Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE LEVENDE VERLOSSER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE LEVENDE VERLOSSER

11 minuten leestijd

(2)

Welke God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was dat Hij van dezelve dood zou gehouden worden.

Handelingen 2 : 24.

Het Paasfeest, dat ons spreekt van zulke grote en wonderlijke zaken, namelijk van het leven uit de dood, van het leven aangebracht voor zondaren, die de dood hebben verdiend, ligt al weer achter ons. Doch, al ligt het, wat de tijd betreft, achter ons, het ligt toch ook nog altijd voor ons. Eens zullen wij er voor God rekenschap van af moeten leggen, hoe wij dit Paasfeest hebben gevierd, in het bijzonder, hoe wij verkeerd hebben onder de verkondiging van het Opstandingsevangelie. O, dat wij dan toch, biddend om het licht van Gods Woord en Geest, eens naarstig onderzoeken, of wij iets hebben gehad aan de verkondiging van de levende Verlosser, hetzij tot onze beschaming, hetzij tot onze vertroosting.

De tijd van het Paasfeest 1956 behoort al weer tot het verleden. Wij zeggen immers: „verleden week was het Paasfeest." Maar de Paasboodschap, het Evangelie van de opstanding van de Heere Jezus Christus, blijft van kracht. Iedere Zondag, iedere eerste dag van een nieuwe week, herinnert ons aan dit machtige heilsfeit: „De Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien." Een grote genade, een rijke zegen is het, als wij daarmede door de Heilige Geest werkzaam gemaakt worden. Dan komt de vraag op u aan, mijn lezer: is Hij ook reeds van mij gezien? Heb ik in mijn leven de levende Verlosser, heb ik in mijn hart Hem reeds mogen ontmoeten? heb ik Hem reeds leren kennen voor mij persoonlijk als Die met kracht tot mij zegt: „Ik ben de opstanding en het leven. - — Gelooft gij dat? "

Het opstandingsevangelie wordt telkens weer verkondigd en bevestigd. Tot de jongste dag toe zal uitgaan de blijde boodschap, als vruchtgevolg van de opstanding des Heeren ten derde dage: Er is niet alleen een lijdende en een stervende Verlosser, er is ook een lévende Verlosser.

Hoevelen in de loop der tijden mochten dat weten uit eigen wonderlijke ontmoeting en ervaring! Van de vrouwen lezen wij in Gods Woord: „Ziet, Jezus is haar ontmoet." Welk een ontmoeting op de morgen der verrijzenis! — Saulus van Tarsen viel dit ten deel op de weg naar Damascus, toen hij, ter aarde gevallen zijnde, op zijn vraag: „wie zijt Gij, Heere? " ten antwoord kreeg: „Ik ben Jezus, Die gij vervolgt." En na deze eerstelingen zijn er talloos velen door de levende Verlosser staande gehouden, ter neder geworpen, maar ook weer opgericht.

Er is een levende Verlosser ! — dat blijkt uit die ontmoetingen en uit Zijn werken. Altijd is Hij bezig zondaren toe te brengen. Hij vergadert Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs. En de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Hij leeft voor de Zijnen, gelijk Hij ook voor hen stierf. Als gij daar eens bij en in moogt zijn, dan zegt ook gij in verwondering: „Indien wij vijanden zijnde met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij verzoend zijnde behouden worden door Zijn leven."

Van vaders en moeders wordt wel eens gezegd: zij leven voor hun kinderen. Dat is van vèrreikénde betekenis, vaders en moeders en ook gij, kinderen. Maar in veel heerlijker zin leeft Christus Jezus voor a-llen, die Hem door de Vader zijn gegeven, die door Zijn Geest in Hem als hun Zaligmaker geloven. Hij leeft om u gelukkig te maken.

Wij hebben een levende Verlosser. Dat ondervindt gij, als Hij tot uw ziele spréékt, nu eens beschamend en dan weer vertroostend. Wat gaat er een kracht uit van Zijn Woord! Wat kunt ge daar vertederd en verbroken onder zijn!

De Verlosser leeft! Dat ervaart gij ook als gij tot Hem moogt spreken. Dan is het u, alsof Hij heel dicht bij u is, zodat gij vertrouwelijk met Hem kunt raadplegen, Hem al uw angsten en zonden kunt meedelen.

De Verlosser leeft. O, zoek dan toch de Levende niet bij de doden. Dat veeleer omgekeerd vele geestelijk doden tot deze eeuwig Levende mochten komen door de kracht van de Geeest, om het aan eigen ziel te ervaren, dat Hij is de Opstanding en het Leven.

Wij hebben geen dode, maar een levende Jezus: „Welke God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van dezelve dood zou gehouden worden."

Aan de morgen van de eerste dag der week, nadat de Heere des Vrijdags was begraven, heeft God Zijn Zoon opgewekt. Hij deed de aarde beven en zond een Zijner troongeesten om de kerker van het graf te openen door de steen af te wentelen van de deur.

„Welke God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende." De smarten des doods! — daarbij hebben wij te denken aan de smarten, die aan Jezus sterven vooraf-en er mee gepaard gingen.

De smarten des doods, daardoor worden wij bepaald bij die huiveringwekkende scheiding van ziel en lichaam. Ziel en lichaam behoren bij elkander, zij vormen te zamen de ene mens; lang zijn ze door velerlei banden met elkander verbonden geweest. Van de scheiding van lichaam en ziel kan met alle reden worden gesproken als van de smarten des doods. De smarten des doods! Bij deze uitdrukking hebben wij er vooral aan te denken, dat de dood is de bezoldiging der zonde. Waarom moest de Levensvorst sterven? Waarom moest de Christus als een ontzield lichaam worden gelegd in het kille graf? — Omdat Hij als Plaatsvervanger, als Borg, anderer schuld wilde betalen.

De Middelaar Gods en der mensen heeft de dood ondergaan als de bezoldiging der zonde. En dat, dat vooral, zijn de smarten des doods, in die dood te zien een dienstknecht Gods, die gezonden wordt om het loon der zonde in de schoot te werpen. Dat was voor de Heere Jezus de prikkel van de dood. Dat waren voor Hem de smarten des doods, dat Hij ook in die van God vervloekte dood aan het kruis van Golgotha tegen Zich voelde

branden de toorn van God de Vader, dat Hij wist daarin te ontvangen de bezoldiging, het loon voor de zonde van al de gegevenen des Vaders. Groot was de bereidwilligheid van de Heere Jezus, om Zich te geven als Borg en Middelaar voor zondaren. Maar groot waren ook de smarten des doods, die Hij voor dat wonderlijke werk der verlossing moest doorworstelen. Wie zal kunnen zeggen, wat dat voor de Heere Jezus is geweest gebonden te worden met de banden des doods, die Hem hebben omvangen, gebonden te worden met de smarten des doods? Zelfs het diepst ingeleide kind des Heeren zal bij de overpeinzing van dit lijden moeten stamelen: „Wie kan dat verstaan? "

Maar op het Paasfeest, bij de gedachte aan de opstanding en de opwekking van de Heere Jezus Christus uit de doden mag de Strijdende Kerk des Heeren in blijde verwondering en in eerbiedige aanbidding stamelen, en bij tijden en ogenblikken ook uitroepen met de Apostel Petrus na de uitstorting van de Heilige Geest: Welke God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende." Aan de morgen van de eerste dag der week, van de opstandingsdag, werden in het graf, waarin de Heere Jezus begraven was geworden, Zijn ziel en Zijn lichaam weder verenigd. God de Vader heeft de smarten des doods ontbonden, weggenomen. Hij heeft de plaatsbekledende Borg opgewekt. Daarmede heeft de Vader dit heerlijke en rijke getuigenis gegeven aan Zijn eniggeboren, geliefde Zoon, in Dewelke Hij een welbehagen heeft: „Door Uw genoegdoening ben Ik ten volle bevredigd. Aan Mijn heilig recht hebt Gij volkomen genoeg gedaan. De smarten des doods kunnen ontbonden worden."

Er komt een blijde boodschap tot het arme en ellendige volk van God, dat op Zijn Naam vertrouwt, als er in de Heilige Schrift wordt gesproken van de opstanding van de Zaligmaker van zondaren. De inhoud van die blijde boodschap van opstanding en leven vertolkt de Apostel Paulus in de brief aan de Romeinen op deze getrouwe en opmerkenswaardige wijze: Die krachtiglijk is bewezen te zijn de Zoon van God, naar de Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere" (1 : 4). Er is dus alle reden om bij het Paasgebeuren te spreken van de opstanding van Christus, zoals ook de discipelen deden, toen zij de te Jeruzalem terugkerende Emmaüsgangers begroetten met deze woorden, vol van verwondering en blijdschap: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien." Ja, waarlijk! De Man van smarten is geworden de Heere der heerlijkheid. - Hij is ten derde dage opgestaan, gelijk Hij gezegd had, door Zijn eigen Goddelijke kracht, en nu heeft Hij de sleutels van de hel en de dood, nu leeft Hij tot in alle eeuwigheid. Hij heeft het Zelf verzekerd: Ik ben de opstanding en het leven; die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven. En een iegelijk, die leeft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat? " (Joh. 11 : 25 en 26).

„Hun Verlosser is sterk" — zo mag er wel getuigd worden van die machtige Verlosser, Die zelfs de duivel en de dood heeft overwonnen, en Die nu al de Zijnen als de Zone Gods zal bevrijden van het geweld van de duivel en van de heerschappij van de dood, van de lichamelijke, van de geestelijke en van de eeuwige dood. Hij heeft het niet alleen gepredikt. Hij is ook Zelf de opstanding en het leven.

Maar in verband met deze blijde, rijke boodschap van de opstanding van de Heere Jezus Christus, is er ook zoveel reden om hierop acht te geven, dat wij in de Heilige Schrift ook met kracht en tot vertroosting van arme zondaren bepaald worden bij de opwèkking van de Man van smarten. Dat is de veelomvattende openbaring, die wij nu met elkander in het bijzonder mogen overdenken. En er is veel oorzaak voor, om er met aandacht en met een biddend hart bij stil te staan, als wij in Handelingen 2 : 24 lezen: Welke God opgewèkt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van dezelve dood zou gehouden worden." Er is hier ook een onmisbaar, een wondervol en aanbiddenswaardig werk van God de Vader. De Zone Gods, de Heere is opgestaan door Zijn eigen Goddelijke kracht. Maar Hij is ook en tegelijkertijd opgewekt door de kracht van God de Vader, aan Wiens recht volkomen genoeg moest worden gedaan, en Die dan alleen de smarten des doods voor de plaatsbekledende Borg kan ontbinden, als er bij God niets meer te doen overig was, als het werk van de Verlosser en Zaligmaker tot het verdienen van de zaligheid voor allen, die God heeft liefgehad met een eeuwige liefde, volkomen zou zijn volbracht. Maar, als het werk van het verdienen van de zaligheid door de Zaligmaker van zondaren voleindigd is, dan grijpt plaats, wat door de Apostel Petrus vrijmoedig en blijmoedig aldus wordt verkondigd: Welke God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende."

Welk een rijke betekenis ligt er in deze woorden, gesproken in de kracht van de Heilige Geest door diezelfde Simon Petrus, die kort te voren, in eigen kracht staande, zijn Meester tot driemaal toe, vloekend en zwerend, had verloochend! Onder de leiding des Geestes wordt een vreeskchtig mens van alle mensenvrees verlost, ontvangt een diep inzicht in het verlossingswerk van Christus Jezus en voelt zich gedrongen daarvan te getuigen tot verheerlijking van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

„Welke God opgewekt heeft." God de Vader Zelf zet in de opwekking van Zijn geliefde Zoon het zegel van Zijn goedkeuring op Zijn ganse verlossingswerk. De Vader betuigt hiermede: „Het offer is goedgekeurd. De Wet is geheel volbracht. De straf is ten volle gedragen."

Welk een zegen is het daaraan voor eigen hart en leven houvast te krijgen door het geloof, en te mogen belijden: Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking" (Rom. 4 : 25). De bate van het oprechte geloof in de Heere Jezus Christus is: Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben, en een erfgenaam des eeuwigen levens." Moogt gij met de christen in de Catechismus deze bate reeds deelachtig zijn?

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 7 April 1956

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

DE LEVENDE VERLOSSER

Bekijk de hele uitgave van Saturday 7 April 1956

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken