Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HET BOEK DANIËL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET BOEK DANIËL

6 minuten leestijd

VERHORING EN DANKBAARHEID

(11)

Toen werd aan Daniël in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard; toen loofde Daniël de God des hemels.

Daniël antwoordde en zeide: De naam Gods zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want van Hem is de wijsheid en de kracht.

Want Hij verandert de tijden en stonden; Hij zet de koningen af en bevestigt de koningen; Hij geeft aan de wijzen wijsheid, en wetenschap aan degenen die verstand hebben; Hij openbaart diepe en verborgen dingen; Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij Hem. Ik dank en ik loof U, o God mijner vaderen, omdat Gij mij wijsheid en kracht gegeven hebt en mij nu bekend gemaakt hebt wat wij van U verzocht hebben; want Gij hebt ons des konings zaak bekend gemaakt... Daniël 2 : 19-—23.

De vorige keer hebben we Daniël met zijn drie vrienden achtergelaten op de knieen, terwijl ze de Heere smeekten om barmhartigheid en ontferming. Alle wijzen van

Babel zullen immers gedood worden, omdat ze de koning Nebukadnezar zijn droom niet konden bekend maken. En ook Daniël en zijn drie vrienden zijn aan dat doodvonnis onderworpen. Daniël heeft echter een kort uitstel van de koning ontvangen, waarschijnlijk slechts een enkele dag, en nu hebben ze die korte tijd gebruikt om te bidden en ze hebben met God geworsteld om het onmogelijke. Want ze hebben niet alleen gesmeekt om wijsheid van God te krijgen om de droom van Nebukadnezar te kunnen uitleggen, maar ze hebben ook gevraagd of de Heere aan Daniël mocht openbaren welke droom Hij aan Nebukadnezar had gezonden. Ze vragen het onmogelijke, maar ze weten dat voor God alle dingen mogelijk zijn. Neen, ze hebben niet tevergeefs gebeden en geworsteld: Toen werd aan Daniël in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard...

(vers 19a). Zo heeft de Heere de gebeden van Daniël en zijn drie vrienden verhoord. Nadat ze de gehele dag gebeden hebben zijn ze gaan slapen in gelovig vertrouwen, dat de Heere hen uit deze nood zou verlossen. En in de nacht ontvangt Daniël het bewijs van de verhoring van zijn gebed. In een nachtgezicht wordt hem de droom van Nebukadnezar getoond en verklaard. We zullen begrijpen welk een grote vreugde er de volgende morgen was in dat huis toen Daniël dit aan zijn vrienden vertelde. En terwijl de goddelijke boodschap de vorige nacht een wereldheerser in diepe angst dreef, klimt in die kleine vriendenkring de lof des Heeren op: ... toen loofde Daniël de God des hemels (vers 19b).

Voordat Daniël zich naar de koning spoedt gaat hij eerst de Heere danken. Dat is ook een wonder. Want het gaat immers om zijn leven. Het doodvonnis hangt hem boven het hoofd. Hij had wel kunnen zeggen: Later zullen we de Heere wel danken, maar we moeten nu eerst onszelf zien te redden. Maar neen, eerst gaat hij met zijn drie vrienden een bidstond houden. En hoe duidelijk komt hier openbaar dat de Heere een klein en ootmoedig volk heeft. Genade maakt altijd klein. Neen, Daniël gaat niet pralen met zijn pasverworven kennis. Hij verheft er zich niet op, dat hij zo wijs is, dat hij die droom aan de koning kan vertellen en uitleggen: Daniël antwoordde en zeide: De naam Gods zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want van Hem is de ivijsheid en de kracht (vers 20).

Laten we ons nimmer verheffen op de leidingen Gods in ons leven, Laten we er nooit van vertellen tot onze eigen eer, maar laten we altijd goed verstaan, dat het de Heere is die wijsheid en genade geeft. Daniël heeft van de Heere wijsheid ontvangen om die droom bekend te maken en uit te leggen. En de kracht is van de Heerë cm koningen aan te stellen en weer af te zetten. God gaat in kracht alle menselijke macht, hoe groot die ook moge zijn, te boven. Daarom is zelfs de grote en machtige Nebukadnezar onderworpen aan de Heere, Die alles regeert en bestuurt naar zijn welbehagen. Want de wereldgeschiedenis gaat niet zelfstandig haar eigen grillige gang, maar de Heere grijpt telkens in. Want Hij verandert de tijden en de stonden (vers 21a). En de koningen van deze wereld regeren bij de gratie Gods. Daar moeten ze goed van doordrongen zijn, opdat ze zich niet verheffen: Hij zet de koningen af en bevestigt de koningen.

En wijsheid hebben de mensen niet van zichzelf. Nebukadnezar had zijn wijzen niet met de dood mogen bedreigen. Het is immers de Heere die wijsheid geeft: Hij geeft aan de wijzen wijsheid en wetenschap aan degenen die verstand hebben (vers 21). Daarom hebben de wijzen van Babel ook de droom niet kunnen vertellen en uitleggen. Ze zijn ook hoogmoedig geweest. Ze hebben gemeend de wijsheid van zichzelf te hebben. Maar wijsheid is van God. En indien iemand wijsheid ontbreekt moet hij ze van God begeren. Dat is het geheim van Daniëls leven. Maar de weg van Daniël hebben de wijzen van Babel niet gekend. Ze hebben niet geweten van het buigen der knieën voor de Heere en het smeken om wijsheid, zoals Daniël en zijn drie vrienden het hebben gedaan. Maar Daniël heeft het ondervonden: Hij openbaart diepe en verborgen dingen (vs. 22a). Hij is het licht en Hij woont in het licht en voor Hem moet alle donkerheid Wijken. De Heere weet alles en niets is voor Hem verborgen. Daarom heeft Hij ook die droom aan Daniël bekend kunnen maken: Hij weet wat in het duister is want het licht woont bij Hem (vers 22b).

Zo prijst en looft Daniël de Heere zijn God, Die op zo'n heerlijke wijze verhoring schonk op het gebed. De Heere heeft het weer bevestigd, dat Hij de Getrouwe is en blijft, want zoals de Heere in de geschiedenis van Israël zijn trouw en ontferming heeft getoond, zo heeft Hij die ook weer in het leven van Daniël bewezen. Daarom eindigt hij ook deze dankstond met een lofprijzing op zijn God, die ook de God zijner vaderen is: Ik dank en ik loof U, o God mijner vaderen, omdat Gij mij wijsheid en kracht gegeven hebt en mij nu bekend gemaakt hebt wat wij van U verzocht hebben; want Gij hebt ons des konings zaak bekend gemaakt (vers 23).

Zo de Heere te mogen loven — wat is dat goed, wat geeft dat een heilige vreugde in ons hart. Zo te mogen zien op de weldaden Gods en de liefde van de Heere Jezus Christus en de leiding van de Heilige Geest - — wat spoort ons dat aan om die Drieënige God te prijzen, Die gisteren en heden Dezelfde is tot in alle eeuwigheid. Wie het met de Heere durft te wagen, die zal het ondervinden dat Hij nooit beschaamd laat staan allen die het van Hem verwachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 november 1960

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

HET BOEK DANIËL

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 november 1960

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken