Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE ADVENTSBOODSCHAP

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE ADVENTSBOODSCHAP

13 minuten leestijd

(2)

Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Zion, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, die wel vast gegrondvest is: wie gelooft, die zal niet haasten.

Jesaja 28 : 16.

Ziende op de grondsteen, de beproefde steen in Zion gelegd, dan mogen wij uitroepen: „Geen nood voor de Kerke Gods! Veel vreze vervult menigmaal het hart van Gods kinderen, vreze van nog om te zullen komen, vreze van weg te zullen zinken in de maalstroom van ongerechtigheden, in de draaikolk van bestrijdingen en aanvechtingen. Dit zal echter nooit gebeuren met een van hen, die als levende stenen zijn gebouwd op de beproefde grondsteen van Zion.

't Moet hun een lust zijn de betrouwbaarheid, de vastheid van dit fundament te overdenken. Vooral ook, als de profeet Jesaja onder de inspiratie van de Heilige Geest nog verder mag gaan. Hij noemt Christus, in verwondering en vreugde, een kostelijke hoeksteen.

Ook zo wordt de Heere Jezus ons hier en elders voorgesteld. Hij is de steen, door de bouwlieden verworpen, maar van God ten hoofd des hoeks gelegd. Dat heeft de Heiland Zelf uitgesproken, toen Hij tot de Joden zeide naar aanleiding van Zijn verwerping: „Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: „De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen"?

Christus Jezus is de Hoeksteen van Zion, van de Kerk des Heeren. Al weder worden wij hier dus door beeldspraak gewezen op de veelvoudige betekenis van de Verlosser. Het is een rijke Adventsbelofte, die tot ons komt in dat: „Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, I leg een grondsteen in Zion, een bepro : fde steen, een kostelijke hoeksteen, die wel vast gegrondvest is." Hier worden wij wel met nadruk herinnerd aan de zo geliefde en zo Christocentrische Psalm 118 en daarvan zeer bijzonderlijk het 1 le vers. Misschien zijn er onder onze lezers, die het meteen maar willen zingen, zieken, ouden van dagen, mensen, die, zoals ook gebeurt, met elkander het „Gereformeerd Weekblad" lezen, of ook gezinnen, die kennen de opwekkende, gezegende gezelligheid van het met elkander zingen van de Psalmen, die ons van God gegeven zijn door de inspiratie van de Heilige Geest. Zonder het op te zoeken weten wij al en weten zelfs uw kinderen al, dat ik hier doel op het zo beschamende, maar ook zo vertroostende:

De s f *en, die door de tempelbouwers Veracht'lijk was een plaats ontzegd, Is, tot verbazing der beschouwers, Van God ten hoofd des hoeks gelegd. Dit werk is door Gods alvermogen, Door 's Heeren hand alleen geschied; Het is een wonder in onz' ogen; Wij zien het, maar doorgronden 't niet.

Gelukkig degene, die dit wonder zien mag, maar het vanwege de diepte van Gods genade, die er in geopenbaard wordt, niet kan doorgronden, en die daarom, ziende op die kostelijke Hoeksteen, Jezus Christus, Die wel vast gegrondvest is, moet zingen in aanbiddende verwondering: Van God ten hoofd des hoeks gelegd!

De hoeksteen was een grote, vierkante steen, die, op de hoek van het huis aangebracht, diende om de muren met elkander te verenigen en zo aan het gebouw meerdere vastigheid te geven. De hoeksteen betekende dus eigenlijk de hechte samenvoeging van het huis.

Welnu, wat de hoeksteen* is voor het huis, is de Heere Jezus Christus voor Zijn Kerk. Wij lezen daarvan in het laatste gedeelte van Efeze 2: „Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen; op Welke het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heere, op Welke ook wij gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest" (vs. 19—22). In Christus vinden de verschillende delen van Zijn Kerk, hoe onderscheiden ook in velerlei opzicht, hun samenbinding, hun onverbrekelijke eenheid. De Kerk uit de dagen na de zondeval, de Kerk uit de tijd van de aartsvaders, Abraham, Izaak en Jakob, de Kerk onder het kruis in het diensthuis van Egypteland, de Kerk onder Israël, nl. de ware Israëlieten, na de wetgeving op de Sinaï, de Kerk in de volheid des tijds, de Kerk na de uitstorting van de Heilige Geest, de Kerk in het diensthuis van Rome, de Kerk van de Reformatie met al haar vervolging, worsteling en bloedgetuigen, al deze onderscheidene delen van de Strijdende Kerk, worden met elkander verenigd door de Hoeksteen, Jezus Christus.

En zo is het ooïTTn onze dagen. Door Gods goedheid en trouw is het tot onze bemoediging en vreugde zo, dat er in de gedeformeerde Kerk der Vaderen, met al haar vele breuken en in haar gescheurdheid in allerlei zogenaamde „modaliteiten", maar wij kunnen gerust en met grote beslistheid zeggen „richtingen", toch nog is overgebleven een arm en ellendig volk, dat op de naam des Heeren vertrouwt. Doch ook buiten die oude Kerk, verspreid over de wereld en verstrooid onder de volken en georganiseerd in vele kerken en kerkjes, is er een deel van dat arme en ellendige volk, dat in geloof, in hoop en in liefde, de naam van Christus noemt. Groot is menigmaal de verdeeldheid, de verwijdering, de verbittering zelfs, tussen de onderdanen van Koning Jezus uit de verschillende kerken. Niet zo zelden is het een verbijten en een vereten van elkander. Denk maar eens aan de 4 afdelingen van de toch al zo weinige Christelijk Gereformeerden, aan de vinnige strijd van de synodale Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken van art. 31, aan de scheuringen in de Gereformeerde gemeenten en in de Oud-Gereformeerde gemeenten, enz. enz., aan de verwijdering in de Hervormde Kerk tussen Ge-

reformeerden en Confessionelen, en onder de Gereformeerden onderling, nl. van de Bond of niet van de Bond. meer onderwerpelijk of meer voorwerpelijk; meer synodaal of meer van de Dordtse Kerkorde, meer rechts of meer links, zich houdend aan de oude Statenvertaling, of de vertaling van het Bijbelgenootschap gebruikende, in de kerk alleen willende zingen de door de Heilige Geest geïnspireerde Psalmen, het van God gegeven liederenboek voor Zijn Kerk, of zich sterk genoeg wanend om zich te begeven voor de eredienst op het hellend vlak van het menselijk lied, al is het dan ook met allerlei restricties.

Deze gescheurdheid, deze verwijdering onder degenen, die toch zeggen te willen staan op de grondslag van Schrift en Belijdenis, breekt onze kracht en is een oorzaak van droefheid. Wij kunnen het er o zo moeilijk mee hebben. Ons hart kan wel eens bloeden bij het opmerken van zoveel scheiding en scheuring. Als het toch eens mocht zijn: „Zie, hoe lief zij elkander hebben!" Als er toch eens was een zoeken van elkander onder degenen, die de Heere vrezen, die waarlijk christenen mogen zijn, als er was een bidden voor elkander! Wat zou er dan een kracht van uitgaan!

Doch nu mag ons oog van al die ellende afzien, en in deze Adventstijd gericht worden op de Hoeksteen van het geestelijke huis, dat de Kerk van Christus is, en de gedachte aan die Hoeksteen, Jezus Christus, mag ons opbeuren en verkwikken. Ondanks alle verwijdering, ja zelfs ondanks alle haat en vijandschap, zijn alle ware gelovigen toch één in Christus, de Hoeksteen van Zion: „Ik geloof een heilige. algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen". Of met de belijdenis van Nicea: „En één heilige, algemene en apostolische Kerk." Bij ogenblikken mag die eenheid worden geloofd én gezien. Dan vallen de kerkmuren weg. Dan zijn het zoete banden, die ons binden aan des Heeren lieve volk. Het zijn dan onze hartevrienden, die wij verstaan.

Gode zij dank: de onzichtbare eenheid door en in Jezus Christus, de uiterste, de kostelijke Hoeksteen, blijft. Eens zal zij heerlijk uitkomen, nl. dan, als de ganse Strijdende Kerk is overgegaan in de Triumferende Kerk. Dan zal het worden aanschouwd, hoe volkomen de Hoeksteen Jezus Christus alle delen van Zion verenigt.

De Hoeksteen, die verenigt, geeft aan het gebouw tevens meerdere vastigheid. Muren, die niet door een hoeksteen aan elkander verbonden waren, stonden in het Oosten spoedig op instorten. Welnu, hoe meer Gods volk de band aan Christus gevoelen mag, des te nauwer zullen ze ook aan elkander verbonden zijn. Twist en tweedracht zijn geen tekenen van leven, maar wel van dodigheid. En als nu de oprecht gelovigen hun eenheid in Christus gevoelen, dan staan zij ook veel sterker tegen hun vijanden. „Eendracht maakt macht", ook in de geestelijke strijd. Satan verlustigt zich over alle verdeeldheid. Zijn zinspreuk is: „Verdeel en heers." Doch gelukkig, door de verenigende Hoeksteen heeft het gebouw van Christus toch wel zoveel vastigheid, dat het nooit ineen kan storten.

Er is dus wel alle reden, om ons over de door God gelegde hoeksteen te verblijden. Die is wel goed en betrouwbaar gelegd. Ach! wat is het ongeloof, waarmee Gods volk ook nog zoveel en zo zwaar te strijden heeft, dan toch een groot kwaad. Wij doen er de Heere en de Hoeksteen, Jezus Christus, oneer mee aan. Zij het maar veel onze bede: „Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp." De Hoeksteen ligt wel goed en is betrouwbaar genoeg, doch wij zijn telkens weer zo wankel in ons vertrouwen. Maar toch zal de eeuwig Getrouwe geen van de Zijnen weg laten zinken. Hij Zelf heeft de Hoeksteen gelegd al in Zijn eeuwige, vrijmachtige verkiezing. Hij heeft Hem gelegd in de volheid des tijds, toen Hij de smarten des doods in de opwekking van Zijn eniggeboren Zoon heeft ontbonden, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van dezelve dood zou gehouden worden. Hij legt die Grondsteen, die Hoeksteen, telkens weer in het harte dergenen, die Hij uit de dood overbrengt in het leven.

„Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding" (Rom. 6 : 5). En dat leven kan niet meer in het sterven verloren gaan. Het is het eeuwige leven. Het is het leven door en uit, en dus in gemeenschap met de levende Hoeksteen, door de mensen verachtelijk een plaats ontzegd, doch van God ten hoofd des hoeks gelegd.

Het is wel een groot wonder, dat er zulk een Hoeksteen is, en gelegd is, én wordt. Het is echter geen wonder, dat die Hoeksteen genoemd wordt een kostelijke Hoeksteen, die wel vast gegrondvest is. Alles, wat God geeft, is kostelijk. Doch wel zeer in het bijzonder deze Hoeksteen, Dewelke is Christus Jezus. Hier is wel stof te over om met de apostel Paulus uit te roepen: Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave", of ook met de apostel Petrus: Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot oen levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden" (1 Petrus 1:3).

Een kostelijke hoeksteen, gehouwen nl. uit het kostbaarste materiaal en daarbij ook meermalen van het kunstigste steenhouwerswerk. Wij denken hier aan wat wij lezen in Psalm 144 : 12: Opdat onze zonen zijn als planten, welke groot geworden zijn in hun jeugd; onze dochters als hoekstenen, uitgehouwen naar de gegelijkenis van een paleis", d.w.z zo verklaart onze Kanttekening in haar te weinig geraadpleegde, betrouwbare en schone verklaring in onze geliefde Staten-Bijbel, als altijd kort en krachtig, d.w.z.: Schoon en fraai van lijf en leden, gelijk men de hoekstenen aan een schoon gebouw fraai behouwt, besnijdt, polijst en versiert."opdat het van buiten te schoner schijne in alle mans ogen."

„Een kostelijke hoeksteen", welk een heerlijk, veelbetekenend beeld dus voor de Verlosser en Zaligmaker, welk een rijk Adventsevangelie! Ja. Jezus Christus is een kostelijke Hoeksteen voor elk kind van God. Hoe kostelijk is Hij in de zelfontlediging. in Zijn zelfvernietiging, als hulpeloos wicht, gewikkeld in eenvoudige doeken, liggende in de kribbe Bethlehem. In die beestenstal dekken Hem nog die schamele doeken, die ons prediken: arm geworden, daar Hij rijk was", doch aan het kruis van Golgotha, waar Hij hing, beroofd van Zijn klederen, gekroond met een kroon van doornen, daar komt Hij uit in al Zijn kostelijkheid, in al de rijkdom van Zijn borgtochtelijk lijden en sterven. Kostelijk is deze Hoeksteen, als Hij in Zijn opstanding de dood verslindt tot overwinning, als het daar is: Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking" (Rom. 4:25). Kostelijk is Hij als onze hoogste Profeet en Leraar, als onze enige Hogepriester, als onze eeuwige Koning. Kostelijk is deze Hoeksteen in de ogen Zijns Vaders, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar. Kostelijk is deze Hoeksteen ook in de ogen van de Zijnen, als die ogen door Gods Woord en Geest verlicht worden. O, wat ziet gij dan een kostelijkheid in onze Heere Jezus Christus! Dan zinkt gij op Hem neder, en roept met Zijn Bruidskerk uit: Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk!"

Het is zo goed, zo profijtelijk, mijn lezer, die ogen hebt ontvangen om te zien deze wonderen des Allerhoogsten, het is zo goed, om hier eens een ogenblik stil te staan en, biddend om de inleiding van de Heilige Geest, u te verdiepen in de kostelijkheid van deze allerkostelijkste Hoeksteen, Christus Jezus. Hier kan wel door Gods genade een begin zijn, maar een eind is niet te vinden. Daar is de eeuwigheid voor nodig. Doch neen! ook in de eeuwigheid, ja juist in de eeuwigheid, is geen einde te vinden. De kostelijkheid, de rijkdom wordt al rijker en wonderlijker. Dan gaat Jesaja 54 : 11 —13 in volkomen vervulling, och, dat wij in dit laatste der dagen, in deze Adventstijd der wereld, „die grote dag verwachten met groot verlangen om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onze Heere" (Belijdenis des geloofs, art. 37).

Jesaja 54 zingt als het ware een lied van de beproefde Grondsteen, van de kostelijke Hoeksteen, Die wel vast gegrondvest is, tot troost van de Strijdende Kerk: „Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten. En uw glansvensters zal Ik kristallijnen maken, en uw poorten van robijnstenen, en uw ganse landpale van aangename stenen. En al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn."

Dat is het heden in beginsel van Gods

kind en Kerk. Dat is hun gewisse toekomst in volkomenheid en in eeuwigheid. De Heere HEERE immers heeft gelegd een Grondsteen in Zion, een beproefde Steen, een kostelijke Hoeksteen, Die wel vast gegrondvest is". In het Hebreeuws staat er eigenlijk tot twee maal toe „gegrond". „Die gegrond, gegrond is". Dat is dus wel een goed fundament, en volkomen betrouwbaar, in staat om te dragen elke levende steen, maar ook al de levende stenen tezamen, die ganse tempel, het gehele Zion, de Strijdende en de Triumferende Kerk te zamen. O, als wij daar iets van te zien krijgen, bij het licht van Gods Woord en Geest, dan is het in geloof en aanbidding: „Amen. ja, Amen!"

Hebt gij er deel aan? Want er staat ook geschreven tot onze waarschuwing: U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar de ongelnorzamen wordt gezegd: e steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; dengenen namelijk, die zich aan het woord stoten, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn" (1 Petrus 2 : 7 en 8).

Z.

S. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 december 1957

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

DE ADVENTSBOODSCHAP

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 december 1957

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken