden naar de generale synode. Daar vertellen we u nog iets van in een slotartikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 augustus 1955

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Een provinciale kerkvergadering komt samen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 augustus 1955

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken