Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

OUD EN NIEUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

OUD EN NIEUW

5 minuten leestijd

De Oudejaarsavond stemt nog steeds veel mensen tot ernst en ook min of meer tot zelfbezinning. Het is in de grond der zaak wel niets, maar de overgang van het oude naar het nieuwe jaar doet ons toch iets. Het is net alsof er weer een periode wordt afgesloten. En vooral bij het ouder worden spreekt ons dat aan. Er wordt immers een deur achter ons toegesloten, die nimmermeer geopend zal worden. Het jaar onzes Heeren 1961 is onherroepelijk voorbij met al zijn lief en leed.

Dankbaarheid vervuld misschien ons hart vanwege de vele zegeningen die de Heere aan ons geschonken heeft.

De droefheid komt misschien naar boven vanwege verliezen die geleden werden. Hoe moeilijk was die gang naar het kerkhof waar we bij een open graf stonden en een lieve vader of moeder, een beminde man of vrouw of een lief kind moesten achterlaten. Weemoed leeft misschien wel in ons binnenste vanwege zoveel moeite en verdriet, zoveel smart en ellende die we moesten meemaken en doorworstelen.

Schaamte en schuldbesef komen misschien bij ons boven wanneer we de afgelegde weg overzien en onze zonde en overtredingen ons voor ogen komen.

Toch is het de Heere geweest die ons leidde op al die wegen en ons niettegenstaande al onze zonden toch nog met weldaden en zegeningen overladen heeft.

En was de weg voor sommigen haast te veel door de diepte waarin zij gevoerd werden voor anderen was het weer een pad waarop ze zich verheugen mochten in de Heere.

Op Oudejaarsavond hebben we allemaal onze eigen gedachten.

Het leven is nu eenmaal niet voor allen gelijk.

Het leven geeft en neemt. Het maakt rijk en arm. Het brengt een rouwkleed aan de één en een bruidstooi aan de ander.

Zo kan een terugblik op het voorbijgevlogen jaar stralend zijn, maar ook omfloerst en in-droevig.

Maar hoe het ook zij: het jaar onzes Heeren 1961 is voorbij. Een jaar ook met veel spanningen, met oorlogen en geruchten van oorlogen, met aardbevingen en rampen. Een jaar waarin de Heere kwam kloppen op de deur van ons hart om ons toe te roepen, dat we rekening moeten houden met de broosheid en de vergankelijkheid van het leven en dat we ons moeten voorbereiden op de eeuwigheid.

We leven in een wereld vol nood. En dat kan ook niet anders. Want de volkereder wereld hebben steeds meer de banden losgemaakt die hen binden aan God. En het is waar wat een bekende dichter zong:

Wat afvalt van de hoge God moet vallen! Éénzelfde schuld, éénzelfde lot voor allen. 't Gezin, 't geslacht, het volk, de staat de kleinen en de groten: Verlaten wordt wat God verlaat, wat God verstoot, verstoten! Wel hoort men daaglijks stem op stem weerklinken: „Geen nood, wij redden 't zonder Hem!" Maar die het zeggen — zinken.

Het jaar onzes Heeren 1961 is voorbij. Maar, o wonder van genade, wij zijn nog in het heden der genade.

We kunnen het jaar 1961 niet meer overdoen. Maar we kunnen in het nieuwe jaar wel wederkeren tot de Heere, onze zonde en schuld belijden, smeken om vergeving en verzoening. Het is nog niet te laat.

Een nieuw jaar ligt weer voor ons. Maar ook het nieuwe jaar is een jaar onzes Heeren.

Ook het nieuwe jaar wordt geleid door die grote Koning Die alles regeert en bestuurt naar zijn welbehagen.

Er zijn mensen die beven als ze denken aan de toekomst. Velen hebben immers gedroomd van een nieuw paradijs op aarde. Voorspoed en welvaart zouden ons immers gelukkig maken. Maar we vergeten dat alleen de Heere God ons gelukkig maken kan. Neen, de mens kan zichzelf het rijk van vrede en gerechtigheid niet brengen. Dat blijkt wel duidelijk in onze dagen waarin de volkeren tot de tanden gewapend tegenover elkaar staan. Maar ondanks alle atoombommen, ondanks alle verdervende wapens, ondanks alle helse machten, kan Gods kerk toch rustig het nieuwe jaar binnenreizen.

Neen, de Heere heeft niet beloofd, dat het alles even rustig en vredig en goed zal gaan op onze levensweg. Gods Kerk moet immers door veel verdrukkingen heen. Maar de Heere heeft wel gezegd, dat zijn kerk en volk in die verdrukking niet bezwijken moet omdat Hij zal zorgen en omdat Hij al zijn kinderen zal brengen in zijn heerlijkheid. En dan is het lijden van de tegenwoordige tijd niet te waarderen bij de heerlijkheid die dan geopenbaard zal worden.

Hoe het ook gaan zal in het nieuwe jaar: de Heere regeert.

Ook het jaar 1962 is een jaar onzes Heeren.

Als we maar weten dat Hij onze toevlucht is.

Als we maar weten dat Hij een schuilplaats is in alle gevaren.

Als we maar weten, dat Hij de Almach-

tige is, Die zijn volk en erfdeel in dit moeilijk leven nimmer zal begeven.

Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen. Ik zal tot de Heere zeggen mijn toevlucht en mijn burg! mijn God op welke ik vertrouw!

En in de nood en de spanning van onze tijd beluisteren we toch ook de voetstappen van Koning Jezus Die straks komt om zijn volk eeuwig thuis te halen.

Dan zal er geen tijd meer zijn.

Dan zal er eeuwige vrede zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 december 1961

Gereformeerd Weekblad | 1 Pagina's

OUD EN NIEUW

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 december 1961

Gereformeerd Weekblad | 1 Pagina's

PDF Bekijken